Oproep tot landverraad

Nederland heeft geen bestaansrecht, en moet opgaan in een Europese staat. Een oproep om Nederland omver te werpen. De kans dat Generaal Urlings dat meteen doet is uiteraard klein, maar de kans dat de Europese staatsvorming uiteindelijk uitloopt op een Europese burgeroorlog is groot. Meer detail over de Nederlandse staatsvorming en grensverloop in Nederland: nieuwe grens, daarna opheffen



Amsterdam, 7 maart 2004

Luitenant-generaal Marcel Urlings
Bevelhebber der Landstrijdkrachten
Postbus 20701
2500 ES Den Haag

oproep tot landverraad

Ik verzoek je om Nederland omver te werpen, eventueel door middel van muiterij en militaire rebellie, en het grondgebied van Nederland (uitgezonderd de overzeese gebieden) op te laten gaan in een Europese staat.

Nederland heeft geen bestaansrecht. Als ze niet zouden bestaan, dan zou er geen ethische redenen zijn, om een Nederlandse volk, staat, of natie in het leven te roepen. Het Nederlandse volk heeft ook geen recht op een thuisland - het volk is niet meer dan een nationalistische vereniging, en kan geen bijzondere aanspraak maken op grondgebied. Ethisch gezien, dienen naties en nationale staten hooguit hun eigen voortbestaan: dat is geen goede reden, om ze een land toe te kennen. Ook de huidige grondwet noemt geen enkele morele taak: Nederland eist 42 000 km², en doet er eigenlijk niets mee, behalve Nederland wezen.

Dat er een Nederland bestaat, komt door historische omstandigheden - en het voortbestaan van Nederland is een politieke eis van Nederlandse nationalisten, geen morele noodzaak. Het is legitiem om oneens met de nationalisten te zijn: niemand is moreel verplicht om het bestaan van Nederland te aanvaarden, of het bestaan van enig ander nationale staat. Tegenover de nationale staat staan andere staatsvormen. Tegenover het 'Europa van de nationale staten', waartoe Nederland behoort, staan meerdere geopolitieke alternatieven: Europa van de regio's, Europa van de volkeren, en een continentale Zentralstaat.

Evenmin als de individuele naties heeft een orde van nationale staten bestaansrecht. Het laat-19e-eeuws Europa van de nationale staten stond model voor de huidige wereldorde van nationale staten, maar er is geen reden om de wereld aan de nationalisten cadeau te doen. Ook in dit geval is het legitiem om een andere geopolitieke orde na te streven, en de organisaties van de huidige statenorde - zoals de NAVO of de VN - te bestrijden. Een Europese staat kan niet tot stand komen, voordat de nationale staten zijn verdwenen.

De huidige Nederlandse nationale staat is het Koninkrijk der Nederlanden, zoals in 1815 bedacht door de overwinnaars in de oorlog tegen Napoleon, verminderd met de afgescheiden Belgische gebieden. De vorm van het huidige Nederland is dan ook geen reden voor zijn voortbestaan. De grenzen vallen niet samen met een geografische, culturele, of taalkundige eenheid: er zijn geen natuurlijke grenzen in de zin van rivieren of bergketens. Nederland is een staatkundige naam - delen van Vlaanderen en Niedersachsen zijn eveneens 'neder', en het wadden-landschap reikt zelfs tot in Denemarken. De nationale grens verdeelt regio's, dorpen, straten, en zelfs huizen, en verhindert een rationeel bestuur. Grote delen van het zuiden en oosten horen, in economisch en planologisch opzicht, bij Vlaanderen en Nordrhein-Westfalen. Zodoende heeft Nederland als eenheid eerder een negatieve waarde. Ook de grenzen van Nederland zijn door historische omstandigheden bepaald, en historisch toeval legitimeert niets in moreel opzicht.

De grenzen van Nederland zijn met militaire macht tot stand gebracht, en in het geval van de Antillen, door koloniale verovering. Nederland is, om die reden, geen legitieme staatkundige eenheid. Het land is ook niet 'gevormd door de democratie', in tegendeel. Geen meter van de Nederlandse grens kwam op democratische wijze tot stand. Bij de vele grenswijzigingen is er nooit een plebisciet of volksraadpleging gehouden.

Ook de taal lijkt geen rol te hebben gespeeld, bij de vorming van de Nederlandse staat. Er heeft zelfs nooit een staatkundige eenheid bestaan, die samenviel met de Nederlandse taalgrens. De huidige scherpe taalgrens is een product van de nationale standaardtalen van de 19e eeuw, en geldt nog steeds niet voor de dialecten. Een oostgrens volgens de verspreiding van de Hollandse dialecten zou over de Veluwe lopen: het Nedersaksisch hoort tot de Noord-duitse dialecten. In het zuiden is er wel een duidelijke taalgrens met het Frans, maar die bepaalt bijna nergens de landsgrens, behalve in de gemeenten Maastricht en Gulpen-Wittem. De Nederlandse taal als 'bindmiddel van de natie' - de vermeende rechtvaardiging voor verplichte taallessen voor migranten - is dus onzin. Als dat werkelijk waar zou zijn, dan zou Nederland er heel anders uitzien - Vlaanderen erbij, oosten en noorden eraf.

De religieuze twisten na de Reformatie zijn wel bepalend geweest voor de Nederlandse staatsvorming, maar de religie bepaalt niet de huidige landsgrenzen. De Nederlandse kernstaat in de '80-Jarige Oorlog' was protestants, fundamentalistisch, en anti-Paaps. De staat bleef uitdrukkelijk protestants tot de 20e eeuw: de monarchie blijft duidelijk een protestantse instelling. Een aaneengesloten protestantse eenheid zou echter veel kleiner zijn, dan het huidige Nederland.

Er is ook geen reden, om vandaag nog te streven naar een protestantse staat. Maar waarom zou Nederland dan blijven bestaan in de huidige vorm, die grotendeels terug te voeren is tot dat streven? Volgens de legende is Nederland veroverd op de zee: in werkelijkheid is Nederland veroverd op de buren. Veroverd op de katholieke buren, door een protestantse kernstaat, bestaande uit Holland, Utrecht en Zeeland. Zowat alles ten zuiden van de Waal, en ten oosten van de IJssel, is met militair geweld aan Nederland toegevoegd, tijdens de 80-Jarige oorlog. Het oosten werd veroverd tussen 1590 en 1597, Staats-Brabant grotendeels tussen 1625 en 1637. De protestantse gebieden, die in opstand waren gekomen, en opstandig bleven, beperkten zich tot de westelijke provincies. Niet toevallig waren ze beter verdedigbaar, mede dankzij de waterlinies die in deze periode ontwikkeld werden. De kernstaat is het gebied waar de Reformatie aansloeg, dat werd de kern van de protestantse natie Nederland: de rest was wingewesten. De bevolking daarvan werd in de 19e eeuw geassimileerd - integratie, zoals dat nu heet.

Na 1648 groeide de staat nog door in het zuiden, door het veroveren en ruilen van enclaves en exclaves. Nederland pikte land in, van Spaans-Oostenrijk, van de Hertogdommen Kleef en Gulik, van het Bisdom Luik, van katholieke abdijen en kerken, en van Pruisen. In 1815 kreeg het Koninkrijk der Nederlanden een gesloten zuidgrens, zonder exclaves. Bij de Belgische Opstand werd de vesting Maastricht weer een Nederlandse exclave: om het te verbinden met de rest van Nederland werd de Provincie Limburg in tweeŽn geknipt. Een strook langs de Maas werd zodoende een Nederlandse corridor, maar als fictief hertogdom was het ook lid van de Duitse Bond, mede als compensatie voor het uittreden van Waals Luxemburg. Na het verdwijnen van de Duitse Bond werd in 1867 (Verdrag van Londen) de huidige grens tot stand gebracht, al bleef Koning Willem III nog Groothertog van Luxemburg, tot zijn dood in 1890.

De Nederlandse staatsvorming is één en al geloofsijver, vervolging, verovering, dwang, koehandel, en historische absurditeiten. In dit proces is niets van idealisme of rationaliteit te ontdekken. Vanaf de 19e eeuw werd deze werkelijkheid aan het oog onttrokken door een nationalistische mythologie - de 'vaderlandse geschiedenis', waarin afstamming van de vroegere inwoners van het land centraal staat. Het etno-nationalisme heeft in de loop van de 19e eeuw de andere vormen van het nationalisme in Europa verdrongen, en ook in Nederland kreeg de etnische identiteit voorrang boven de religieuze. Zowel de verzuiling als de emancipatie maakten deel uit van dit proces. Het eindresultaat is een land, waar ook de individuele identiteit bepaald wordt door afstamming, door het lidmaatschap van een trans-generationele eenheid - het Nederlandse Volk. Dat zie je als een groep Nederlanders in het buitenland zit, dat zie je als Nederlanders een huis kopen over de Duitse grens en daar luidruchtig Koninginnedag vieren, en dat zie je vooral in het gedrag tegenover immigranten en allochtonen.

Want Nederland is een raciale en daarmee racistische staat: dat volgt uit de keuze voor een etno-nationale identiteit. In de 19e eeuw werd langzaam afstand genomen van het protestantisme als essentie van de nationale identiteit. Voortaan werden burgerschap (en de status van de immigrant) bepaald door een etnische - een biologische - definitie van de natie. Een Nederlander is de afstammeling van Nederlanders uit vroegere eeuwen. Wie geen Nederlandse voorouders heeft, is geen Nederlander, en mag in principe hier niet wonen. Nederland is, net als alle nationale staten, gegrondvest op etnische uitsluiting. De lijken langs de stranden van de Middellandse Zee wijzen op het inherente onrecht van de nationale staat, dat principieel voor het 'eigen volk' bedoeld is - en niet voor immigranten.

De afkomst is ook bepalend voor de cultuur in de huidige nationale staten. De 'eigen cultuur' van de Nederlander wordt gedefinieerd als de voortzetting van de cultuur van vroegere generaties van Nederlanders - de vaderlandse cultuur. Daardoor is Nederland, evenals ander nationale staten, gericht op het verleden, en niet op de toekomst. Een breuk met het verleden is in deze ideologie ook een vorm van verraad - verraad aan de continuïteit van de nationale cultuur, verraad aan de culturele eenheid van huidige en vroegere generaties. Een culturele innovatie hoort, per definitie, niet tot de vroegere Nederlandse cultuur. Als de cultuur van de voorouders de maatstaf is voor staat en samenleving, dan zullen staat en samenleving afwijzend staan tegenover innovatie. Nationale staten zijn hierdoor 'historo-centrisch' - en ook dat is een goede reden om ze af te schaffen.

De greep op het nationale territorium, de samenwerking met andere nationale staten in een Europese orde van nationale staten, de gerichtheid op het verleden, en het opleggen van een nationale eenheidscultuur, maken dat Nederland een hindernis vormt voor allerlei alternatieven - sociaal, technisch en economisch. Nederland kent geen alternatieve sociale orde op zijn grondgebied, Nederland kent slechts een Nederlandse sociale orde. Zo lang er een Nederland is, komt er ook geen alternatief. De ideologie van de nationalisten is sterk contra-utopisch en contra-innovatief, hun staatsvorm ook. Een continentaal-Europese staat hoeft daarentegen niet op het verleden gericht te zijn. Het kan de innovatie juist bevorderen, zolang het geen pan-nationalistische staat is - dat zou de fouten van de nationale staat in het groot herhalen. Het zou dus veel beter zijn, om de Nederlandse nationale staat, en de andere nationale staten, te vervangen door een niet-nationalistische Europese staat.

Paul Treanor



Why destroy the nation state?