.
.
Werk niet hard!

Harder en langer werken worden tegenwoordig geprezen, door de politiek en het bedrijfsleven. Het is echter moreel verwerpelijk om hard te werken - met enkele uitzonderingen, zoals in de zorg, of bij de brandweer.

Door hard te werken, versterk je de concurrentiekracht van Nederland. Deze kracht is niet allen gericht tegen bijvoorbeeld Daimler-Chrysler of de Deutsche Bank - die er wel tegen kunnen - maar tegen de armste landen van de wereld. In de huidige wereldorde beconcurreren de landen elkaar, alsof ze bedrijven waren. Uitdrukkingen als "de BV Nederland" en "Deutschland GmbH" getuigen daarvan. Er bestaat geen instantie, waar men vrijstelling van deze wedstrijd kan aanvragen. Het rijke Nederland beconcurreert ook het armste dorp van de armste regio van Eritrea. Er is niets sportief hieraan: het is alsof een zwaargewicht bokser de patiënten in intensive care te lijf gaat.

Elk succes-verhaal van een hardwerkende Nederlandse ondernemer, betekent dat anderen sterven aan ziekte of honger. Dat blijft zo, zolang de wereldeconomie gestructureerd is, als een marktplaats van concurrerende staten. Economische concurrentie betekent, per definitie, het toebrengen van economische schade aan de zwakkere partij in een transactie. De verliezer kan de schade alleen inhalen, door nog zwakkere partijen te beconcurreren. In de laatste jaren zijn de rijke westerse landen, de VS voorop, zeer concurrerend geweest. Al die concurrentiekracht komt terecht op de schouders van de allerzwaksten, en ze gaan eraan dood.

Oproepen tot een sterke Nederlandse economie zijn impliciet oproepen, om de economie van de arme landen te verpletteren. De werknemer, met name in het bedrijfsleven, wordt een soldaat in het nationaal economisch leger. En in een leger staat "hard werken" staat gelijk aan veel vijanden doden. De armen zijn niet onze vijanden. Als het kabinet uit goede mensen was samengesteld, dan zou de overheid de Nederlandse economie verzwakken, in plaats van versterken. Dat deed het kabinet niet onder Wim Kok, en evenmin onder Balkenende. Goedwillende mensen staan echter niet machteloos tegenover de neoliberalen. Je kunt er zelf iets aan doen, zelf de moraal boven de markt stellen...

1.

Werk niet hard. Probeer je productiviteit te verlagen.

2.

Werk niet lang. Breng het aantal gewerkte uren terug tot het minimum die je nodig hebt. Zelfs tijdens een recessie verdienen hoger opgeleiden, met 10 of 20 uur werken, nog altijd genoeg om te eten en de huur te betalen.

3.

Als je in een producerend bedrijf werkt, vraag je werkgever om de productie te verplaatsen naar een arm land. Ook met de helft van de huidige productie blijft Nederland rijk.

4.

Als de werkgever weigert, stel hoge looneisen. Dat is het snelste middel, om de concurrentiekracht van een land te ondermijnen, en werkgelegenheid te verplaatsen. Hoge looneisen vormen de beste ontwikkelingshulp.

5.

Stel potentiële buitenlandse investeerders op de hoogte van de looneisen. Vraag ze om niet in Nederland te investeren, maar in een arm land.

6.

Veel beter zou zijn, om een wereldorde af te schaffen, waarin rijke landen concurreren, met arme zwakke landen. Maar dat betekent breken met 200 jaar markt-liberalisme, en dat valt niet op korte termijn te verwachten.

.
.
Neoliberalism