Integratie en extegratie

Deze brief uit 2005 aan Marc van Erve, toen Hoofdofficier van Justitie bij het Landelijk Parket, gaat over de noodzaak en historische onvermijdelijkheid van geweld tegen de integratie in Nederland. Het verschijnsel integratie volgt uit de aard van de nationale staat, is niet specifiek Nederlands, en komt bij alle EU-lidstaten voor. De brief verwijst vooral naar het integratiebeleid in Letland. Tegenover de integratie (van immigranten en minderheden) staat de 'extegratie' - waarbij de nationale meerderheid voorbereid wordt, op het verdwijnen van hun nationale staat.


Amsterdam, 27 augustus 2005


Landelijk Parket
t.a.v. M. van Erve, Officier van Justitie
Postbus 395
3000 AJ Rotterdam


integratie en extegratie

In deze brief zal ik ingaan, op de noodzaak en historische onvermijdelijkheid van geweld tegen de integratie, gesteld dat de Nederlandse overheid daarin zou volhouden. Omdat de integratie in Nederland benaderd wordt als een goddelijke waarheid, zal ik de integratie in Letland als voorbeeld nemen. Hopelijk zal dat jullie aansporen om minder krampachtig met het onderwerp om te gaan, over de grens te kijken, te vergelijken, en te relativeren.

Om de integratie te begrijpen, is het noodzakelijk om de nationale staat zelf te begrijpen. De nationale staat is een bijzondere staatsvorm, met bijzondere kenmerken. Dat valt in Nederland niet op, want het land, en alle buurlanden, zijn zelf nationale staten. (Het Vaticaan is de enige niet-nationale staat dat men kan bezoeken). Om de nationale staat te begrijpen is het dan ook nodig, om afstand te nemen van veel dat als vanzelfsprekend ervaren wordt in de Nederlandse samenleving.

Een goede beginpunt is Het Volk, dat zo belangrijk is voor alle nationalisten. Een volk (of natie) is een duurzame trans-generationele eenheid. Trans-generationaliteit heeft gevolgen voor de samenleving: het volk is noodzakelijk conservatief, en het overdragen van de cultuur op de volgende generatie is voor het volk een doel op zich. Ook dat heeft belangrijke ethische gevolgen: een volk kan niet of nauwelijks externe ethische doelen nastreven, omdat het vooral bezig is, om zichzelf voort te zetten.

Met de komst van natie als staatseisende entiteit - een kerndoctrine van het nationalisme - verschijnen deze contra-ethische kenmerken als geopolitieke factor van belang. De nationale staat draait om het volk, het is volksondersteunende en volksbeschermend. Al bij zijn ontstaan, was de nationale staat voorbestemd om inherent conservatief te zijn. Dat zou onbelangrijk zijn, als er maar één nationale staat was, zo groot als het Vaticaan. Het is echter omgekeerd: de nationale staat heeft alle andere staatsvormen op deze planeet verdreven, of is dat punt genaderd. Dat heeft te maken met de universele aanspraken van het nationalisme als ideologie.

Daartoe horen: een exclusief recht op staatsvorming voor naties en volkeren, en de weigering om andere staatsvormen als legitiem te erkennen. Ook de Kerkelijke Staat verdween na de verovering van Rome door Italiaanse nationalisten, en keerde slechts terug omdat Mussolini de steun van de kerk nodig had. Verder is het kenmerkend voor het nationalisme, dat het de hele wereld opeist: nationalisten willen een wereld van naties, en vervolgens een wereld van nationale staten.

Dat hebben ze ook gekregen. In de wereldgeschiedenis is het nationalisme een geslaagde mondiale ideologie, die een nationale wereldorde propageert, een planeet-omvattend geopolitieke orde van nationale staten. Naast het liberalisme is deze de enige ideologie, die op wereldschaal zijn doelen heeft bereikt.

Is een wereldorde van nationale staten eenmaal tot stand gekomen, dan komt een planeet moeilijk daarvan af. Niet al te lang geleden, leefde de meerderheid van de wereldbevolking in niet-nationale staten, vooral in de multi-etnische rijken. Er zijn nog mensen in leven, die het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije hebben gekend, maar het lijkt inmiddels even ver weg als Babylon en Sumer. De nationale staten hebben de planeet in hun greep, en dat betekent - gezien hun aard - dat het conservatisme de planeet in zijn greep heeft.

De wereldorde van nationale staten belemmert alle innovatie in de staatsvorming, deels omdat alle bewoonbare gebieden al ingepikt zijn door een nationale staat, maar ook omdat de nationale staten andere staatsvormen collectief bestrijden, als zijnde niet-legitiem. Een bizarre voorbeeld daarvan is de bemoeienis van de VN - de collectieve vertegenwoordiger van de nationale staten - met Somalië. Het land is uiteengevallen in regionale mini-staten, maar omdat het zo goed leek op een Europese nationale staat (één taal, één volk, geen grensoverschrijdenende minderheden), moet Somalië gelijmd worden - of de Somaliërs dat willen of niet. Omgekeerd vormt het streven naar een niet-nationale staatsvorm, een Kalifaat, een reële bedreiging voor sommige Islamitische nationale staten, en het wordt daar fel bestreden. Ook in de westerse democratieën mag je niet zomaar een Kalifaat nastreven: het kan je in Guantanamo Bay doen belanden.

Deze wereldorde beperkt de autonomie van alle niet-nationale groepen, en beperkt het bestaan van alle denkbare niet-nationale staten. Een wereldorde van nationale staten is functioneel gelijk aan een nationalistische wereldstaat, en elke wereldstaat minimaliseert de autonomie. Het blokkeert als zodanig de innovatie, op planetaire schaal.

De autonomie is juist van belang, omdat anders geen groep zich kan losmaken van de nationale samenleving, en van de nationale staat zelf. En daarmee terug naar de kenmerken van de individuele nationale staten...

1. Een nationale staat is permanent, en onbegrensd in de tijd. Ik heb eens voorgesteld, in de Grondwet te verklaren dat Nederland een tijdelijke staat is, in afwachting van zijn opgaan in een Europese staat. Geen nationalist zou dat aanvaarden, want opheffen zien ze als ze landverraad. De nationalisten kiezen impliciet voor het eeuwig bestaan van hun natie. De permanentie van een nationale staat houdt in, dat deze zich niet opsplitst, en niet opgaat in een groter geheel. Toch zal Nederland op den duur zeker verdwijnen, evenals als Het Sticht en het Graafschap Bokhoven (opgeslokt), of het Heilige Romeinse Rijk (opgesplitst). De integratie zou moeten voorkomen dat een nationale staat verdwijnt, doordat de bevolking niet langer tot de oorspronkelijke natie hoort. Dat was in Letland bijna gebeurd: in de nabije Kaliningrad-exclave, is de bevolking voor nagenoeg 100% vervangen na 1945. De integratie-hysterie in Nederland wordt mede bepaald door de vrees voor Islamisering, waardoor de bevolking niet meer als 'Nederlands' te beschouwen is. Op rechtse websites vind je kaarten van Nederland met 'Islamitische' plaatsnamen, als waarschuwing hiervoor. In Kaliningrad, voorheen Ostpreussen, is dat echt gebeurd. Het gebied werd volledig gesovjetiseerd, tot aan de hydroniemen toe: alle Duitse namen zijn veranderd. (Die zijn overigens zelf opgelegd door de Teutoonse Orde, na het uitroeien van de oorspronkelijke Pruisen, een Baltisch volk).

2. Een nationale staat zit vastgeklonken aan een historisch bepaald territorium, het thuisland. In het inmiddels dominante etno-nationalisme wordt dat bijna altijd gedefinieerd, als het vroegere woongebied van het Volk, van de 'voorouders' van de huidige leden van de natie. Omgekeerd wordt de afstamming van vroegere inwoners gebruikt, om te bepalen wie tot het volk hoort. In werkelijkheid zijn de biologische voorouders ook afkomstig van buiten dat gebied. Een Nederlander heeft in de vorige generatie twee ouders, en in de generatie daarvoor vier grootouders. Bij 20 generaties terug, rond 1600, is dat al opgelopen tot meer dan 1000 voorouders. De kans dat ze allemaal in de Verenigde Nederlanden woonden, is nihil. Het thuisland als afstammingsgebied is dus een fictie, maar deze fictie, en niet de bestuurlijke logica, bepaalt de nationale grenzen. De westkant van de Nieuwstraat in Kerkrade wordt, samen met de helft van de Gentse Kanaalzone en de Arubaanse defensie, vanuit Den Haag bestuurd. De oostkant heet Neustrasse en wordt vanuit Berlijn bestuurd, samen met de westelijke buitenwijken van Salzburg (maar niet het centrum, die vanuit Wenen bestuurd wordt). De integratie houdt deze absurditeiten in stand, door de bevolking aan te passen de bestaande bestuurseenheden. Een Afghaan aan de Nieuwstraat-zijde volgt de Nederlandse inburgeringscursus, een Afghaan aan de Neustrasse-zijde de Duitse versie. De Letse inburgering is mede gericht tegen een afscheiding van de provincie Latgale, waar de Russen in de meerderheid zijn: toch hoort de regio geografisch eerder bij de aangrenzende delen van Belarus, Rusland en Litouwen.

Het thuisland-principe heeft als voordeel, dat de staten in elk geval erkennen, dat hun territoriale eisen ergens ophouden: dat was bij de vroegere keizerrijken niet het geval. Omgekeerd vinden de nationalisten, dat elke mens in principe thuishoort in zijn 'eigen' thuisland. Vandaar het streven naar een grensverloop dat alle leden van de natie omvat - en zodoende ook veel niet-leden, die vervolgens 'niet thuishoren'. De nationalistische gruweldaden, etnische zuiveringen, en irredentisme, zijn vooral voortgekomen uit dit streven naar eenheid van land, volk en cultuur. Ook de integratie is zonder meer terug te voeren naar dit streven.

In Nederland spelen secessionisme en irredentisme geen rol, maar de Nederlandse nationalisten vinden wel, dat alle permanente inwoners Nederlanders moeten zijn. De nationale zelf-definitie staat niet open voor migranten. Dat is in Letland ook het geval, en deze kenmerken van de etno-nationale staat zijn terug te vinden in de Letse integratie. Letland is een staat met een etnisch gemengd bevolking, ook na het uitmoorden van de Joden, en het verdrijven van de Duitsers. Deze cijfers zijn van de officiele presentatie Integration Policy in Latvia A Multi-Faceted Approach (Ministry of Foreign Affairs of the Republic of Latvia, 2005).

 Residents%Citizens %
 
Latvians1,354,65658.81,351,41399.8
Russians660,08428.7338,33451.3
Belarusians88,2303.827,45031.1
Ukrainians58,9732.612,61221.4
Poles56,4512.540,44071.6
Lithuanians31,6961.417,41554.9
Jews9,6980.46,40766
Estonians2 5320.1150459.4
Roma84670.4786092.8
Other32 1481.412 58939.2
Total2 302 9351001 816 02478.9


De regering - in Letland altijd sterk nationalistisch - is echter niet tevreden met de gemengde bevolking. De houding tegenover de Russen is ronduit negatief, en hun aanwezigheid wordt gezien als onderdeel van een grote nationale ramp:

the legacy of destructive external forces - occupation, deportations, crimes against humanity and totalitarianism.

Uitgangspunt voor het beleid is dat het land toehoort aan slechts één etnische groep, de Letten zelf. Na de onafhankelijkheid werd het staatsburgerschap stelselmatig aan de Russische minderheid onthouden, en ook aan de Oekraïnen en Witrussen. Alle versoepeling is aan druk van buitenaf te danken, en zoals de cijfers over staatsburgerschap aangeven, blijft de Letse regering halstarrig. Dat Russen, Polen, Litouwers, Esten, Joden en Roma evengoed autochtoon zijn in Letland, en dat Latgale in het oosten traditioneel Russisch-talig is, wordt genegeerd. De meertaligheid van het land ten spijt, verklaart de regering:

Successful societal integration requires the willingness and readiness to learn the Latvian language... Knowledge of Latvian facilitates the social, cultural, economic and political integration of non-Latvians

In werkelijkheid zijn er in Letland meer sprekers van Russisch dan Lets. De regering weigert resoluut om de wijdverspreide tweetaligheid als voordeel te zien, en gebruikt nog altijd Letse taaltoetsen als middel om het staatsburgerschap te weigeren. Hoewel de Letse nationalisten voorlopig niet om de grote Russische minderheid heen kunnen, is het streven naar een homogeen Letse samenleving goed zichtbaar, conform de nationalistische ideologie. Welk ethische rechtvaardiging is er hiervoor? Geen één: dat de Letten 'eigenaren' zijn van Letland, of zelfs dat het land Letland moet heten, zijn slechts politieke eisen van de nationalisten. En bij navraag blijkt de Nederlandse regering ook niet in staat, om de Nederlandse aansprak op Nederland te onderbouwen.

3. De nationale staat is zelf transgenerationeel: de identificatie met de staat (en zijn voortbestaan), wordt overgedragen aan de volgende generatie. Vooral het onderwijs moet dat garanderen. De inburgering van immigranten valt in het niets, vergeleken met de nationale indoctrinatie binnen nationale onderwijsstelsels. De vorm van de inburgering is ook ontleend aan het onderwijs: de immigrant volgt een cursus. Ook hier geldt: het nationale van het onderwijs valt niet op, totdat er een alternatief zichtbaar is. Het valt in Londen niet op, dat de kinderen op school de namen van de Engelse koningen leren. Sommige (katholieke) 'republikeinen' in Noord-Ierland zien dat echter als een culturele genocide, die een gewapende strijd rechtvaardigt. De intensiteit van de nationaal-symbolische cultuur verschilt van land tot land, maar het is altijd aanwezig, en voor buitenlanders beter zichtbaar. Nederlanders valt het in Turkije op, hoeveel straten en gebouwen naar Atatürk zijn genoemd. Als immigrant merk ik, dat er in Nederland nog veel meer naar de Oranjes genoemd zijn.

4. De nationale staat streeft naar een uniforme normering voor het nationaal grondgebied. De nationale wetten, de nationale technische standaards, nationaal cultuurbeleid, en nationale ruimtelijke ordening, zijn voorbeelden van dit streven. Als gevolg van dit soms eeuwenlang streven, krijgen grondgebied en samenleving een specifiek nationaal aanzien, en is er bij de grens een overgang zichtbaar. Ook deze 'nationalisering' houdt geen rekening met de bestuurlijke, technische, of economische logica. Ook hier dient de integratie om de nationale normering over te dragen, op mensen die het niet als kind hebben binnengewerkt.

5. De belangrijkste normering betreft de nationale cultuur zelf, de nationale symbolen, en de nationale geschiedenis. De cultuur is ook transgenerationeel, het wordt steevast ontleend aan de cultuur van de 'voorouders'. De 'geschiedenis' is vaak een van staatswege opgelegde mythologie, van 19e-eeuwse oorsprong. De inwoners moeten deze cultuur 'hebben', ze noemen het 'mijn cultuur'. Het is onvervreemdbaar, en in die zin wel persoonlijk eigendom - maar niet in de zin dat ze het weg mogen gooien. Het zit aan ze vast, en ze worden geacht om het te koesteren. Dat is per definitie een beperking van de individuele vrijheid, en de integratie dient deze beperking. De Letse nationalisten, die vroeger klaagde dat de Russificatie een aanslag was op de persoonlijke vrijheid, hebben nu een minister om de Russen hetzelfde aan te doen. Ook minister Verdonk wil de immigranten vernederlandsen, want de inwoners van Nederland moeten volgens haar de Nederlandse cultuur 'hebben'. Dat staat los van de vraag of ze vervolgens als echte Nederlanders worden gezien. Verdonk noemt ze dan nog altijd allochtonen, en de Letse regering blijft spreken over etnische Russen. Kenmerkend voor de nationale staat is de zware druk op de bevolking om de nationale cultuur over te nemen: druk van bovenaf, vanuit de staat, maar ook van onderaf, vanuit de nationalistisch bewegingen en individuele patriotten. Tegenover de nationale cultuur geldt: anders zijn wordt als een vijandige daad gezien. De logica van het nationalisme eist uniformiteit, dat wordt goed zichtbaar bij de integratie. Het leidt tot dwang, bekrompenheid, en agressie. Hier een typerend voorbeeld: Nieuw Rechts (juni 2005) steunt de plannen van minister Verdonk, tot verplicht ceremonieel bij inburgering, en gaat een stap verder:

Bij een dergelijke ceremonie is het volgens Nieuw Rechts logisch dat het volkslied wordt meegezongen, zoals bij elke nationale gelegenheid. Wat de partij betreft is het belangrijk dat alle staatsburgers het volkslied kunnen meezingen... Staatsburger ben je met alles erop en eraan: volkslied, geschiedenis en vlag. Nieuw Rechts is ook voorstander van het verplicht zingen van het volkslied op scholen. Het maakt niet uit of dit een keer per week of maand is, het gaat erom dat het regelmatig gebeurt. Eventueel kan een school dit doen in combinatie met het hijsen van de nationale driekleur. Volgens de partij is het volkslied een sterk symbool van nationale eenheid en moet het daarom aan jongeren worden geleerd. In andere landen gebeurt dit ook en dat voorbeeld kunnen we volgen. Het doel is de nationale trots te stimuleren.

6. Mede als gevolg van externe druk, maar vooral vanwege de menselijke neiging om zich te willen identificeren met de omringende samenleving, worden nationale samenlevingen gekenmerkt door convergentie naar een kerncultuur, een nationale kerncultuur uiteraard. Een nationale staat wordt in principe met de dag steeds nationaler, de homogeniteit neemt toe. Dat wordt vervolgens een belemmering voor de innovatie, die altijd een afwijking van het bestaande inhoudt. Het leven in een oude en stabiele nationale staat wordt bepaald door conformiteit en conservatisme.

7. De kans is klein, dat migratie het conservatisme van de nationale staten zal ondermijnen. De bevolking van een nationale staat is over het algemeen stabiel, de mensen blijven wonen in het land van hun geboorte. Dat is hun thuisland, en in andere landen heerst een cultuur waar ze niet bij horen, aldus de logica van het nationalisme. De integratie voegt een nieuwe barrière toe, zeker in vorm dat in Nederland voorgesteld wordt - afstand van oude nationaliteit en trouw zweren aan Nederland. En stel dat je daarna een baan krijgt in Denemarken, waar ze ook zo streng zijn: weer afstand doen, en de aangeleerde loyaliteit weer afleren. In de EU, verlaten zo weinig mensen hun geboorteland, dat de Europese Commissie een campagne overweegt, om de migratie tussen lidstaten te bevorderen. Gemiddeld is slechts 1,4% van de bevolking EU-migrant, ondanks het opheffen van formele beperkingen. Vanuit het verarmde Ierland aan het einde van de jaren '50, vertrok per jaar 1,4% van de bevolking naar de volledige werkgelegenheid van Engeland. Zodra het niet hoeft, stokt de migratie tussen nationale staten, lijkt het. Dat komt niet onverwacht, gezien de principiële afwijzing van migratie, die inherent is aan een nationale staat. De innovatie, in brede zin, is echter niet gediend met de homogene droom-samenleving van Nieuw Rechts en andere nationalisten.

Staatsvorming in combinatie met migratie is bijna onmogelijk, in een wereld van nationale staten. Dat terwijl het een uitweg zou vormen voor minderheden, die ethische, religieuze, of politieke bezwaren hebben, tegen de nationale normen en waarden . Zowel de antieke als de vroeg-moderne politieke theorie zagen het, om die reden, als een reële optie. Slechts twee staten zijn op deze wijze gevormd in de laatste twee eeuwen, de Staat Israël en de tijdelijke Mormonenstaat in Utah ('State of Deseret'). In werkelijkheid brengt bijna de hele mensheid zijn leven door, in een staat waarvan de staatsvorm en cultuur vaststaan bij hun geboorte, met als enige mogelijkheid het verhuizen naar een eveneens al langer bestaande staat (waar het allemaal eveneens vaststaat). De integratie bevordert deze immobiliteit niet alleen door zijn barrière-werking, maar door committment aan een bepaalde natie te verheerlijken.

Een staat met een doel - zoals de Mormonen-ouderlingen voor ogen hadden - past gewoon niet in een orde van nationale staten. De trans-generationele nationale staat ontleent zijn doelstelling aan natie of volk, en hun voortbestaan. Elk volk wortelt in het verleden, en voor zover de nationale staat wel waarden heeft, zijn ze daaruit ontstaan. Dit is een van de meest opvallende kenmerken van de nationale staat: het is gericht op het verleden. Geobsedeerd door het verleden, meestal, en de nationalistische bewegingen zijn dat zeker. Een nationale staat neemt een deel van de geschiedenis, de nationale geschiedenis, als uitgangspunt. De geschiedenis van het Volk en zijn Thuisland, is bij nationale staten tegelijkertijd het ontstaansgeschiedenis van de staat. Dat de 'voorouders' daar gewoond hebben, is voor de de etno-nationale staten voldoende grond om over een territorium te heersen.

De nationale staat probeert volk en vaderland, zonder verlies van nationale aard, naar de toekomst te loodsen. Bij afwezigheid van externe schokken, zal dat uiteindelijk leiden tot een museumstaat. Hier weer Nieuw Rechts:

Nieuw Rechts is ook voorstander van het verplicht zingen van het volkslied op scholen... in combinatie met het hijsen van de nationale driekleur. Het zingen van het volkslied moet gecombineerd worden met meer aandacht voor de vaderlandse geschiedenis. Volgens Nieuw Rechts mogen we bijvoorbeeld trotser zijn op de VOC en helden als Michiel de Ruyter en Johan van Oldenbarnevelt.

De VOC werd in 1602 opgericht. Van Oldenbarnevelt was politiek actief van 1570 tot 1619. Michiel de Ruyter stierf in 1676. Het Wilhelmus is rond 1570 geschreven, en rond die tijd werd voor het eerst een driekleur als Nederlandse vlag gebruikt. De Nederlandse nationalisten willen een samenleving, die draait om een wereld van vier eeuwen geleden. En niet alleen Nieuw Rechts wil dat, want het kabinet heeft de Commissie Oostrom aangesteld, om een heroriëntatie van de samenleving op de nationale geschiedenis te bewerkstelligen. De juiste oplossing voor zulke mensen lijkt: opsluiting in en Vaderlandse Disneyland, waar ze staande op het dek van replica-VOC-schepen, het Wilhelmus doorlopend kunnen zingen. Het probleem is dat ze met miljoenen zijn, en ze hebben de rest van de bevolking in hun vaderlandse themapark opgesloten, want dat is de nationale staat.

Hiermee kom ik tot de centrale ethische problemen van de nationale staat. Met zijn gerichtheid op het verleden, zijn oriëntatie op het Volk, zijn stabiliteit en permanentie, staat de nationale staat lijnrecht tegenover elke staat en staatsvorm op ideële grondslag. Het tegenbeeld van de nationale staat is niet zozeer een Kalifaat, maar de utopische staat, en met name de innovatieve staat - niet gericht op het verleden, maar op de toekomst.

Het veroveren van de ene nationale staat door de andere, heeft in de loop van de geschiedenis miljoenen levens gekost. Hoeveel levens zou het kosten, om de hele wereldorde van nationale staten te vervangen door een orde van utopische staten, die diametraal anders zijn, en de vernietiging inhouden van het hele wezen van de bestaande staten? Hoeveel levens zou het kosten, om de nationale staten in Europa af te schaffen, als voorbereiding van innovatie in de staatsvorming? Want dat laatste is waarschijnlijk de enige ethische rechtvaardiging, van een Europese staat.

Hier ligt de onvermijdelijkheid van het geweld. De dienders-mentaliteit van het OM en de AIVD associeert deze brief waarschijnlijk met een aanslag op Rita Verdonk of Ainars Latkovskis, maar het gaat veel verder. Bij een Europese burgeroorlog tussen de nationale staten en een mogelijk toekomstige centrale staat, zouden tientallen miljoenen doden kunnen vallen. Met de geopolitiek, en daar hoort de integratie bij, ben je altijd op het terrein van de megadeaths, van onvoorstelbaar veel geweld.

Om aan te geven hoezeer de integratie verweven is met de geopolitiek, verwijs ik naar een denkbeeldige extegratie. Het woord bestaat al: het wordt gebruikt in de ICT-branche. Met extegratie bedoel ik hier, een proces, waarbij de autochtone Nederlanders worden losgeweekt van hun nationale identiteit, hun nationale cultuur, en hun nationale waarden, dit als voorbereiding van het opheffen van Nederland, en het opgaan van land en bevolking in een Europese staat. Een voorbeeld van culturele extegratie zou zijn, het afschaffen van de opzettelijk vernederlandste woorden in de Nederlandse taal. De proto-nationalist Simon Stevin bedacht gedrochten zoals 'wiskunde', 'evenwijdig', 'meetkunde' en 'wijsbegeerte'. Tot zijn tijd (tot rond 1585), gebruikte het Nederlands ook woorden zoals 'mathematica', 'parallel' 'geometrie' en 'filosofie', die in bijna alle Europese talen herkenbaar zijn. Het zou beter zijn om ze weer in te voeren, en het zou het nationale van de Nederlandse taal eroderen. Maar zelfs dit bescheiden voorstel, zou waarschijnlijk de woede van Nieuw Rechts uitlokken: het huidige kabinet zou het zeker afwijzen.

Het zal duidelijk zijn, dat het hier niet gaat om taalcursussen voor allochtonen, maar om twee staatsvormen, twee visies op de aard van de staat, twee samenlevingen, die met elkaar onverenigbaar zijn. Integratie is een keuze voor de nationale staat, voor Nederland, maar op den duur zal een vorm van 'extegratie' nodig zijn, in het kader van de Europese continentale staatsvorming. Het gaat dus om twee geopolitieke ordes, die tegenover elkaar staan. Alles wat de patriottische Nederlanders dierbaar is, verdwijnt in een Europese staat. De veranderingen zouden van historische dimensies zijn, en geweld is dan niet ver weg.


Paul Treanor


Verzonden aan:
M. van Erve, landelijk parket
Gijs de Vries, EU
W. van Gemert, AIVD


Why destroy the nation state?