ETHIEK IN DE RUIMTELIJKE ORDENING

Moet voor elke kilometer weg een kilometer spoorlijn aangelegd worden, uit gerechtigheid? Als diversiteit een ethische waarde is, zijn normen dan ethisch aanvaardbaar? Hebben niet-uitgevoerde plannen een intrinsieke waarde die verplicht tot uitvoering? Voorbeelden van de vaak weggemoffelde ethische vragen achter de ruimtelijke ordening.

Een bijgewerkte versie verscheen in Rooilijn (2), 1994, p. 68-72. Sindsdien zijn vele studies en rapporten verschenen, over de mogelijke toekomstige ontwikkeling van Nederland. Een eerste aanzet tot een Europese ruimtelijke ordening is ook gegeven. De ethische vragen zijn evengoed buiten beeld gebleven.


Ethiek

Inleidingen in de ethiek maken vaak een onderscheid tussen moreel en niet-moreel oordeel: voor het laatste wordt vaak een voorbeeld uit de techniek gegeven. Deze scheiding lijkt bepalend voor de positie van de ethiek in de ruimtelijke ordening: het wordt temidden van de 'technische" overwegingen overgeslagen. In expliciete zin in elk geval, want de ruimtelijke ordening bestaat niet in een leegte, en wordt sterk beïnvloed door de heersende humanistisch-christelijke ethiek in Nederland. Met name beleidsteksten staan bol van de ethische of pseudo-ethische waarden, die als een vanzelfsprekendheid worden gepresenteerd. Geheel in tegenstelling tot het gangbare beeld is de ruimtelijke ordening beslist niet technocratisch van aard, maar weerspiegelt de ethische vooroordelen van de natie. Zo zijn er te herkennen in de twee basisdoelstellingen van de Vierde Nota (1986,p. 7, overgenomen uit de Derde Nota) zowel het humanisme, het liberalisme, de verzuiling en wat aandacht voor het milieu. In de vijf basisvoorwaarden voor de leefomgeving (p. 37-39) komt het humanocentrisme nog sterker naar voren: zelfs de diversiteit dient slechts de menselijke beleving daarvan.

Daarnaast is er over de hele wereld een lange traditie van het toepassen van ethische, politieke of religieuze principes in de stedebouw, praktisch of utopisch (de Klerk, 1980). Dat blijft zo in de naoorlogse ruimtelijke ordening in Europa, maar wordt niet als zodanig gepresenteerd. Daarbij komt dat de academische ethiek zich niet bekommert om ' het technische', behalve dan om het als geheel te vervloeken. Daardoor blijft ethische kritiek uit. Een eenvoudig voorbeeld: het zal wel vaak in beleidsnota's heten dat de kwaliteit van het een of ander verbeterd moet worden. Sommige ethici zullen hierin het principe van het 'perfectionisme' erkennen, iets wat wegens inbreuk op de rechten van de getroffenen altijd verworpen moet worden.

Zonder expliciet ethisch kader is het makkelijk voor bepaalde groepen om hun principes op te dringen zonder weerwoord. De laatste tijd gebeurt dat met de eco- of natuurethiek, en het daaraan verwante organicisme. Deze doctrine, waarin staat, ruimte en samenleving als levende organismes worden gezien of gestructureerd is heel oud, maar steunt in de hier gangbare versie sterk op het antroposofie. Een extreem voorbeeld is te vinden in Zoeteman's Gaiasofie, ondersteund door een boodschap van een engel (die sprak door een medium in Vlaardingen, en dan logisch genoeg in het Engels, p. 345). Dit is helaas niet om te lachen: Zoeteman was een van de opstellers van het Nationale Milieubeleidsplan.

De eco-ethiek, hier een losse verzamelnaam voor wat inmiddels een heus vakgebied is geworden met vaak tegenovergestelde stromingen (zie bijvoorbeeld Stone, 1987), maakt kans om de komende jaren de ruimtelijke ordening sterk te beïnvloeden. Hoever dat al het geval is blijkt uit de overzicht van ter Heide en Berends (1993) van milieuvriendelijke stedelijke projecten. Ook hier ethische uitspraken, bijvoorbeeld over de afwenteling op toekomstige generaties. Waarom zou dat dan niet mogen? Heeft een generatie groepsrechten? Waarom is een handeling met uitgestelde gevolgen ethisch anders dan één met onmiddellijke gevolgen? Verplicht de geleden armoede van vorige generaties niet tot snelle groei? Op zulke vragen geen antwoord, slechts het bekende "wij moeten...", specifiek "Dit kan zo niet doorgaan...." (p. 80).

Vragen

Het zal duidelijk zijn, de toepassing van ethische begrippen in de ruimtelijke ordening ingrijpende gevolgen zou hebben. Dat verklaart ook de afkeer van een expliciete ethiek. Ethische conflicten zouden de consensus-politiek verlammen, zoals bij abortus en euthanasie. Ze brengen het fanatisme terug in de politiek, dat het liberalisme al twee eeuwen lang dacht daaruit verbannen te hebben, en het landsbestuur is er ook niet van gediend. Kortom, alle reden tot zwijgen. Het doorbreken van dit zwijgen over de ethiek, vereist niet alleen voorbeelden van ethische begrippen en toepassingen in de ruimtelijke ordening, maar ook het nadenken over de vragen die ze oproepen.

Diversiteit

Diversiteit heeft in korte tijd een quasi-ethische status verworven, getuige de internationale erkenning in het Biodiversiteitsverdrag. Een tweede diversiteitsbegrip met veel invloed is de nationalistische en etnische variant, in Nederland bekend als multi-culturalisme. Het lijkt alsof diversiteit alom gewaardeerd wordt. De ruimtelijke ordening echter neigt, ondanks alle lippendienst aan verscheidenheid, steeds meer tot de tegenpool van diversiteit: normering. Waarom mag diversiteit slechts voor de natuur gelden? De staat erkent dat een Nederland met slechts een diersoort - koeien, bijvoorbeeld - verwerpelijk zou zijn. Maar waarom moeten dan alle fietspaden even breed zijn? Als diversiteit van stadsvormen een doel is, waar zijn dan de steden met Hong Kong-dichtheden? Spiro Kostoff (1991) en Kevin Lynch (1981) inventariseerde stadsvormen - de laatste met de bedoeling om uit deze voorraad de juiste te kiezen, naar omstandigheden. Een diversiteitsbenadering zou echter de vormen over de beschikbare plangebieden verdelen, waarbij de vraag is of er genoeg steden zijn voor alle mogelijke vormen.

Gerechtigheid

Gerechtigheid: betekende vroeger zoiets als passend in een natuurlijk/goddelijke orde. Het huidige begrip ligt dichter bij 'gelijk behandelen in gelijke omstandigheden', en wordt normaal gesproken slechts op mensen toegepast. Juist de eco-filosofie heeft deze antropocentrisme echter ondermijnd. Als de rechtvaardigheid een deugd is, of een eigenschap van elke handeling of een oordeel, geldt dan een plicht tot gerechtigheid tegenover abstracties zoals planopties? Als een stad 900 MW aan elektrische capaciteit nodig heeft, en de opties gas, kolen en olie zijn, eist de gerechtigheid de bouw van drie 300 MW centrales van elke type? De politieke gevolgen van zulke overwegingen zijn enorm, omdat gerechtigheid niet alleen als voornaamste legitimatie geldt voor de staat, maar ook voor het verzet daartegen. Sommigen erkennen een recht op opstand tegenover een onrechtvaardige staat. Is een staat die wel snelwegen bouwt en geen hogesnelheidslijnen geworden tot tirannie? Is een staat met honderden spoorvrije gemeenten en geen één autovrije gemeente rechtvaardig?

Rechten

Stromingen in de eco-filosofie bepleiten de uitbreiding van rechten naar dieren, of alle levende wezens, of de natuur, of ecosystemen. Ze wijzen daarbij op de historische uitbreiding van rechten: twee eeuwen geleden vonden zelfs verlichte denkers dat vrouwen of zwarten geen rechten konden bezitten. Ook hier geldt: waarom dan bij de natuur halt houden? Aan wie behoren dan rechten in de ruimtelijke ordening? Aan stadsvormen, of stadssystemen, of landschappen, of regionale systemen, of plannen? En wie behoort ze dan te respecteren, elk individu of slechts het bestuur?

Rechten zijn eigen niet meer dan een filosofische fictie, maar hun politieke uitwerking sinds de Verlichting is enorm en neemt toe. De klassieke politiek-sociale rechten laten zich niet vertalen in de ruimtelijk ordening, de 'nieuwe rechten' wel: recht op mobiliteit, op toerisme, op vliegverkeer. Belangengroepen kunnen proberen de 'nieuwe rechten' (staats)rechtelijk te verankeren, vaak zonder weerwoord. Dan blijkt luchthaven uitbreiding ineens tot de mensenrechten te horen. Dat is nu eenmaal het geheim van rechten: je krijgt ze door ze te claimen, en wie er eerst komt en hardst roept, eerst maalt. Sta je achter in de rij dan moet je steeds ingewikkelder rechten verzinnen om de uitgangspositie te herstellen, zoals het recht op nachtelijke slaap. Aan het eind ontstaat een onoverzienbare brij van conflicterende rechten, zonder enige afspraak over het respecteren daarvan. Ik meen dat er daarom geen grond is om in de ruimtelijke ordening wat voor rechten dan ook te respecteren.

Teleologie

De eco-filosofie heeft de teleologie, 'de kennis van einddoelen', teruggebracht in de ethiek. Nu geldt echter niet het bereiken van de hemel, maar het overleven van de mens op deze planeet als einddoel. Inmiddels is deze gemeengoed geworden in de pseudo-ethische waarde van 'duurzaamheid', die overal zonder morren als doelstelling in de ruimtelijke ordening ingevoerd wordt. Het bevriezen van een toestand kan echter geen ethisch doel op zich zijn. Achter deze 'telos' schuilt een sociaal-politieke stroming, het conservatisme. Duurzaamheid mag haalbaar zijn, maar de prijs is sociale rigiditeit, een afkeer van creativiteit en innovatie, en angst voor de toekomst. Ethisch gezien kan een mogelijke risico, hoe ingrijpend dan ook, grond zijn om het streven naar werkelijk goede doelen na te laten.

Waarden, onze normen en waarden

"Doelen" en "waarden'" worden gewoonlijk door elkaar gebruikt. Ook al wordt er zelden meer gesproken over Het Goede, er zijn vele plaatsvervangers: het leven, overleven, menselijkheid, het geluk, vrijheid, orde, harmonie. Ook zulke waarden werken door in de ruimtelijke ordening. Lynch [1981, 366-7] noemde negen 'waardenclusters² over steden, deels corresponderende met politieke stromingen. Die stromingen zijn ook terug te vinden in waarden scenario¹s, met planalternatieven uitgewerkt voor tegenstrijdige waarden, meestal met de bedoeling om een compromis te bereiken. Toch zijn er algemene nationale waarden te vinden in de ruimtelijke ordening in Nederland, waaronder: Waar het op neer komt is dat een nationale kernethiek de ruimtelijke ordening van de nationale staat Nederland bepaalt, zonder dat er ooit een formele besluit daarover genomen is. Dit is noch politiek noch ethisch aanvaardbaar.

Innovatie-ethiek

Afsluitend een voorstel om de verandering als hoogste waarde voor de ruimtelijk ordening te nemen. Omdat er wezenlijk geen argument is waarom iets goed zou zijn, verwijs ik naar de voordelen bij toepassing:


Literatuur

KLERK, L. A. DE (1980) Op zoek naar de ideale stad, Van Loghum Slaterus, Deventer

KOSTOFF, S (1991) The city shaped; urban patterns and meanings throughout history, Thames and Hudson, London

LYNCH, KEVIN (1981) A theory of good city form, MIT Press, Cambridge

STONE, C. D. (1987) Earth and other ethics, Harper & Row, New York

ZOETEMAN, KEES (1989) Gaiasofie, Ankh-Hermes, Deventer

HEIDE, H. TER en J. BERENDS (1993), 'De milieuvriendelijke stad', Ruimtelijke Verkenningen, 1993, p. 79-92


An urban ethic of Europa
Index: regional and urban