|
Verantwoording
Cicero
onderzoekt mogelijkheden om Internet in het voortgezet onderwijs zinvol te gebruiken. Misschien lukt dat met de inrichting van een
"vaklokaal Nederlands". Dat vereist enerzijds dat het lokaal iets te bieden heeft wat aansluit op de lessen Nederlands en anderzijds dat het lokaal onder de aandacht van de leerlingen wordt gebracht.
Cicero streeft ernaar
dat zowel voor spreken en luisteren als voor lezen en schrijven - de klassieke
vakonderdelen -relevante gegevens beschikbaar worden gesteld; gegevens waarmee
leerlingen hun taaltaak kunnen voorbereiden en uitvoeren.
Cicero wil bereiken dat er een communicatievorm gehanteerd wordt waarbij producten - uitgevoerde taaltaken - via Internet doorgestuurd worden naar de
docent en dat de docent zijn reacties daarop geeft.
Uiteindelijk zou er een Internet-leeromgeving
gecreëerd moeten worden die zowel voor de docent als voor de leerling acceptabel
is: bereikbaar en beheersbaar. De geboden
mogelijkheden zouden - overigens zonder
het persoonlijk contact met de leerlingen te verliezen -
moeten helpen het zelfstandig werken te
ontwikkelen en te verbeteren.
Lodewijk de Groot
|