Studielessen
Vorige Start Volgende                      Nederlands - een vaklokaal op Internet

 

Tactics 

Tactieken voor zelfstandig denken,
leren en werken

Strategie OPUC = oriënteren, plannen, uitvoeren en controleren
SCO-rapport 276

 

 

 

'k Heb kalk in m'n hoofd.
hoor je 't rammelen,
hoor je 't rammelen,
maak je 't goed?

Heb je niet een paar kousen,
niet een lapje of een hoed,
hoor je 't rammelen,
hoor je 't goed?

bedeldeun

   

Tactieken voor zelfstandig studeren

Tactieken om doelmatig en toekomstgericht om te gaan met informatie

Tactieken om dieper in de stof door te dringen en inzicht te verkrijgen

Tactieken die bijdragen tot kritisch denken en inventiviteit

 

Tactieken voor zelfstandig studeren

 

  1. Concentratie (Concent)
  2. Verdieping (Diep)
  3. Kapstokjes (Ezelkaps)
  4. Indeling (Werk-Vrij-lijst)
  5. Ervaring opdoen (Uitgestippeld)
  6. Volhouden (Het-gaat-lukken)
  7. Veranderen (Het-kan-anders)

 


 

Concentratie
Om de concentratie te bevorderen

CONCENT
Ga er goed voor zitten
Zet afleidende gedachten terzijde Schenk geen aandacht aan dingen om je heen
Formuleer een korte-termijn-doel

Verdieping


Om leerstof goed te verwerken

DIEP
Gebruik je zintuigen
Roep emoties en gevoelens op
Denk in woorden en schematische voorstellingen
Wek nieuwsgierigheid op bij jezelf

Kapstokjes


Om alles te onthouden

EZELKAPS
Maak leerstofpakketjes
Leg verbindingen met wat je al weet
Geef het geleerde toekomstwaarde
Test de verbindingslijnen

Indeling


Om je tijd goed te besteden

WERK - VRIJ - LIJST
Noteer wat je voor school moet doen
Noteer ook andere taken en wensen
Breng volgorde aan en schrap wat teveel is
Gebruik de lijst als opdrachtgever

Ervaring

OPDOEN
Om fouten te vermijden

UITGESTIPPELD
Bedenk wat de instructies waren
Loop - in gedachten - na wat je moet doen
Formuleer zelfinstructies
Volg je instructies strikt op

Volhouden


Om jezelf moed te geven

HET-GAAT-LUKKEN
Stel je een ideaal voor ogen
Kies één of meer mijlpalen
Spreek jezelf moed in; er gaat iets lukken
Zie elke stap vooruit als een teken dat je het kunt

Veranderen


Om dingen in eigen hand te nemen

HET-KAN-ANDERS
Beschrijf het doen en laten van alle betrokkenen onpartijdig
Beschrijf de gevoelens van alle betrokken partijen
Zoek naar iets wat je kunt veranderen
Besluit tot een stap

 

Verantwoordelijk zijn voor je werk


Ga na hoe het staat met je plus- en minpunten

--- concentratie
--- aandacht
--- geheugen
--- werkplanning
--- werkwijze
--- reactie


Kies tactieken om pluspunten te versterken
Kies tactieken om minpunten weg te werken
Kies een tactiek waaraan je de komende week extra aandacht besteed

Tactieken om doelmatig en toekomstgericht
om te gaan met informatie

  1. Woordkennis (Grip)
  2. Vergelijking (Soort/variant)
  3. Patronen (Info-patroon)
  4. Samenvatten (Kort)
  5. Opbouw (Tekstopbouw)
  6. Strategie kiezen (Start)

 

Woordkennis (Grip)


Om goede kennis van woorden en begrippen te verkrijgen

GRIP
Zeg het woord dat je wilt kennen hardop
bekijk het woord op bekende onderdelen
Vertel jezelf om welk begrip het bij dit woord gaat
Verbind de gevoelswaarde die bij het begrip hoort ook aan het woord
Ga na in welk verband je het woord misschien weer zult tegenkomen

 

Vergelijking (Soort/variant)


Om begrippen soort bij soort te zetten en te onderscheiden

SOORT/VARIANT
Zet alle woorden of begrippen op een stuk papier
Zoek naar soorten/overeenkomsten en naar varianten/verschillen
Probeer een geschikt ordeningsschema te vinden
Geef alle woorden en begrippen een plaats
(Schema, tabel, boomstructuur)

 

Patronen (Info-patroon)


Om de grote lijn te onderkennen

INFO-PATROON
Ga na welke info-blokken je kunt maken
Orden de informatie per blok
Vorm uit je info-blokken een overzichtelijk patroon
Gebruik het patroon als geheugenkapstok

 

Samenvatten (Kort)


Om kort weer te geven waar het om gaat

KORT
Noteer kernpunten of streep ze aan in de tekst
Maak een schema (lijnen, pijlen)
Vertel in duidelijke taal na wat het schema weergeeft
Werk je schema uit tot een samenvatting

 

Opbouw (Tekstopbouw)


Om een goed overzicht te krijgen

TEKSTOPBOUW
Blader de tekst door
Let op alles wat eruit springt (indeling, lettertype, kleur)
Ontdek de bedoeling van de tekstopbouw
Bepaal hoe je de tekst gaat doornemen

 

Strategie kiezen (Start)


Om een effectieve strategie te volgen

START
Kies waar je aan begint
Doe een tekst-opbouw
Bepaal wat je wilt bereiken
Noteer welke tactieken je gaat doen
Houd controle op je werk
Zorg dat je je plan realiseert

 

Tactieken om dieper in de stof door te dringen
en inzicht te verkrijgen

 

  1. Informatie zoeken (Uitwerk)
  2. Begrijpen door vergelijken (Analogie)
  3. Lijnen trekken (Algemeen)
  4. Patronen herkennen (Regel/reeks)
  5. Afwegen (Balans)
  6. Leren over langere periodes

 

Informatie zoeken (Uitwerk)


Om ontbrekende informatie zelf aan te vullen

UITWERK
Vul gegevens aan met eigen voorkennis
Zoek naar verbanden
Ga kritisch na wat klopt en wat niet klopt
Formuleer vragen en veronderstellingen

 

Begrijpen door vergelijken (Analogie)


Om iets beter te begrijpen door een vergelijking

ANALOGIE
Vul in wat je weet van je vergelijking
Zoek een mooi voorbeeld om je vergelijking te maken
Controleer of de analogie weergeeft wat je bedoelt
Geef de grenzen van de analogie aan

 

Lijnen trekken (Algemeen)


Om het algemene te zien in een verschijnsel of een proces

ALGEMEEN
Beschrijf het verschijnsel of het proces, puntsgewijs
Vervan situatiegebonden woorden door algemene
Test de bredere toepasbaarheid van de beschrijving
Vergelijk uiteenlopende gevallen

 

Patronen herkennen (Regel/reeks)/


Om een patroon, reeks of regelmaat te ontdekken

REGEL/REEKS
Kijk goed naar alle onderdelen van reeks of patroon
Beschrijf welke soorten regelmaat je ziet
Probeer de regelmaat te vangen in een regel
Trek je conclusies

 

Afwegen (Balans)


Om te werken met factoren die tegen elkaar op wegen

BALANS
Ga na welke factoren meespelen
Bepaal van elke factor in welke richting hij werkt
Maak een totaaloverzicht
Maak de balans op

 

Leren over langere periodes


Om te bepalen waar je mee bezig bent

LEERROUTE
Besef dat je werk deel uitmaakt van een groter geheel
Beschrijf waar je op voortbouwt
Beschrijf waar je naar toe werkt
Kies een aanpak die je doel dient

 

Tactieken die bijdragen tot kritisch denken
en inventiviteit

  1. Kritisch (Klop)
  2. Waardeoordeel (Hoek/kennis)
  3. Alternatieven (Kiessysteem)
  4. Reageren (Spy)
  5. Ideeën (Crea)
  6. Kwaliteit (Maatstaf)
  7. Vindingrijkheid (Vinding)

 

Kritisch (Klop)


Om informatie kritisch te benaderen

KLOP
Bekijk de bewering zorgvuldig
Formuleer kritiekpunten
Raadpleeg bronnen en eigen voorkennis
Trek conclusies

 

Waardeoordeel (Hoek/kennis)


Om over waardeoordelen na te denken
HOEK/KENNIS
Formuleer elk oordeel
Ga de invalshoeken na
Wissel informatie en kennis uit
Voorzie elk oordeel van een korte toelichting

 

Alternatieven (Kiessysteem)


Om goed te keizen

KIESSYSTEEM
Maak een lijst van wat je belangrijk vindt
Geef gewichten aan je wensen
Bepaal per keuzemogelijkheid de pluspunten
Bereken het totaal
Gebruik aanvullende informatie

 

Reageren (Spy)


Om opgaven te verkennen

SPY
Stel vast om welk type probleem het gaat
Formuleer wat de verkenner' moet doen
Werk volgens plan tot het pobleem helder is
Bepaal hoe je verder gaat

 

Ideeën (Crea)


Om je ideeën produktief te maken

CREA
Vertel (jezelf) wat het idee inhoudt
Stel je (heel globaal) het produkt voor
Kies middelen en methode
Begin met poging één

 

Kwaliteit (Maatstaf)


Om de kwaliteit van je werk te bewaken

MAATSTAF
Ga na waar je de kwaliteit aan kunt zien
Noteer kwaliteitseisen
Houd vast aan je eigen idee over wat goed is
Houd vol tot het goed is

 

Vindingrijkheid


Om een moeilijk geval praktisch op te lossen

VINDING
Analyseer de oorzaak
Analyseer wat er geblokkeerd is
Beschrijf de gewenste doeltoestand
Zoek een hulpmiddel of oplossing

 

 

 

                     

Statistische gegevens   U bent bezoeker/ster       -   L. de Groot - 08-07-2002