|
Tactieken voor zelfstandig studeren
Tactieken om doelmatig en toekomstgericht om te gaan met informatie
Tactieken om dieper in de stof door te dringen en inzicht te verkrijgen
Tactieken die bijdragen tot kritisch denken en inventiviteit
- Concentratie (Concent)
- Verdieping (Diep)
- Kapstokjes (Ezelkaps)
- Indeling (Werk-Vrij-lijst)
- Ervaring opdoen (Uitgestippeld)
- Volhouden (Het-gaat-lukken)
- Veranderen (Het-kan-anders)
Concentratie
Om de concentratie te bevorderen
CONCENT
Ga er goed voor zitten
Zet afleidende gedachten terzijde Schenk geen aandacht aan dingen om je heen
Formuleer een korte-termijn-doel
Om leerstof goed te verwerken
DIEP
Gebruik je zintuigen
Roep emoties en gevoelens op
Denk in woorden en schematische voorstellingen
Wek nieuwsgierigheid op bij jezelf
Om alles te onthouden
EZELKAPS
Maak leerstofpakketjes
Leg verbindingen met wat je al weet
Geef het geleerde toekomstwaarde
Test de verbindingslijnen
Om je tijd goed te besteden
WERK - VRIJ - LIJST
Noteer wat je voor school moet doen
Noteer ook andere taken en wensen
Breng volgorde aan en schrap wat teveel is
Gebruik de lijst als opdrachtgever
OPDOEN
Om fouten te vermijden
UITGESTIPPELD
Bedenk wat de instructies waren
Loop - in gedachten - na wat je moet doen
Formuleer zelfinstructies
Volg je instructies strikt op
Om jezelf moed te geven
HET-GAAT-LUKKEN
Stel je een ideaal voor ogen
Kies één of meer mijlpalen
Spreek jezelf moed in; er gaat iets lukken
Zie elke stap vooruit als een teken dat je het kunt
Om dingen in eigen hand te nemen
HET-KAN-ANDERS
Beschrijf het doen en laten van alle betrokkenen onpartijdig
Beschrijf de gevoelens van alle betrokken partijen
Zoek naar iets wat je kunt veranderen
Besluit tot een stap
Verantwoordelijk zijn voor je werk
Ga na hoe het staat met je plus- en minpunten
--- concentratie
--- aandacht
--- geheugen
--- werkplanning
--- werkwijze
--- reactie
Kies tactieken om pluspunten te versterken
Kies tactieken om minpunten weg te werken
Kies een tactiek waaraan je de komende week extra aandacht besteed
Tactieken om doelmatig en toekomstgericht
om te gaan met informatie
- Woordkennis (Grip)
- Vergelijking (Soort/variant)
- Patronen (Info-patroon)
- Samenvatten (Kort)
- Opbouw (Tekstopbouw)
- Strategie kiezen (Start)
Om goede kennis van woorden en begrippen te verkrijgen
GRIP
Zeg het woord dat je wilt kennen hardop
bekijk het woord op bekende onderdelen
Vertel jezelf om welk begrip het bij dit woord gaat
Verbind de gevoelswaarde die bij het begrip hoort ook aan het woord
Ga na in welk verband je het woord misschien weer zult tegenkomen
Om begrippen soort bij soort te zetten en te onderscheiden
SOORT/VARIANT
Zet alle woorden of begrippen op een stuk papier
Zoek naar soorten/overeenkomsten en naar varianten/verschillen
Probeer een geschikt ordeningsschema te vinden
Geef alle woorden en begrippen een plaats
(Schema, tabel, boomstructuur)
Om de grote lijn te onderkennen
INFO-PATROON
Ga na welke info-blokken je kunt maken
Orden de informatie per blok
Vorm uit je info-blokken een overzichtelijk patroon
Gebruik het patroon als geheugenkapstok
Om kort weer te geven waar het om gaat
KORT
Noteer kernpunten of streep ze aan in de tekst
Maak een schema (lijnen, pijlen)
Vertel in duidelijke taal na wat het schema weergeeft
Werk je schema uit tot een samenvatting
Om een goed overzicht te krijgen
TEKSTOPBOUW
Blader de tekst door
Let op alles wat eruit springt (indeling, lettertype, kleur)
Ontdek de bedoeling van de tekstopbouw
Bepaal hoe je de tekst gaat doornemen
Om een effectieve strategie te volgen
START
Kies waar je aan begint
Doe een tekst-opbouw
Bepaal wat je wilt bereiken
Noteer welke tactieken je gaat doen
Houd controle op je werk
Zorg dat je je plan realiseert
Tactieken om dieper in de stof door te dringen
en inzicht te verkrijgen
- Informatie zoeken (Uitwerk)
- Begrijpen door vergelijken (Analogie)
- Lijnen trekken (Algemeen)
- Patronen herkennen (Regel/reeks)
- Afwegen (Balans)
- Leren over langere periodes
Om ontbrekende informatie zelf aan te vullen
UITWERK
Vul gegevens aan met eigen voorkennis
Zoek naar verbanden
Ga kritisch na wat klopt en wat niet klopt
Formuleer vragen en veronderstellingen
Om iets beter te begrijpen door een vergelijking
ANALOGIE
Vul in wat je weet van je vergelijking
Zoek een mooi voorbeeld om je vergelijking te maken
Controleer of de analogie weergeeft wat je bedoelt
Geef de grenzen van de analogie aan
Om het algemene te zien in een verschijnsel of een proces
ALGEMEEN
Beschrijf het verschijnsel of het proces, puntsgewijs
Vervan situatiegebonden woorden door algemene
Test de bredere toepasbaarheid van de beschrijving
Vergelijk uiteenlopende gevallen
Om een patroon, reeks of regelmaat te ontdekken
REGEL/REEKS
Kijk goed naar alle onderdelen van reeks of patroon
Beschrijf welke soorten regelmaat je ziet
Probeer de regelmaat te vangen in een regel
Trek je conclusies
Om te werken met factoren die tegen elkaar op wegen
BALANS
Ga na welke factoren meespelen
Bepaal van elke factor in welke richting hij werkt
Maak een totaaloverzicht
Maak de balans op
Om te bepalen waar je mee bezig bent
LEERROUTE
Besef dat je werk deel uitmaakt van een groter geheel
Beschrijf waar je op voortbouwt
Beschrijf waar je naar toe werkt
Kies een aanpak die je doel dient
Tactieken die bijdragen tot kritisch denken
en inventiviteit
- Kritisch (Klop)
- Waardeoordeel (Hoek/kennis)
- Alternatieven (Kiessysteem)
- Reageren (Spy)
- Ideeën (Crea)
- Kwaliteit (Maatstaf)
- Vindingrijkheid (Vinding)
Om informatie kritisch te benaderen
KLOP
Bekijk de bewering zorgvuldig
Formuleer kritiekpunten
Raadpleeg bronnen en eigen voorkennis
Trek conclusies
Om over waardeoordelen na te denken
HOEK/KENNIS
Formuleer elk oordeel
Ga de invalshoeken na
Wissel informatie en kennis uit
Voorzie elk oordeel van een korte toelichting
Om goed te keizen
KIESSYSTEEM
Maak een lijst van wat je belangrijk vindt
Geef gewichten aan je wensen
Bepaal per keuzemogelijkheid de pluspunten
Bereken het totaal
Gebruik aanvullende informatie
Om opgaven te verkennen
SPY
Stel vast om welk type probleem het gaat
Formuleer wat de verkenner' moet doen
Werk volgens plan tot het pobleem helder is
Bepaal hoe je verder gaat
Om je ideeën produktief te maken
CREA
Vertel (jezelf) wat het idee inhoudt
Stel je (heel globaal) het produkt voor
Kies middelen en methode
Begin met poging één
Om de kwaliteit van je werk te bewaken
MAATSTAF
Ga na waar je de kwaliteit aan kunt zien
Noteer kwaliteitseisen
Houd vast aan je eigen idee over wat goed is
Houd vol tot het goed is
Vindingrijkheid
Om een moeilijk geval praktisch op te lossen
VINDING
Analyseer de oorzaak
Analyseer wat er geblokkeerd is
Beschrijf de gewenste doeltoestand
Zoek een hulpmiddel of oplossing
|