|
Auteursinformatie
Maarten 't Hart 1. Biografie
Geboren in 1944 te Maassluis (waterrijke plattelandsgemeente nabij Rotterdam).
De volgende aspecten uit zijn jeugd zijn van belang:
1. Hij had een goede relatie met zijn moeder.
Boek: Een vlucht regenwulpen
2. Zijn vader (eerst tuinder, later grafmaker (doodgraver)) behandelde hem hardhandig, maar was daarnaast erg sentimenteel (= overgevoelig).
Boek: De aansprekers
3. Hij is streng gereformeerd opgevoed en was zelf ook erg gelovig.
Boeken: Een vlucht regenwulpen, De steile helling, Het vrome volk, De jacobsladder, en Het woeden der gehele wereld
4. De natuur in zijn omgeving (plassen en rietlanden) trok hem zeer aan.
5. Op school was hij een uitstekende leerling. (Hij wilde trouwens overal de beste in zijn.)
6. Met meisjes durfde hij nauwelijks contacten te leggen; hij had ook weinig vrienden; een tragische jeugdliefde beheerste niettemin zijn puberteit.
Boek: Een vlucht regenwulpen
7. Hij las erg veel en wilde al op jeugdige leeftijd schrijver worden. Vanaf zijn zevende of achtste jaar schreef hij reeds verhalen. Op zijn twaalfde voltooide hij zelfs een roman (Drie vrienden) die later in een lokaal (= plaatselijk) korfbalblad werd gepubliceerd.
8. Diepe bewondering tijdens zijn H.B.S.-tijd (en trouwens ook in zijn diensttijd) voor een jongen leidde tot de vraag of hij homofiele gevoelens had. Uiteindelijk kwam hij erachter dat dat niet zo was. (Hij trouwde in 1967).
Boeken: Stenen voor een ransuil en Ik had een wapenbroeder.
Opleiding en beroep
Maarten 't Hart studeerde biologie in Leiden, met als specialisatie ethologie (gedragsleer). Aanvankelijk (in militaire dienst (1968-1970) onderzocht hij vooral ratten; daar heeft hij ook een boek over geschreven. Later bestudeerde hij het doorkruipgedrag (baltsgedrag) van de driedoornige stekelbaars, een onderzoek waarop hij in 1978 promoveerde (= de titel van doctor behaalde). Sinds 1970 was hij verbonden aan het Zoölogisch (= dierkundig) Laboratorium van de Leidse Universiteit, waar hij een aantal jaren geleden ontslag nam. Daarvoor (1965-1967) had hij les gegeven aan
zijn oude HBS te Vlaardingen.
Tijdens zijn studententijd heeft hij zijn geloof afgezworen; de laatste jaren neemt zijn interesse in God en religie echter weer toe.
Interesses
Hij interesseert zich vooral voor de volgende aspecten, die ook veelvuldig in zijn literaire boeken voorkomen en waarover hij ook essays schrijft:
1. Klassieke muziek (met name de werken van Bach, Mozart en Schubert.)
2. De natuur (en in het bijzonder het gedrag van dieren).
3. Literatuur (hij is uitermate belezen, ook in de buitenlandse letterkunde. Lees daarvoor zijn essaybundels.)
Politiek
Politiek is hij nauwelijks geïnteresseerd. Tegen het radicaal-feminisme heeft hij echter krachtig gefulmineerd (= woedend gereageerd).
Boek: De vrouw bestaat niet
Literaire historie
Zijn debuut als literator (= schrijver) vond plaats in 1971 (Stenen voor een ransuil). Hij had de eerste jaren weinig succes. Van 1976 tot 1979 schreef hij zeer veel essays, kritieken en columns (= 'kolommen" of cursiefjes: opinies in kranten of tijdschriften) over literatuur, ethologie en muziek. Allemaal op verzoek overigens. Zelf ziet hij deze productiviteit als een reactie op de moeizame voltooiing van zijn dissertatie (= proefschrift; geschrift om doctor te kunnen worden) (zijn promotor (= hoogleraar bij wie je promoveert) bleek zeer veeleisend te zijn).
Hij wekte veel ergernis, woede en jaloezie op bij collegae. Maar bekend werd hij wel door zijn frequente (= veelvuldige) publikaties. In 1978 brak hij ook door bij het grote publiek met zijn roman Een vlucht regenwulpen, verfilmd in 1981. Sinds die tijd verschijnt er bijna elk jaar wel een nieuw boek van hem.
Functie van het schrijven
't Hart schrijft vooral om twee redenen:
1. Uit afschuw over de banale (= alledaagse) werkelijkheid; de schrijver kan deze realiteit transformeren (= veranderen) en verfraaien. Het verleden wordt daarbij opgeroepen. Dit werkt geenszins therapeutisch ("van je af schrijven") zoals vaak beweerd wordt, maar leidt veeleer tot depressiviteit (= neerslachtigheid) ("naar je toe schrijven").
2. Het anticiperend (= vooruitlopend) verwerken van zaken die nog niet gebeurd zijn, maar kunnen gebeuren. Dat wil zelfs zeggen dat een auteur profetisch (= voorspellend) kan schrijven: puttend uit een mogelijke toekomst (en niet uit het verleden).
Vgl. science fiction (bijv. Jules Verne).
2. Thematiek
1. Eenzaamheid
De volgende facetten (= aspecten) zijn daarbij relevant:
a. Fundamentele (= tot de grondslag van het leven behorende), geaccepteerde en daarom soms - min of meer - "gelukkige" eenzaamheid: solipsisme.
b. De onmogelijkheid van duurzaam contact tussen mensen.
c. Hopeloze verliefdheid.
d. Vervreemding van vrienden.
2. Het gereformeerde geloof
Het gaat met name om de aspecten:
a. Afrekening met deze religie en het milieu.
b. Schijnheiligheid.
c. Zondebesef.
d. Schuldgevoel.
3. Klassieke muziek
Diepgaande interesse in deze cultuuruiting; vooral in het werk van Bach, Mozart en Schubert.
4. Literatuur
Citaten (= letterlijke aanhalingen), parafrasen (= omschrijvingen in eigen woorden) en namen van grote nationale en internationale auteurs duiden op warme belangstelling voor de belletrie (= schone letteren; letterkunde).
5. Natuur
Veel aandacht voor natuurbeschrijvingen; soms met symbolische implicaties (= bijbetekenissen).
6. Autobiografische elementen
Een groot deel van het creatieve werk is autobiografisch, zodat kennis van het leven van deze auteur in feite een voorwaarde is voor het herkennen van de thema's en motieven waarover hij schrijft.
3. Personages
De hoofdpersonen in de boeken van 't Hart kunnen zijn:
1. Zachtmoedig.
2. Homofiel.
3. Geobsedeerd (= dwangmatig beheerst) door dwanggedachten.
4. Gepreoccupeerd (= in beslag genomen) met travestie (= zich hullen in kleding van de andere sekse), transseksualiteit (= geslachtsverandering) en transformatie (= verandering) in het algemeen (vooral ook het verlangen een wonderschone vrouw te zijn kan primeren (= het belangrijkste zijn)).
5. Gevoelig voor een relatie met een oudere man.
6. Levend in een agressieve (= vijandige) wereld. Hierin handhaven ze zich door:
a. Zich terug te trekken in passiviteit (= nietsdoen) (en vanuit die positie de geslaagde figuren te observeren (= waarnemen)).
b. Hun angst voor krachtigere figuren om te zetten in affectie (= genegenheid).
c. Zelf agressief (= vechtlustig) te worden.
4. Bibliografie (selectie)
1971 - Stenen voor een ransuil (roman)
1974 - Ik had een wapenbroeder (roman)
1977 - Mammoet op zondag (verhalen)
1978 - Een vlucht regenwulpen (roman)
1979 - De aansprekers (roman)
1980 - De droomkoningin (roman)
1981 - De zaterdagvliegers (verhalen)
1981 - De vrouw bestaat niet (essays en kritieken)
1983 - De kroongetuige (roman/thriller)
1984 - De ortolaan (novelle)
1985 - De huismeester (verhalen)
1986 - De jacobsladder (roman)
1988 - De steile helling (roman)
1989 - De unster (verhalen)
1991 - Onder de korenmaat (roman)
1993 - Het woeden der gehele wereld (roman)
1996 - De nakomer (roman)
1999 - De vlieger (roman)
Verder essay- en kritiekenbundels, een autobiografie, een boek over ratten en een dissertatie (= proefschift) over stekelbaarzen.
Einde
|