W.F. Hermans
Vorige Start Volgende                      Nederlands - een vaklokaal op Internet

 

 

Vestdijk Gerard Reve Harry Mulisch W.F. Hermans Jan Wolkers Maarten 't Hart "Net"-auteurs


 

Auteursinformatie

Willem Frederik Hermans

1. Biografie

1. Geboren in 1921 te Amsterdam. Zijn vader was onderwijzer en zijn moeder oefende dit beroep uit tot haar huwelijk.

2. Zijn jeugd was een periode vol eenzaamheid; hij had het gevoel nooit gelukkig te zijn. Dit kwam o.m. door de volgende omstandigheden:

a. een bemoeizuchtige oma, wonend tegenover het gezin

Zie: De tranen der acacia's.

b. zuinigheid van zijn ouders (mede door de crisisjaren)

c. zijn ouders waren relatief oud bij zijn geboorte (moeder: 37; vader: 41)

d. hij mocht niets (wat andere kinderen wel mochten)

e. de verhouding met zijn drie jaar oudere, intelligente zusje dat voorgetrokken en ten voorbeeld gesteld werd, was slecht; overigens bleek dit zusje niet in alle opzichten een geslaagd voorbeeld te zijn: bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog pleegde zij zelfmoord, samen met haar geheime minnaar, een 25 jaar oudere, getrouwde neef (met wie zij tevergeefs naar Engeland trachtte te vluchten).

Boeken hierover: Ik heb altijd gelijk en Fotobiografie.

N.B. "An unhappy childhood is a writer's goldmine!"

3. Na zijn eindexamen aan het befaamde Barlaeus-gymnasium ging Hermans in 1940 sociologie (= maatschappijwetenschappen) studeren; na een jaar schakelde hij over op fysische geografie (= natuurkundige aardrijkskunde), waarin hij in 1950 afstudeerde; in 1955 promoveerde (= titel van doctor behalen) hij op de resultaten van een bodemonderzoek in Luxemburg.

Zie: Nooit meer slapen.

4. In 1958 werd hij benoemd tot lector (= ± professor) fysische geografie aan de Rijksuniversiteit van Groningen (volgens Hermans: de dorpsuniversiteit van Paterswolde); deze functie gaf hij in 1973 op, nadat hij ten onrechte beschuldigd was van gebrek aan activiteit; daarop vertrok hij boos naar Parijs. Het onderzoek naar Hermans activiteit werd verricht door een Tweede-Kamercommissie. Hermans kreeg gelijk, maar stelde dat de mensen de beschuldiging onthouden, maar de vrijspraak vergeten.

Zie: Onder professoren en Uit talloos veel miljoenen.

5. Als we de schetsjes, gedichtjes en verhaaltjes die Hermans als hoofdredacteur in het schoolblad (Suum Cuique (= Ieder het zijne)) publiceerde niet meerekenen, begon Hermans zijn literaire loopbaan vlak voor de Tweede Wereldoorlog: zijn debuut was een verhaal uit 1940: De uitvinder of: En toch was de machine goed ... )(in het Algemeen Handelsblad). Tijdens de oorlog schreef hij een groot aantal verhalen, gedichten en een roman, die merendeels na de oorlog gepubliceerd zijn.

6. Hermans is medewerker en redacteur van talloze periodieken (= tijdschriften) geweest. Als criticus (= beoordelaar) en essayist (= schrijver van literaire opstellen) geniet hij dan ook grote faam. Het meest berucht werd hij door zijn polemieken (= strijdschriften) in "Mandarijnen op zwavelzuur": felle kritieken op welhaast alle belangrijke (Nederlandse) auteurs van deze eeuw. Overigens deed hij dit - naar eigen zeggen - uit bezorgdheid om het bedroevend lage niveau van onze literatuur. Veel van zijn kritisch-essayistisch werk is verzameld in lijvige (= omvangrijke) bundels.

7. Enkele malen was Hermans in een proces verwikkeld:

a. in 1952 i.v.m. anti-katholieke passages in zijn roman "Ik heb altijd gelijk" (Hermans kréég ook gelijk omdat de rechter de auteur niet verantwoordelijk achtte voor de uitspraken van zijn fictieve (= verzonnen) hoofdpersonen). Deze uitspraak was essentieel voor de literatuur: schrijvers konden voortaan veel kritiek uiten als ze het maar via personages deden.

b. van 1962 tot 1970 i.v.m. een slepend conflict met zijn uitgever Van Oorschot over het ongecorrigeerd herdrukken van zijn boeken. (Dit proces heeft Hermans tenslotte ook gewonnen).

8. Hij weigerde verschillende literaire prijzen, omdat de toekenning daarvan - volgens hem - berust op 'vriendjespolitiek'. De P.C. Hooft-prijs nam hij niet aan in 1971, toen door een typefout het bedrag ineens fl. 10.000,-- minder bleek te zijn (van fl. 18.000,-- naar fl. 8.000,--). In 1977 aanvaardde hij wel de driejaarlijkse Belgisch-Nederlandse Prijs der Nederlandse Letteren (maar die werd dan ook door Koning Boudewijn () hoogstpersoonlijk uitgereikt).

9. Hermans was getrouwd en heeft een zoon. Hij verzamelde oude schrijfmachines en stond bekend als een kattenliefhebber. Hij was een bewonderaar van de schrijver Multatuli, van de filosoof (= wijsgeer) Wittgenstein ( uitspraak: "De taal kan de werkelijkheid niet weergeven") en van de Franse cultuur.

Boek: De raadselachtige Multatuli

Boek: Tractatus logico-philosophicus (= wijsgerig-logische verhandeling; vertaald door Hermans).

10. Als hobbyist-fotograaf kreeg hij in 1986 een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dit leidde tot veel commotie (= opschudding) omdat hij op een zwarte lijst van de Verenigde Naties zou voorkomen n.a.v. zijn culturele reis (op uitnodiging) naar Zuid-Afrika in 1983. In 1992: vrede met Amsterdam.

Boek: Koningin Eénoog.

11. Geruchtmakend was Hermans' aandeel in de "Weinreb-affaire": Weinreb schreef 3 delen over zijn zgn. heldenrol in WO2 ("Collaboratie (= samenwerking met de vijand) en verzet"). Hermans zei echter dat hij een verrader was. In een rapport van ca. 2000 blz. gaf het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie hem gelijk. Weinreb werd gepromoot door Aad Nuis en Renate Rubinstein. Weinreb verried joden: hij zou hen zgn. uit handen van de Duitsers houden als ze hem geld gaven (mannen) of hun lichaam aanboden (vrouwen).

12. In 1988 deed een geestesgestoorde een mislukte poging om Hermans en zijn vrouw te vermoorden. N.B. Beiden verdedigden zich bekwaam met keukengerei tegen de aanvaller met een bijl.

13. In 1992 verhuisde Hermans naar Brussel.

14. In 1993 schreef Hermans het boekenweekgeschenk.

15. In 1995 overleed Hermans aan longkanker. Postuum verscheen in november 1995 Ruisend gruis.

2. Levensopvatting

1. Deze wereld is een chaos waar niets zinnigs over te zeggen valt en waarin alles willekeurig gebeurt, zonder enige logische samenhang, zonder enig hoger doel.

Zie: Preambule (= voorwoord) bij Paranoia.

2. De mens accepteert dit beeld van de wereld niet. Hij zal steeds proberen zich in te beelden dat zijn bestaan een zin heeft en dat er een orde te scheppen is in de chaos. (Dat hij zichzelf daarmee voor de gek houdt, heeft hij vaak niet door).

3. Daartoe ontwikkelt hij (waan)systemen, op grond waarvan hij uitspraken kan doen over de zin van zijn leven en dat van anderen en over het doel van de wereld. Tot die (waan)systemen horen: godsdienst, ethiek (= zedenleer: leer van goed en kwaad) en politiek.

4. Zijn pogingen om systeem aan te brengen zullen altijd gedoemd zijn te mislukken. Er is geen oplossing voor de mens: hij zal zich zo goed mogelijk door dit leven heen moeten slaan. In het vroege werk van Hermans wordt zelfmoord als oplossing gesuggereerd, wat voor nogal wat lezers reden genoeg was om zijn werk af te wijzen.

3. Thematiek
(in nauwe samenhang met zijn levensopvatting)

1. De wereld is een jungle waar de chaos regeert en waarover niets zinnigs te zeggen valt. (De taal schiet tekort als zinvol communicatiemiddel en voor het vergaren van objectieve kennis; vergelijk Wittgensteins uitspraak: "De taal kan de werkelijkheid niet weergeven.").

2. De mens klampt zich vast aan waansystemen en waanideeën om greep op de werkelijkheid te krijgen.

3. De mens mislukt in zijn pogingen om zijn wereld aan te kunnen of om zich wáár te maken en zijn ideeën overdraagbaar te maken in die wereld.

4. Omdat niemand is wat hij lijkt, is een echt contact tussen mensen onmogelijk; de contacten worden beheerst door moedwil (= (boze) opzet) en misverstand.

5. Ontsnapping uit het isolement (= afzondering) door terugval op een beschermend familiemilieu is niet mogelijk.

6. Omdat de mens eenzaam en hulpeloos is, kan hij niets méér doen dan zijn driften uitleven: hij is agressief (= vechtlustig), kwaadaardig en wil de ander voorbijstreven; hij maakt daarbij gebruik van middelen als bedrog en wreedheid.

4. Personages

De personages in de boeken van Hermans zijn vooral bedoeld om zijn ideeën over de mens in het algemeen uit te dragen. Vgl. in dit kader de hoofdstukken "Levensopvatting" en "Thematiek".

De positie van de personages in de wereld kan als volgt samengevat worden:

1. Zij bevinden zich meestal in een ellendige situatie als gevolg van toevallige omstandigheden: het zijn buitenstaanders, machtelozen, bedrogenen, die tevergeefs een zoektocht naar de waarheid ondernemen.

2. Ze ondervinden geen steun van anderen of begrijpen de goede bedoelingen niet.

3. Ze proberen systeem in hun situatie aan te brengen maar slechts het toeval beheerst altijd hun leven: het menselijk handelen is irrationeel (= niet gebaseerd op verstandelijke overwegingen); deze poging is dus tot mislukken gedoemd.

4. De personages zijn onkenbaar: ze verkeren in een permanente identiteitscrisis (= persoonlijkheidscrisis), met als gevolg dat zij zichzelf niet goed kennen en van anderen nog minder begrijpen.

5. Ze zijn veelal niet zo zeer realistisch als wel symbolisch voor de positie van de mens in de onkenbare werkelijkheid en de chaotische wereld.

N.B. De oorlog speelt vaak een belangrijke rol in Hermans' werk, omdat de mens zich, volgens hem, in een oorlogssituatie ontdoet van zijn laagje "beschaving" en zijn ware aard toont: een "beest" voor de anderen. "Homo homini lupus"(= De mens [is] voor de mens een wolf: een wolf in schaapskleren) (Citaat: "De mens is alleen goed uit berekening, krankzinnigheid of lafheid!").

In recentere publikaties is de moderne samenleving vaak het decor in Hermans' werk voor kritiek op actuele zaken als het huwelijk, de universiteit, het feminisme of de welvaart.

5. Bibliografie (selectie)

1948 - Moedwil en misverstand (novellen)

1949 - De tranen der acacia's (roman)

1951 - Ik heb altijd gelijk (roman)

1953 - Paranoia (verhalen)

1956 - De God Denkbaar (roman)

1957 - Drie melodrama's (roman, novellen)

1957 - Een landingspoging op New Foundland (novellen)

1958 - De donkere kamer van Damokles (roman)

1966 - Nooit meer slapen (roman)

1967 - Een wonderkind of een total loss (verhalen)

1971 - Herinneringen van een engelbewaarder (roman)

1973 - Het evangelie van O. Dapper Dapper (roman)

1975 - Onder professoren (roman)

1980 - Filip's sonatine (novelle)

1981 - Uit talloos veel miljoenen (roman)

1982 - Geijerstein's dynamiek (novelle)

1984 - De zegelring (novelle)

1987 - Een heilige van de horlogerie (roman)

1989 - Au pair (roman)

1991 - De laatste roker ((autobiografische) verhalen)

1993 - In de mist van het schimmenrijk (novelle; boekenweekgeschenk - verscheen later onder de titel:

Madelon in de mist van het schimmenrijk)

1995 - Ruisend gruis (roman)

Daarnaast publiceerde Hermans enkele gedichtenbundels (waaronder Overgebleven gedichten (1968)), een groot aantal bundels met essays, brieven en kritieken ( o.a. Mandarijnen op zwavelzuur (1963)), een studie over Multatuli, toneelstukken, een filmscenario, reisverslagen, een fotobiografie, detectives, wetenschappelijke werken en een fotoboek.

 

Einde

 

 

                     

Statistische gegevens   U bent bezoeker/ster       -   L. de Groot - 07-07-2002