Harry Mulisch
Vorige Start Volgende                      Nederlands - een vaklokaal op Internet

 

 

Vestdijk Gerard Reve Harry Mulisch W.F. Hermans Jan Wolkers Maarten 't Hart "Net"-auteurs


 

Auteursinformatie
Harry Mulisch

 

1. Biografie

Jeugd:

1. In 1927 in Haarlem geboren als (enige) zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader en een Duits-joodse moeder: Alice Schwarz.

2. In het ouderlijk huis zorgt Frieda Falk (geboren in Polen) voor de huishouding. Hoewel thuis Duits gesproken wordt, krijgt Harry een opvoeding in het Nederlands.

3. In 1936 scheiden zijn ouders; zijn moeder vestigt zich in Amsterdam, Harry blijft bij zijn vader en Frieda.

4. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Harry's vader directeur van de bank die verplicht ingeleverde joodse bezittingen "beheert". In die functie kan hij zijn joodse ex-vrouw en zijn zoon uit de handen van de Duitsers houden. Na de oorlog wordt hij gearresteerd en als collaborateur (= medewerker van de vijand) drie jaar in een interneringskamp (= kamp waar collaborateurs werden opgesloten) vastgehouden. (Bekende uitspraak van Harry: "Ik ben de Tweede Wereldoorlog." Immers, zijn ouders representeerden de agressors (= aanvallers) en de slachtoffers.)

5. Van 1940 tot 1944 bezoekt Harry het Christelijk Lyceum in Haarlem. Door de oorlogssituatie vallen er veel lessen uit. Harry verdiept zich dan in vakken die niet op het rooster staan: atoomfysica, biochemie en alchimie (oude geheime wetenschap die beoogde met de "steen der wijzen" edele metalen (vooral goud) en een levenselixer (= drank voor het eeuwige leven) te bereiden).

Eerste literaire activiteiten (1947-'60):

1. In 1947 publiceert Elseviers Weekblad Mulisch' eerste verhaal: 'De kamer'.

2. In 1951 krijgt hij de Reina Prinsen Geerligsprijs voor zijn eerste roman "Archibald Strohalm" (veel van zijn protagonisten (= hoofdpersonen) hebben de initialen (= beginletters) van zijn moeder). In datzelfde jaar emigreert zijn moeder naar Amerika.

3. Mulisch' romans uit deze eerste periode zijn i.h.a. complex van structuur en daardoor vrij moeilijk te begrijpen. De verhalen en het toneelwerk zijn beter toegankelijk. Een hoogtepunt in deze periode vormt de roman "Het stenen bruidsbed" (1959).

Politieke activiteiten (1960-'70):

In de jaren '60 is Mulisch politiek actief:

a. Hij is als journalist aanwezig bij het proces tegen de oorlogsmisdadiger Eichmann ("De zaak 40-61", 1962).

b. De provo's (= opstandige jongeren uit de jaren '60) draagt hij een warm hart toe, getuige zijn boek "Bericht aan de rattenkoning"(1966), dat over de provobeweging gaat.

c. Hij is ook enthousiast over het communisme op Cuba, dat hij bezoekt en waar hij president Fidel Castro ontmoet. ("Het woord bij de daad", 1968)

Romans na 1970:

In de jaren '70 verschijnen er weer romans. Na het zeer ontoegankelijke "De verteller" (1970), volgen er vanaf 1973 romans die - op verhaalniveau - veel eenvoudiger te begrijpen zijn. De veelgelezen boeken "Twee vrouwen" (1973) en "De aanslag"(1982) zijn daar voorbeelden van.

Filosofische activiteiten:

Al sinds zijn jeugd werkt Mulisch aan zijn filosofische studie "De compositie van de wereld", die in 1980 verschijnt. In dit boek onthult Mulisch de "wereldformule": een formule die alle verschijnselen uit verleden, heden en toekomst verklaart en met elkaar in verband brengt.

Daarnaast heeft Mulisch ook studies op andere gebieden (m.n. psychologie) gepubliceerd.

Burgerlijke staat

Mulisch is getrouwd en heeft twee kinderen; sinds kort (1992) heeft hij een buitenechtelijke zoon.

2. Literatuuropvatting

In verschillende boeken besteedt Mulisch expliciet aandacht aan het schrijverschap. Kernpunten van zijn visie zijn:

1. De schrijver gebruikt als materiaal zijn eigen ervaringen en zijn verbeelding.

2. Tijdens het schrijfproces vindt in de vormgeving (min of meer onbewust) een verheviging plaats, die zin geeft aan het materiaal. (Dit is de magie (= "toverkracht") van het schrijven.)

3. Het kunstwerk dat zo ontstaat, is meerduidig: het kan op verschillende manieren gelezen c.q. geïnterpreteerd (= uitgelegd) worden.

4. Het materiaal verliest hierdoor zijn toevallige, momentgebonden karakter en "versteent", wordt mythe (tijdloos; van alle tijden en van algemene geldigheid; een mythe is een oud verhaal waarin bovennatuurlijke wezens voorkomen; het onttrekt zich aan het "hier-en-nu" en bevat filosofische en religieuze ideeën).

5. Het kunstwerk verheldert het menselijk bestaan; niet doordat het dit "verklaart", maar doordat het het onbenoembare mysterie (= raadsel) ervan in verhevigde vorm voelbaar maakt. ("Het beste is, het raadsel te vergroten.")

6. Deze kunstopvatting wordt "magisch-mythisch" ( zie punt 2 en punt 4) of ook wel "symbolistisch" (= gericht op symbolen; symbolen zijn oorspronkelijk herkenningstekens; later zinnebeelden of afbeeldingen die naar iets verwijzen) genoemd. In De aanslag legt Mulisch uit wat z.i. een symbool is, nl. een herkenningsteken (vgl. een identiteitsbewijs). Het woord komt van "symballo" (Grieks) = bijeenbrengen, ontmoeten. Als voorbeeld dient een in tweeën geslagen steen; wie de ene helft krijgt, kan zijn identiteit bewijzen door deze toe te voegen aan de andere helft, waardoor de steen a.h.w. weer een geheel wordt.

 

3. Thematiek

1. Het stilzetten van de tijd. De lineaire (= steeds doorlopende), chronologische tijd (die onher-roepelijk naar de dood leidt) kan o.a. worden overwonnen door:

a. de dood

b. verstening (mythologisering (= tot mythe maken); vergoddelijking)

c. teruggaan naar het begin, naar de moeder, en het innemen van de plaats van de vader (vgl. de Oidipoes-mythe: de Thebaanse koningszoon Oidipoes wordt te vondeling gelegd omdat de voorspelling is dat hij zijn vader zal doden; later voorspelt de Pythia, het orakel van Delphi, hem dat hij zijn moeder zal huwen en dat zijn nageslacht een bron van kwaad zou worden voor de mensheid. Eenmaal volwassen doodt hij op een reis een vreemdeling (zijn vader) en redt hij Thebe van een plaag, waardoor hij de koningin (zijn moeder) tot vrouw krijgt.)

2. Tegenstellingen die elkaar niet opheffen, maar versterken of oproepen:

a. erotiek <--> vernietiging

b. natuur <--> techniek

c. eeuwigheid <--> moment

d. mythe <--> realiteit

e. licht <--> donker

f. één <--> allen

g. rechtvaardigheid <--> vrijheid

3. De Tweede Wereldoorlog, waarbij telkens de schuldvraag aan de orde komt.

4. Motieven

De bovenvermelde thema's komen samen in een aantal vaste (deels literair-historische) motieven:

1. Mythologische elementen (o.a. Oidipoes-mythe en Orfeus-mythe (Orfeus verliest zijn geliefde Euridike, haalt haar terug uit het dodenrijk (= overwinning op de tijd!) en verliest haar opnieuw.)

2. Egyptische, Griekse en Romeinse Oudheid

Bijbelverwijzingen

3. Geschiedenis

4. Steen in alle mogelijke vormen: als grondstof die de tijd trotseert, als dobbelsteen, als grafsteen, als edelsteen, als stenen beeld etc.

5. Vulkaan(-eruptie (= uitbarsting)) als beeld voor tegelijk creativiteit (= scheppingsdrang) en vernietiging

De technologie als vernietiger van de natuur

6. schrijverschap: de schrijver als intermediair (= bemiddelaar) van het hogere (in de mens)

7. engagement (= maatschappelijke betrokkenheid) (strijd voor een rechtvaardiger wereld)


5. Perspectief (= vertelwijze)

Opvallend is de rol van de verteller of de vertelinstantie in veel van Mulisch' boeken:

a. De verteller of vertelinstantie is doorgaans alwetend.

b. Soms richt hij zich rechtstreeks tot de lezer, soms zelfs richt hij zich tot de hoofdpersoon.

c. Toch wordt de lezer soms op het verkeerde been gezet, doordat het perspectief vanuit de hoofdpersoon onbetrouwbaar is. Diens waarneming is bijv. verstoord, doordat hij in de war is.

d. Vrij veel verhalen zijn in briefvorm geschreven.

6. Personages

1. Kenmerkend voor de protagonisten bij Mulisch is, dat zij op zoek zijn (c.q. dat de verteller op zoek is) naar hun identiteit.

2. Veel protagonisten (= hoofdpersonen) kampen met een schuldvraag.

3. Zij houden zich (daarom) veel bezig met het verleden.

4. De protagonist staat doorgaans alleen tegenover de anderen.

5. In de eerste periode (tot 1960) is er ook altijd een antagonist: een tegenspeler, een (dubieuze) vriend of een (gewaardeerde) tegenstander.

6. In veel boeken uit de eerste periode is sprake van een proces van vergoddelijking: de hoofdpersoon wordt God of krijgt goddelijke aspecten.

7. Na 1970 wordt de verhouding tot de moeder en de vader van groot belang (en in samenhang daarmee de Oidipoes-mythe).

6. Bibliografie

1952 - Archibald Strohalm (roman)

1953 - Chantage op het leven (novelle)

1955 - Het mirakel (verhalen)

1956 - Het zwarte licht (roman)

1957 - De versierde mens (verhalen)

1959 - Het stenen bruidsbed (roman)

1960 - Tanchelijn; Kroniek van een ketter (toneel)

1966 - Bericht aan de rattenkoning (reportage)

1972 - Oidipous Oidipous (toneel)

1975 - Twee vrouwen (roman)

1980 - De compositie van de wereld (filosofisch betoog en kosmogonie (= leer van het ontstaan van het heelal)

1982 - De aanslag (roman)

1985 - Hoogste tijd (roman)

1987 - De pupil (novelle)

1988 - De elementen (roman)

1989 - Het beeld en de klok (novelle)

1992 - De ontdekking van de hemel (roman)

1999 - De procedure

Dit lijstje behelst slechts een keuze: Mulisch heeft veel meer geschreven. Naast verhalend proza en toneel ook essays, gedichten, libretto's

(= operateksten), studies, autobiografische en journalistieke geschriften.


Einde 

 
 

                     

Statistische gegevens   U bent bezoeker/ster       -   L. de Groot - 07-07-2002