|
Auteursinformatie
Simon Vestdijk
1. Biografie
Simon Vestdijk werd in 1898 te Harlingen geboren. Zijn kinder- en jeugdjaren heeft hij daar doorgebracht. In de postuum uitgegeven roman(1) Kind tussen vier vrouwen, beschreef hij de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn jeugd. Later verwerkte hij episodes daaruit in de eerste delen van de Anton Wachter-cyclus.
Het volgende uit zijn jeugd is van belang:
1. Vader Vestdijk
Simon werd vernoemd naar zijn vader: Simon Vestdijk, een strenge, discipline-eisende man die van beroep gymnastiekleraar was op de HBS waar Simon schoolging. Deze extraverte (= op de buitenwereld gerichte) man noemde hem 'boy' ('vent' in de Anton Wachter-cyclus), wat zijn leven danig vergalde.
2. Moeder Vestdijk
Hij had een beminnelijke, liefdevolle moeder: Anna Mulder, afkomstig uit Amsterdam. Zij is de eerste van vier vrouwen die Vestdijk in zijn genoemde autobiografische roman beschreef. Voor hem symboliseerde zij kinderliefde.
3. Karaktertrekken
Verlegenheid, dromerigheid en een sterke verbeelding kenmerkten Vestdijks introverte karakter. Hij stelde zich allerlei waanbeelden voor die hem angst aanjoegen. Die angst in hem - en in de mens in het algemeen - heeft hem een schrijversleven beziggehouden.
Hij kon zeer goed leren, was serieus en braaf, maar mogelijk door zijn vreemde houding weinig populair. Veel tijd uit zijn gelukkige jeugd heeft hij artistiek doorgebracht: tekenen, pianospelen en lezen.
4. Jeugdvriendinnen
De eerste vriendin werd Ina Damman genoemd in zijn romans, een meisje dat hij meestentijds liefhad in gedachten, een ideale liefde (Terug tot Ina Damman: de geschiedenis van een jeugdliefde). Ina is de tweede van de vier vrouwen uit zijn jeugd. Het mislukken van deze liefde is essentieel geweest voor zijn kunstenaarschap en voor zijn depressiviteit (= neerslachtigheid). (Een eerste depressie op 17-jarige leeftijd; daarna bijna jaarlijks, en vooral in de herfst.)
De tweede vriendin (en de derde vrouw) werd als Marie van den Boogaard opgevoerd in zijn boeken, een meisje van de middelbare school waarop hij daadwerkelijk verliefd was, een liefde die al bestond vòòr Ina (De andere school: de geschiedenis van een verraad).
Als Anton Wachter (min of meer Vestdijk zelf) van school verandert, de school waarvan hij Ina Damman kent, wordt hij voor de tweede keer verliefd op Marie van den Boogaard. Eerder had hij trouw gezworen aan Ina Damman: "(...) hoe onwankelbaar trouw hij blijven zou aan iets dat hij verloren had, - aan iets dat hij nooit had bezeten." Zo eindigt Terug tot Ina Damman. Terugkijkend op zijn jeugd betekent dit dat zijn verhouding met Marie van den Boogaard als verraad beschouwd moet worden.
5. Dienstmeisje
Uit zijn jeugd ook beschreef Vestdijk zijn ervaringen met een meisje dat Janke heet in zijn romans (de vierde vrouw), het dienstmeisje van de familie Vestdijk. Voor hem vertegenwoordigde zij de lichamelijke seksualiteit. In verschillende romans van Vestdijk vind je haar type terug: als verpleegster, als huishoudster, als patiënt.
6. Lahringen
Tenslotte de woonplaats van Vestdijk: Harlingen, een klein Fries handelsstadje. In zijn Anton Wachter-cyclus wordt consequent het anagram (= letteromzetting) Lahringen voor die plaats gebruikt. Veel schoolher-inneringen zijn hem bijgebleven en veel scholieren uit die tijd portretteerde hij later.
Het leven van Vestdijk is een literair leven geweest, sinds hij besloot schrijver te worden. De belangrijkste aspecten uit dat leven zijn:
1. Medicijnenstudie
Simon Vestdijk studeerde medicijnen, in Amsterdam in de twintiger jaren. Hij bleef literair (almanakken (= jaarboeken voor studenten)) en muzikaal (componeren) actief. Dat gold ook voor zijn deelname aan het studentenleven.
Na zijn studietijd trok hij bij zijn ouders in die inmiddels in Den Haag waren komen wonen. Tot 1933 nam hij praktijken waar van huisartsen en korte tijd is hij zelfs scheepsarts geweest. In zijn werk uitte dat zich in de aandacht voor "de zieke mens": de gehandicapte, de hulpbehoevende.
2. Klassieke muziek
Tijdens zijn studie heeft Vestdijk veel gemusiceerd. Hij bleek een zéér goede amateurpianist te zijn. Hij componeerde en studeerde ook op muzikale problemen. Ooit heeft hij met de gedachte gespeeld zijn medische studie op te geven en verder te gaan in de muziek. Zijn vader heeft hem daarvan weerhouden.Afgezien van de vele muziekkritieken die hij schreef, komt muziek in zijn romans als motief en als thema terug.
3. Doorn en St.- Michielsgestel
Na in vele plaatsen gewoond te hebben vestigde hij zich in 1939 in Doorn, waar Ans Koster - zijn hospita uit Amsterdam - tot aan haar dood in 1965 zijn levenspartner (èn zijn huishoudster, èn zijn verzorgster èn zijn typiste) was. Deze situatie werd in 1946 tijdelijk onderbroken door de relatie met Henriëtte van Eyk (met wie hij wilde gaan trouwen), een affaire die tot eind 1954 duurde.
Tijdens de oorlog verbleef Vestdijk 9 maanden met 450 andere intellectuelen als gijzelaar o.a. in St.-Michielsgestel.
4. Interesses
Muziek, filosofie en astrologie (met name horoscopie), religie en antropologie, kust en cultuur, psychologie en geestesziekten vormen de voornaamste interessegebieden van Vestdijk. In zijn boeken zijn die op allerlei wijzen uitgewerkt.
5. Debuten
Vestdijk debuteerde als dichter in 1926 in het tijdschrift De Vrije Bladen. Pas in 1932 weet Du Perron hem voorgoed voor de literatuur te winnen. Zijn prozadebuut in boekvorm is De Oubliëtte (1933), zijn romandebuut het eerder vermelde Terug tot Ina Damman (1934).
6. Gevarieerdheid: de hernieuwde schepping
Vanwege de uiteenlopendheid van onderwerpen, de gevarieerdheid van romanruimten en de talloze, veelsoortige personages die Vestdijk beschreven heeft, is wel opgemerkt dat Vestdijk de schepping opnieuw heeft willen doen.
7. Produktie: de duivelskunstenaar
Vestdijk is een zeer produktief schrijver geweest. Sinds zijn besluit in 1932 definitief schrijver te worden, schrijver van beroep, heeft hij gemiddeld 2 romans per jaar afgeleverd èn grote hoeveelheden gedichten, verhalen, essays, kritieken en vertalingen. Menig schrijver heeft hij daarmee respect afgedwongen. Roland Holst merkte bij Vestdijks 50ste verjaardag op: "O, gij die sneller schrijft dan God kan lezen!" En Menno ter Braak noemde hem in dat opzicht een duivelskunstenaar.
8. Verzameld werk
Van Vestdijk verscheen in de jaren '70 -'80 het oeuvre in een verzameleditie: Verzamelde gedichten (1972 - 3 delen), Verzamelde verhalen (1974), Verzamelde romans (1978-1985 - 52 delen) en de verzamelde muziekessays (1983-1984 - 10 delen). Zijn werk is bekroond met o.a. de P.C. Hooft-prijs en de Prijs der Nederlandse letteren; jarenlang is hij kandidaat voor de Nobelprijs geweest. Veel werk is in allerlei talen vertaald.
9. Redactioneel werk
Samen met E. du Perron en Menno ter Braak was hij redactielid van het toonaangevende literaire tijdschrift Forum. Hij was redactielid van Groot-Nederland, van Podium en enige tijd redacteur kunst en letteren van de NRC. Er verschenen commentaren van zijn hand in Het Parool, hij was vaste medewerker van het Algemeen Handelsblad, hij schreef poëziekronieken in De Gids en muziekkronieken in Het Vaderland en De Groene Amsterdammer. Verder heeft hij veel literair werk vertaald, o.a. verhalen van E.A. Poe.
10. Werkwijze
Vestdijk heeft in veel van zijn romans getracht zijn leven in kaart te brengen. Dat geeft die boeken een autobiografisch karakter. Hij baseerde zijn beschrijvingen op zijn ervaringen en herinneringen. Dat lijkt voor een biograaf als Visser een hellevaart, omdat hij nooit wist wat "waar" was en wat niet. Een interessant probleem voor de literator, niet voor de schrijver. Sta even stil bij het volgende:
"Herinneringen zijn gemaakt van wonderlijk materiaal - bedrieglijk en toch dwingend, machtig en vaag. Men kan geen staat maken op zijn herinneringen, en toch bestaat er geen andere werkelijkheid dan degene, die we in ons geheugen dragen." (Klaus Mann, Het keerpunt).
Deze uitspraak is echter makkelijk te weerleggen door te wijzen op schriftelijke documentatie en andere historische bronnen en door de actualiteit en de toekomst erbij te betrekken!
Opvallend genoeg was veel van wat Vestdijk schreef goed controleerbaar. Er lijkt eerder sprake van een feitenbiografie dan van een literaire biografie.
Vestdijks werkwijze had een sterk wetenschappelijk karakter. Voor hem was een belangrijk onderdeel van het schrijfproces de voorbereiding op zijn onderwerpen, zijn personages en zijn decors. Dat alles werd grondig bestudeerd en vòòr het schrijven gedetailleerd op fiches gezet. Het valt dan ook niet te verwonderen dat hem diverse malen een professoraat is aangeboden, dat hij echter steeds weigerde, daar 't hem van zijn 'normale' werk zou afhouden.
11. Biografie
In 1965 trouwde Vestdijk met Mieke van der Hoeven. De biograaf van Vestdijk, Hans Visser, heeft na Vestdijks dood tot hun ruzie intensieve contacten met haar onderhouden. Die ruzie betrof onder andere een deel van de biografie, die zij te lezen kreeg. Mevrouw Vestdijk vond dat Visser te veel nadruk legde op het seksuele en erotische leven van haar geliefde man.
Voor haar was Vestdijk niet helemaal de Anton Wachter uit de "autobiografische" romans. Anton Wachter en Simon Vestdijk camoufleren en onthullen elkaar. Door een andere naam is er ook een andere ik. In die ander kun je jezelf beschermen. Die ander verwoordt denkbeelden en angsten waardoor ze beheersbaar worden. De ander zijn brengt veiligheid (zowel voor Anton als voor Simon), maar de een is de ander niet.
Simon Vestdijk overleed in 1971 te Utrecht.
Vanaf 1952 al had hij fysieke en psychische klachten. Allerlei vormen van therapie werden toegepast (operatie, rustkuren, medicijnen, elektro-shocks, verpleging, slaapkuren, etc.).
2. Thematiek
1. Angst
Angst - voortkomend uit dromerijen, denkbeelden en visioenen, uit inbeelding en aanhoudend afvragen "waarom?" - vormt een essentieel thema in het werk van Vestdijk. In zijn studie Het wezen van de angst is het verschijnsel tot in detail uitgewerkt.
Angst weerhoudt personages contact te zoeken. Dat schept afstand tot de ander en dat brengt ze in een isolement. Slechts met geweld kan dat isolement doorbroken worden; meestal loopt dat op een mislukking uit.
2. Liefde
Liefde voor de ander - in de vormen die Vestdijk in zijn jeugd ervaren heeft: geestelijke liefde (het idealiseren), zinnelijke liefde (het 'houden van') en seksualiteit (de drang naar gemeenschap) - brengt romanfiguren in situaties waarin idealen onbereikbaar blijven. De zoektocht naar de ware liefde komt nimmer tot een goed einde.
3. Geweld
Het doorbreken van het eerder beschreven isolement gaat gepaard met geweld. Daarin speelt de vader-figuur een voorname rol. Niet zelden wordt bij dat geweld de vernietigende werking van het vuur beschreven.
4. Onbereikbaarheid
Personages zien zich in romans van Vestdijk geplaatst voor situaties - waarin ze geleidelijk aan terecht gekomen zijn - waaraan niet meer te ontkomen valt. Het in gedachten zo bereikbare blijkt onbereikbaar te zijn geworden, niet in het minst door betrokkenheid van buitenstaanders. Onbereikbaar zijn de ware liefde, de hoogdravende gedachte, de ongebruikelijke relatie.
5. Betrokkenheid
In veel romans van Vestdijk wordt een zich geleidelijk ontwikkelende relatie waargenomen door een buitenstaander. Die voelt zich betrokken bij die nieuwe relatie. De betrokkenheid - soms meer, soms minder nadrukkelijk - brengt het bestaan van de andere(n) in gevaar. Daarmee wordt de buitenstaander deelgenoot èn medeverantwoordelijk voor het lot van de ander(en).
6. Medelijden
De buitenstaander toont zijn medelijden met de ander. In dat medelijden, oprecht of onoprecht, schuilt de basis van een toenemende betrokkenheid zoals eerder beschreven.
3. Personages
De romanpersonages die Vestdijk creëert laten zich moeilijk ordenen door hun veelheid en verscheidenheid. Een mogelijke ordening zou gebaseerd kunnen zijn op de dierenriem met z'n 12 karakters. Vestdijk gebruikte die wel als basis voor zijn hoofdpersonen.
De ordening die hier is gekozen, gaat uit van een antagonistische (= vijandige) relatie die romanfiguren doorgaans met elkaar onderhouden: je hebt een goed mens en een slecht mens; een slachtoffer en iemand die slachtoffers maakt. In Vestdijks romans kan die relatie gehanteerd worden.
1. Personages die het slachtoffer worden
Deze personages zijn intelligent, artistiek, eenzaam, dromerig en nogal eens verliefd. Ze zijn zonderling, wereldvreemd. Ze zijn onschuldig en hebben behoefte aan contact. Ze ondergaan de fatale aantrekkingskracht van de medelijden tonende buitenstaander.
Ze zijn op zoek naar een eigen identiteit of ze proberen zich te identificeren met anderen. Ze zoeken surrogaten voor verloren contacten, erkenning of onafhankelijkheid.
2. Personages die slachtoffers maken
Vrouwen
De vrouwen die hier bedoeld zijn verstoren het psychisch evenwicht in de hoofdpersoon. Ze zijn vriendin, dienstmeid, verpleegster, verzorgster, huishoudster of patiënt. Niet zelden zijn de vrouwen van licht allooi en is contact gericht op seksualiteit.
Volwassenen of vaders
Zij zijn de heerszuchtige types, machtswellustelingen of tirannen. Het zijn verraders die een evenwicht verstoren op gewelddadige wijze. Ze zijn verslaafd aan de drank, wraak- en vechtlustig en plegen niet zelden overspel.
Geesteszieken
Nogal wat personages zijn geestelijk gehandicapt of hebben traumatische oorlogsherinneringen. Ze dromen of hallucineren. Ze zijn geobsedeerd door waanideeën en leven aanhoudend in angstige spanning. Ze staan bloot aan duivelse verzoekingen of ondergaan zware beproevingen.
4. Bibliografie - selectie
(waaronder autobiografische romans, historische romans en contemporaine (= eigentijdse) psychologische romans)
1933 - De oubliëtte (novelle)
1934 - Terug tot Ina Damman: de geschiedenis van een jeugdliefde (roman - Anton Wachter cyclus, deel 3)
1935 - Else Böhler, Duits dienstmeisje (roman)
1936 - Meneer Visser's Hellevaart (roman)
1937 - Het vijfde zegel: roman uit het Spanje der inquisitie (historische roman)
1947 - Puriteinen en piraten (avonturenroman)
1948 - Pastorale 1943: roman uit de tijd van de Duitsche overheersching (roman)
1948 - Surrogaten voor Murk Tuinstra (roman - Anton Wachter cyclus, deel 2)
1949 - De andere school: de geschiedenis van een verraad (roman - Anton Wachter cyclus, deel 4)
1949 - De kellner en de levenden (roman)
1950 - De koperen tuin (roman)
1951 - Ivoren wachters (roman)
1951 - De dokter en het lichte meisje (roman)
1956 - Het glinsterend pantser (roman - Victor Slingeland trilogie, deel 1)
1959 - De ziener (roman)
1964 - Zo de ouden zongen ... (roman)
1969 - Het verboden bacchanaal (roman)
1972 - Kind tussen vier vrouwen: de kroniek van een jongensleven (roman - postuum uitgegeven)
Einde
|