Frida Vogels
Vorige Start Volgende                      Nederlands - een vaklokaal op Internet

 

 


 

Frida Vogels
De harde kern 3

Amsterdam - 1994

Een keuze
van 6 gedichten

Ga voor een leesopdracht poëzie naar Klassen

 

 

 

     
1

 

Ik leef op angst.
Ik schrik bij elke straatlantaarn,
ik word vervolgd door elke schaduwstreep,
elke passant bouwt mijn gevangenis.
Ik leef op angst
ik heb slechts vluchtorganen,
het oog dient om de hinderlaag te ontmaskeren,
de voet om de belager te ontgaan.
Een angst, een angst
die tong, en hart
verlamt --
O te versmelten met de grijze muur,
verstrikt te zijn in klimop en liguster!

2

 

Gelukkig zijn; en niet weten waarom;
en soms, naar buiten kijken
waar de lucht donkerder is dan de steen,
alleen een fabriekspijp nog donkerder afsteekt,
en bang, en gelukkig zijn.
Een geluk dat geen raad weet;
men bekijkt een glas
met aandacht, er is een barst in,
en lacht en wiegelt het hoofd
als een kindse oude vrouw
die een broodkorst van tafel stoot, en lacht.
Ik leg mijn hoofd op mijn armen
en kijk op en leg het weer neer.
Ik weet zelf niet of ik gelukkig ben.

3

 

De lucht is door regen gedempt.
Ik ben alleen - ook wel verlaten - maar vooral alleen.
Ik zou het altijd zo willen laten:
kijkend door deze ramen
naar de huizen om mij heen,
schrijvend nu. Alleen mijn pen
bewijst, zacht krassend, dat ik vrienden heb
die ik moet bedanken voor dit ogenblik
dat ik alleen ben.

     
 
 
4

 

Het gekwetste dier
vlucht dieper in het bos
waar het nog nooit geweest was
nestelt het zich,
likt zijn wonden
en denkt aan de - nooit meer - weg terug.


5

 

Ik wou met je praten
tegenover je zitten en met je praten
de kamer, de stoelen, het ronde tafeltje,
nooit, nooit meer is het er en toch is het er nog.
Zo vaak ik het noem, is het er nog
en verlies ik het weer.
 

6

 

De warmte die weglekte
wilde je met je handen beschutten,
de zon scheen door de ramen,
nog rook het er zoals eerst.
Jij verliet toen de kamer.
Ik bleef en pakte zorgvuldig
de voorwerpen in kisten.
Door de stoffig geworden ramen
wierp het licht witte vlekken op de vloer.
Na jaren
scheen weer de zon door openstaande deuren,
gestorven en herrezen
stonden de dingen die ik had behoed
om jou verzameld tot nieuw leven,
mij afwerend.

 

 

                     

Statistische gegevens   U bent bezoeker/ster       -   L. de Groot - 07-07-2002