|
Zeventien Passages
het sneeuwt en sneeuwt het pad waarlangs ik kwam
lijkt onbetreden niets bewijst mijn komst
de slee onder de buitentrap wordt zelf
een trede en ik weet nu niet eens meer
zeker waar ik geen uur geleden stond
het sneeuwt maar door dit is de tweede laag
de eerste was gevallen voor ik kwam
en welke voorzorg ik ook nam het leek
alsof mijn tocht geen ander doel had dan
het spoor dat mij aan mijn belager bond
de sneeuw was vers ik bleef staan toen ik zag
dat aan de haak waar ik mijn sleutel hang
een vlaggetje een vaan zwart onbesneeuwd
over de zwaar besneeuwde sleutel lag
terwijl elk voetspoor op de grond ontbrak
het zolderraam sneeuwt dicht ik krijg het koud
het hout dat ik heb meegesjouwd brandt zwak
er valt een dode kever uit het dak
ik weet dat ik moet blijven wachten nu
maar niet of hij al hier is of nog komt
Gertrude Starink
Uit: 'De weg naar Egypte' (1993-1999)
|