index
Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi
Fietsnotities Polen

Reisnotities India
Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi
index
Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi
index
Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi
index
|
|
terug naar het noorden met de Tamil Nadu Express
Dit artikel is in 1997 geschreven door JOB BUGEL
Een avond, een nacht, een volle dag, een avond
en een nacht. Zo leer je de mensen nog eens
kennen. Geen plaats onbezet in mijn coupe,
iedereen zeer inschikkelijk en voorkomend. Een
lenige zwaar bebrilde twintiger ontwerpt
textielpatronen op een Macintosh. We wisselen
Email-adressen uit, en hij is nieuwsgierig naar
werk buiten de grenzen. Hij weet heus wel dat
in Nederland geen textiel meer is 'ik ben niet
van de straat' zegt hij. Veel op de treeplank
gezeten. We gaan in de loop van de middag
door hoge bergen waar het regent.
Aankomst in Delhi
Als ik om zeven uur in de ochtend in Delhi aankom doen rug en benen doen het niet meer.
De kruier vraagt 30 roepia's om mijn reistas naar het depot te brengen. Daarover wind ik me zo op dat ik er als een speer met tas en al vandoor ga. Het is ongeveer achthonderd meter, dit station is echt waanzinnig groot. Omdat ik aan het lopen gewend ben geraakt, loop ik het bagagedepot voorbij, trotseer de linies van weg versperrende en om het hardst roepende taxichauffeurs bij de uitgang, daarna door de tweede branding van riksja scooters, het plein over, blikken wisselend met fiets riksja jongens die het stationsplein niet op mogen, boze geërgerde misdadige gezichten. Neen, jij niet, en jij niet.
Niemand gelooft meer dat ik een fietsriksja nodig heb, maar een geheim snelle blik met een stralende jongen die helemaal achteraf staat met een goed gepoetste fiets, jij wordt het, Main Bazaar, met het uitstekende uitzicht dat een fiets riksja biedt scan ik de logementen af. Vivek wordt het. De riksja-jongen bedankt niet mij, maar buigt zich met de twintig roepia's in zijn handen naar de god van zijn hart, die hem zo zacht en stralende maakt. Misschien Laxmir, hoewel twintig roepia's ook weer niet veel is. Een heel gevecht om schone lakens te krijgen. Het bed klop ik uit. De kamerjongen veegt met een van zijn blote voeten wc-papier en bananeschillen de kamer uit, terwijl hij complimentjes vissend naar me kijkt. Jou want clean room? I clean room for you! You see? Clean room!
Ik vroeg een emmer die niet lek was, kocht waspoeder op de bazaar, en zetten mijn reistas in de week. Ik trok mijn kleren uit, gaf die aan de kamerjongen, en na een middagslaapje begeef ik me met een nieuw pak honderd roepia biljetten op de bazaar. Geen vrijblijvende praatjes met westerners, langzaam wandelen en praten over de waarde van de dingen. Mijn rugzak wilde ik kwijt. Ik heb het ding meer dan een jaar niet gebruikt. En op deze reis heeft die de hele tijd onderin mijn reistas gezeten. Ik ben blijkbaar niet geroepen tot lastdier. Ik zoek een schoudertas voor de vele boeken die ik gekocht heb. Ik verwacht dat mijn incheck bagage te zwaar zal zijn. Verder wil ik dingen kopen die hier goedkoper zijn als in Europa. Vitamine B12, batterijen, overhemden, ik heb een paar dagen tijd, en ik heb teveel roepia's. Verder is onderhandelen een vorm van contact, en een prachtig spel.
Stadsrondleiding met Indische mensen die de hoofdstad van hun land bezoeken
Een waanzinnig grote tempel van Jef Koons-achtige goden. Dan weer in de bus. Arc de triomph (heet hier Gate of India) die ook hier (net als in Washington ook) deel uit maakt van een Grand Elisee-achtige constructie, die als een speer door het stadshart steekt. De Engelsen hadden dit gebouwd om aan de groeiende nationalistische gevoelens toe te geven. Vanaf de Gate of India kun je langs een bombastische paradeplaats in een rechte lijn drie kilometer verderop het presidentiële werkpaleis zien, ronde koepel van grijze uitlaatgascontouren tegen grijze uitlaatgasachtergrond. Ik heb nooit veel gemist. Wel ontroerend was het woonhuis, de bril, de potloden en puntenslijper van Indira Gandi. Een onafgebroken zwijgende rij trekt langs de plaats van de moord. Twee zwaar bewapende soldaten staren recht in de geëmotioneerde gezichten van de voorbijgangers.
De Indiërs kijken zoals ze kijken als zo voor hun goden staan, en wat me ook opvalt, zijn de wassingen bij de waterplaats, ervoor en erna, net als in de tempel. De western-stile rituelen van de still-camera en de movie-camera zijn op heiligste plaatsen niet toegestaan, maar bij bovenmaatse gebouwen van nationale betekenis wordt ijverig geknipt. Zie, dorpsgenoten, ziet allen die kijkt naar deze foto op ons dressoir, hier sta ik daadwerkelijk zelf, voor dit beroemde gebouw dat verbonden is met een verhaal over ons land.
Bij een nooit afgebouwde moskee, die inmiddels een ruïne is geworden, heerst zondagse parkstemming op de schaduwrijke grasvelden. Ik vind een pakje Samson shag met een kant en klare joint erin, die ik oprook.
Op de crematieplaats van Neru loop ik net als bij de stupa links het heuveltje om, uiteraard op blote voeten. Gevoel van eenheid door het delen van de cultus. Ik breek de excursie af omdat ik een afspraak heb met mijn kleermaker. De kleren zouden af zijn.
De worstmolen
De fietsriksja's bij het rode fort kijken elkaar
aan, en vragen me een ongelooflijk bedrag.
Briesend van woede maak ik me uit de voeten.
Een verbouwereerde jongen loopt achter me
aan en gaat meteen akkoord met een vijfde van
de prijs. De woede is niet gespeeld, maar wel
gedramatiseerd. Het is een woede aan de
buitenkant, omdat het hier goed werkt, omdat
de situatie het vraagt. Het is geen woede die
mijn ingewanden in de war brengt, het komt uit
de zelfde bron als het fantastische standwerkers
verhaal waarmee ik mijn rugzak verkocht,
langzaam met persoonlijke aanrakingen, van
vriendschap en vertrouwen de prijs modererend
onder nauwkeurige meeting van het effect op
kleine spierbewegingen en oogbewegingen.
Lankmoedigheid van een lange
zomerzondagmiddag zonder veel haast, leeft
onder de dringende instructies die ik de
fietsjongen geef als hij opnieuw de grenzen
aftast. In de vallende schemering gaat het door
de nauwe moslimsteegjes van het oude Delhi,
dit is de shortcut die ik wilde. Een
fietsenonderdelenstraat, een zilversmedenstraat,
een looiersstraat. Delhi is gecompartimenteerd,
om van dit fijnmazige orgaan naar de Bahar
Ganj, een ander madurodam-achtige gebied, te
gaan, moet je langs een grote verkeersweg
grootschalige compartimenten doorkruisen,
zoals een busstation, een treinstation, grote
overheidsgebouwen met tuinen en villa's van
hoofdambtenaren. Omdat er een optocht is kan
zelfs de fietsriksja niet verder. Het kost me erg
veel werk om een briefje van vijftig klein te
maken, om de riksja te kunnen betalen. Een
paar levensgevaarlijk oversteekpartijen en een
glijpartij in de modder. De riksja jongen heeft
niet het gezag om dit wisselen bij een kraampje
gedaan te krijgen, anders zou ik hem het werk
laten doen. Een uur lang bumpers op en af
springend door het vastgelopen verkeer kom ik
bij de pasfotohandelaar, die mijn foto's klaar
zou hebben. De foto's waren vooruit betaald.
De zaak is gesloten, en zou dat blijven tot lang
nadat mijn vliegtuig vertokken zou zijn, maar
nooit vertrokken is. Een trouwerij. Ik neem
wraak door me bij alle buren uitgebreid te
beklagen. Daarna komt ik bij de kleermaker, de
kleren zijn klaar, en me wordt gevraagd te
wachten. Na een halfuur begin ik tegen ieder die
het horen wil te vertellen wanneer te kleren
klaar zouden zijn, hoeveel ik vooruit heb
betaald, en dat men me nu vraagt om te
wachten. Na een uurtje of wat komt de
kleermaker. Hijgend. Zijn gezicht is
opgewonden en schuldig. Hij moet over mijn
ontevredenheid gehoord hebben. De arme man,
ik heb hem uit bedehuis of bed gescheurd. Mijn
lievelingsbroek krijg ik gewassen terug, met
twee exacte kopieën van precies dezelfde
onverslijtbare stof, met precies dezelfde dubbele
zoom. Mogelijk is dit het begin van een
nieuwe produktielijn voor vervalste
merkkleding. Vervolgens controleer ik de rest
van mijn tropenuitrusting, bijpassende
overhemden. Tevreden tel ik mijn honderdjes
uit. Later word ik in de Bazaar aangesproken
door de man die al mijn specifieke wensen in
mij heeft opgewekt, en doorvertaald naar het
vermogen van de nijverheid in de steegjes
achter de bazaar. Hij waarschuwt dat ik straks
geld kan kwijtraken in het gedrang, ik vertel
hem dat al mijn geld nu veilig in zijn handen is,
hij moet verschrikkelijk lachen, maar hij wil nog
wel weten of ik van een speciaal aanbod
gebruik wil maken voor vervoer naar de
luchthaven. Iemand die zich volledig in mijn
behoeften kan verplaatsen. In dit geval weet ik
een bus die twintigmaal goedkoper is. Ik beloof
de man het niet verder te vertellen. De bazaar is
een worstmolen, een opeengepakte worst van
koeien, scooters, en versierde vrachtwagens,
die langs de rooilijn schaaft. Uithangborden
kraampjes en onwillige voorbijgangers worden
willoos meegesleept. Een andere richting of een
andere snelheid dan deze langzaam bewegende
worst is uitgesloten. Vanuit alle richtingen gooien
de mensen elkaar lekkers toe: suikergoed,
druipende handjes gemalen notenpasta,
gevlochten jasmijnbloemen, De vreugde op de
gezichten is uitzinnig. Een intense stille blijdschap
is aanwezig achter de luidruchtigheid. Dit is
echte extase. Het oeverloze geluk op de
gezichten van de mensen met de knoetjes op
hun hoofd, slaat op me over als ik het indrink.
Ik word naar een plaats getild waar ik
gemakkelijk kan zitten, en bedolven onder
bloemen en sinaasappelen. Het feest is extra
mooi door het universele karakter, doordat
iedereen aanwezig is. Praalwagens per familie.
Een rij van maagden ziet het extatische geluk op
mijn gezicht. Onze hoofden wiegelen in gelijke
achten. Ik denk aan Van den Bergh, het
persoonlijke bewustzijn dat er in de
middeleeuwen niet was, en ik zie het gedrag van
de enkele westerner die in het gedrang verstrikt
is geraakt, verstrikt in de eigen persoonlijkheid,
verstikt door een persoonlijkheid te zijn, en
overal iets van te vinden. Na het feest dwaal ik
nog in kleine achterafstegen opzoek naar een
enkeling die nog een theetje of wat
versgebakken koekjes heeft.
|