index

index
Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi


mailbox Bugel


*Reisnotities India
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi
index
| Delhi

Dit artikel is in 1997 geschreven door JOB BUGEL
Mensen in de nieuwsgroep rec.travel.asia vragen elkaar wat je toch moet doen, als je midden in de nacht op het vliegveld van Delhi aankomt. Daar heb ik in deze nieuwsgroep ook mijn zegje over gedaan, want de vorige keer werd ik voor 300 Rs per taxi naar een verschrikkelijk duur hotel gebracht, waar ik pardoes door de check-out time heen sliep zodat ik nog een dag bij moest betalen. Voor een beetje slaap op een groezelig bed heb ik op deze manier een bedrag uit gegeven waar je in Delhi een hele mooie fiets met versnelling voor kan kopen. 'Je kunt beter in de restroom wachten tot het ochtend is', vertelde ik iedereen, maar op de luchthaven mogen we voor 15 roepia's met de bus van de YMCA mee. We krijgen een bonnetje, de vrouw wees in de richting waar buiten, onzichtbaar voor ons, de bus zou staan. Buiten grist een behulpzame man het bonnetje uit mijn hand, houdt dat als een 'volg-mij-vlaggetje' boven zijn hoofd, en rent voor ons uit door de menigte. Vriendelijk maar beslist herover ik de bon, en worstel in de andere richting waar de bus op ons staat te wachten. We stappen uit op het centraal station van New Delhi. Daar staan we tussen de zwerfhonden en daklozen in de modder. Ik zie een handkar met het witte licht van een gaslamp. Dat betekent thee! We lopen er naar toe. Jochem staat te wennen aan het nieuwe land, en de aanspraak die je er hebt. Na een paar kopjes thee gaan we allerlei aanbiedingen afslaand in de richting van de straat, op zoeken naar een fiets riksja, voor een ritje door de stad. Het is nog nacht, en we hebben een paar uur de tijd. Op de Main Bazaar gaan we koffie drinken in een souterrain dat 24 uur per dag open is. Terwijl ik de krant lees maakt Jochem steeds grotere tochtjes vanaf ons tafeltje, en uiteindelijk haalt hij zijn bagage voor de inrichting van een kamer van 175 roepia's, die hij vooral wou hebben vanwege het balkon. We nemen afscheid voor het geval we elkaar kwijt raken, en als ik de straat op loop meldt zich de jongen de Jochem aan een kamer hielp. Geheel kosteloos wil hij voor mij hetzelfde doen, pal ernaast, ook met Balkon. Ik loop naar het station om een algemeen trein abonnement te kopen. 2e klas, 125 US-Dollar, 30 dagen. Omdat ik er toch ben, kijk ik ook maar eens op het bord. De Kerala-express vertrekt over vijf minuten. Even een sprintje maken. Als de trein rijdt zorgt de superintendant voor mijn bed, ik denk dat het straks wel warm zal worden op Jochem zijn balkon, en ik val in een diepe slaap. Als ik wakker wordt zie ik vuil geel zand, dat door de moeson-regen de vorm heeft gekregen van een berglandschap met diep uitgesneden rivierdalen. Het reliëf doet me denken aan opgespoten weiland bij mijn geboortehuis, op de plek waar laten een herstellingsoord zou komen. De hoge bergen noemden we dat, want ze leken op hoge madurodam-bergen. Ik speelde er vaak, en had er ook een hooilandje voor mijn konijnen. Geen hooilandjes voor konijnen hier, een onafzienbaar 'wasteland' waar heel wat mee gedaan zou kunnen worden. Wat later zie ik bossen en kastelen op een heuvels (misschien met slapende prinsessen die op me wachten). Ik wordt verliefd op het sprookjesachtige landschap, de late middagzon en de verlatenheid. Ik bereid de superintendent voor op een plotseling afscheid. Het uitstapstation was Jhansi, een groot koloniaal station, veel jongens om me heen die een handje willen toe te steken. Ik sla dat af, maar als de jongens, die op de Kerala expres zijn afgekomen het station hebben verlaten, ben ik hopeloos alleen op een plein, waar een voor een de lichten uitgaan. Na aarzelend zoeken vind ik de afdaling naar de stad; een dal met zwarte rook van slecht verbrandde dieselolie. Ik krijg meteen hoofdpijn, geen erge, maar een oliehoudende roetlaag in mijn neusholte geeft een zeurende pijn omdat de allergische reactie die mijn stadsgenoten hebben (roggelhoest en snotteren) bij mij uitblijft. Mijn lichaam weet het nog niet. In de hotelkamer spoel ik mijn neusholte uit met zout water. Dan ga ik op verkenning. In de modder langs de rijweg vind ik een theestal zonder thee. Een stuk of tien kinderen zijn er bezig met massa-produktie: op ongeverfde [zwarte] planken wordt deeg tot balletjes gemaakt; de volgende maakt balletjes tot platte koeken, de volgende snijdt die met een scherp houtje in drie segmenten en legt ze op een stapel daar waar de andere produktielijn met vulsel op uitkomt, de segmenten worden gevuld met gekookte kool, dichtgeplakt, gekarteld, en in kokende olie gegooid. Alles voor de volgende exprestrein. Als de thee klaar is wordt gepauzeerd. Iedereen krijgt thee, na afloop hoef ik niet te betalen, er zijn vriendschappen gesmeed, maar morgen zal ik vroeg de stad verlaten hoewel de reisgids bijzondere tempels meld op drie uur rijden met de bus. Al die tempels kan ik toch niet uit elkaar, en in de bus zitten kan ik nog genoeg.

Jhansi }}}}

© 1997 Job Bugel [index]