index





**
Polen: begin


**
Polen: deel twee



andere reisverhalen







*Fietsnotities Polen **
{eerste stuk}






***
Polen: deel drie







andere reisverhalen













mailbox Bugel



Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi














*Fietsnotities Polen **


***
Polen: deel drie



andere reisverhalen










Delhi
Jhansi
Poona
Goa
Hampi
Gokarne
Jogg Falls
Bangalor
Vellore
Mahabalipuram
Madras
Terug in Delhi







andere reisverhalen



*Fietsnotities Polen **

***
Polen: deel drie



| De oostzeekust, Vor Pommern en Berlijn

Of hoe je de chaoten overruled.



Genoeg gezien hoe het is hier te leven, genoeg heuvels zwerfkeien en meren. Niet alle meren zijn trouwens het zelfde, sommige zijn beland bij het groene evenwicht van troebel water met brasem, sommige bij het evenwicht dat de groenen willen, met snoeken en waterplanten. Op naar Wit-Rusland om te kijken hoe het daar proeft een mens te zijn. Maar Betty is het beu de kilometers achter me aan te verbijten, en daarom hebben we een trein naar het westen genomen. De trein doet uren over wat we een middagje gefietst hebben. Droomachtige stationnetjes, opgepoetste mannen in maat gesneden uniformen. Later wordt de trein een sneltrein en tegen middernacht komen we in Gydina bij Gdanzk.

Na lang door het donker fietsen arriveren we bij het statige gebouw voor rechtzinnige jongemannen op reis in de vreemde, maar de verraderlijke staat had dit gebouw verkocht aan een dure internationale hotelketen. De PTTK was verhuisd naar een buitenwijk, wat we diep in de nacht vinden. Grote neonletters verkondigen dat we goed zitten, een met balpen beschreven flard karton verklaart, zoals zo vaak, hetzelfde met een Pools ontkenningswoord erbij: niet meer....buiten functie. De volgende dag slapen we 45 km noordwestelijk van Danzig op het sneeuwwitte Oost-zee-strand. Langzaam zouden we elke dag langs de smalle vloedlijn naar het westen fietsen, tot we in de Heimat zijn.

Alles is hier normaler, de mensen zien er niet zo betoverd uit, en op het strand verschuift onze fascinatie naar de boeken die we bij ons hebben. We kamperen in de duinen, zonnen, zwemmen, fietsen als het geen vloed is, want dan is er geen strook hard zand. Water van beekjes kan slechts mondjesmaat door de duinen, achter de duinen zijn plassen, hoogveen, zomptapijt waar je doorheen kunt zakken, berkjes, scheef gezakte wilgen, vleesetende planten en heel veel bloemen en kraanvogels. De paadjes zijn daar ingewikkeld, maar we voelen ons gearriveerd, dus dat geeft niet. Het water is helder en koel, en een stuifzand-pakket net stevig genoeg voor de tent.

Op een dag komen we ten zuiden van zo'n plassengebied, omdat een paadje ons daar brengt. Het wordt een bonkig sintelpad met karrespoor er naast, veel bos wel dertig kolometer lang, slechts onderbroken door een gehucht.

We wachten voor het winkeltje. We waren vernatuurd en verlangen naar brood, naar mensenvoedsel. Een paar andere dorpelingen met boodschappentasjes voegen zich bij ons, omdat ze verwachten dat de eigenares nu wel komt. We zien beweging in de tuin aan de overkant. Als de vrouw de winkel eenmaal ontsloten heeft, gaat ze eerst haar goed prijzen, als een bitse moeder die geen tijd voor je wil hebben. Dan neemt ze een wachtende houding aan zonder naar me te kijken. Nee. Cola heeft ze niet. Ik wijs naar de Pepsi die achter haar staat.
Na uren zien we een spoorlijn. Dworzats betekend station, een boer wees. Een boemeltreintje stond klaar, op een overstap station hebben we kaarten geschreven en we hebben er de sneltrein naar Szszsetcin genomen.

Op een oud stadsplein beent een modern geklede vrouw op luide hakken langs het Victoria hotel. Naar de PTTK vraag ik. Ze maakt met haar onderarm de stompende beweging voor haar buik langs, naar het hotel. Daar hoor ik dat de PTTK naar Ul Casino 19c is verhuist. Een uur later zitten we in een dubbele kamer voor slechts 45 slotties, met een mooie werktafel en een badkamer. In deze ambassadeurswijk kun je op de straathoeken grote pullen bier drinken met allerlei mensen uit handel en politiek. We zijn er eventjes gebleven.

Als we naar Duitsland willen, fietsen we op ons richtingsgevoel naar het westen Bij de grensovergang is veel handel. Het prijsverschil voor sigaretten en hoeren is enorm, maar ook voor pitrieten manden en tuinkabouters. In Meklenburg-Vorpommeren zijn veel van keisteen gebouwde dorpskerken van meer dan zes eeuwen oud. Het zal wel een rage geweest zijn, bakstenen hadden ze in de tijd geloof ik wel. Lettend op de schaduw die de zon naast m'n fiets werpt volgen we een hemelsbreed koersgemiddelde richting Berlijn, over zandpaden door de velden. We komen in kleine dorpjes waar de dorpswinkel 'ihre Kette' net of nog net niet falliet is, want ook het nieuw aangelede Duitsland automobiliseerd, en vergroot zijn schaal. Wijd golvend landschap met grote graanpercelen, bosschages op de steilste stukken. Uren lang langs een zandpad door een brede vallei die uitzicht biedt op glooiende velden met wilgendammetjes, hooilanden en groepjes reeën. Ik voeg me bij een gegroefde boer die kwaad voor zich uit kijkt, het gesprek komt kreunend op gang: 'ik bin in Pommern geboren'. Het klonk als Gronings, de tongval en ook het onvriendelijk gesnauw om verlegenheid te verbergen. Dan een snerende uithaal van ververongelijktheid: waar we gefietst hadden, ten oosten van de Oder, dat was ook Pommeren. Nu is het Pools. Maar het was Pommern. Niet alleen door de mensen voel ik me dichter bij mijn wortels ook diezelfde degelijke straten die ik van het vroegere Groningen ken: ordelijke kinderkopjes waar geen weegbree meer tussen kan, met nauwheid afgezet aan de rechte rand met kleinere dieper stekende keisteentjes die de zaak onwrikbaar in bedwang houden. Teisterende wegen die net als de Romaanse kerkjes nooit een duimbreed zullen meegeven.

Na uren openluchtmuseum kruisen we de autobaan: onze weg gaat door een nauwe betonnen tunnel. Dan kippen tussen de eiken. Dorp zonder winkel. Het volgende dorp op zes kilometer afstand, daar is een winkel. Een supermarkt denken we, maar het blijkt een cafe te zijn. Betty eet worstjes en ik drink bier. Ik vraag niet te veel aan de Mekkelenburgers over wat wel en wat niet. Zeggen dat we met de fiets uit Polen komen en voor het eerst in de angegliederte landen zijn is een voldoende opening voor response van de groep die volop belangstelling is voor alles. Ook voor wat er wel of niet achter het hoge met blauwe linten afgezette vitragevenster gebeurt. Ze vertellen elkaar in hun platte Duits of het wel of niet gebeurt. Op de radio zingt een vrouw in een aangrenzend dialect: 'ick koop mirzelf een neije Man'.

We zijn in Berlijn, we gaan naar Marzahn, het heeft de naam een naargeestige Oostduitse flatwijk te zijn. Mogen we niet missen. Het is een snikhete dag. Het fleurige winkelcentrum met overvolle terrasjes doet me denken aan Costa del Sol. Bij de geldautomaat druk ik bij Taal Kiezen werktuigelijk op Nederlands. Wilt U een Bon? In Pommeren voelde ik me al thuis, nu ben ik helemaal gearriveerd. Buiten de flatwijk is een 40 meter hoge berg huisvuil, of ander afval, afgedekt met aarde en begroeid met berkebosjes brem en veel bloemen. De natuur en het uitzicht zijn prachtig.
De volgende bezienswaardigheid is Prenzlauerberg. We waren vergeten waarom we hier nog maar weer naar toe moesten. Is dit nou ook troosteloos? In elk geval groot, veel gebouwen en autowegen. We vragen een man waar het eigenlijke van Prenzlauerberg nou is. Er zijn verschillende bergen in Prenzlauerberg, hij adviseert een kilometer in oostelijk richting te fietsen, daar is de hoogste. Hoopvol er naar toe, er staan flats en er is een supermarkt. We gaan winkelen, en bij de kassa neem ik een medeklant in vertrouwen: we zijn toeristen en we zijn naar Prenzlauerberg toegestuurd. Wat is hier de bezienswaardigheid? Kolwitzplatz, een plein met terrasjes. Daar zitten artiesten. Drie kilometer fietsen. Het plein heeft in de verte iets van het straatleven in Amsterdam, maar dan gedeisder.

Als het weer zaterdag is gaan we weer met onze fietsen en een weekeindkaart in de overvolle D-treinen. De fietswagon is vol woest chaoten (punks en skinheads) die allemaal fietsen en kampeerspullen bij zich hebben. De chaoten proberen de overvolle fietswagon op orde te brengen. De bepakte fietsen worden als indexkaarten op een kantoor gesorteerd op volgorde van de stations waar ze er uit moeten In Magdeburg blijkt al dat op die stations ook fietsen binnenkomen. Als de zaak in de soep lijkt te lopen, moeten een paar fietsen even op het perron wachten op een nieuwe herindeling. De conductrice is een fragiel meisje van zesentwintig met springerige krullen, sjaaltje over de blouse, de conducteursattributen losjes bungelend op de heupen. Zonder stemverheffing zegt ze: - wir haben ein Fahrplan.
Daarmede zijn de chaoten overruled.

andere reisverhalen}}}}}}}}}}

[HELP]
Copyright© 1996 Job Bugel.
[SEARCH]