Oefening 1
- De rechterknie buigen en zo ver mogelijk optrekken in de richting van de neus, vervolgens
het been recht omhoogstrekken en weer neerleggen. Hetzelfde met het linkerbeen.
- Het rechterbeen zover mogelijk zijwaarts leggen, optillen en gestrekt over het linkerbeen
kruisen en neerleggen en weer terug. Hetzelfde met het linkerbeen.
- De handen onder het hoofd brengen, de knieën buigen en de voeten plat op de grond zetten,
vervolgens de bijeengehouden knieën afwisselend naar rechts en naar links, terwijl de heupen
meedraaien en d schouders op de grond blijven liggen.
- De knieën buigen en de voeten plat op de grond zetten, vervolgens de voeten tegen elkaar
met kleine stapjes afwisselend zo ver mogelijk verplaatsen , terwijl de schouders op de
onderlaag blijven liggen.
- De knieën buigen en de voeten plat op de grond zetten, vervolgens de heupen zo ver
mogelijk optillen en terug.
- De handen onder het hoofd brengen, het rechterbeen vanuit de heup binnenwaarts draaien en
terug. Hetzelfde met het linkerbeen.

Oefening 2
- Het rechterbeen optillen, tot de knie zich ongeveer 10 a 15 cm boven de onderlaag bevindt.
Hetzelfde met het linkerbeen.
- De knieën buigen, het rechterbovenbeen optillen en weer neerleggen, daarna het
linkerbovenbeen optillen en weer neerleggen.

Oefening 3
- Het bovenlichaam zo ver mogelijk in elkaar, naar voren, laten zaken en weer terug (zonder
pijn).
- Het bovenlichaam naar rechts draaien en de handen zo ver mogelijk naar achteren op de
stoel, plaatsen, daarna het bovenlichaam naar links draaien en de handen zover mogelijk naar
achteren op de stoel plaatsen, de heupen hierbij niet bewegen.
- De rechterbil en het rechterbeen vanuit de rug iets optillen en terug. Hetzelfde met de linkerbil
en linkerbeen.
- De benen spreiden (op de grond zittend) vervolgens het bovenlichaam vanuit de heup zo ver
mogelijk in de richting van het rechterbeen vooroverbuigen, waarbij het hoofd zo ver
mogelijk naar het rechterbeen wordt gebracht. Hetzelfde voor het linkerbeen.

Oefening 4
- De armen tegelijk afwisselend naar rechts en links omhoogzwaaien en nakijken. Door de
knieën veren tijdens het zwaaien vergroot het effect van de oefening.
- De armen boven het hoofd strekken en afwisselend met de rechter- en linkerhand steeds iets
hoger pakken.
- Het rechterbeen afwisselend voor- en achterwaarts zwaaien. Hetzelfde met het linkerbeen
(altijd voor veiligheid zorgen door eventueel zich vast te houden aan een stoel of de
tafelrand).
- Het rechterbeen voor het linkerbeen langs zwaaien, en terug. Hetzelfde met het linkerbeen
(altijd voor veiligheid zorgen door eventueel zich vast te houden aan een stoel of de
tafelrand).
