1995: Gavarnie, Ordesa

Eind augustus 1995 maakten we onze eerste wandeltocht door de Pyreneeën.

Dag 1. Gavarnie - Refuge de Sarradets.

Twee mogelijkheden. Ervaren wandelaars kunnen de Refuge vanuit het Cirque de Gavarnie via l'Echelle des Sarradets bereiken. Wordt bij slecht weer, ijs, sneeuw afgeraden!

Wij namen het pad dat bij de kerk begint, en via diep uitgesleten zig-zags naar de Vallée des Pouey Aspé leidt. Doorlopen tot de Port de Boucharo is mogelijk; wij klommen echter door de puinvelden langs de Riu de Taillon richting Col des Sarradets. Het pad leidt min of meer door een waterval omhoog: een hele kunst om droge voeten te houden! Het laatste deel van de weg kan in het voorjaar bedekt zijn met sneeuw/ijs.

Dag 2. Refuge de Sarradets - Circo de Goriz.

Over de gletscher of, wanneer de sneeuw is gesmolten, over de morene, naar de Breche de Roland. Niet heel gemakkelijk: in de mist blijkt de Breche lastig te vinden, de laatste meters vragen enig klauterwerk.

Vanuit de Breche afdalen over blokkenterrein. Goed oostelijk aanhouden, net onder de rotspunt (2654 m) langs, omdat je anders (net als ons) te ver onder de Collado de Descargador uitkomt.

Het pad naar de Cuello de Millaris is eenvoudig te volgen. De Refuge de Goriz is van hier reeds zichtbaar, maar het pad houdt hier op. Wij volgden een aantal steenmannetjes, die ons over kalkterrassen naar de rand van het Circo de Goriz voerden om vervolgens te verdwijnen. Een listige afdaling het Circo in was het alternatief voor terugkeren.

Voor hen die de hut willen bereiken is het waarschijnlijk beter om de steenmannetjes te laten voor wat ze zijn, en vanaf de Cuello wat noordelijker aan te houden (afdalen naar de beek) over de terrassen van de Faja Luenga. In het Circo en rond de hut kun je prachtig kamperen (NB. kamperen verboden in de Valle de Ordesa onder 2000 m!)

Dag 3. Circo de Goriz - Bujaruelo.

Na een koude nacht volgen we de beek stroomafwaarts. Hier en daar groene verfstippen en stukken pad. Langs een smal zig-zag paadje aan de oostzijde van het Circo de Soaso bereiken we Valle de Ordesa (de "Grand Canyon" van Spanje).

Het pad door de kloof wordt steeds breder, en je komt steeds meer dagjesmensen tegen. Na de parkeerplaats volgt ca. 4 km vervelende asfaltweg richting Torla. Langs de Rio Ara naar San Nicolas de Bujaruelo: halverwege ligt een prima camping.

Een alternatief voor de drukke weg door kloof vormt het hoger gelegen pad langs de zuidelijke wand van de kloof.

Dag 4. Bujaruelo - Cabane de Loúrdes.

Langs Bujaruelo het dal van de Rio Ara uitklimmen ri. Port de Boucharo. Tijdig de Barranco Lapazoso oversteken (door een klein bosje) om langs de Barranco Sandaruelo een kaal komdal te bereiken.

Het pad op de kaart gaat in de praktijk al spoedig verloren tussen allerlei kleine koeiepaadjes. Strak op kompas lopend, klim je langs steile grasruggen omhoog, tot op de 2300 meterlijn een traverse opduikt die je naar het Lac de Bernatoire brengt.

Afdalen door de Vallée de la Canau. De overal aanwezige koeiepoep maakt het niet makkelijk om een kampeerplek te vinden. Wij sloegen de tent op tegenover de Cabane de Loúrdes. (NB. bij de cabanes die wij troffen was ook altijd een drinkwatervoorziening aangelegd!)

Dag 5. Cabane de Lourdes.

Langs de goedgemarkeerde GR10 is Gavarnie vanaf de Cabane de Lourdes eenvoudig te bereiken. Het eerste deel van de route volgt comfortabel de 1800 m hoogtelijn.