"Ötztaler Alpen"
| InleidingIn september 1997 verbleven we 2 weken in
Sölden in het Ötztal, vanwaar we een aantal leuke wandelingen maakten.
Omdat het voor ons de eerste keer was dat we in de Alpen wandelden, was het hoofddoel om een en ander te verkennen, en een gevoel te krijgen voor de moeilijkheidsgraad. Aanvankelijk waren we van plan om nog een trektocht van een week te maken, maar dat is er niet meer van gekomen. In plaats daarvan vierden we een redelijk luie vakantie op de camping in Sölden, en concentreerden we ons op het beklimmen van een aantal eenvoudige toppen: onze eerste "drieduizenders". In Vent steken we de rivier over, en lopen langs de oever in de richting van een kleine sleeplift. Hier lopen we heuvelop, het Niedertal in, richting Martin Busch Haus. De weg is breed genoeg om de huttenwaard met zijn auto van en naar Vent te kunnen laten rijden. Je kunt je bagage dan ook door hem laten vervoeren. De weg buigt langzaam naar rechts, waardoor je pas op het laatste moment de hut ziet liggen. Overnachten in de hut, 's Middags is er nog gelegenheid om bijvoorbeeld Marzellkamm te beklimmen. Wij troffen echter dermate slecht weer, dat we al snel de beschutting van de hut zochten.
De volgende ochtend al om 7 uur op pad (de echte klimmers zijn dan al 2 uur onderweg richting Similaun). De route naar de Saykogel is goed aangegeven. Na een aanloop door het dal kom je op de oostelijke graat terecht. Aangekomen op de kam is de top met gering klauterwerk snel bereikt. Vanaf hier heb je een overweldigend uitzicht op de Similaun, de Niederjochferner, de Fineilspitze, en de Hochjochferner. De afdaling is iets listiger dan de beklimming, en volgt de graat die vanaf de Saykogel in noordwestelijke richting tussen de gletschers loopt. Bij slecht weer (sneeuw, ijs) niet eenvoudig! Aanvankelijk loop je wat meer aan de rechterkant, later wat meer aan de linkerkant. De markering ontbreekt hier grotendeels: laat je niet verleiden om vroegtijdig naar de gletscher af te dalen. Verlaat de graat in de richting van een klein meertje om over eindeloze puinvelden naar de woest stromende beek te lopen die het smeltwater van de Hochjochferner afvoert. Onder het Hochjoch Hospiz (dat helaas 100 meter hoger lag: dat brachten wij niet meer op) door, loop je door het schitterende dal van de Rofen Ache terug langs Rofenhöfe (waar een koud biertje op ons wachtte) terug naar Vent. De tocht naar Vent kostte ons 10 uur: 860 meter klimmen en 1460 meter dalen. De Kompassgids beschrijft de wandeling in tegengestelde richting, hetgeen volgens ons niet is aan te raden, omdat de beklimming over de puinvelden naar de Saykogel ons nog al saai en uitzichtloos voorkomt: beter geschikt voor een snelle afdaling!
Volgens de bordjes een wandeling van het type "nür für Geübte!". Maar dat valt erg mee. Wie vroeg is kan de auto in Hoch Sölden (2090 m) parkeren. Een leuk alternatief is de stoeltjeslift vanaf Sölden. Achter in het dorp loopt een vervelende, steile weg de berg op. De klim over deze weg is te vermijden door in Hoch Sölden nog een stukje met een tweede stoeltjeslift naar ca. 2350 m hoogte te gaan (Doppelkarte is in Sölden te koop). Het wordt dan wel een erg gemakkelijk tochtje! Wanneer de weg wat vlakker wordt splitst hij zich bij een aantal drinkbakken. Neem het pad naar rechts, dat door een leuk bloemenweitje naar een puinveldje (Grießmaurach) voert. Na dit puinveldje begint een aardige beklimming, hier en daar voorzien van staalkabel en voetsteuntjes. Het pad bereikt oostelijke graat, waarover je dan via een bocht de top bereikt. Op het laatste stuk liepen we redelijk onbeschut tegen de harde wind! Terug via dezelfde weg, totaal: 3-4 uur.
Een andere aardige wandeling vanaf Hoch Sölden. Ditmaal bij de drinkbakken naar links. Het eerste deel van de route loopt helaas tussen de skiliften van Sölden door richting Rothkogelhütte. Vanaf deze hut wordt de route mooi: tussen Rotkogel (2940 m) en Schwarzseekogel (2885 m) klim je naar de mooie Schwarz See. Het brede pad loopt links langs het meer naar de Schwarzkogel. Wat er beneden nog uit ziet als een graatwandeling, blijkt in de praktijk een route over een vrij breed plateau te zijn. Toch voelt niet ieder zich hier even zeker van zijn/haar zaak. Op de top van de Schwarzkogel wacht een mooi uitzicht over de het Pollestal. Over de kam aan de andere kant van het dal loopt de mooie, maar niet eenvoudige Mainzer Höhenweg. In het zuiden lokken de gletschers van de Weißkamm. Terug via dezelfde weg, bezoek in ieder geval nog even het kapelletje bij de Rothkogelhut. totaal: 4-5 uur. Tip: niet op de kaarten die wij onder ogen kregen te vinden, maar net onder de top van de Schwarzkogel geeft een wegwijzer een afdaling naar het Pollestal aan. Deze is vast niet eenvoudig, maar is mogelijk een leuk alternatief voor de route over de Pollesferner en de parkeerplaatsen bij de Rettenbachferner.
Een echte Wettersturz bracht halverwege onze vakantie sneeuw boven de 2000 meter. De volgende dag bracht helder weer, en wij namen de eerste gondel vanaf Sölden naar de Gaislachkogel. Op 3000 meter vroor het licht, maar een stormachtige wind maakte het extreem koud. Een minder voorbereid (slechts in fleece gehuld) stel, dook na luttele minuten weer met de gondel het dal in. Vanaf de Gaislachkogel daalden we door maagdelijke sneeuw over een steil pad af naar de Gaislachersee (2750 m). De pickel was niet echt nodig, maar gaf toch wel een veilig gevoel. Vanaf de Gaislachsee loopt het "gewone" pad naar het zuidoosten, met een wijde bocht richting Gasthäus Gaislachalm. Wij liepen daarentegen langs de linkeroever van het meer, om de 2914 m hoge overgang in de zuidoostelijke uitloper van de Äußere Schwarze Schneide te beklimmen. Hier en daar is er een markering zichtbaar. In de verse sneeuw was de klim naar de col een genoegen. Wanneer het hier verijst is zijn pickel en stijgijzers echter noodzaak! Vanaf de col heb je een prachtig uitzicht op de Innere Schwarze Schneide en de Wildspitze. Ver naar het zuiden is de Similaun met zijn gletschers, en de overgang via de Saykogel te zien. Vanaf de col geven verfstrepen waarschijnlijk de route naar de toppen van de Schwarze Schneides aan: niet volgen dus! In plaats daarvan over de puinhelling afdalen naar het meertje aan de voet van de col. Hier is geen pad meer te herkennen. Vanaf het meertje liepen wij aanvankelijk in zuidelijke richting, later meer naar het zuidwesten, stroomafwaarts langs kleine beekjes, en langs een piepklein meertje. Verder naar het zuidwesten is het mogelijk om tussen de rotsbanden af te dalen naar het goed zichtbare pad dat de parkeerplaats van de Tiefenbachferner en de Gaislachalm verbindt. Na een kop gulaschsoep op het terras van de vervolgden wij onze weg om vanaf het middenstation van de Gaislachkogelbahn weer af te dalen. Voor het stuk dat wij na de Gaislachersee liepen zijn kompas en een goede kaart noodzakelijk. Ook een hoogtemeter bewijst uitstekende diensten bij de orientatie in de afdaling! Duur van de tocht ca. 6 uur: vroeg vertrekken en flink doorlopen om niet te laat te zijn voor de gondel naar beneden! Westelijk van het Ötztal ligt het Pitztal. Aan het eind van het dal ligt Mittelberg, vanwaar de Stollenbahn, een ondergronds treintje, je meer dan 1100 meter omhoog voert naar weer een gletscherskigebied, dat in de zomer nog het meest wegheeft van een bouwput op 3000 meter hoogte. Sluit je ogen, en neem de gondelbaan naar de Hintere Brunnenkogel (3438 m). Vangnetten rond de top van deze berg moeten voorkomen dat bejaarden op sandalen, en al te levenslustige kinderen de diepte in storten... niet bepaald "the place to be" voor een zichzelf respecterende bergwandelaar, maar je wordt er beloond met een schitterend uitzicht op de Wildspitze. Maar in de verte zijn ook de Piz Bernina, de Ortler en de Dolomieten te herkennen.
Terug in de bouwput loont het de moeite om naar de Mittagskogel te lopen. Het laatste deel van de beklimming wordt gevormd door een aardige graatwandeling, met een prachtig uitzicht op het Taschach Tal, de Riffelsee, en de Kaunergrat. Als toetje krijg je vanaf de top van de Mittagskogel een prachtig beeld van het Pitztal voorgeschoteld. Terug naar de gondelbaan, of, voor de liefhebber, via het lange bergpad naar Mittelberg. |
![]() Inhoudsopgave Saykogel (3360 m) er naar toe
Wij zijn per auto naar Sölden gereden. Het is echter ook goed mogelijk om per trein naar Roppen (in het Inntal) te reizen en vandaar per bus het Ötztal in te reizen. Het openbaar vervoer rond Sölden is goed: per bus kun je naar alle hoeken van het dal: de Rettenbachgletscher, de Tiefenbachgletscher, Obergurgl en Timmelsjoch, of Vent. Er worden ook vele bus-wandel arrangementen aangeboden. Parkeren in de dorpen rond Sölden is een dure aangelegenheid, en in het hoogseizoen mogelijk zelfs een probleem.
Over het algemeen zijn de paden in het Ötztal en omgeving goed gemarkeerd, maar er zijn ook uitzonderingen. Zo is het eerste stuk van de afdaling van de Saykogel naar het Hochjochhospiz maar matig gemarkeerd, hetgeen wellicht iets te maken heeft met de instabiliteit van het gesteente hier. Een ander voorbeeld is onze tocht vanaf de Gaislacher See. De markeringen die hier zijn te vinden lijken bedoeld voor beklimmingen van de Schwarze Schneide, en hebben geen betrekking op de wandelroute die op de Kompass Wanderkarte staat. In september waren stijgijzers op de door ons gemaakte tochten niet nodig. Nadat er verse sneeuw was gevallen bewees een pickel goede diensten. Vanaf Sölden kun je gebruik maken van een aantal liften om snel omhoog te komen. Bedenk echter wel dat het 1500 meter hoger ook 10 graden kouder is, waarbij de wind nog een extra duit in het zakje doet! Ook op de Gaislachkogel zagen we weer mensen in een fleece truitje uit de lift stappen, terwijl het licht vroor bij een windkracht 8. Een vroegtijdig einde van hetgeen een mooie wandeling had kunnen worden was het gevolg. In de Alpen kan het weer zeer snel omslaan: neem dus altijd voldoende (regen)kleding mee! Moe van het wandelen? Innsbruck is echt bezoek waard!
Alpenvereinskarte nr. 30/2,
Ötztaler Alpen, Weißkugel, 1:25000 Kompass Wanderbuch 902:
Ötztal-Pitztal, 5e druk, 1994, Fleischman GmbH & Co, ISBN 3-87051-288-1. 70
wandelingen van zeer eenvoudige dalwandelingen tot hoogalpiene gletschertouren (voor
gevorderden). Ötztaler Alpen, Gebietsführer, Bergverlag Rudolf Rother, München, 2e druk 1993, ISBN
3-7633-3231-6. Komplete informatie over dorpjes, hutten (tel.nrs. en openingstijden),
overgangen en beklimmingen. Nog niet beschikbaar
|