"Uitrusting"

 

Klik op het logo voor meer info!

 

 


Onze fietsuitrusting in 1995. Er is al weer heel wat vervangen!

Onze tent is de Nallo III van Hilleberg. Na bijna 10 jaar veel plezier gehad te hebben van onze traditionele eenstokker, een Carl Denig Pluto Plus, zijn we overgestapt op een modern tunneltje. De belangrijkste reden hiervoor is dat de eenstokker toch wel erg veel haringen nodig heeft (in onze Pluto Plus kon je er 46 (!) kwijt), en dat is in bergachtig gebied toch wel een probleem. Eerlijkheidshalve moeten we wel zeggen dat we problemen met het vastprikken nooit in de vrije natuur, maar altijd op een stenige camping hadden. Voordeel van de Nallo III is dat je voor 2700 g onwijs veel ruimte hebt. We hebben er ook comfortabel met z'n drieën in geslapen. Bij regen kun je toch nog naar buiten kijken, zodat je je niet zo opgesloten hoeft te voelen als in de eenstokker. De Nallo is bovendien perfect afgewerkt. Een nadeel, zoals bij alle tunneltjes, is dat ze op de zijkant windgevoelig zijn. Maar onder de Vignemale overleefden we toch een storm waarbij het dak van de tent af en toe bijna op mijn neus werd gedrukt.

Onze slaapzakken hebben we op maat laten maken bij Tatteljee in Zunderdorp (NH). Met een gewicht van rond de 1 kg zijn ze licht, en toch warm (we hebben er met vorst in geslapen). De voeteneinden zijn wat afgeschuind, om zo gewicht te besparen. De slaapzak van Peter is 10 cm langer gemaakt. Nee, we hadden aanvankelijk geen mummie-model. In plaats daarvan zetten we (net als onze overgrootouders) een warme muts (alleen nu in modern fleece) op. Omdat we steeds gekkere dingen doen, hebben we inmiddels voor echt koude nachten een mummieslaapzak van Mountain Equipment (Lightline) aangeschaft. Deze zijn voorzien van tal van snufjes en combineren daardoor een licht gewicht met een perfecte isolatie (indicatie is -12 C).

Onder de slaapzakken liggen natuurlijk de isolatiematjes: wanneer we wandelen is dat een superlichte Nomad Flyer, op de fiets mogen de wat zwaardere (maar comfortabeler) Therm-a-Rest matjes mee.

De rugzakken zijn Alpamayo's van Lowe Alpine. Peter loopt met een 70+20 liter model, Ant sjouwt rond met het 50+15 liter model. Voor tochten langs hutten is de 70+20 wat te groot, maar ja, we maken ook tochten met tent een voor een week voedsel...

Voor het wandelen hebben we allebei schoenen van Meindl. Ant loopt op de Island Lady (B/C schoen met gore-tex voering), Peter loopt op Meindl Nepals. Allebei prima schoenen, zeer comfortabel. Inlopen is niet nodig, en we hebben er weinig blaren in opgelopen. Wel waren de zolen van de Nepals aanvankelijk niet helemaal goed vastgelijmd, maar dat werd door Bever Zwerfsport kostenloos verholpen! Voor het zwaardere werk (met stijgijzers) hebben we inmiddels allebei Meindl Perfekts (Ant heeft de Perfekt Lady) gekocht.

sokkendrogen.jpg (28633 bytes)

Neem altijd een paar reserve (droge!) sokken mee...

Bij het fietsen gebruiken we fiets/loopschoenen van Shimano. Na jaren met toe-clips te hebben rondgetrapt, zijn we nu overgegaan op SPD pedalen. Dat bevalt prima!

Ant rijdt nu al weer een paar jaar op een fiets, oeps, randonneur van Vittorio. Haar oude Batavus Sprint liet haar nooit in de steek, maar het mixed frame was nog al onstabiel wanneer ze met snelheden boven de 60 km een berg afsuisde. Daarom heeft ze nu gekozen voor een herenframe. Bij Vittorio kun je in een middag tijd, onder het genot van een kopje koffie en deskundig advies, je hele fiets onderdeel voor onderdeel opbouwen. Belangrijkste nadeel van de Vittorio randonneur is dat het een typische recht-uit fiets is, en matig wendbaar is.

Peter rijdt al 10 jaar op een Koga Miyata (Grantourer). Destijds waren dat nog echte asfaltrandonneurs, zonder al te veel (dure) fratsen. Drie jaar geleden is de fiets bij Vittorio voorzien van een nieuwe derailleurs, wielen, en drager. De fiets is al met al een stuk lichter dan de Vittorio.

De fietsen zijn afgebouwd met Shimano Deore DX. Als versnelling 48/38/28 voor, en 12-32 achter. We rijden allebei met 48 spaaks Alesa velgen en 28 mm bandjes. Onze ervaring met de standaarddrager van Koga zijn slecht: in 7 jaar tijd verspeelde ik er twee. De wat zwaardere Vittorio bagagedragers (eigen ontwerp van Frank de Groot) zijn daarentegen zeer solide en door hun speciale vorm zeer stabiel.

Overigens zijn we allebei vervent aanhanger van het traditionele randonneurmodel: dat wil zeggen niet al te brede banden, en een racestuur!

Na 7 jaar met AGU Quorum fietstassen te hebben rondgereden (het eerste, grijze model), hebben we nu voor Karrimor gekozen, omdat zij waterdichte tassen leveren. Ant, die gewoonlijk met de kleding rondrijdt, heeft Aquashields: deze tassen zijn zo groot dat ook de slaapzakken er makkelijk een plaats in vinden. Peter rijdt met tent, kookspul en gereedschap, dat een plaats krijgt in de ouderwetse rode Karrimors. De ervaringen met de AGU Quorum waren niet slecht (afgezien van het ophangsysteem met metalen haken, dat op de nieuwe Quorum gelukkig vervangen is door een vast-klik systeem), maar door allebeid Karrimors te kiezen, hebben we aan 1 setje reserve onderdelen voor het ophangsysteem voldoende. O ja, het is best handig om verschillende modellen tassen te hebben: dat scheelt wanneer je iets moet zoeken in de berg tassen die in je voortent ligt.

Op onze wandeltochten is al onze kleding tegenwoordig synthetisch: ondergoed van Helly Hansen (Lifa) en Odlo. Daarover een (weinig modieuze, maar functionele) nauwsluitende, dichtgeweven fleece trui van Sprayway, en als het echt koud is, daarover nog een ruimere fleece van North Face. Echt waanzinning zijn de fleecetruien met windstopper (Gore-tex) die we sinds 1998 in gebruik hebben (Mammut, North Face). Ook perfect om in kouder maar droog weer te fietsen. Wanneer het geen korte-broeken-weer is, lopen we in tights van Odlo en Gonzo. De sokken zijn van Falke.

De regenjacks (die we overigens vaker dragen als bescherming tegen de wind) zijn van Mammut (Gore-tex) en Lowe (Triple-point). Omdat we in Wales veel regen verwachtten, hebben we ook regenbroeken aangeschaft: die van Ant is van Marmot (speciaal voor dames), en die van Peter is van Moonstone (allebei Gore-tex).

Fleece handschoenen van Mammut (Windstoppers), een fleece muts, en een hoofdband (die we allebei meestal om de nek dragen, als een soort sjaal) completeren de outfit. Ja, ook in de zomer gaat de hele handel mee in de rugzak, en meer dan eens hebben we er gebruik van moeten maken...

Je ziet steeds meer mensen met een telescoopstok, en steeds minder mensen met een pickel rondlopen. Wat ons betreft een gevaarlijke trend... het nut van een pickel hebben wij op tochten door de Pyreneeën aan den lijve kunnen ondervinden. Onze pickels zijn Camp Hyperlights (HL250), de lichtste pickels die je kunt kopen: geschikt voor wandelen, maar niet voor ijsklimmen etc.

Sinds 1997 gaan er ook stijgijzers mee. Wij gebruiken flexibele 10-punts stijgijzers van Stubai (Trekking). Tijdens onze trektocht door de Pyreneeën in 1997 ging er geen dag voorbij of we liepen wel een aantal uren met deze ijzers: ging zonder problemen.

Voor de orientatie maak ik gebruik van twee Recta kompassen. Een eenvoudig plaatkompas (DO-110) gaat mee op wandel- en fietstochten, omdat je het zo handig op de kaart kunt leggen. Bij het wandelen gaat er ook nog een Recta peilkompas (DP6) mee.

Veel plezier hebben we ook van onze hoogtemeter, een Avocet Vertech Alpine. Voor de orientatie op wandeltochten gebruik ik de hoogtemeter nog vaker dan het kompas. Tijdens fietstochten bewijst-ie zijn diensten vooral om aan tegeven hoever we nog moeten klimmen ("moralo-meter"), maar ook om van die onverwachte pas, waar de kaart geen hoogte van geeft, de hoogte te kunnen bepalen.

Ons eerste brander was een spiritusbrander van Optimus (Trapper). Een groot voordeel was dat er eigenlijk niets aan stuk kon, en vanwege z'n constructie (pan hangt in windscherm) kon je er ook veilig mee koken in de voortent. Maar nadelen waren er ook: bij het vullen lekte er nog al eens spiritus, zodat het gras onder de brander nog al eens zwart geblakerd tevoorschijn kwam. Het grootste nadeel was echter dat je er tijdens het koken wel eens achter kwam dat de spiritus op was... dan moest je de brander laten afkoelen, en bijvullen. Je hongerige maag moest dan maar even wachten. Sinds een paar jaar zijn we daarom overgestapt op een benzinebrander (MSR Whisperlite). Het windschermpje en de reflector van de brander zien er wat gammel uit, maar blijken in de praktijk heel erg sterk. Net als bij de spiritusbrander kan je alle onderdelen in je pannetje wegbergen, wat wel zo handig is bij het pakken. We kopen altijd Colemanfuel om verstopping van de brander te voorkomen. Op 600 ml kun je makkelijk een week koken. MSR levert ook 1 liter flessen. Groot voordeel van de benzinebrander is de warmteopbrengst, een litertje water koken is zo gebeurd.

Veel bestek nemen we niet meer mee: de plastic borden en bekers zijn inmiddels vervangen door de twee multifunctionele Laplandmokken, waaruit snert, macaroni, en het Grand Cruutje worden genuttigd. Een eenvoudig Victorinox zakmes, met naast een mesje een blikopener en kurketrekker voldoet nog het best. Twee setjes mes-lepel-vork, die ook in ons pannetje bij de brander passen, completeren het geheel.

Sinds twee jaar zijn we bovendien in het bezit van een MSR Waterworks waterfilter. Op trektochten waarbij we wild kamperen gaat dit ding altijd mee. Voordeel van dit filter is dat het op een Nalgene wijdhalsfles is te schroeven: dat voorkomt dat je behalve pompen, ook nog eens goed moet mikken. De kunststof Nalgene fles heeft een maatverdeling (handig bij het koken) en is ook geschikt om bijvoorbeeld limonadepoeder bij te voegen. Naast deze fles hebben we altijd een aluminium Sigg fles bij: hierin blijft het water toch het lekkerst.

Licht in de duisternis komt van onze mini-Maglite zaklantaarn (2 AA batterijen): klein, veel licht, met een reservehalogeenlampje altijd bij de hand, en zeer robuust! Wanneer de dagen kort zijn hebben we ook een hoofdlamp van Petzl (Micro) mee: handig bij het lezen van een boek of kaart. Standaard is de Petzl geschikt voor een platte 4.5 volts batterij. Maar dit ouderwetse type batterij kan zeer slecht tegen de kou, zoals wij op een tocht door de Pyreneeën ondervonden. Daarom hebben wij nu een adapter voor AA batterijen gekocht (pen-lights). Het zou beter zijn als de lampen standaard met deze voorziening werden uitgerust.

Omdat we op trektochten met tent geen boeken kunnen meeslepen, genieten we 's avonds van muziek uit onze Sony wereldontvanger (ICF-SW100). Dit is een van de kleinste radiootjes die je kunt kopen, met een geloofwaardige kortegolf ontvangstkwaliteit. Ook erg handig voor het luisteren naar het lokale weerbericht.

Foto's maken we met onze Minolta Dynax 500 SI spiegel-reflexcamera. We gebruiken een 28-80 zoomobjectief, met een stand voor macrofotografie (handig voor de bloemetjes), en een 100-300 zoomobjectief. Als statief gebruik ik alles wat maar in de buurt is, zoals bijvoorbeeld de rugzak. Op de fiets gaat de camera mee in een AGU fototas voor aan het stuur. Tijdens wandeltochten gaat de camera mee in een tas van CCS (Camera Care Systems) die aan de heupband van de rugzak bevestigd wordt. Geen van beiden zijn waterdicht, dus een plastic zak bewijst goede diensten.