"Pyreneeën Coast-to-Coast"
| Inleiding In 1994 maakten we een tocht van 3 weken vanaf Hendaye aan de Atlantische kust, naar Barcares aan de Middelandse Zee. Zoals je misschien weet is er voor wandelaars een route, de Haute Route des Pyrénées, die zoveel mogelijk langs de waterscheiding van kust tot kust loopt. De peetvader van deze route, Georges Véron, heeft ook een soortgelijke route beschreven voor fietsers. Deze route hebben we grotendeels gevolgd. De lengte van de hier beschreven tocht is 988 kilometer, verdeeld over 17 etappes, en is in principe ook goed in 2 weken te fietsen. De tocht is een echte hooggebergte tour: elke dag moeten er wel één of meerdere forse cols beklommen worden. De wegen zijn er, met name aan de Spaanse kant, wat slechter dan in de Alpen (iets om mee rekening te houden in de afdaling). De passen in deze route zijn i.h.a. vrij rustig. Het verkeer in de Pyreneeën beweegt zich voornamelijk in de noord-zuid richting, terwijl onze route van west naar oost loopt. Alleen de Tourmalet en Aubisque trekken de nodige dagjesmensen.
Routebeschrijving dag 1: Hendaye - Goizueta (63km) Na enig zoekwerk vinden we de N121 uit Hendaye. Ondanks dat de kaart anders doet geloven is dit geen drukke weg. Wederom hebben we ons zelf niet de tijd gegund om na de vermoeiende busreis eerst eens in Hendaye uit te rusten: de bergen roepen. De Rio Bidasoa volgend bereiken we, zonder veel te klimmen, Oronoz. Hier slaan we af naar Irurita, en daar kiezen we de NA174 de Puerto Artésiaga (966m) op. Elke meter moet vanaf zeeniveau worden geklommen. Het feit dat de weg door een werkelijk prachtige omgeving voert helpt maar weinig. Meer dood dan levend (over de laatste 3 km doen we een uur) bereikt Ant de top. Helaas: op de top geen bordje, geen hoogteaanduiding. Wel een listige afdaling over een gravelpad naar beneden. In Eugi vinden we aan het meer een pension. De eerste, niet de laatste loodjes wogen weer eens zwaar. dag 2: Eugi - Auritzberri/Espinal (43km) 's Morgens bleken onze fietsen niet meer buiten te staan. De pensioneigenaar had ze 's avonds nog de trap opgezeuld en achter het biljart gestald!! Een kleine etappe vandaag. Over de N138 naar Zubiri, en vandaar via de N135 over de Pto. Erro (801m) en de Pto. Auritzberri (860m) naaar Auritzberri/Espinal. Hier de tent opgezet. Omdat 25 kilometer wel erg weinig was, de fiets weer gepakt en naar de Pto. de Ibaneta (1057m) gefietst. Vanaf Roncevalles rijden we in de mist. Dit is de beroemde pas waar Graaf Roeland zich heldhaftig tegen de Moren verdedigde (alhoewel ik inmiddels begrepen heb dat het mannen uit Navarra waren die hun kans schoon zagen en de achterhoede van het vermoeide leger van Karel de Grote aanvielen). Op de col vind je een kleine kapel, en een heuveltje met een grote hoeveelheid geimproviseerde kruizen. Dit is voor velen het begin van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella (zie onze tocht door noord-west Spanje) dag 3: Auritzberri - Isaba (60km) Vanuit Auritzberri zoeken we de NA202 op richting Ochagavia. Het landschap verandert: het groene Baskenland maakt plaats voor gele en bruine tinten. De gieren cirkelen al boven ons.... via de Alta Remendia (1040m) dalen we af naar Ochagavia waar we met wat moeite een bar vinden. 's Middags volgt de beklimming van de Alto Laza (1129m). We zijn nu echt in de Spaanse Pyreneeën: het is verzengend heet! Na de onaangename ervaring om het monster Artésiaga krijgt Ant er meer en meer plezier in... misschien wordt het nog wel wat met onze Tourmalet plannen! De eerste echte col: de Col de la Pierre St. Martin (1760m). Na een lange aanloop langs de Arroyo de Belagua, volgen 5 steile kilometers, waarvan 3 met een helling van 10%. Maar veel problemen geeft dit deel niet. Vervolgens volgt een wat onregelmatiger stuk door open velden, met een prachtig uitzicht. Na een tunneltje volgt weer een heel ander landschap: de weg slingert zich omhoog langs kale rotsen en verweerde pijnbomen. Deze toch vrij onbekende col is achteraf nog steeds een van de mooiste die we beklommen hebben. Aan de Franse kant hangt een dik wolkendek. Misschien maar goed ook, want dit ontrekt het lelijke skigebied enigzins aan het oog. De mist wordt dichter en dichter, en bijna missen we, net na de Col de Labays, de afslag naar de D441. Dit weggetje is nauwelijks meer dan een tuinpad. Er volgt nog een vervelende klim naar de Col de Hourataté (1109m). Daarna breekt het bos open, en vallen we de Vallée d'Aspe in. dag 5: Bedous - Eaux Bonnes (47km) De Col de Marie-Blanque (1035m), de eerste col die we uit de Tour de France kennen, al wordt hij de laatste jaren nog maar zelden in het parcours opgenomen. En dat is jammer, want het is een kleine maar gemene col. Vol energie draai je vanaf de hinderlijk drukke N134 bij Escot de D294 op. Een kleine weg volgt, en op een helling van 4 a 5% ga je er eens lekker tegenaan. Maar pas op: na 4 kilometer neemt het hellingspercentage toe: de laatste kilometers zijn 11 tot 13%. Wie onderaan met z'n krachten smijt, moet bovenaan lopen. Vanwege dit stijgingspercentage hebben de meeste toerfietsers (die doorgaans een te groot verzet voeren) er echt moeite mee. Des te groter is de bewondering wanneer je met volle bepakking de col opdraait. Een 1:1 verzet bewijst hier uitstekende diensten! Let op in de afdaling (ik vloog bijna uit de bocht). Over de D934 bereiken we Laruns. Langs de Gave d'Ossau zijn volop campings, maar het is aan te raden om door te fietsen richting Col d'Aubisque (D918). Ca. 1 kilometer na Eaux Bonnes ligt rechts een fantastisch rustige, bijna verlaten camping! dag 6: Eaux Bonnes - Luz St. Sauveur (58km)
Misschien raken we gewend aan het fietsen door de bergen, maar de Col d'Aubisque (1710m) valt erg mee. Het steilste stuk treffen we net na de camping, maar verder blijft het met 8 a 9% een beschaafd geheel. Op de top bevindt zich een sfeervol café. Vanaf de top gaat het even naar beneden, door het Cirque du Litor. Hier duvelde Wim van Est in 1951 in het ravijn: je bent dus gewaarschuwd. Drie eenvoudige kilometers klimmen, en je hebt de volgende col op je palmares: Col du Soulor (1474m) In de afdaling kiezen we er voor om de rustiger D13 langs Bun te nemen. Door de schitterende, maar vanwege het Lourdes-Gavarnie verkeer helaas drukke, Gorge de Luz, bereiken we Luz St. Sauveur. dag 7: Luz St. Sauveur - Gavarnie v.v. (48km) Het Cirque de Gavarnie vormt een van de hoogtepunten van de Pyreneeën. Onneembare, 1500 m hoge rotswanden omsluiten een prachtig dal. De grote waterval dondert honderden meters naar beneden. Zoiets moois in de nabijheid van Lourdes trekt veel toeristen, en Gavarnie is dan ook één grote potjeskermis. Maar wie begin september vroeg op pad gaat, heeft niet al te veel last van het verkeer. Neem in ieder geval de tijd om een stuk het dal in te lopen. Wij bleven er kort, om er een jaar later met wandeluitrusting terug te komen (verslag elders), maar je kunt ook prima overnachten op een eenvoudige camping achterin het dorp. dag 8: Luz St. Sauver - St. Marie de Campan (39km) Zoals Caesar zei: alea iacta est - de teerling is geworpen... De hele voorgaande week hebben we erover gedacht. Zullen we wel... kunnen we wel... maar we zijn nu dus definitief op weg naar de Col du Tourmalet (2115m), onze eerste "twee-duizender". Vanaf Luz niet zo steil als vanaf St. Marie langs Mongie, maar met een lengte van 19 kilometer, met een steigingspercentage tussen 7 en 9 procent, geen geringe opgave. De aanloop gaat goed... rond Bareges wordt het pas echt steil. Na Bareges wordt het landschap open, en voor je uit zie je de col al liggen. Dan rukt de weg naar rechts, en blijk je nog een stuk langer te moeten fietsen. Het restaurant bij de Pont de la Gaubie lokt, maar je doet er wellicht beter aan om door te trappen. Het landschap wordt rotsachtig en ruig, en geeft je het gevoel dat echt tegen de woeste berg strijdt. De laatste kilometer is volgens de gids maar 9%, maar blijkt loodzwaar. En dan ben je er... heilige grond... en overal om je heen staan mensen te klappen en onderling mompelt men over je bagage...
Wij hadden weer alle geluk van de wereld: de lucht was strakblauw, en het uitzicht fantastisch. De echte liefhebber kan de Tourmalet trouwens deklasseren tot een knullig colletje, en de gravelweg (tol) naar de Pic du Midi inslaan. Ik speelde in Bareges nog met de gedachte, maar eenmaal op de col was het animo behoorlijk afgenomen... De afdaling over de brede weg door Mongie (10-11%) nodigt uit tot recordsnelheden. Even voor het slaperige dorpje St.Marie zijn wat campings... dag 9: St. Marie - Arreau (28km) We trakteren onszelf op een gemakkelijke dag. De Hourcette d'Ancizan en de Peyrefitte worden uit het programma geschrapt, en vervangen door één, zij het iets hogere Col d'Aspin (1489m). De Aspin is bovendien nog beroemder ook, én de derde in het klassieke rijtje: Aubisque - Tourmalet - Aspin - Peyresourde. Op deze zondag zit half Frankrijk hier bijna op de fiets, op weg naar Tourmalet of Aspin, dus dat betekent voor ons een hoop aanmoedigingen. Vooral een oudere man kan er maar niet genoeg van krijgen, en vertelt op de top van de Aspin ons reisdoel aan ieder die het maar weten wil. Verder op de top het gebruikelijke gezwam over die col daar en daar, de verschrikkelijke percentages, het gruwelijke weer... In Arreau de zondagmiddag als God in Frankrijk doorgebracht, hapje, wijntje... wat is een fietsvakantie toch afzien! dag 10: Arreau - Bossost (55km). Ant is aan de voet van de Peyresourde bijna niet meer te stuiten, neemt de kop, en rijdt zich het snot voor ogen... ach je hebt van die dagen. De Col de Peyresourde (1569m) is een mooie open col, met op de top een soort hut van Mie Pils. In Bagnères de Luchon worden we door statige buitenwijken geleid: een beetje Bloemendaal. De Col du Portillon (1293m) is echter aanmerkelijk steiler dan "Het Kopje"! Wat ons betreft een echte @#$@% berg! Je klimt door bos, geen uitzicht, benauwd en bloedheet, en de laatste kilometers zijn met 10.5% loeisteil! Over Spaans asfalt hobbelen we naar Bossost, een gezellig dorpje. dag 11: Bossost - Esterri d'Aneu (66km) De aanloop naar Vielha (N230) is lang, druk, en zeurt op en neer. Vanuit Vielha draaien we de C142 naar de Port de la Bonaigua. Over onze schouder kijkend zien we de besneeuwde toppen van de Maladeta. De klim naar de top is niet steil maar wel lang: de weg loopt eindeloos langs het dal omhoog. We zijn opgelucht als we de eerste haarspeldbochten bereiken. Het rare kasteeltje op de top werd net verbouwd tot restaurant. Een in aanbouw zijnde sleeplift verraad de bedoelingen van de eigenaar. Ook hier poogt men een graantje van het skitoerisme mee te pikken. Aan de weg over de top werd volgens Véron al in 1984 gewerkt: tien jaar later was dat niet anders. De weg naar beneden kan ook wel wat onderhoud gebruiken. dag 12: Esterri d'Aneu - Castellciutat (86km) We zoeven over vals plat naar Llavorsí. Vanaf hier loopt een avontuurlijke weg (L510) via Alins en Tor over de Port de Cabus (2300m) naar de achterdeur van Andorra. De laatste kilometers zijn niet meer dan een dun lijntje op de kaart. Te dun volgens Ant, en dit avontuur gaat aan mijn neus voorbij... We vervolgen de C147 naar Sort, en zetten ons aan de beklimming van de Collado del Canto (1600m). Het wordt al middag, en het is verzengend heet. De overheersende kleur is hier grijsbruin, en alles zindert van de hitte. In de buurt van Rubio is het alsof we op een gigantische pindarots fietsen: grijze stenen liggen als nootjes verspreid in een chocoladebruin landschap. Onder Rubio is een klein barretje aan de wegkanten. Een groep Engelsen wacht ongerust op hun collega Bruce. Met kijkers wordt de Collado in de gaten gehouden: na ruim een uur duikt Bruce op, en zwalkt naar beneden: "totally blown up". "It's just down hill from here, chap...", ja ja, 30 kilometer vals plat resten hen nog tussen Sort en hun eindbestemming Valencia d'Aneu... we hebben het maar niet gezegd. Langs geheel verlaten dorpjes dalen we af, en bereiken langs drukke N145 Castellciutat. dag 13: Castellciutat - Canillo (57km) Na Seo de Urgel wordt de weg (N145) opvallend rustig... langs de Valira rijden we Andorra binnen. Onmiddelijk wordt het duidelijk: vanaf hier begint een van de langste winkelstraten van Europa. Maar vandaag is er met moeite een zakje chips te krijgen: Andorra beleeft een nationale feestdag. Na Andorra La Vella laat Andorra zich van zijn mooiere kant zien, en maken de winkelgalerijen weer plaats voor wat groen. In Canillo zetten we de tent op. Ik fiets nog even de Coll d'Ordino (1981m) op. Nog niet zo lang geleden een heuse gravelcol, maar nu uitgebouwd, en voorzien van glad asfalt. dag 14: Canillo - Ax les Thermes (56km) Het bovenstuk van het Valira dal is smal, en in september duurt het lang voordat de zon de weg bereikt waarop twee kleumende fietsers naar de Port d'Envalira (2407m) trappen. De weg naar het dak van onze tocht is nergens steil. Wij waren erg vroeg op stap, en de drukte viel daarom ook nogal mee. De vrachtwagens rijden hier trouwens net zo snel (langzaam) naar beneden als wij naar boven! Met grote snelheid dalen we langs Pas de la Casa (alweer zo'n eksternest) naar Ax-les-Thermes, dat in september een aardiger stadje is dan Bart Aardema doet geloven. dag 15: Ax les Thermes - Axat (58km) Ax les Thermes heeft voor fietsers een aardige attractie: bij de uitvalsweg staat een bord met alle cols (Marmare, Chioula, Pradel, Pailhères) waarover je het stadje kunt verlaten, allemaal "ouvert". Wij kiezen voor de hoogste, de Port de Pailhères (2001m). Onbekend maakt misschien onbemind... niet veel fietsers kennen deze col, die zich toch qua hoogteverschil (1281m), lengte (19km) en stijgingspercentage (8-10% in de laatste 10 kilometer) met een Tourmalet kan meten. Wellicht daarom is de Pailheres een van de rustigste cols van de tocht. Bij de skiliften van Ascou krijgt wordt de weg zo breed dat een Boeing 747 er op zou kunnen landen: wie nog dacht had dat-ie vooruitkwam, raakt dat gevoel hier snel kwijt. De andere kant van de col ging schuil onder een dikke mist. Welk van de twee zeer smalle weggetjes naar beneden de juiste was, moesten we maar raden... uiteindelijk bleken ze weer bij elkaar te komen. De afdaling is zeer steil, de weg is zeer smal, de bochten zijn onwaarschijnlijk scherp, en de paarden lopen er los. Uitkijken dus! Het landschap is ruig. We stoppen een paar keer voor een foto. Een jong veulen zet z'n tanden in mijn stuurtas, en bleek pas na een klap op de neus bereid weer over te schakelen op gras... Naar Axat is het verder vals plat. Vlak voor Axat is de Gorges de Georges zo smal dat we de fietstassen er bijna vanaf moeten halen om er door te kunnen. Nogmaals rijden we door de Gorges de Georges, om vervolgens linksaf te slaan naar de Col de Jau (1513m). Het is broeierig op de flanken van de Pic Dourmidou. De weg is zonder meer schitterend, maar een te karig ontbijt begint ons aardig op te breken. We zijn dan ook blij wanneer we de top bereiken, waar we beloond worden met een schitterend uitzicht richting Canigou. De afdaling is vermoeiend, het "Breukink-gevoel" of-te-wel de bekende slechte dag, is alom aanwezig. Toch valt hier veel te zien: vanaf de top krijgt het landschap een typisch Meditterane allure, met rode dakpannen en cypressen. Vanaf Prades accepteren we drukte van de N116 door het dal van de Tet, om 8 kilometer verder af te slaan naar Vernet-les-Bains. De door ons beoogde camping net na Vernet blijkt te zijn opgeheven. Uiteindelijk bereiken we over een gruwelijk steil weggetje (wie blijft hier in het zadel?) de camping in Castell. dag 17: Casteil - Port Barcares (85km) Niet echt de 17e dag, want inmiddels hebben we een aantal mooie wandelingen door de Canigou gemaakt. "Ik wil terug naar de kust....", het liedje blijft de hele dag in mijn hoofd. We dalen af naar Vernet. Over de N116 naar Prades gaat snel, naar Vinça nog sneller, en wanneer de weg vlakker wordt blaast de de Tramontana ons oostwaarts. In Millas nemen we de D614 richting Rivesaltes. Haaks op de wind (7 Beaufort) is lastig fietsen met die tassen. Maar voor de wind roept herinneringen op aan fietstochten door de Beemster... met 45 km/uur snellen we door de wijngaarden van de Rousillon. Barcares verschijnt op de bordjes... we snijden nog een weggetje af en dan: de kust. Le Raid Pyreneeenne, c'est accompli! |
![]() Inhoudsopgave dag 1: Hendaye - Eugi (83km) er naar toe Wij namen de laatste OAD fietsbus van het seizoen naar Hendaye: ca. 14hr uit Amsterdam, 's morgens om ca. 10hr in Hendaye. Terug namen wij de fietsbus vanaf Port Barcares: deze rijdt een paar weken langer op en neer. We hadden er verstandiger aan gedaan om na aankomst een dagje te rusten: bijna 1000 meter klimmen na een matige nachtrust, met dikke benen, en in de broeierige hitte is wel wat veel van het goede. Zo voorkom je dat de eerste etappe, die erg mooi is, alleen maar afzien wordt. De HRP per fiets loopt vanaf Hendaye door Frans Baskenland. Aan de Spaanse kant is het echter rustiger en aangenamer fietsen. Hier zijn niet overal campings (wild kamperen is goed mogelijk), maar in de pensions en hotelletjes in de kleine dorpjes is het goed en gezellig toeven. Wij reden met 48/38/28 voor en 12-32 achter. Een prima verzet wanneer je niet alleen wilt stoempen, maar ook nog wat om je heen wilt kijken. Bandjes waren 28 mm, en raakten wederom niet lek. George Véron stelt een aantal trajecten voor over die voorzichtig gesteld wat avontuurlijker zijn. Over Tor naar Andorra bijvoorbeeld, of over de Alto de Roques Blanches naar Prats de Mollo. Van dit laatste traject hebben we een stuk gelopen: steil, keien, geulen, modder. Leuk voor een dagje mountainbiken, maar minder geschikt voor een volbepakte randonneur. Michelin nr. 85 Biarritz -
Lourdes - Luchon, Michelin nr. 86 Luchon - Andorre - Perpignan, schaal 1:200 000 Michelin nr. 443 Espagne Nord-Est 1:400 000. Voor de hier beschreven tocht zijn kaart 85 en 86 in principe voldoende, alleen een klein stukje vanaf de Collade del Canto naar Seo de Urgel ontbreekt. Dit stuk spreekt echter vanzelf. Toch is het handig om kaart 443 ook mee te nemen: op de Michelin kaarten voor Frankrijk staan namelijk geen campings in Spanje aangegeven. Die vind je weer wel op de kaart voor Spanje!. Voor de wandeltochten door de Canigou is de kaart van het Institut Géogaphique National (IGN), Top 25 serie, nr. 2349 ET, Massif du Canigou, 1:25000 de beste die je kunt krijgen.
La Alta Ruta de los Pirineos
en Bici, Georges Véron e.a., SUA Edizioak, Bilbo, ISBN 84-87 187-01-3. La Tour des Pyrénées a vélo, Georges Véron, Altigraph, Bouchemaine, 1988, iSBN
2-903968-12-8. Fietsen in de Pyreneeën, Bart Aardema, Kosmos, Utrecht, 1989, ISBN 90 215 1513 x. Atlas des Cols des Pyrenees, Altigraph, Bouchemaine, 1990, ISBN 2-903968-15-2.
Campings: De ANWB gids geeft nauwelijks campings in Spanje, en veel te weinig in Frankrijk. Uitstekend is de campinggids FFCC (Federation Francaise de Camping Caravaning) voor Frankrijk (ook verkrijgbaar bij de ANWB). De Michelinkaarten geven campings aan, maar op 85 en 86 alleen Franse campings, voor de Spaanse heb je nr. 443 nodig. campingsymbooltjes op de Michelinkaart. Arreau: "Camp Municipal", dichtbij het centrum langs de rivier. Axat: "La Cremade", aan de D117, bij de afslag naar de D118 door Axat.
Ax les Thermes: "?", bij Savignac les Ormeaux, aan de N20, 2 km vanaf Ax. Grote camping met stacaravans, maar met een leuk hoekje op een heuveltje voor trekkerstentjes. Barcares: "Le Sable d'Or", rij van Barcares over brede weg door zandvlakte naar Port Barcares, volg de bocht naar links, en de camping ligt voor je. Aan het einde van het seizoen was dit een vieze camping, niet aan te raden! Bedous: "Camping Municipal de Carolle", bij de voetbalvelden, vanaf Osse-en-Aspe nog voor de spoorweg, en voor je het dorp inrijdt. Bossost: "?", vanaf de Portillon linksaf de N230 op, de camping is aan de linkerkant, ca. 1 km voorbij Bossost. Canillo: "?", komende vanaf Andorra la Vella aan de rechterkant, achter benzinestation, aan de zuidrand van Canillo. Casteil: "Domaine St. Martin", bij de parkeerplaats voor het dorp linksaf, niet over de beek. Een zeer steil weggetje brengt je naar de camping. Leuke eigenaars! Castellciutat: "?", komende uit het zuiden net voor Castellciutat aan de rechterkant van de weg, een beetje van de weg af. Eaux-Bonnes: "?", vanaf Laruns ca. 1 kilometer voorbij Eaux Bonnes, aan de rechterkant van de weg. Heerlijke eenvoudige rustige camping. Espinal: "Urrobi", aan de kruising van de weg Pamplona-Roncevalles met de NA172 en de NA202 (ri. Ochagavia). Esterri d'Aneu: "?", grote camping aan de C147, komende vanaf de Bonaigua ca. 1 km na het dorp aan de rechter van de weg. Luz St. Sauver: "Camp International", komende vanaf Argelès aan de linkerkant van de weg, eigenlijk nog in Esquièze, voor Luz. Camping met goede voorzieningen, onze vaste uitvalsbasis voor wandeltochten in de omgeving!" Gavarnie: "Le Pain du Sucre", Gavarnie doorrijden (negeer verbod, bestemmingsverkeer toegestaan), camping is links na het dorp, over de brug. Eenvoudig, maar sfeervol. St. Marie de Campan: "Les Frenes?", komende vanaf Mongie aan de linkerkant van de weg, juist voor centrum St. Marie. Pensions: Eugi: "Txalotenea", achterin het dorp bij het stuwmeer. Gezellige dorpsherberg! Isaba: "Lola", goed en niet duur, komende van de Alto Laza aan de linkerzijde van de hoofdweg, ongeveer ter hoogte van de dorpskerk
Vanaf de camping in Casteil kun je een aantal mooie wandelingen maken: 1. De abdij St. Martin du Canigou. Volg de bordjes vanaf het kerkje in Casteil. Een brede, maar steile weg voert naar de abdij De abdij is in 1009 gesticht, en werd bewoond door Benediktijner monikken tot aan 1783, toen de laatste 5 monikken vertrokken. Bewoners uit de streek gebruiken het klooster vervolgens als steengroeve... In 1902 is men begonnen met de restauratie o.l.v. de bisschop van Perpignan. De restauratie werd in 1982 afgesloten. Veel van de kapitelen die uit het klooster waren verdwenen, zijn daarbij weer teruggekregen. De abdij wordt nu bewoond door de Gemeenschap van Zaligsprekingen, die in stilte leeft. Ten oosten van de abdij, in de buurt van het uitzichtpunt, loopt een smal paadje naar beneden. Een leuk alternatief voor de brede weg naar boven. Je komt uit op de D119, net tenzuiden van Casteil.
2. Cascades de Riu de St. Vincent. Wanneer je de camping verlaat kun je aan de rechterkant een klein weggetje vinden dat naar twee huisjes leidt. Na enkele meters buigt het pad naar rechts, richting Ravin de la Guilla. Het pad voert je naar de Col de Lavent (961m). Vanaf de col de Lavent daal je naar het dal van de Riu de St.Vincent. Langs de beek loopt een pad dat je stroomopwaarts langs een aantal mooie watervallen voert. Bij de Cascade St. Anglais eindigde ons pad. Rechts langs de waterval waren nog wat sporen van traptreden en enkele stalen reling, maar het was te gevaarlijk om het pad verder te volgen. Terug ging het daarom langs dezelfde weg. Naar het schijnt kun je een soortgelijke mooie tocht maken door de Gorges de Cady, juist ten zuiden van Casteil.
3. Naar de Pic du Canigou. Een wandeling vanaf Vernet naar de Pic du Canigou en terug kost ca. 10-12 uur. Er zijn een drietal routes mogelijk: via de Refuge de Balatg, via de Refuge de Bonne Aigue, en via de Refuge Arago. Wij liepen de laatste route. Neem in Casteil niet de asfaltweg naar de Col de Jou, maar de weg die iets westelijker het dorp verlaat. Langs de beek brengt dit pad je naar de Col du Jou. Neem hier het pad dat in oostelijke richting langs de helling naar de Col de Creu, de Col du Cheval Mort loopt. Na deze laatste Col kom je weer op de onverharde weg naar Mariailles. Langs deze weg loopt ook de GR10. Vanaf Mariailles wordt het landschap open: het uitzicht van hieraf op de Canigou is schitterend. Volg de GR10 naar de Col Vert. De kaart geeft aan dat je vanaf deze Col ook een pad zou kunnen volgen dat meer naar links loopt: wij konden het niet vinden. In plaats daarvan liepen we verder langs de GR10. Na het oversteken van de Cady moet je naar rechts afslaan, om via de Refuge Arago de Canigou over de zuidgraat te bereiken. Dit laatste deel hebben wij niet meer gelopen: grote witte stapelwolken verraadden de komst van een onweersbui. Tot even voorbij de Col de Jou hielden we het droog, maar in de laatste kilometer kregen we de volle laag. Toch liever hier dan op de Pic du Canigou!
Gebiedsinformatie Fietstochten door de Pyreneeën: Een heel rijtje van Marc Zoutendijk: From Bordeaux to Gerona...
(van: Owen Barder) Van Hendaye naar
Narbonne (van: Luddo Oh)
|