"Cordillera Cantábrica"
| Inleiding In augustus 1993 maakten we een tocht van 3 weken vanaf Hendaye (Frankrijk), oorspronkelijk met de bedoeling om zover mogelijk richting Santiago de Compostela te fietsen. Santiago hebben we niet gehaald, deels vanwege de hitte, maar vooral ook omdat er zoveel moois te zien is in het Cantabrisch gebergte, de Cordillera Cantábrica. De lengte van de hier beschreven tocht is bijna 1200 kilometer, verdeeld over 16 etappes. De tocht voert langs alle landschappen van noord Spanje: het groene vochtige Baskenland, de woeste droge sierra's, de geblakerde hoogvlakte, de vaak mistige Picos de Europa, en tot slot de kuststreek. De tocht gaat niet door echt hooggebergte, de klimmetjes niet uitgesproken steil, maar vergen toch meer dan in de heuvels van de Ardennen. Routebeschrijving dag 1: Hendaye - Goizueta (63km) Het eerste stukje door de badplaatsen Hendaye en Irun is druk en hectisch, en omdat er alleen maar hoofdplaatsen staan aangegeven, is de weg richting Oyarzun moeilijk te vinden. Daar staat tegenover dat ze in Baskenland gek op fietsen zijn, en iedereen is bereid je te helpen. Volg de boulevard van Hendaye in zuidelijke richting. Halverwege afslaan richting Spanje/Irun. Na de grensovergang rechtdoor rijden, onder de tunnel van de N1 door, tot aan de hoofdweg door het centrum van Irun. Hier rechtsaf, richting Donostia/San Sebastian (Op de Michelinkaart 85 een gele weg). In het plaatsje Ventas afslaan richting Oyarzun. In Oyarzun ri. Astigarraga. Na Astigarraga de SS413 ri. zuid. Vóór Hernani linksaf, de SS415, later NA415 door het dal van de Rio Urumea. Oververmoeid doordat wij recht uit de bus op de fiets gestapt waren, overmand door de hitte, en geplaagd door een lekke band, hebben wij de tent even na Goizueta "wild" opgezet. dag 2: Goizueta - Lekunberri (33km) Goizueta - Puerto de Usataguieta (695m) - Leitza (NA403) - Alto Uitzi (802m) - Uitzi - Lekunberri. Een kort tochtje, i.v.m. de vermoeienissen van gisteren. Bijzonder mooi is het dal van de Urumea na Goizueta. Lekunberri presenteert zich als uitvalsbasis naar de Pyreneeen, maar is enigzins ingeslapen. Het hotel-restaurant Ayestaran waar wij 's avonds aten deed tevens dienst als bejaardentehuis voor ietwat gefortuneerdere Spanjaarden. dag 3: Lekunberri - Estella (80km) Lekunberri - Baraibar (NA751) - Santuario de San Miguel de Aralar (1235m) - Arakil - Etxarri-Aranatz - Lizzaraga (NA120) - Pto. de Lizarraga (1090m) - Estella. Wat op de kaart (geen hoogte aanduiding) een onschuldig doorsteekje leek over de Sierra de Aralar blijkt een forse (maar mooie) klim naar het klooster. De afdaling is extreem steil (25%?), voorzichtig: loslopend vee! In 1993 was de verbinding Arakil-Etxarri enigzins lastig omdat met tijdens het ombouwen van de N240 tot autosnelweg geen rekening had gehouden met fietsers. Vlak voor de tunnel op de Pto. de Lizarraga heb je een prachtig uitzicht over het groene Baskenland. Na de tunnel kom je in een heel ander landschap: bruin/geel met daarboven een strakblauwe lucht zijn de kleuren van la Rioja. Met het bereiken van Estella bevind je je op de Pelgrimsroute naar Santiago. Estella (la Bella) staat al sinds de middeleeuwen bekend om haar schoonheid. In de stad zijn tal van prachtige Romaanse bouwwerken te zien. Door de hitte hadden wij echter meer aandacht voor het zwembad op de camping. dag 4: Estella - Najera (78km) Estella - Los Arcos (N111) - Torres del Rio - Logroño - Nájera (N120). Na het verlaten van Estella werd de N111 onwaarschijnlijk rustig. De weg golft in vrijwel rechte lijn door het landschap. Bij Torres del Rio wacht een klimmetje. Herhaaldelijk zie je naast de weg de echte "Camino": het voetpad waarover talloze pelgrims (waaronder veel Spaanse jongeren) richting Santiago de Compostela trekken. In Logroño niet de ringweg op, maar rechtdoor ri. centrum. Nájera is reeds van ver te zien. Het ligt onder een enorme roodbruine zandsteenrots, die door de vele grotten op een gatenkaas lijkt. De camping ligt merkwaardig genoeg in/rond een oude arena. dag 5: Nájera - Huerta de Abajo (80km) Nájera - Bobadilla (C113) - Anguiano - Mansilla - Col de Huerta (1240m) - Huerta de Abajo. We verlaten de pelgrimsroute (en de drukke N120) om vanuit Nájera zuidwaarts, door de wijngaarden van de Rioja, de roodbruine Sierra de la Demanda binnen te fietsen. Na Bobadilla rijden we de kloof van de Rio Najerilla binnen. Schilderachtig is het gehucht Anguiano. In Mansilla is een dorpscafeetje. Een prima plek om siesta te houden! Na Canales (water tappen op dorpsplein!) beklimmen we door een soort woestijnlandschap de Col de Huerta. Na de col linksaf. Wij hebben de tent opgeslagen juist voor Huerta de Abajo, waar de kristalheldere Rio Urria in een bocht onder de weg doorloopt. Prima plek om (net als de dorpsjeugd) hier wat te poedelen. dag 6: Huerta de Abajo - Burgos (78km) Huerta de Abajo - Barabadillo del Pez (BU821) - Collado El Manquillo (1400m) (BU820) - Pineda de la Sierra - Pto. El Matorro (1160m) - Ibeas de Juarros (BU847) - Castrillo del Val - Cardeñamijeno - Miraflorés (Burgos). De klim naar de Collado El Manquillo stelt niet zoveel voor, met uitzondering van de enorme hoeveelheden vliegen die zich hier op je storten, en die in de klim maar niet op afstand te rijden zijn. In de afdaling pak de de Pto. El Matorro mee. Na Ibeas volgen we kort de drukke N120 ri. Burgos, om snel af te slaan naar Castrillo del Val. Dit is de makkelijkste manier om de camping, gelegen bij het Santuario Miraflorés, te vinden. Het klimmetje naar Castrillo is een echte kuitenbijter! Over Burgos zijn boeken vol te schrijven. Bezoek in ieder geval de kathedraal. Op een hete middag is het prima toeven in het bij de camping gelegen stadspark. dag 7: Burgos - Cervera de la Pisuerga (123km) Burgos - Quitanadueñas (BU622) - Mansilla - Huérmeces - Basconcillos del Tozo (N622) - Aguilar del Campoo - Quintanilla - San Pedro - Salinas de Pisuerga - Cervera de la Pisuerga Vanaf Burgos loopt de pelgrimsroute verder naar het westen over de N120. De temperaturen op de westelijk van Burgos gelegen Spaanse hoogvlakte (Tierra del Campoo) doen ons besluiten om de koers naar het noorden te verleggen. In Burgos rijden we links om de kathedraal heen, en volgen de BU622, een verschrikkelijk slechte weg, eindeloos opgelapt. Een aantal kilometers Huércemes bereiken we de N622 die gelukkig een stuk beter is. Dit traject over de Tierra del Campoo kan verschrikkelijk heet zijn. Wij hadden geluk: de Cierzo, een koude wind uit het noordwesten waaide, en onder Aguilar del Campoo vielen zelfs wat regendruppels... In Aguilar del Campoo kiezen we de weg die ten zuiden van het Embalse de Aguilar de Campoo loopt. Langs deze smalle weg vind je een aantal vrijwel ongerepte dorpjes zoals San Pedro. Om onduidelijke reden werkt de EU hier aan een weg om dit gebied te ontsluiten... wellicht om rijkere boeren die verder weg wonen in staat te stellen het gebied met hun grote machines te bereiken? De camping in Cervera is een merkwaardig ratjetoe. Je kunt er uitstekende Paella krijgen. Wordt vers bereid, dus je moet wel een half uurtje wachten... dag 8: Cervera de Pisuerga - Boca de Huérgano (85km) Cervera - Ventanilla (P210) - Santibáñez de Rebosa - Triollo - Camporredondo de Alba - Velilla del Rio Carrión - Alto de las Portillas (1275m) (C615) - Besande (LE241) - Picones (1316m) - Boca de Huérgano. Vanuit Cervera fietsen we omhoog langs het Parador (staatshotel). Borden geven aan dat het hier om een echte, hele slechte, bergweg gaat. Al met al volgt een forse klim, die op de kaart vergeefs gezocht wordt... Wij schatten de hoogte van de col, die we Col de Rebosa hebben gedoopt, op minstens 1300m... Vanaf de Col heb je een prachtig uitzicht op de toppen van het nationaal park Fuentes Carrionas (bronnen van de Carrión). De afdaling loopt langs azuurblauwe stuwmeren. Na Vellila volgen nog twee kleine colletjes. Vanaf de Picones zijn de toppen van de Picos de Europa in de verte waarneembaar. In Boca de Huérgano linksaf naar de camping. In het naastgelegen restaurant speelden ze bij een prima maaltijd Vivaldi's Vier Jaargetijden... Vanuit Boca kun je een prima rondrit door de Picos maken. dag 9: Boca de Huérgano - Potes (53km) Boca de Huérgano - Portilla de la Reina (N621) - Llánaves de la Reina - Puerto de San Glorio (1609m) - Vega de Liébana - Potes. Een korte tocht, omdat we de volgende dag nog langs de fietsenmaker in Potes willen gaan vanwege een tik in een van de achterassen. Deze etappe voert, door een prachtige kloof, naar het dak van de tocht, de Puerto San Glorio. Vanaf Boca is dit geen steile, lange en dus moeilijke klim. Vanaf de andere kant (Potes) wacht je echter 28 kilometer, met een hoogte verschil van 1700 meter, bij een gemiddelde stijging van 6%. Dat komt al aardig in de buurt van menige Alpen- of Pyreneeenpas (de beroemde Aubisque is ook slechts 1709 meter hoog). Voor ons vormde de Puerto San Glorio in ieder geval de hoogste berg die we tot dan toe hadden beklommen. Vanaf de top kijk je meestal uit op een zee van wolken die tegen de noordzijde van het Cantabrisch Gebergte hangen. Het klimaat in de Liébana, de streek die we na de afdaling bereiken, onderscheidt zich dan ook duidelijk van het klimaat ten zuiden van het gebergte waar we in voorbije dagen verbleven. dag 10: Potes - Fuente Dé (21km) Potes - Turieno - Cosgaya - Espinama - Fuente Dé (1070m). Een aardige klim over een, omwille van de vele toeristen die naar Fuente Dé reizen, brede weg. Fuente Dé ligt in een keteldal, omgeven door rotswanden van zo'n 800 meter hoog. Vanuit Fuente Dé voert een kabelbaan steil omhoog naar de top van deze rotswand. Vanaf hier kan een schitterende bergwandeling gemaakt worden. Achter Fuente Dé ligt een prachtige camping die door vele trekkers als uitvalsbasis voor tochten door de Picos de Europa wordt gebruikt. Voor caravans is de camping ongeschikt... menig auto heeft zelfs al de grootste problemen om via de steile weg het camping terrein af te komen. dag 11: Fuente Dé - Cabuérniga (90km) Fuente Dé - Potes - Lebeña (N621) - La Hermida - Collado de Hoz (658m) - Quintanilla - Collado de Ozalba (560m) - Puentenansa - Carmona (C6314) - Collado de Carmona (611m) - Cabuérniga. Vanaf Fuente Dé gaat het via Potes over de drukke N621 richting La Hermida door de gelijknamige kloof (Desfiladero de La Hermida). Vanaf La Hermida scheiden drie cols ons van Cabuérniga, waarvan de eerste, de Collado de Hoz de zwaarste is. Het landschap is groen, versierd met dorpjes waarvan de huizen rode daken hebben. dag 12: Cabuérniga - Villarcayo (110km) Cabuérniga - El Tojo (C625) - Puerto de Palombera (1260m) - Espinilla - Reinosa (C628) - Arroyo - Arija (BU642) - Cilleruelo - Soncillo (BU574) - San Martin (C6318) - Brizuela (BU561) - Villarcayo De kaart vertelt niet hoe hoog Cabuérniga ligt, maar veel kan het niet zijn, want de klim naar de Puerto de Palombero over het Balcon de la Cardosa kost ons drie uur. Op deze beklimming volgt bovendien geen spectaculaire afdaling, want we bevinden ons weer op de Spaanse hoogvlakte. Volgens de kaart is de weg ten zuiden van het Ebro stuwmeer de mooiste. Wij zien het er niet aan af... bovendien is de weg zolang hij nog op Castiliaans grondgebied loopt zeer slecht. Pas als het een "BU-weg" wordt (provincie Burgos) wordt het asfalt weer dragelijker. Vanaf Cilleruelo rijden we via Soncillo naar het mooie dal van de Rio Nela. Merk op hoe de rivier zich in Puente Dey een tunnel heeft geboord door de rots waarop het dorp gelegen is. Villarcayo staat bekend om zijn worst, en is verder niet zo'n heel bijzonder stadje, maar heeft wel een aantal leuke restaurants. dag 13: Villarcayo - Frias (54km) Villarcayo - Incinillas (C629/N232) - Condado - Cereceda - Trespaderne (N629) - Quintana Maria (BU530) - Frias Vooral het stuk tussen Incinillas en Trespaderne, langs de bovenloop van de Ebro, is erg mooi. dag 14: Frias - Vitoria (65km) Frias - Quitana - Barcina (BU530) - Berguënda (A2625) - Salinas de Añana (A2622) - Póbes - Nanclares - Ariñez (N102) - Vitoria We vervolgen de weg door het Ebro-dal naar het oosten, opnieuw langs een stuwmeer. Stap in Salinas even af om de zoutpannen, waaraan het dorp zijn naam ontleent, te bekijken. Na Salinas volgt een steile klim. De camping bij Vitoria ligt links aan de drukke N102: niet direct een van de favoriete fietspaadjes... Oppassen bij oversteken! Vitoria is de hoofdstad van de provincie Alava. De oude naam van de stad is Gasteiz, maar naar aanleiding van de zege van Sancho VI, de koning van Navarra, op de Basken (in 1181) is de stad opgedoopt in Vitoria (Victorie) dag 15: Vitoria - Mutriku (95km) Vitoria - Miñano Mayor (N240) - Legutiano/Villareal - Otzandio (C6211) - Puerto Urquiola (700m) - Durango - Puerto Trabacua (400m) - Markina (BI140) - Lekeitio - Mutriku (C6212) Met behulp van een 1:400 000 kaart is het wat moelijk om je weg door Vitoria te zoeken. En de borden (tweetalig, en dus met weinige ruimte voor kleine plaatsjes in de buurt) bieden ook al weinig houvast. Op de rondweg misten wij de afslag naar de N240, en zaten voordat we het wisten op de N104. Een kort stukje stiekem over de snelweg ten noorden van Vitoria bracht ons weer op het juiste pad. In Legutiano kunnen we de drukke N240 gelukkig verlaten, en rijden we de prachtige, groene, heuvelachtige provincie Vizcaya binnen, waaraan de golf van Biskaje zijn naam dankt. De Pto. Urqiola stelt vanuit het zuiden niet veel voor: let op in de afdaling, deze bevat een aantal onoverzichtelijke bochten! De nieuwe weg over de Pto. Trabakua vraagt met 9% heel wat meer inspanning. Voor een Nederlander is het een merkwaardige ervaring om in een soort Limburgs heuvellandschap te rijden, de zeelucht de ruiken en meeuwen te horen krijsen... dit is je deel op enkele kilometers voor de kust. dag 16: Mutriku - Hendaye (90km) Mutriku - Deba - Zumaia (N634) - Zarautz - Orio - Monte Igueldo (330m) - Donostia - Renteria (N1) - Hendaye Vanuit Mutriku volgen we de weg langs de kust, met hier en daar prachtig uitzicht op de zee. Let op de bordjes die hier en daar de klimmetjes naar de top van de diverse klippen aangeven... voor deze ca. 100 m hoge heuveltjes hanteert men bergjes, met echte eeuwige sneeuw! De drukte van de N634 kan men vermijden door in Orio, langs de oostelijke oever van de Rio Orio naar de kust terug te rijden, en de route over de Monte Igueldo te nemen. In San Sebastian (of Donostia) volgen we de boulevard, om vervolgens over de N1 naar Renteria en Irun te rijden. De drukte van de N1 kan deels vermeden worden door vanuit Renteria de weg over de Monte Jaizkibel (448m) te kiezen. Wij lieten deze uit de wielerwereld bekende, aanzienlijk bult echter aan onze neus voorbijgaan, en trotseerden het verkeer op de vlakkere weg terug naar Hendaye. |
![]() Inhoudsopgave dag 1: Hendaye - Goizueta (63km) er naar toe Wij namen de OAD fietsbus naar Hendaye: ca. 14hr uit Amsterdam, 's morgens om ca. 10hr in Hendaye. Fietsbussen rijden ook naar Irun en Santander De maanden juli en augustus zijn eigenlijk te warm om over de Spaanse hoogvlakte te fietsen. Het is handig om drie bidons op je fiets te monteren, en liefst van die grote. Dan nog hebben we ze een aantal malen per dag bijgevuld. Op dorpspleinen, maar ook langs de weg zijn waterbronnen. Wij hebben dat water zonder problemen gedronken. Drink echter niet te veel koud water tegelijk! Op het traject door de Sierra de la Demanda zijn geen winkels te bekennen. Op trajecten over eenzame stukken hoogvlakte is dat niet veel beter. Gelukkig is het wel zo dat zelfs het kleinste dorpje een cafeetje heeft, waar je meestal wel wat te eten kunt krijgen. Toch is het handig om wat droogvoermaaltijden voor nood achter de hand te hebben. De langere beklimmingen uit deze route zijn met ca. 5% niet echt steil te noemen. Hier en daar komt wel een steile helling voor. Met name in het Baskenland zijn er zeer steile hellingen, ongeveer zoals je ook in Engeland hebt. Een tocht langs de Baskische kust kan daarom veel zwaarder zijn dan een tocht door het bergachtige binnenland. Ik (Peter) heb de tocht gefietst met standaard bergverzet: 52/42 voor, en 14-28 achter. Getraind was dat nog wel te doen, maar het is hier en daar wel harken. Bij latere bergtochten had ik een triple voor (48/38/28) en 12-32 achter. Dat bevalt prima: je kan veel meer in cadans fietsen, en meer van de omgeving genieten. Bovendien: op steile hellingen fiets je, met bagage, menige wielertoerist (met te groot verzet) eruit. Gezien de erbarmelijke kwaliteit van de weg zijn 28mm banden aan te raden.
Michelin nr. 85 Biarritz - Lourdes - Luchon, schaal 1:200 000 Michelin nr. 442 Espagne Nord, schaal 1:400 000 Michelin nr. 441 Espagne Nord-Ouest 1:400 000. Voor de hier beschreven tocht is kaart 442 in principe voldoende. Kaart nr. 85 is handig om wat meer detail van de strook San Sebastian-Hendaye te hebben. De 1:400 000 kaarten voldoen goed, omdat het wegennet niet erg dicht is. Wel loop je nog al eens tegen een behoorlijke klim op, die op de kaart niet te vinden is. Kaart nr. 441 is voor diegenen die wel naar Santiago de Compostela willen doorrijden. Voor dagtochten door de Picos de Europa is de Mapa Excursionista Picos de Europa, van Miguel A. Andrados 1:75 000 geschikt. Deze is ter plaatse verkrijgbaar.
St. Jacobs Fietsroute, deel 3, Pyreneeen/Santiago, Fietskaart Informatie Stichting , Utrecht, 1989, ISBN 90-70893-05-3 Fietsen in Noord-Spanje 2, Luc Oteman, Pirola Reisreeks, Uitgeverij Pirola, Schoorl, 1992, ISBN 90-6455-133-2 De weg naar Santiago de Compostela, Michael Jacobs, Architectuur Reisgidsen, La Riviere en Voorhoeve, Kampen, 1992, ISBN 90-384-0373-9 Spanje, Agon Cultuur Reisgidsen, Agon B.V., Amsterdam, 1991, ISBN 90-5157-112-7
Campings: Voor het opzoeken van de campings gingen we af op de ANWB campinggids, en de campingsymbooltjes op de Michelinkaart. Burgos: "Municipal Fuentes Blancas", carretera Cartuja-Miraflores. Grote camping. Boca de Huérgano: "Alto Esla", aan de N621 ri. Riaño. Leuke kleine trekkerscamping, eenvoudige voorzieningen. Cabuérniga: "El molino de Cabuerniga", komende vanaf Carmona, C625 oversteken, en door dorpje naar de oever van de Rio Saja dalen. Ruime rustige camping, niet te vinden in ANWB gids of op kaart!? Cervera de Pisuerga: "Fuentes Carriones", aan de rivier, bij de sportterreinen net buiten het dorp. Leuke, enigzins rommelige camping: goede keuken! Estella: "Lizarra", volg de borden vanaf het centrum. Grote camping, met prima zwembad! Frias: "De Frias", aan de Ebro, volg de borden vanaf de BU530. Grote camping met vaste standplaatsen. Niet aantrekkelijk voor trekkers. Prima zwembad, veel vliegen op de tapas in het restaurant. Fuente Dé: "Redondo Picos de Europa", na parkeerplaats kabelbaan doorrijden over lastige weg. Mooie trekkerscamping! Niet voor caravans! Hendaye: "Eskualduna", grote camping aan de D912, aan de noordoostrand van Hendaye. Vooral handig omdat de fietsbus tegenover de camping stopt Lekunberri: "Aralar", aan de N240, ten zuidoosten van het dorp, tegenover afslag NA751 nr. Baraibar. Mutriku: "Aitzeta" (??), camping even na dorpje aan kustweg ri. Deba, ligt hoog, en kijkt prachtig uit over de baai en het haventje van Mutriku. Najera: "El Ruedo", grappige camping in oude arena, voor de brug over de Rio Najerilla linksaf, dichtbij centrum. Potes: "La Isla Picos d'Europa", een paar kilometer na Potes aan de weg ri. Fuente Dé. Betrekkelijke grote camping. Villarcayo: "Municipal las Francesas", aan de C629, aan de noordrand van de stad, bij zwembad. Vitoria: "?" camping op onmogelijke plaats aan de N120. net voor de aansluiting op de ringweg. Achterin tegen/op de heuvel de leukste plekjes. Toen wij er waren overvol met bezoekers fiësta in Vitoria, was de toiletcapaciteit niet op berekend. Wild kamperen: Aan de Rio Urumea bij Goizueta hebben min of meer gedwongen onze tent opgezet. Voor wie dit niet wil: op de Pto. de Usateguieta is een hostal. Ook hebben we wild gekampeerd bij Huerta de Abajo. Voor wie dit niet wil: nabij Huerta de Arriba geeft de kaart een refugio aan. Anders een kamer zoeken in Canales of een van de Huerta's? 1. Wandeling vanaf het bovenstation van de kabelbaan in Fuente Dé. Wanneer je in Fuente Dé op de camping verblijft, sta dan een dag vroeg op om met de eerste rit van de kabelbaan naar boven te gaan. Vanaf het bovenstation (1834m) loopt aanvankelijk een brede weg in noord/noordwestelijke richting. Na ca. 2.5 km buigt het brede pad naar het zuiden (richting een mijn). Sla in plaats daarvan een smaller pad in, dat onder de zuid-westflank van de Pena Vieja (2613m) naar het noordwesten blijft klimmen. Het pad eindigt na 2 km op een soort plateau tussen de Pico Tesorero (2570m) en de Horcados Rojos (2505m). Let hier wel goed op waar je loopt, want je kan hier een flink eind naar beneden vallen. Vanaf het plateau heb je een prachtig uitzicht over het dal "Hoyo de los Boches" en de beroemdste piek van de Picos: de Naranjo de Bulnes of Pico Urrielo (2519m) die veelbetekenend ook wel de Spaanse Matterhorn genoemd wordt. Het glimmende geval dat je in zuidwestelijke richting ziet is een schuilhut: Cabaña Veronica. Langs dezelfde weg terug. Duur: 4 uur. Vanaf het plateau is het mogelijk om naar de Hoyo af te dalen, of de Horcados Rojo te beklimmen, maar hiervoor is geschikter schoeisel nodig dan een fietswandelschoen. Kaartjes voor de kabelbaan worden de hele dag verkocht, maar het is later op de dag soms zo druk dat je dan nog een paar uur moet wachten voor je naar boven mag. De speaker roept dan de kaartnummers van hen "die mogen" om door het dal. De Picos zijn berucht om snel opkomende mist. Het kan dan ook gebeuren dat je een kaartje koopt bij helder weer, en een paar uur later in de potdichte mist (dus zonder uitzicht) pas naar boven mag. Deze mist is wel iets om rekening mee te houden: neem op je tocht warme kleren mee. Een kompas is niet echt nodig: het bovengenoemde pad is zo overduidelijk dat je er eigenlijk niet op kunt verdwalen.
2. Rondrit door de Picos vanaf Boca de Huérgano. Vanaf Boca de Huérgano kun je een prachtige rondrit door de Picos maken. Rij eerst naar Riaño (1125m). Het oude dorp Riaño ligt op de bodem van het stuwmeer. De laatste bewoners zijn er in 1987 door de Guardia Civil uitgemept om ruimte te maken voor de aanleg van het stuwmeer dat nota bene met EU subsidie voor regionale ontwikkeling zou zijn aangelegd!! Neem in Riaño de N625 ri. Cangas de Onis. Sla op de splitsing aan de voet van de Pto. del Pontón af naar rechts, E244 ri. Posada de Valdeón. De klim voert over de Puerto de Panderruedas (1450m), vanwaar je een schitterend uitzicht op de westelijke Picos hebt. Posada de Valdeón (939m) ligt schitterend tussen de bergen van de Picos. Hier zie je nog de zgn. horreos, graanschuren op poten, om zo de ratten te weren. Vanuit Posada kun je trouwens een fantastische wandeling maken door de kloof van de Rio Cares, alweer zo'n trekpleister in de Picos. Wij fietsen naar het zuidoosten over de E243. De eerste 4 kilometer na Posada is de weg verschrikkelijk smal, steil en vooral erg slecht. In het dorpje Santa Maria de Valdeón is de asfaltlaag vrijwel geheel weggereden. Af en toe moet je je zelf in de berm drukken om een auto te laten passeren. Tot op de dag van vandaag vraag ik me af hoe twee auto's elkaar hier passeren... De weg voert naar de Puerto de Pandetrave (1562m). Hierna afdalen naar Boca de Huérgano. De lengte van de tocht is 70km, waarin bijna 1000m geklommen moet worden, dus neem er vooral de tijd voor. Gebiedsinformatie Camino de Santiago Fietstochten door Spanje |