|
Molens & Gemalen
Door de ontwatering gaat het veen inklinken.
Op den duur komt dan de grond zo laag te liggen dat de afwatering
niet meer op natuurlijke wijze gaat. Dat is het moment waarop
molens worden gebouwd. In onze regio had men het voordeel van
een goede natuurlijke afwatering. Zeker toen de Hollandse IJssel
bij het Klaphek van de Lek was afgesloten, was deze rivier een
goede afvoermogelijkheid voor het overtollige water. Dit had tot
gevolg dat men relatief laat met molens ging werken.
Molens bestaan in verschillende typen, voor verschillende doelen. In het Groene Hart zijn praktisch alle molens bedoeld om het waterpeil te regelen en worden daarom wel poldermolens genoemd. In het Groene Hart kunnen er twee typen poldermolens worden gesignaleerd, de wipmolen en de grondzeiler.
Van de grondzeiler is een voorbeeld te zien op de foto-pagina, die te herkennen is aan de brede, hoge benedenbouw, waar meestal het woonhuis in gevestigd is.
De wipmolen is te herkennen aan het draaibare bovenhuis, wat meedraait met de stand van de wieken. Op de foto rechts is een voorbeeld hiervan te zien. Deze molen staat bij Hoogmade. |
 |
Bij het droogmaken en -houden van de polders werden vroeger molens gebruikt. Waarschijnlijk gebruikte men deze al in de 13e of 14e eeuw. Meestal was 1 molen niet voldoende om het water van drie meter onder zeeniveau naar boven te krijgen. In die gevallen werd er met meerdere niveau's gewerkt, een getrapte bemaling, of een molengang.
Om het water omhoog te krijgen, werd er gebruik gemaakt van schepraden of vijzels. Een vijzel is heeft de vorm van een schroef, en door te draaien, wordt het water om hoog geduwd. Op de onderstaande tekening is een voorbeeld te zien van een molengang, waarbij de bovenste, linkse molen een vijzel heeft. Een voorbeeld van een molen met vijzel, is te zien bij Aarlanderveen, hij staat aan een parallelweg langs de proviniciale weg richting Alphen a/d Rijn.
Tegenwoordig zijn bijna alle molens vervangen door gemalen. Alle gemalen die zorgen voor de bemaling van het Miland lopen we één
voor één af:
-
Aan het begin van de Ziende staat nog een molenstomp. Het werk van
deze molen is overgenomen door het gemaal dat naast de Ziendesluis
staat. Nu zorgt dat gemaal voor de peilbeheersing van de Nieuwkoopse
plassen. Voor de vervening is deze molen ongetwijfeld aangesloten
geweest op de Meesloot.
-
Ingekapseld door de bebouwing van het wijkje Heining en Dam in Bodegraven,
staat het gemaal, aan de Dwarswetering. Het zorgde voor de bemaling
van de Hornpolder.
-
Als we de weg langs de Oude Rijn in oostelijke richting volgen komen
we een eindje naar het oosten bij het gemaal van de Meijpolder. Dit
gemaal is net vernieuwd en is een heel modern element in het landschap.
Zouden de middeleeuwers de molens toen ze net gebouwd waren ook zo
hebben ervaren? Wandeltip: Als je langs de oostkant van de
vliet van dit gemaal de polder inloopt (je moet dan aan het begin
wel over een paar hekjes klimmen) dan bereik je op een gegeven moment
de Meijekade, die je een heel eind kunt aflopen in oostelijke richting.
Hoever precies weet ik niet, want ik heb het pad nog niet helemaal
uitgelopen. Misschien wel tot Zegveld, of via de Riedveldse kade tot
Woerden.
-
Nog geen 500 meter verder zien we weer een gemaal, maar dat heeft
niets met het Miland te maken. Dat bemaalt de Noordzijdse Polder.
-
Bij het Rietveld komt de Broekermolentocht in de Rijn uit en ook
daar staat weer een gemaal, dat het water uit Zegvelderbroek pompt.
-
Vlak voor de brug gaan we richting Zegveld en waar de Zegvelderwetering
in de Grecht uitkomt stond ook een molen en nu dus een gemaal, dat
zorgt voor het peil in de polder Zegveld.
-
We volgen nu verder de Grecht en waar de Middelwetering in de Grecht
komt staat het gemaal van de polder Kamerik Mijzijde.
-
Als we dan voorbij de Es gekomen zijn in de tweede grote enclave
tussen Meije en Grecht, dan ligt daar het gemaal dat aantakt op de
Slimmenwetering en dus het Zegvelderbroek van de oostkant af bemaalt.
-
Tenslotte ligt aan de Toegang het gemaal van de polder Achttienhoven.
Title |