Succes voor het tabaksbeleid sinds 2000

Jan van Reek

 

De vijf hoofdlijnen van het tabaksbeleid bedacht ik in 1983: 1. stimuleer het stoppen met roken, 2. vermeerder de tabaksaccijns, 3. verbied de tabaksreclame, 4. verminder het roken in openbare gelegenheden en 5. betwijfel het nut van campagnes onder kinderen (Van Reek & Adriaanse publiceerden hierover). Indertijd was er weinig belangstelling voor. Een kwart eeuw later zijn deze ideeën wereldwijd toegepast.

In Nederland begon een krachtiger tabaksbeleid met de landelijke Millennium campagne, gericht op het stoppen met roken. Accijnsverhoging, een compleet reclameverbod en een vermindering van passief roken werden ingevoerd in 2003 en 2004. De volgende drie jaren gebeurde er weinig. Begin juli 2008 werd het roken verboden in de horeca en ging de accijns opnieuw omhoog. Daarmee was het Nederlandse tabaksbeleid in hoofdlijnen ingevoerd. 

 

Kan het effect van het beleid op het Nederlandse rookgedrag worden herkend? De verandering in het rookgedrag verloopt gunstig, want het roken onder volwassenen licht daalt op lange termijn (tabel 1). De afname verdubbelde tijdens de Millennium campagne en de invoering van nieuwe maatregelen (2000-2004). Daarna werd de daling opnieuw ½% per jaar. De mate van afname komt dus overeen met de intensiteit van het beleid. Het percentage rokers was verminderd tot 28% in 2007. 

De extra daling in de periode 2000-2004 was dus 2½%. Aangezien een daling van 1% in het percentage rokers op termijn tot grofweg 400 tabaksdoden minder per jaar leidt, zal een afname van 2½% tot 1000 doden minder per jaar voeren. Dit grote succes komt steeds terug!

 

Tabel 1. Jaarlijkse daling van het roken door volwassenen (gebaseerd op CBS-cijfers)

1991-1999 ½%

2000-2004 1%

2005-2007 ½%

 

Over het algemeen verandert het dagelijks roken door kinderen nauwelijks (tabel 2). Tijdens de invoering van nieuwe wettelijke maatregelen was er een daling van 19% naar 15% (2003-2004). De combinatie van het reclameverbod en de accijnsverhoging bleek effectief te zijn. Daarmee was het gebrek aan effect van vrijblijvende campagnes ten einde.

 

Tabel 2. Jaarlijkse daling in het dagelijks roken door kinderen van 10-19 jaar (naar NIPO)

1991-2002 0%

2003-2004 2%

2005-2007 0%

 

Naar leeftijd neemt het roken in de jeugd sterk toe. Vanaf de middelbare leeftijd volgt een daling (figuur). In die afname zien we het succes van het stoppen met roken en van de oversterfte bij rokers.

 

Als het rookverbod in de horeca en de accijnsverhoging worden ingevoerd, ligt een extra daling van het roken voor de hand. Hopelijk gaat het roken bij volwassenen van 28% in 2007 naar 25% in 2010.

Een rookverbod in disco’s en de accijnsverhoging zullen waarschijnlijk het roken bij jongeren doen dalen. Dan wordt het tabaksgebruik onder jongeren weer direct aangepakt zoals Meinsma deed door voorlichting op televisie.

 

Conclusies:

1. De intensivering van het tabaksbeleid valt samen met een extra daling van het roken door volwassenen en een afname bij kinderen.

2. Daarna volgt er een terugval naar het eerdere niveau. De maatregelen in juli 2008 kunnen opnieuw tot extra dalingen leiden.

Roken door jongeren

Rookgedrag in Nederland