|
Het roken daalt in Nederland Jan van Reek In de jaren tachtig publiceerde ik een prognose van het rookgedrag voor de periode 1983-20001. In de ‘realistische variant’ werd een jaarlijkse daling van het percentage rokers voorspeld van 1,1% bij mannen en 0,6% bij vrouwen. Optimistisch geacht werd een dubbele daling en pessimistisch geen verandering. In 2002 kon ik de nauwkeurigheid van de voorspelling testen.GEGEVENS EN METHODEN Voor de analyse van rookgedrag vanaf 1958 wordt gebruik gemaakt van de surveys ‘Riskante gewoonten’, ‘Products and people’, TON (Tijdschriften-lezerskring Nederland), NOP (Nationaal Onderzoek Persmedia), NIPO (Nederlands Instituut Publieke Opinie) en CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Waarschijnlijk wordt een vraag over roken begrepen, als een vraag over tenminste eenmaal per week roken. Dit maakt de uitkomsten van de surveys vergelijkbaar, ondanks de verschillen in vraagstelling. TRENDS TOT 2000 Twintig degelijke surveys zijn gebruikt om veranderingen in de percentages rokers te beschrijven (zie grafiek). Bij mannen daalt het percentage sterk in de jaren zestig en zeventig (toen Meinsma campagne voerde). Daarna gaat de afname voort in een lager tempo. Bij vrouwen stijgt het percentage in de jaren zestig (Gadourek2,3 voorspelde en testte dit emancipatoire effect). Daarna zet een trage daling in.
De voorspelde trend is getoetst aan de resultaten van drie surveys (zie tabel). In de periode 1983-2000 neemt het percentage rokers jaarlijks af met 0,8% bij mannen en 0,4% bij vrouwen. Dat is circa tweederde van de verwachtte afname volgens de ‘realistische variant’. Tabel. Percentages rokers naar geslacht Jaar Mannen Vrouwen Bron 1982 52 36 NOP 1991 44 33 CBS 2000 36 29 NIPO2010 29 25 ExtrapolatieIn de periode 1982-1998 verminderde het percentage rokers in Nederland van 44% naar 34% (-0,6% per jaar) en in het Verenigd Koninkrijk van 36% naar 27% (-0,6%). Een sterke analogie tussen de veranderingen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk werd eerder geconstateerd voor de periode 1958-19824. EXTRAPOLATIE VANAF 2000 Het ligt voor de hand de berekende trends voor de periode 1982-2000 te extrapoleren. De percentages dalen tot 29% en 25% in 2010. In dat tempo duurt de rookepidemie nog tientallen jaren. NIEUW TABAKSBELEID Door een aanscherping van de Tabakswet in 20035 werd het roken op de werkplek verboden en de reclame afgeschaft. Vervolgens werd begin 2004 de tabaksaccijns sterk verhoogd en een krachtige 'stoppen met roken'-actie gevoerd. In 2008 zal de horeca rookvrij worden. Hopelijk leidt dit tot een extra daling van het roken in 2010.
Dankbetuiging: Fons Nijpels gaf waardevolle adviezen. Literatuur 1. Reek J van. Prognose van rookgedrag in Nederland. Medisch Contact 1987; 42: 825-7. 2. Gadourek I. Evaluatie voorlichting roken. Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde 1965; 43: 827-30, 836. 3. Gadourek I. Verspreiding en ontwikkeling van de rookgewoonten in Nederland. In: Advies van de Gezondheidsraad. Maatregelen tot beperking van het roken. Leidschendam: Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne 1975, 88-112. 4. Reek J van. Smoking behaviour in the Netherlands and the United Kingdom: 1958-1982. Rev Epidém et Santé Publ 1984; 32: 383-90. 5. Prins GJJ, Willemsen MC. Tabakswetgeving in Nederland. Hart Bulletin 2004; 35: 85-7.
Roken door jongeren in Nederland (tweede artikel) Adolescent smoking drops and halts in the Netherlands (uitvoeriger artikel) |