CONCONITEST VOOR LOPERS
Benodigdheden:
|
1. |
Een atletiekbaan met om de 20 meter een goed zichtbaar merkteken. |
|
|
2. |
Een lichte walkman of geluidsinstallatie |
|
|
3. |
Een cassettebandje met geluidssignalen of een op de geluidsinstallatie aangesloten computer met pacer-programma dat aangeeft wanneer een merkteken gepasseerd moet worden. |
|
|
4. |
Een Hartslagmeter met geheugen (b.v. de Polar sport tester of een nieuwere versie hiervan) Of een hartslagmeter zonder geheugen maar dan moeten helpers aanwezig zijn om de te registreren waarden te noteren). |
|
|
5. |
Programmatuur om de gegevens in de computer te verwerken of tabellen en grafieken om de gegevens met de hand te verwerken. (bij de Firma SUPPORT in Almere is programmatuur verkrijgbaar om deze gegevens snel te verwerken) |
|
DE PRAKTISCHE
UITVOERING:
Men start met een warming-up van 10 tot 20 minuten.
Het is verstandig de sporttester al tijdens de warming-up om te doen, om er
zeker van te zijn dat hij goed functioneert.
Er wordt gelopen op een 400 meter
baan. De aanvangssnelheid is laag. Na elke 20 meter wordt de loopsnelheid iets
verhoogd. De aanvangssnelheid die wordt gekozen is afhankelijk van het niveau
of de trainingstoestand van de atleet. Minder getrainde beginnen met een
snelheid van 8, terwijl beter getrainde met 10 of 12 km/uur starten.
Bij het gebruik van een walkman wordt
bij de startlijn gestart. Voorop loopt de atleet (met walkman) die naar
verwachting het verst zal komen. Achter hem met een tussenafstand van ongeveer
2 meter volgen de andere atleten
Bij het gebruik van een geluidsinstallatie
kan bij ieder merkteken iemand starten.
Bij het startteken start men de
stopwatchfunctie van de sport tester en begint rustig te lopen. Bij iedere
pieptoon moet men een volgend merkteken bereikt hebben. Voor het registreren
van de tussentijden moet iedere 200m het middelste knopje van de sporttester
ingedrukt worden. Wanneer de merktekens niet meer op tijd bereikt kunnen
worden, is de test afgelopen. Men stopt de stopwatchfunctie van de sport-
tester en gaat rustig uitlopen.
Verwerking van de testgegevens:
De door de sporttester geregistreerde
gegevens kunnen nu handmatig of geautomatiseerd in grafieken verwerkt worden.
Voor de automatische verwerking is er
computer randapparatuur en software verkrijgbaar.
Voor een voorbeeld van de uitdraai zie bijlage.
Trainingsadviezen:
Hierbij maken we onderscheid tussen
duurlopen in het aërobe gebied, Intervallopen en Tempoduurlopen in het
overgangsgebied en Intervallopen in het anaërobe gebied.
De loopsnelheid bij het Omslagpunt Vd
stellen we op 100 %
De trainingsintensiteit kan uitgedrukt
worden in procenten van de Vd. Uit de curve kan dan voor elke
trainingsintensiteit de bijbehorende snelheid en HF worden berekend.
|
Trainingsvorm |
Intensiteit |
Duur |
|
|
Duurloop |
DL-1 (herstel) |
70% |
30-45 min. |
|
. |
(lang) |
70% |
120-180 min. |
|
. |
DL-2 (normaal) |
85% |
60-90 min. |
|
. |
DL-3 (snel) |
95% |
30-45 min. |
|
Tempoduurlopen |
. |
100% |
10-20 min. |
|
Lange Tempolopen |
. |
103% |
5-10 min. |
|
Interval |
extensief lang |
100% |
600-2000 m |
|
. |
extensief kort |
105% |
200-400 m |
De hierboven vermelden adviezen zijn
arbitrair en kunnen door iedere trainer op een andere manier ingevuld worden.
TENSLOTTE:
Zoals uit het voorgaande blijkt kunnen we m.b.v.
de Conconitest vrij nauwkeurig bepalen met welke hartfrequentie en
loopintensiteit we het best kunnen trainen.
Overtraining en de vaak hiermee gepaard
gaande blessures kunnen hiermee voorkomen worden. Het meten van de
hartfrequentie is daarbij wel noodzakelijk.
Zoals op zoveel terreinen lijkt de moderne
elektronica ook een belangrijk hulpmiddel te worden bij de
conditietraining.
Voor eventuele vragen of afspraken over het
afnemen van de Conconitest bij de Atletiekvereniging WEERT kan men contact opnemen
met:
|
|
Jan van den Bosch E-mail : J.H.vd.Bosch@net.HCC.nl |