Toelichtingen
Start Fietsroutes Actuele Fietsagenda Fietswinkels Favoriete Fietslinks Testen Fietsen Fietsnieuwsbrief Uw mening telt! Fietsprikbord Vragen/antwoorden Volledig overzicht

Toelichtingen bij de Graafschap Horne-Route

* Punt 29:  Kasteel Horn

Het kasteel ligt nu een heel eind verwijderd van de Maas. Toch dankt het zijn ligging aan de rivier. De Maas kon in vroegere dagen vrij meanderen en had op dit punt, ook wel “Horn” genoemd, een hoge oever neer gelegd. Het was in vroegere dagen een strategisch punt, men kon de scheepvaart op de Maas goed controleren. Tevens was dit gebied aan twee zijde beschermd door de Maas, zodat het goed te verdedigen was tegen mogelijke aanvallen van landzijde. Tot 1342 stroomde de Maas dichter bij Horn. In dat jaar sloten Willem Heer van Horn en Altena en de magistraat van Roermond een verdrag, om de Maas te verleggen richting Roermond. Door opgravingen bleek de hoge oever toch niet hoog genoeg. In verband met de soms zeer hoge waterstanden van de Maas, heeft men dit gebied opgehoogd. De oudste schriftelijke bron   dateert van 1243. Het eerste kasteel moet gebouwd zijn in de periode 1230-1240. Aanvankelijk werd het kasteel gevormd door vier ronde, naar buiten uitspringende, muurtorens en een, eveneens uitspringende, vierkante poorttoren. Na een grote brand in de eerste helft van de 15e eeuw, werd het door Jacob van Horne aanzienlijk veranderd en uitgebreid. Aan deze Jacob van Horne werd in 1450 de titel graaf verleend, vanaf die tijd heet het gebied graafschap Horn. Dit graafschap bestond uit de dorpen Horn, Haelen, Buggeneum, Neer, Roggel en Heythuysen, en verder de dorpen Geystingen en Ophoven in het huidige België. Door allerlei verervingen wordt het gebied uitgebreid met Weert, Wessem en Cortessem  Vanaf het einde van de 15e eeuw werd het zwaartepunt van het graafschap verplaats naar Weert, waar Jabob 1 reeds een groot kasteel had laten bouwen. Na de onthoofding van de laatste graaf van Horn in 1568 te Brussel kwam de Prins-Bisschop van Luik, als leenheer, in het bezit van het kasteel. Vanaf die tijd verbleven rentmeesters, benoemd door de Prins-Bisschop, op het kasteel. Het ging niet goed met het kasteel. Op een afbeelding gemaakt door Jan de Beijer is van een sterk vervallen kasteel spraken. Tegen het einde van de 18e eeuw werd het kasteel als boerderij verpacht. Er werden stallen op de binnenplaats en tegen de ringmuur aangebracht. In 1787 ging Marcel Gerard Magnée weer als rentmeester wonen op het kasteel, wel waren uitgebreide herstel werkzaamheden nodig. Het thans nog aanwezige jaartal 1787 is toen waarschijnlijk geplaatst. Toen het wereldlijk gezag van de Prins-Bisschop van Luik door de Fransen was opgeheven, kocht Marcel Gérard Magnée het kasteel ten behoeve van zijn zoon Marcel. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft het kasteel veel schade opgelopen. Het werd ook weer gebruikt om vee onder te brengen. Op 6 juli 1948 brandt een groot gedeelte van het kasteel af. Het duurde tot 1954 aleer op initiatief van Mevrouw Magnée-van Aefferden in samenwerking met de Monumentenzorg en onder leiding van architect Pierre Cuypers de restauratie ter hand genomen kon worden. In de jaren 1981/82 wordt nog een verbouwing uitgevoerd naar de huidige vorm. Het kasteel wordt nog steeds door een Magnée telg bewoond. Het is niet te bezichtigen.

 

* Punt 54 Marina Olderhuuske

Op dit punt aan de Maas was eens een rivierovergang gelegen, die in de geschiedenis van meer dan lokale betekenis is geweest. Het verkeer van uit Brabant, richting Roermond, moest hier de Maas passeren. Reeds in een akte van het jaar 1293 wordt van deze rivierovergang melding gemaakt. Het veer werd vanuit Ool bediend, daar werden ook de rechten geheven door de landheer. Doordat de passage van de Maas in de loop der eeuwen toenam, werd door Matthieu Timmermans uit Beegden, rond 1770, aan de Prins Bisschop van Luik een verzoek gericht, om bij de overgang der Maas tegenover Ool een huis te bouwen, ten gerieve van de passanten. Het nu nog overeind staande Oolderhuuske, was eertijds een bekende pleisterplaats aan de weg naar Roermond. Het is de historici steeds opgevallen als een stevig en goed gefundeerd gebouw. Dit moest ook wel, het ligt immers in het winterbed van de Maas. En wat te denken van de vele overstromingen door de eeuwen heen. Toen rond 1875 de brug over de Maas bij Roermond gereed kwam, verloor de overtocht bij Ool enigszins aan betekenis. Het werd nu nog gebruikt voor het overzetten van mensen die ter bedevaart gingen naar Sint Lindert in Beegden of naar de kermis in de dorpen aan de overkant van de Maas. Maar ook voor de boeren uit Ool, die land en weide hadden  aan de overzijde, was het veer onmisbaar. Na de oorlogsjaren 40-45 was het enige tijd druk, omdat de Roermondse brug kapot was en het overzetten bij de stad veel oponthoud vergde. Toen hier weer een vaste verbinding over de Maas was gelegd liep het Oolder veer sterk in belangstelling terug. Begin jaren vijftig verzocht de veerman, die het veer nog op de ouderwetse manier met de hand bediende, het rijk om een motor en de gemeente Herten om verhoging van subsidie. De rede voor zijn beklaag was, de levensstandaard was zodanig veranderd, dat hij geen kans meer zag om er met zijn groot gezin van rond te komen. Toen de aanvragen  geen succes hadden, nam de veerman na vele jaren van trouwe dienst op 1 Oktober 1951 ontslag. Toen Rijkswaterstaat het veer voor reparatie weghaalde kwam het niet meer terug.

Toch, zo begreep iedereen, moest er iets op gevonden worden opdat de mogelijkheid tot overtocht weer hersteld werd. Er werd van gemeente wegen een veerboot aangekocht, die alleen diende voor het over zetten van de boeren voor het melken en verzorgen van hun vee op de Ooldergriend. Een nieuwe veerman werd niet meer gevonden, zodat de dichtst bij de Maas wonende boer in het bezit gesteld werd van de sleutel van het veer.

De Ooldergriend lag aan de overkant van de Maas, maar was eigendom van de gemeente Herten, hoe was deze gemeente in het bezit gekomen van dit ongeveer 30 ha grootte gebied? 

Er zijn voor deze vraag twee mogelijke antwoorden.

De eerste zullen we hier uitleggen, de tweede  volgt later.

Er wordt beweerd dat de gemeente Herten in het bezit kwam van deze Ooldergriend, als compensatie voor de grond die de gemeente Herten zou verloren hebben bij de verlegging van de Maasbedding in de richting van Roermond, zo‘n 600 jaar geleden.

Toen enige jaren later de Ooldergriend werd verkocht voor ontgrinding  was dit veer ook niet meer nodig. Aan een ding had men niet gedacht, haar werd ook niets gevraagd. De veerbel aan de overkant, hangende aan een ijzeren balk, zo maar, zonder enige vorm van proces op pensioen gezet. Haar taak is ten einde, zij heeft haar werk verricht.

De tweede wereldoorlog had voor Nederland een zware tol geëist, niet alleen het menselijke leed maar ook materiele. Nederland moest weer opgebouwd worden. Het is intussen 1953, Zuid-west Nederland wordt opgeschrikt. Door een zware storm begeven de dijken het en dit deel van Nederland loopt onder water. Het delta plan wordt bedacht. Voor al deze plannen zijn grondstoffen nodig, zoals zand en grind. Door boringen is gebleken dat deze grondstoffen m.n. in Midden-Limburg op grote schaal voor handen zijn. In Mei 1954 wordt de 27,42 ha Ooldergriend aan Grint- en Zand-exploitatiemaatschappij Smals BV uit Herten verkocht voor ontgrinding. En de baggermolens begonnen hun verwoestend werk, grote waterplassen ontstonden, zoals de Noord- Zuid en de Oolderplas om maar enkele te noemen. In de jaren tachtig ging men eens nadenken, wat te doen met al die plassen. De Hertense ontgronder M. Smals kwam met de uitspraak: het gaat niet om de ontgronding alleen. Maar ook om het gebied dat erna ontstaat. In oktober 1988 komt hij met een recreatief plan voor het schiereiland dat na de ontgrinding van de Ooldergriend is overgebleven. Het gebied heeft een oppervlakte van ruim tien hectaren en is eigendom van de Hertense ontgronder. Hij wilt binnen vijf jaar een jachthaven, een camping, vakantiehuisjes, een restaurant, tennisbanen en appartementen aan het water verwezenlijken.

Met volle teugen genieten van de unieke watersportfaciliteiten die de Maasplassen in Midden- Limburg te bieden hebben en gelijktijdig verblijven in een recreatieproject met een zuidelijke op de Franse havenstadjes aan de Middellandse Zee geïnspireerde ambiance dat gerealiseerd wordt op een historische plek en dat tegemoet komt aan de hoogste verwachtingen van de watersport.

Zo wordt het plan voor geïnteresseerde onder de aandacht gebracht. Het hele project vergt een investering van naar schatting 25 miljoen gulden en zal uit vijf onderdelen bestaan. Op de eerste plaats komt er een jachthaven met ligplaats voor totaal 140 boten. Tweede onderdeel vormt de bouw van 94 bungalows met zicht op de Maasplassen. Derde is het aantrekkelijke en aansprekend project de Marina. Uit overleg met Rijkswaterstaat bleek dat slechts een deel van het schiereiland bebouwd mag worden, om problemen te voorkomen bij hoge waterstand in de Maas. Een deel ligt namelijk in het zogenaamde waterbergend deel van de Maas. In dit deel worden 80 drijvende luxe woningen met allemaal een eigen ligplaats bij de woning gerealiseerd. Het zijn woningen van vijf bij twaalf meter, die gebouwd zijn op een betonnen casco. Dergelijke woningen leveren geen problemen op als de Maas buiten haar oevers treedt, ze stijgen en dalen al naar gelang de hoogte van de waterstand. Vierde onderdeel is een passantencamping met 160 plaatsen. Bij dit alles hoort uiteraard het vijfde onderdeel, de centrale voorziening, met een restaurant, buitenterrasjes enz. het gehele project kreeg de naam “Marina Oolderhuuske”. Op maandag 3 december 1990 wordt door de burgemeester van Beegden de eerste damwand voor de haven in de grond geslagen. Maart 1991 wordt vanuit de haven in Roermond de eerste “Marina” via de Maas naar haar bestemming versleept. Paaszaterdag 18 april 1992 is het dan zo ver “Marina Oolderhuiske” wordt feestelijk geopend, voor belangstellende is er open dag. Gelijkertijd met de opening wordt, op initiatief van de toenmalige directeur Hans Smals van “Marina Oolderhuuske” de oude veerdienst weer in ere hersteld. (Het park is overigens sinds 2005 eigendom van Maritimo Beheer onder leiding van de heer Houkes). Alleen gedurende het recreatieseizoen kunnen voetgangers en fietsers hier in het weekend de Maas oversteken. Het veer krijgt de toepasselijke naam “Biej Ool Euver”.

De oude rivierovergang is nog niet goed en wel, naar het idee van Hans Smals,  in ere hersteld of de verhalen van vroeger komen weer boven water. Zo ook de bekende Limburgse uitdrukking “Hae is (of Doe bös) in Ool nach neet euver, vertaald, “ Je bent in Ool nog niet over”. Met dit gezegde wil men aangeven, dat de oplossing van een bepaalde zaak nog helemaal niet rond is, het zal zijn tijd wel duren.

Maar hoe is deze uitdrukking ontstaan, is het een sage of is het toch historie? Het Oolder veer vormde in vroegere eeuwen niet alleen de verbinding tussen twee Maasoevers, maar tevens tussen twee verschillende rijkjes: de vrijheerlijkheid Daelenbroeck en het Land van Horn. Op de burcht Ghoir, in het Land van Horn, leefde twee beruchte roofridders. Hun dagelijks werk bestond uit het beroven en afzetten van boeren en reizigers. Door de bescherming van hooggeplaatste familieleden gingen ze altijd vrijuit. Dicht in de buurt op het kasteel te Horn, zetelde een drossaard, die streng en onverbiddelijk recht deed. Hij wilde de Heren van Ghoir terechtstellen, maar hoe. Een feestmaal waartoe ook de andere edellieden uitgenodigd werden, zou hen op  het Horner kasteel brengen. De drossaard ontving hen hartelijk, terwijl de beul uit de stad reeds besteld was. De knecht van de Heren van Ghoir was echter  steeds waakzaam, hij hoorde over “het galgenmaal van de Heren van Ghoir”. Onopgemerkt verwijderde hij zich, snelde naar de stal en zadelde drie paarden. Vervolgens begaf  hij zich naar de feestzaal en fluisterde zijn meesters in het oor: “doodsgevaar”. Hardop verzocht hij hen dan, even naar de stal te komen, een van de paarden was plotseling ziek geworden. De drossaard liet hen begaan, maar volgde hen met een paar gasten. Tot zijn grote verbazing zag hij het drietal op de paarden springen. In galop ging het naar het Oolder veer, de drossaard en zijn mannen er achteraan. De Heren van Ghoir hadden een voorsprong, maar, aldus de drossaard, ze zijn nog niet in Ool over. De veerman van toen had alle tijd van de wereld, had een verbond gesloten met de drank godden en het veer lag meestal aan Oolder zijde. De vluchtelingen hadden echter ook nu weer geluk. Zij vonden het veer aan de  Horner zijde liggen. Aan de overzijde troffen zij de beul, zij vroegen hem minzaam, waar het bloed zou vloeien. In Horn, luidde het antwoord, daar moet ik twee vette ossen gaan slachten. De veerman werd rijkelijk beloond en die van Ool schonken ze de “greend” aan de over kant van de Maas. Het huidige “Marina Oolderhuuske”.

Een andere overlevering brengt het Oolder veer in verband met Willem van Oranje. Willem van Oranje was bij zijn vriend de Graaf van Horn op bezoek. Deze woonde op zijn kasteel in de plaats Horn. Toen de Spanjaarden naderden nam hij zo haastig afscheid van de Graaf, dat hij zijn hoed vergat. Vaarwel, prins zonder hoed, zie de graaf. Vaarwel, graaf zonder hoofd, antwoordde de Prins. Oranje vluchtte met de Spanjaarden achter zich aan richting Oolder veer. De Spanjaarden hadden al vaker problemen gehad met de veerman, dat ze lang moesten wachten voor overzetting. Nu hadden ze het geluk aan hun zijde en spraken tegen elkaar “hij is in Ool nog niet over”. Maar zij hadden het nakijken, het veer lag aan Horner zijde en de vogelvrij verklaarde Willem van Oranje was gevlogen. Zoals uit de vaderlandse geschiedenis bekend is, werd de Graaf van Horne, ook wel Hoorne genoemd, samen met de Graaf van Egmond in 1567 te Brussel onthoofd.

Tenslotte de laatste en tevens de meest aannemelijke verklaring voor het spreekwoord. Ook nu weer komt een veerman uit vroegere tijden op de voorgrond. In het Oolder veerhuis, het ligt er nog steeds, ging het ieder avond vrolijk toe. De veerman zat er met vrienden te kaarten of er werden sterken verhalen verteld. Zolang het spel of het verhaal nog geen einde had, konden de mensen aan de overkant zo hard bellen als ze wilde het veer stak niet over. Men was in Ool nog niet over.

 

U bevindt zich op de website van Fietsen Eén Twee Drie. Onze site is volop in beweging. Stuur uw routes, suggesties, correcties en aanbevelingen aan ons toe. Onze internetadressen zijn: voor Nederland: www.fietsen.123.nl (let op de punt ná fietsen), voor België: www.fietsen123.be (zonder punt na fietsen!) en voor Europa: www.fietsen123.eu. Ons e-mailadres voor alle landen: fietsen@fietsen.123.nl 

Copyright © 2000-2008: Fietsen Eén Twee Drie: alles over fietsen,  fietsroutes en fietsvakanties