|
20,5 km Karakteristiek van de route De 'Historische Kring Hoogland' geeft een tijdschrift uit 'De Bewaarsman' en publiceerde hierin o.a. een prachtige fietsroute door Hoogland-West. 'Fietsen Eén Twee Drie' kreeg toestemming van het bestuur en de redactie om deze route in zijn geheel te publiceren, dus inclusief de uitgebreide informatie over de historie en de natuur van dit gebied. Bestuur en redactie, hartelijk dank! André Smits danken we voor zijn idee en voor het overtypen van de route. De route is opgedragen aan allen, die met ons de vurige wens delen, dat Hoogland-West tot in lengte van jaren groen mag blijven! Tip: Indien u op de bruin-onderstreepte woorden op deze pagina klikt krijgt u de desbetreffende website of e-mail. ------------------------- Routebeschrijving met informatie over de historie en de natuur van Hoogland-West: Coelhorsterweg We beginnen onze fietstocht aan het begin van de Coelhorsterweg (bij de kruising met de Bunschoterstraat) en gaan - vanuit het dorp gezien - linksaf de Boelenhoefseweg op (die loopt langs de Bunschoterstraat). Boelenhoefseweg We volgen deze weg tot net voorbij het benzinestation en gaan dan de tweede weg rechts in (huisnummers 4 en 5). Deze (doodlopende) weg eindigt bij Boelenhoef. Dit was één van de vijftien malenhoeven. Hoewel de plek waar Boelenhoef staat dezelfde gebleven is, hebben in de loop der tijd de gebouwen elkaar afgewisseld. Tot 1965 had de toenmalige steeg van Boelenhoef een rechtstreekse verbinding met wat nu de Van Boetzelaerlaan is (aan de overkant van de Bunschoterstraat). Op oude kaarten zien we ook heel duidelijk de onregelmatigheid van de percelen en de omringende brede wallen. Die wallen boden fauna en avifauna natuurlijk prachtige schuil- en broedmogelijkheden en niet te vergeten foerageerterreinen. Waar nu nog zulke wallen over zijn kan men in de herfst troepen sijsjes met mezen (pimpel-, kool- en staartmezen) ijverig bezig zien hun kostje op te scharrelen. Bij deze groepjes sluiten zich ook vaak boomkruipertjes aan. We keren terug richting de Bunschoterstraat en gaan meteen linksaf (Boelenhoefseweg 3; eveneens doodlopende weg) op zoek naar het Vilderskerkhof. Dit was de openbare begraafplaats van 1873 tot ca 1920; nu is het privé-terrein. We vinden de restanten rechts (ongeveer 50 meter na de schuur), te herkennen aan de oorspronkelijke beukenhaag. Deze is nu sterk verwilderd en uitgegroeid, maar nog grotendeels intact. We keren na deze uitstapjes weer terug richting de Bunschoterstraat en gaan linksaf. Net voorbij het benzinestation gaan we wederom linksaf, de Coelhorsterweg op. Coelhorsterweg Dit stukje straat geeft de oude loop van de Coelhorsterweg aan, die vroeger De Bik heette. Aan de overkant van de Bunschoterstraat zien we dit stuk aansluiten op wat nog steeds De Bik heet. We volgen de Coelhorsterweg richting Baarn (bij de kruising links aanhouden). Aan de Coelhorsterweg zijn in de loop der eeuwen huisjes gebouwd, die een soort tussenvorm zijn tussen arbeiderswoning en kleine boerderijtjes. Hoewel verschillende van deze huisjes inmiddels door nieuwbouw zijn vervangen, zijn er nog enkele in hun oorspronkelijke staat te herkennen. De meeste van deze boerderijtjes hebben namen, onder andere De Bik, De Wortelpot, Het Graafschap, Het Fortuin, 't Hoekje en De Bergkuil. Op de kaarten zien we een soort slagenontginning aan beide zijden van de Coelhorsterweg. Ook hier heel erg laag gelegen land van latere ontginning dan het oude kampen- of hoevenlandschap. In 1857 is dit stuk weg voor het eerst met straatstenen verhard. Weerhorsterweg We gaan linksaf de Weerhorsterweg in (de weg geplaveid met betonnen platen), richting boerderij Weerhorst. Ook één van de malenhoeven. Langs de Weerhorsterweg kwam in de afgelopen jaren een berm voor met de bosanemoon; misschien is het dit seizoen ook weer te zien. Het moet hier vroeger een algemeen plantje zijn geweest. Onlangs is de bosanemoon weer spontaan verschenen bij de Mgr. Van de Weteringstraat 4 (de eerste boerderij rechts vanaf de Bunschoterstraat). Laten we hopen dat het zich weer blijvend gevestigd heeft. Droevendalsesteeg We fietsen niet helemaal door naar boerderij Weerhorst (gelegen op de Weerhorster eng), maar gaan bij de kruising rechts de Droevendalsesteeg in. We krijgen dan op een gegeven moment een flauwe bocht naar rechts richting de Coelhorsterweg. Aan onze linkerhand zien we in hakhoutbos verscholen de Coelhorsterkade. Dit was een dwarsdijk van de Grebbelinie, maar oorspronkelijk ook een extra bescherming tegen het water. De dijk eindigt nu bij de Droevendalsesteeg, maar liep oorspronkelijk door tot achter café 't Hoekje, zoals op oude kaarten te zien is. Meer richting Amersfoort ligt nog zo’n dijk: de Hooglandsedijk. En ook richting Baarn komen we er één tegen: de Hoogerhorsterweg. De Droevendalsesteeg kreeg z’n naam van het laatste pand rechts (gezien vanuit onze rijrichting) aan het weggetje. De naam Droevendaal vinden we al vermeld in 1415. Het was maar een klein boerderijtje, waar nauwelijks iets over bekend is. In 1762 woonde er een Jan Hendriksz, in 1774 Jan Aartsz, die op een veiling een wagen en twee paarden kocht. In 1785 verkocht Helmus Hendriksz 2½ morgen grond met een huis genaamd Droevendaal aan Teunis Hendriksz Kuijer.Jan Hendriksz Kok was de eigenaar in 1832. Coelhorsterweg Op de kruising Droevendalsesteeg en Coelhorsterweg staan we even stil, want hier hebben we een mooi uitzicht over de Onsteder eng naar boerderij Onstede (recht voor ons en iets naar rechts, als de maïs ons het uitzicht niet belemmert). Overal in Hoogland treft u engen aan. De eng was het hoge bouwland bij een boerderij en geschikt voor rogge- en boekweitverbouw. Op de lagere gronden werd het vee gehouden en het hooi gewonnen. We zijn hier in het kampen- of hoevenlandschap. We gaan linksaf en houden op de Coelhorsterweg de richting Baarn aan. Links krijgen we een zeer oude kreupelhoutwal met enkele hogere bomen. Deze wal hoort bij het landgoed Coelhorst. In de wal staan berken, essen, elzen, lijsterbessen, eiken en vuilbomen. Op enkele plaatsen groeit hier de eikvaren, Als we nauwkeurig kijken kunnen we links en rechts van de weg salomonszegel vinden. We naderen een flauwe bocht in de weg naar rechts, waar we links een grote, oude, we mogen wel zeggen, majestueuze eik zien staan. Als we goed kijken zien we dat de tands des tijds hier en daar lelijk geknaagd heeft. Maar overleven doet-ie. Let ook op de grote herstelplek aan de noordkant op manshoogte die zich heel duidelijk aftekent in de bast. Deze eik is volgens de Bomenstichting één der oudste eikenbomen in de regio: ongeveer 250 jaar. Een tiental meters verderop een prachtige - niet eens zo oude - beukenboom met een uitgebreidere takkenkroon. Maar er is hier veel meer te zien en te zeggen. Direct voor de flauwe bocht in de weg zien we aan de rechterkant boerderij Kouwenhoven. Eerst behoorde deze tot landgoed Coelhorst. De oorspronkelijke boerderij lag echter niet op de plaats waar het huidige Kouwenhoven ligt, maar iets verder naar achteren in het land. Kouwenhoven is mogelijk de geboorteplek van Wolfert Gerritsz van Kouwenhoven, één van de kolonisten van New York. We vervolgen onze weg en kijken even in het slootje links van de weg achter de hakhoutberm (direct na de mooie oude beuk). In de maand mei mag u deze sloot beslist niet voorbij gaan, want dit is misschien wel één van de meest bijzondere plekjes van onze ontdekkingstocht. Hier - in de sloot - groeit en bloeit de waterviolier met prachtige witte bloemen en een heel fijn bladerenrozet drijvend op de oppervlakte. Het geeft aan dat hier kwelwater naar de oppervlakte komt en voor een zodanig schoon milieu zorgt dat de waterviolier hier gedijen kan. Niet plukken- alleen bewonderen. Kwel in het stroomgebied van de Eem is water dat van de Utrechtse Heuvelrug afloopt en in de grond sijpelt. Het voedt zo het grondwater en treedt hier en daar in de Gelderse Vallei weer aan de oppervlakte. Het is meestal minder voedselrijk dan het omringende oppervlaktewater, maar daarom juist heel gunstig voor de waterviolier. Het slootje eindigt bij de Coelhorsterlaan (links).Dit is een eigen weg met aan beide zijden hoge eikenbomen. Daar rechts tegenover vraagt weer een slootje om aandacht. Ook hier een weelderige flora van zeggen (rietgrassen; let op de driekantige stengel). Valeriaan en harig wilgenroosje staan er ook in massa. Het 'gewone' wilgenroosje kent u natuurlijk: de rose bloemen op lange stelen, die direct de open plekken in bossen en bosjes bezetten. Als ze uitgebloeid zijn, gaan ze wit pluizen. Dat is te zien tot ver in de herfst. Rechts naast de Coelhorsterlaan en links van de Coelhorsterweg ligt een singel met daarachter een prachtig stuk hoog opgaand bos van machtige eiken en beuken, met onderbegroeiïng van hulststruiken. Achter dit bos ligt het huidige huis Coelhorst, op de fundamenten van het oude huis, dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog verloren ging. Aangezien dit bos particulier terrein is, mag u het dammetje dat de Coelhorsterweg met dit bos verbindt niet oversteken. Maar op dit dammetje kunt u even uw ogen de kost geven, Hier groeit wilde framboos en andoorn, een lipbloemige zoals de dovenetel. De witte dovenetel zijn we natuurlijk al vele malen langs de berm tegengekomen. Voor zover bekend heeft de boerderij (links) voorbij het bos - met de golfplaten - geen speciale naam. Wat er onder de platen zit kunt u wel raden: riet. Het vormt vast een goed isolatiedeken. Bij de volgende boerderij (links) staan we ook even stil en wel om de naam: 't Pannenhuis. Waarschijnlijk stond hier al vroeg een boerderij, bedekt met pannen, terwijl alle gebouwen in de omgeving nog met riet bedekt waren. Deze bewoners waren toen en nu 'onder de pannen'. Wie zich vroeger pannen kon permitteren gaf blijk van een zekere welstand. We vinden hier langs de weg prachtige oude knotwilgen. Sommige zijn in bezit genomen door andere soorten jonge boompjes, die in het hier en daar rottende hout goed kunnen wortelen. Na 't Pannenhuis komen we links bij de boerderij waar vroeger de koster van de kapel van Coelhorst woonde. Aan de gevel onder de daklijst zat tot voor enkele jaren een aantal prachtige nesten van de huiszwaluw. Bij een grote opknapbeurt van het huis verdwenen de nesten en de vogels zijn nog niet terug. Voor de huiszwaluwen was het een ideale woonomgeving: heerlijk op insecten jagen boven de Malewetering, rechts van de weg. Een enkele keer wordt hier aan de Malewetering in het winterseizoen een ijsvogel gesignaleerd. We komen nu bij de kapel van Coelhorst en het kerkhofje. Kosterswoning en kerkhofje zijn altijd één geweest. Oorspronkelijk was de kapel van Coelhorst een handreiking aan de bewoners van deze gebieden, zodat ze niet meer in Leusden hoefden te kerken. Hoogland behoorde namelijk tot die parochie. De kapel is rond 1350 gebouwd. Uiteraard oorspronkelijk Rooms-Katholiek, kwam de kapel na de Reformatie in gebruik bij de gereformeerden, na 1816 hervormden genoemd. In 1843 namen die een nieuwe hervormde kerk aan De Ham in gebruik, die tegenwoordig 'De Inham' heet. De kapel werd verkocht aan de eigenaar van het landgoed Coelhorst en doet dient als mausoleum. De kapel verkeert anno 2002 in zeer vervallen staat, maar wordt nu gerestaureerd.Tegen de westelijke muur van de kapel staat een zerk van 1798, die ooit het graf van een pastoor Mulder dekte. De vraag waarom een pastoor op een protestants kerkhof werd begraven, is nog niet opgelost.
Tip: Dankzij de 'Stichting Kapel van Coelhorst' kon bovenstaande unieke kapel van de ondergang worden gered. De kapel op Coelhorst heeft een eigen website met achtergrondinformatie. Klik hier en u vindt veel gegevens over de kapel en de restauratie! We gaan weer letten op de sloot links van de weg, want hier komt regelmatig de valeriaan voor. Uit de wortels wordt het bekende rustgevende middel geproduceerd. In de wal groeien veel hopranken en in de bermen vinden we kamperfoelie. Hop wordt gebruikt voor de bereiding van bier en is belangrijk voor de smaak. Achter de sloot (ná het kerkhofje) zien we de halfstamboomgaard van Coelhorst. Halfstamboomgaarden zijn heden ten dage ook al beschermwaardige objecten. Er was vroeger een officieel ingeschreven Coelhorster appelras. De appel is gekweekt door Jan Kaas, die bij velen voortleeft als onze eerste dorpshistoricus. Hij woonde op het boerderijtje De Bik aan de Coelhorsterweg 12. Het huis is onlangs gesloopt voor nieuwbouw, maar in de achtergevel heeft men de oude eerste steen opnieeuw ingemetseld. In 1934 kruiste hij Jonathan en de Dubbele Bellefleur. Zo ontstond een appel met een mooie, rode kleur, ingesneden kelk en zachtzure smaak die in oktober geoogst kan worden. De volgende jaren is de Coelhorster appel veel geplant, maar vervolgens raakte deze in het vergeetboek tot hij precies 50 jaar later opnieuw werd geënt. Dat de Coelhorsterweg z'n naam heeft van het land Coelhorst zal niemand verbazen. We naderen nu (links) de oprijlaan naar het herenhuis van Coelhorst, een prachtige beukenlaan. Het huidige herenhuis is - zoals gezegd - gebouwd op de fundamenten van de voorganger. Het vorige huis moest in mei 1940 verdwijnen om het Nederlandse leger schootsveld te geven vanaf de dijk van de Eem, onderdeel van de Grebbelinie. Het landgoed Coelhorst is sinds kort in het bezit van de Vereniging Natuurmonumenten en bestaat voor een groot deel uit weilanden, gescheiden door kleinere en grotere wallen. Juist in deze wallen heeft zich een deel van het natuurleven kunnen handhaven en deze gebiedjes bieden dekking aan kleine zoogdieren. Ook voor reeën is een gebied waar ze zich schuil kunnen houden, enorm belangrijk. Nog steeds huist in Coelhorst een sprong reeën. Als we verder noordwaarts gaan krijgen we al snel aan onze linkerhand een klein perceeltje bos. Aan de randen daarvan groeit op een aantal plaatsen de sleedoorn, een naaktbloeier (heeft wel bloemen in het voorjaar, maar heeft dan nog geen blad, dat later komt) met witte bloemen en in de herfst met berijpte pruimachtige vruchten. De vruchten worden gebruikt voor sleedoornjenever. Rechts van de weg zien we de Malewetering. Deze werd onderhouden door boeren die op het Hogeland woonden. Zij waren verplicht om elk voor één of meer slagen te zorgen, onderhoudsvakken van ca. 100 meter. We komen nu op een driesprong bij de brug over de Malewetering. Vóór ons gaat de Coelhorsterweg over in de Slaagseweg. Als we westwaarts kijken hebben we een fraai uitzicht op de Utrechtse Heuvelrug vanuit de Eemvallei. We zien de oude toren van de Hervormde Kerk van Soest, maar ook die van de Rooms-Katholieke Kerk, meer naar rechts. Een mooie illustratie dat we in de vallei zitten. We staan hier op de grens van twee soorten landschappen. Tot dusver waren wij op zandgrond, in het kampen- of hoevenlanschap. Noordelijk van de Mgr. Van de Weteringstraat vinden we echter regelmatig kavels. Dat is het slagenlandschap, gevolg van een grootschalige georganiseerde ontginning. Dat kon ook moeilijk anders, omdat men hier steeds verder van de zandgrond verwijderd raakte. Voor de waterafvoer in dit lager gelegen veengebied moesten kanalen worden gegraven. Dat deed men niet zo makkelijk alleen; samenwerking was geboden. Slaagseweg Net voorbij de kruising met de Mgr. Van de Weteringstraat (die we nu nog niet ingaan, we fietsen rechtdoor), daar waar de Malewetering van rechts naar links onder de weg doorloopt, gaat de Coelhorsterweg over in de Slaagseweg. De Malewetering buigt hier af naar het westen en leidt via het nieuwe gemaal het water van het Hoogland in de Eem. In de weilanden links van de Slaagseweg houden zich in de trektijd geregeld grote groepen ganzen op. Bij de herfstwandeling 2000 van de Historische Kring Hoogland namen we vanaf de Grebbeliniedijk een grote groep Canadese ganzen waar die inmiddels in Europa als inheems beschouwd kunnen worden. Nadat we enige bebouwing gepasseerd zijn, krijgen we rechts de steeg in zicht van Breevoort, sinds kort het Breevoortslaantje genoemd. Dit is een eigen weg. Vroeger een laan met hoog opgaande eikenbomen, nu met links en rechts hakhout. Breevoort ligt aan de Vudijk. Hier is dat goed te zien. Hoogerhorsterweg Links krijgen we de Hoogerhorsterweg, een prachtige dwarsdijk van de Grebbelinie die naar Hoogerhorst voert aan de Eem. Daar was jaren geleden een overzetmogelijkheid die geëxploiteerd werd door Zwarte Willem van de Kleine Melm, het café aan de Soesterzijde van de Eem. Je trok aan de bel en dan kwam Willem je met z’n boot halen. Het moet op Hoogerhorst vroeger een deftige bedoening geweest zijn, want ook hier stond een herenhuis. Hoogerhorst ligt in z'n eigen poldertje en moet het met natuurlijke afwatering doen. Als u de dijk naar Hoogerhorst in fietst komt u op een gegeven moment op de kruising van de Grebbeliniedijk en de Hoogerhorsterweg. Vanaf dit punt is het een eigen weg. Als u om u heen kijkt ziet u dat de dijk hier een soort bastion vormt. Op kaarten is dat ook goed te zien. In de dijk is aan beide kanten van de Hoogerhorsterweg een gemetseld blok aanwezig, waartussen bij hoog water de vloedplanken kwamen. In de voor de dijk gelegen moerassen - het verlandt hier langzaam - vinden we in het voorjaar nog volop dotterbloemen en gele lissen. Op de dijk groeit hier en daar vogelmelk en in de zomer is de roep van grutto en tureluur te horen. Tijdens de herfstwandeling 2000 van de Historische Kring Hoogland vonden we op de Hoogerhorsterweg ook nog cichorei (in de Tweede Wereldoorlog een vervanger voor koffie), maar dat moet wel een verdwaald exemplaar geweest zijn. We genieten hier van het uitzicht op Soest en keren terug naar de Slaagseweg. Slaagseweg Als we weer terug zijn op de Slaagseweg zetten we onze tocht linksaf voort richting Baarn. We krijgen links de afslag naar de Krachtwijkerweg (die later in de fietsroute aan de orde komt). Het pand links voor de hoek heet Het Dorstig Hert, een voormalig bekend café. Oorspronkelijk een herberg voor reizigers die de moed hadden om door dit eenzame gebied naar Soest of Baarn te gaan. We
volgen nu eerst de Slaagseweg verder noordwaarts. Rechts krijgen we dan
Sluisdijk, een boerderij als vooruitgeschoven post in de polder, veilig in z’n
ringdijk. We komen in de steeds vlakkere polder, links en rechts nog even wat
bebouwing en dan open weiden. Zeldertseweg Na ongeveer 300 meter krijgen we rechts de Zeldertseweg. Voordat we die inslaan kunt u zich even op het bankje zetten onder de drie essen en van het uitzicht genieten. In de verte aan de horizon ziet u (richting Bunschoten-Spakenburg) een hele rij grote witte windmolens. Deze staan op de dijk van de Flevopolder, langs het Eemmeer. Overigens gaat over de drie essen het verhaal dat deze essen geplant zijn omdat hier geen boerderijen meer staan. In het open landschap kan men door bliksem getroffen worden, maar essenzaden zouden bescherming bieden tegen bliksem... We vervolgen onze fietstocht en gaan de Zeldertseweg op. Rechts daarvan zien we de Overzeldertse wetering meelopen. Een prachtige benaming hebben de Hooglanders voor de bebouwing hier aan het eind van de Zeldertseweg. In de volksmond wordt het Achter op Zeldert genoemd. Aan de andere kant (bij de Bunschoterstraat) heet het dan Voor op Zeldert. De Zeldertseweg is de scheidingsdijk tussen de polders Overzeldert (rechts van de weg) en Neerzeldert (links van de weg). We zijn nu verder af van het zandgebied van Hoogland, maar hier - in het veen - liggen toch nog enkele zandopduikingen, waarop de oudere boerderijen liggen. Maar ook de jongere boerderijen liggen op terpen. De boerderijen Achter op Zeldert staan aan de westzijde van de beide polders op een uitloper van het zandgebied van de Laurenberg. Let op de 0-hoogtelijn op de moderne kaart. Hebben we langs de Mgr. Van de Weteringstraat nog hoogtes van 0,2, 0,7 en 1,1 NAP, langs de Zeldertseweg is het vrijwel 0 of negatief. De bewoners van Achter op Zeldert konden vroeger via de Spijkerdijk naar het dorp. De oude boerderijen langs de Zeldertseweg werden geleidelijk vernieuwd, maar er zijn nog karakteristieke plekjes over. Rechts van de weg boerderij Terburg, daar tegenover Nieuwenburg. Rechts komt vervolgens boerderij De Zwarte Tuinen, nu een bungalow met veestal. Ook rechts krijgen we daarna boerderij De Pol; we herkennen de boerderij aan de twee dampalen met de naam. De boerderij wordt sinds 1876 bewoond door de familie Van 't Klooster. Bij boerderij Landzicht (links) onderbreken we de fietstocht even om van de fraaie ligging en van het open polderlandschap te genieten. Realiseert u zich - kijkend naar het noorden - dat het gebied tussen de Zeldertseweg, waar we nu staan en de dijk van de Zuiderzee (later IJsselmeer, nu Eemmeer) vroeger één grote open vlakte was, niet onderbroken door enige boerderij, noch door wallen of bomen. Het is nog steeds vlak land, maar er zijn nu wel enkele boerderijen verschenen en de A1 doorsnijdt het gebied. Vanaf Landzicht bestaat de weg nog uit klinkers. Fietsen we weer verder. We naderen nu langzamerhand Voor op Zeldert. Ook dit is een oud buurtje, in het verleden ook De Hoge Aard genoemd. Voor op Zeldert is op een zandopduiking gebouwd, een uitloper van de Laurenberg. Op nummer 16 staat een prachtige oude boerderij op een terpje. Hier staan ook de boerderijen Aken (Zeldertseweg 12) en Keulen (Zeldertseweg 4). De herkomst van deze namen is onbekend. De boerderijen die hier staan waren er al vóór de ontginning van de polder Neerzeldert en ze hadden daar al rechten, zodat de Werfdijk westelijk van het buurtje werd aangelegd. Deze dijk is al zo’n 400 jaar geleden afgegraven, maar te herkennen aan een ca 25 m brede strook land die iets hoger ligt. Deze bevindt zich tussen Zeldertseweg 24 en 20. Er ontstond toen oostelijk van de Werfdijk een klein poldertje De Hond, dat later herontgonnen is. Het lijkt een vreemde naam voor een polder, maar dat verandert als we weten dat een hont een oude oppervlaktemaat is. Men kan aan het eind van de Zeldertseweg de Bunschoterstraat niet meer oversteken. Maar voordat aan de overkant de wijk Nieuwland gebouwd werd lag aan de noordzijde van de Nieuwlandseweg De Hoge Aard. Het was een boerderij tevens herberg waar het college van de malen van Hoogland wel eens vergaderde. Om in het onderhoud van de Bunschoterstraat te kunnen voorzien was hier een tol. Het tolhuis werd in 1940 afgebroken en is niet meer herbouwd. Alleen de norton van de pomp is daarvan ter plekke nog zichtbaar, te herkennen aan de betonnen drinkbakken voor het vee. Bunschoterstraat Aan het einde van de Zeldertseweg gaan we linksaf. We fietsen langs de Bunschoterstraat pal naar het noorden. Bijna aan het einde vinden we links nog een boerderij, Groenhoeve. Schuin daar tegenover, iets zuidelijker, stond vóór de bouw van de wijk Nieuwland nog een boerderij, De Hoogekamp, ook op een terpje. Nu vinden we er een benzinestation. Neerzeldertseweg Vlak voor de A1 gaan we linksaf, de Neerzeldertseweg op. Maar het is interessant om hier eerst even op een kaart van 1868 te kijken. We zien op die kaart in dit gebied een klein kronkelig stroompje, duidelijk afwijkend van de omliggende rechte slagen. Dat is de oude Zeldrecht, een belangrijke kreek in de Eemlandse lege (=lage) landen waarnaar de polders Overzeldert en Neerzeldert zijn genoemd. Helaas is in 1999 het laatste restant van de Zeldrecht definitief verdwenen. De Neerzeldertseweg vinden we op de genoemde kaart nog niet, de Zeldertse wetering er langs wel. Nu zijn er recentelijk twee nieuwe boerderijen gebouwd. De weiden aan de andere kant van de A1 horen ook nog bij de polder Neerzeldert. Het is hier het gebied van onze bekende poldervogels: de kieviet, de grutto en de tureluur. De grutto is te herkennen aan z’n manier van landen. Pas na de landing trekt hij z’n vleugels in. De tureluur vertoeft graag op hekken en palen en is met z’n rode pootjes ook niet moeilijk te herkennen. De kievieten dartelen door de lucht. De kemphaantjes zien we hier tegenwoordig niet meer, maar meerkoet en waterhoen zijn des te talrijker aanwezig. In de sloten de egelskop, de blaartrekkende boterbloem, de beschermde zwanenbloem, kattenstaart en hier en daar waterranonkel. Slaagseweg Bij de (beboste) viersprong blijven we westelijk aanhouden (dus linksaf, brug over en direct weer rechtsaf) en zijn dan weer op de Slaagseweg. De brug die we zojuist overgegaan zijn staat bekend als de Martjesbrug. Deze brug is zowel in mei 1940 als in april/mei 1945 verwoest, maar beide keren weer herbouwd. Helaas is bij de ruilverkaveling op deze plaats een kronkelend slootje verloren gegaan, dat nog dateerde uit de tijd van vóór de ontginning, maar later opging in de Wijde wetering. Het was toen een natuurlijke afwatering naar de Eem, waar nu het gemaal Zeldert staat. De Slaagseweg volgen we in westelijke richting langs de Wijde wetering tot over de brug, de overgang van de Slaagseweg in het Zuidereind. We komen nu bij het gemaal aan de Slaagsedijk. Het jaartal 1896 staat er duidelijk op. We kijken nog even naar rechts, waar tegenover het gemaal boerderij Netelenburg ligt, ook weer op een zandopduiking. Hier keren we terug, want we zijn inmiddels op Baarns grondgebied! De eerste ontginningen in de polder Eemland (gemeente Baarn) vonden al vóór 1280 plaats op heuveltjes oostelijk van de Eem en waren bezit van de Sint-Vitusabdij te Elten. Kort na de watersnood van 1170 viel dit gebied droog als gemeenschappelijk weiland. Nadat we het gemaal Zeldert verlaten hebben gaan we terug naar de Slaagseweg. We passeren de afslag Krachtwijkerweg (rechts) en gaan ongeveer 250 meter verderop rechtsaf het fietspad op. Dit voert ons tussen de weilanden door. Het pad maakt een haakse bocht naar rechts en aan het einde komen we uit op de Krachtwijkerweg. Krachtwijkerweg We gaan linksaf de Krachtwijkerweg op. We fietsen door rustig polderland over een weggetje, waar tussen de klinkers gras groeit. Het weggetje - op veen - wordt door het verkeer uit elkaar gereden. De schuld ligt niet bij het steeds zwaarder wordende agrarisch verkeer, maar eenvoudig aan de lichte veenondergrond. In het kader van de ruilverkaveling komen de weilanden aan onze rechterhand in beheer bij de Vereniging Natuurmonumenten. Daar krijgt de natuur dus weer een goede kans. Terugkeer van de kemphaantjes is dan niet denkbeeldig. Links van de Krachtwijkerweg loopt een brede wetering, de Slaagse wetering, waarbij - een natuurbehoudmaatregel - langs de oevers een ondiep gedeelte is aangebracht waar moerasplanten ongestoord kunnen gedijen. Vrijwel altijd treft men hier reigers, meerkoeten, waterhoentjes en knobbelzwanen aan, aan het water gebonden polderbewoners. Het waterhoen is direct herkenbaar aan z’n schokkerige gang door het water. De meerkoet geeft voor herkenning geen problemen: zwart met witte bles. De reiger kennen we ongetwijfeld allemaal. We volgen de Krachtwijkerweg naar links en negeren de afslag naar rechts (een eigen weg) naar boerderij Krachtwijk. Deze boerderij ligt net als Hoogerhorst tussen de Eem en de beschermende dijken en moet het dus van natuurlijke afwatering op de Eem hebben om droge voeten te houden. Bij Krachtwijk eindigt de Grebbelinie en gaat de Slaagsedijk gewoon verder langs de Eem in noordelijke richting. We blijven de weg volgen en komen nu weer terug bij Het Dorstig Hert. Slaagseweg We gaan rechtsaf de Slaagseweg op en als we bij de kruising Coelhorsterweg en Mgr. Van de Weteringstraat zijn, gaan we linksaf de brug over. Mgr. Van de Weteringstraat Aan de Overzelderste kant vinden we de Malewetering en in sloten in toenemende mate de echte polderplanten als egelskop en blaartrekkende boterbloem. Hier baltsen in het voorjaar de kieviten en is het ritmische baltsgeluid van de grutto's te horen en niet te vergeten de roep van de tureluur. En vrijwel elk jaar in de trektijd verschijnen groepjes wulpen, kramsvogels en koperwieken. De buizerd is hier in elk jaargetijde op jacht. De kippen in het gebied hebben te lijden van de regelmatig rondschuimende havik, terwijl de kleinere geverderde vrienden zich moeten hoeden voor de sperwer. Eigenlijk is het verbazingwekkend, dat zoveel interessante vertegenwoordigers van de avifauna zich zo dicht bij de stad laten zien. Voor een deel danken we dat aan de gevarieerdheid van het gebied: weilanden, akkers, wallen, alleenstaande bomen, bosjes, sloten en weteringen. We blijven voorlopig de Mgr. Van de Weteringstraat volgen en laten steeds meer het polderlandschap achter ons, links de polder Overzeldert en rechts de Coelhorster meent. Een meent was een gemeenschappelijk weidegebied. Het eerste huis rechts is zich deze historie bewust en staat bekend als De Meent. Aan onze rechterhand is een slootje waar in grote getale glidkruid (een blauwbloeiende lipbloemige) de oever siert. Het moet in vroeger tijden een heel gedoe geweest zijn met de afwatering en al die kleine zelfstandige waterschapjes. Dat was natuurlijk een belangrijke zaak voor die boeren. Het water van het Hogeland mocht niet naar de polders afstromen. Daarom is destijds de Spijkerdijk aangelegd (nu voor een deel opgenomen in de Mrg. Van de Weteringstraat). De Spijkerdijk buigt verderop af naar het noorden en heet dan Vudijk. Deze dijk loopt langs boerderij Breevoort om aan te sluiten op de dijk naar Hogerhorst. De volgende boerderij ligt links aan de Vudijk en ontleent er ook zijn naam aan. Vroeger heette de boerderij De Pijpenkamp. Het geboomte toont al aan dat we hier met een oude huisplaats te maken hebben. Van de waaien (kolken van dijkdoorbraken) die hier op oude kaarten ingetekend zijn, is achter de boerderij nog iets te vinden. Herstructurering van de landbouw heeft ertoe geleid dat de hoeve enkele jaren geleden tot moderne woonboerderij is omgebouwd. Na een bocht naar rechts zien we aan onze linkerhand boerderij Lindenburg. We moeten dat woord 'burg' vertalen met 'berg', oftewel een zandopduiking in het veengebied. Lindenburg is ook al eeuwenoud. De oude linden vóór de boerderij stonden zo dicht bij de boerderij dat ze deze bedreigden en gerooid moesten worden. Lindenburg stond vroeger praktisch op de Spijkerdijk. Bij de aanleg van de Mgr. Van de Weteringstraat rond 1950 is de bocht in de Spijkerdijk naar Lindenburg afgesneden. Voordat we bij het kruispunten Mgr. Van de Weteringstraat en Spijkerdijk komen geven we aandacht aan het Klein Hallo, een bungalow gebouwd op grond van Het Halloo, de boerderij er schuin achter (rechts). Het slootje voor het Klein Hallo was de laatste plaats waar aan de Mgr. Van de Weteringstraat de dotterbloem bloeide, totdat die bij het mechanisch schoonmaken van de sloot verdween. Wel vindt u hier in de bermen nog de fraaie vogelmelk. De weg maakt nu een flauwe bocht naar links. Hier komen we op de kruising van de Mgr. Van de Weteringstraat met rechts de steeg naar boerderij Het Halloo en links de Spijkerdijk. De dijk is nu een eigen weg (toegang tot de boerderij en verderop een landbouwweggetje). De Spijkerdijk boog vroeger vóór boerderij Laurenburg - zie hierna - naar het noorden af, om langs Lindenburg naar boerderij Breevoort te gaan. Op oude kaarten is dat duidelijk te zien. Net voorbij dit kruispuntje links ligt de oude boerderij Laurenburg met gevelsteen van 1670. Het huidige gebouw is zeker niet de eerste behuizing op deze plaats. Rond 1670 is de polder Overzeldert al zo'n 550 jaar oud. Er zijn dus voorgangers geweest. Naast de boerderij (rechts) is een aanbouw: het karnhuis. Nu zodanig verbouwd, dat er van het oorsponkelijke karnhuis niet veel meer over is, maar nog wel aan de plaats te herkennen. De prachtige bakstenen gevel vertoont sporen van eeuwen onderhoud en is daarom des te mooier. Rechtsonder de melkkelder, daarboven de opkamer. Vóór de boerderij staan leilinden. Dat was niet zomaar een landschappelijke aankleding, maar deze bomen dienden een duidelijk doel. Als de bomen in het voorjaar in het blak komen houden ze in toenemende mate de zonnewarmte buiten en bij het vallen van de bladeren in de herfst wordt de zonnewarmte weer op prijs gesteld. Een natuurlijke zonregulatie om in het huis extremen in temperatuur te voorkomen. We naderen de kruising van de Mrg. Van de Weteringstraat met de Oudeweg en vinden nu links een T-vormige boerderij, genaamd Winsenburg. Enkele jaren geleden is een zeker 25 meter lange tabaksschuur - al jaren in gebruik als varkensschuur - afgebroken. Naast Winsenburg ligt (direct tegenover de Oudeweg) Nieuw Winsenburg. Een hoeve die werd gebouwd op de grond van een reeds langer bestaande boerderij, kreeg vaak dezelfde naam met klein of nieuw ervoor (Klein Onstede, Nieuw Winsenburg). De boerderijen Winsenburg, Laurenburg en Lindenburg zijn de oudste boerderijen op de uitgestrekte zandopduiking de Laurenberg. De Laurenberg heeft veel uitlopers, die een groot gedeelte van de polder Overzeldert bestrijken, vanaf Sluisdijk aan de westzijde tot De Hoge Aard aan de oostzijde. We geven hier aandacht aan het verschijnsel steeg, de toegangsweg naar de oude boerderijen. Stegen (van het werkwoord stijgen) liggen op de zandopduikingen in het veen of op de hoogste plekken in het zandgebied. Langs een aantal slagen liggen elzensingels. Een teken dat ook hier nog zand voorkomt. Verder naar het noorden - richting Bunschoten-Spakenburg - eindigen alle elzensingels en blijft vlak polderland over. Vroeger keek men van hier tot aan de Zuiderzee -later IJsselmeer, nu Eemmeer - over vlak land zonder (zichtbare) wegen en zonder boerderijen. Nu wordt het polderlandschap ondrbroken door enkele nieuwe boerderijen. De ontginning van de polders Overzeldert en Neerzeldert vormden de eerste aanvallen op wat vanouds de Eemlandse lege (=lage) landen heetten. We verlaten de Mgr. Van de Weteringstraat en slaan rechtsaf, de Oudeweg in. Wie nog zin heeft in een ommetje kan eerst nog doorrijden naar het einde van de Mgr. Van de Weteringstraat. Links zien we dan boerderij De Boomen. Deze dateert uit de tweede helft van de 18e eeuw en is genoemd naar de markante leilinden voor de deur. Er is nog een ouderwetse rouw- en trouwdeur in het midden van de gevel. Deze deur geeft direct toegang tot de heerd, maar wordt alleen bij de genoemde bijzondere gebeurtenissen gebruikt. In het bosje na de steeg van De Boomen is onlangs spontaan de bosanemoon weer verschenen. Na dit uitstapje fietst u terug naar de Oudeweg. Oudeweg We fietsen de Oudeweg af. Er zullen niet veel gemeenten in ons land zijn, die geen 'Oudeweg' hebben, maar die van Hoogland is echt oud, vermoedelijk al uit de 12e eeuw. De weg is niet aangelegd als dijk, maar loopt dwars door de landerijen als ontsluitingsweg voor de polder Overzeldert, de polder in het veen. Geen wonder dat de onderhoudsplicht geheel bij de geërfden van dat gebied lag. Het gebied rond de Bunschoterstraat was immers nog een brede kreek, de Zeldrecht. Vanaf het kruispunt kijken we oostwaarts en we zien dan boven het groen de toren van de Sint-Martinuskerk, het baken van Hoogland, dé trots van iedere Hooglander. Een 100 meter van ons vandaan in dezelfde richting zien we een rijtje knotwilgen geleidelijk ten dele achter de akker verdwijnen. Een fraaie illustratie van het golvend landschap.Dit eerste stuk van de Oudeweg is aardig kaal. Een smalle wal langs een slootje rechts en hier en daar nog een greppeltje. Dat is niet altijd zo geweest, maar een gevolg van de nieuwe landbouwmethoden en machinerieën. Die houden niet van kleine perceeltjes en houtwallen. Dat is bij de bewerking lastig. Begrijpelijk vanuit agrarisch standpunt, maar jammer voor flora, fauna en landschap. Die kleine walleb, slootjes en greppeltjes zijn belangrijk als routes voor kleinere roofdieren als bunzing, egel en wezel. Die maken van die landschapselementen graag gebruik om zich ongezien te verplaatsen. In de houtwallen vindt u hier en daar de Gelderse roos, die in herfst en winter blijft pronken met z'n oranje-rode bessen. Bijna overal in de houtwallen komt de hop voor. Ook de kamperfoelie is te vinden in de houtwallen, één van de eerste houtachtige gewassen die in het voorjaar met nieuwe bladeren pronkt. Dikwijls is deze al eind januari/begin februari te bewonderen. Let u op: ook hier voert de weg tussen hoger en lager gelegen land door, niet over het laagste en niet over het hoogste punt. De verschillen zijn duidelijk. Het land links van de weg vanaf de kruising heeft de veldnaam Heetveld, wat heideveld betekent en op de woeste gronden wijst die hier eens lagen. Aan onze rechterhand krijgen we een weilandperceeltje (net voor het boerderijtje rechts) dat heel laag lag en geregeld onder water stond. Dat is nu beter, want het is opgehoogd met aarde, die vrijkwam bij de verbreding van de Malewetering. Voor agrariërs een verbetering, maar landschappelijk gezien jammer. Op dezelfde plek rechts, maar iets verder het land in zien we de ruïne van een oud schuurtje, toen het hoogste plekje. Daar stond een boerderijtje dat bij de vijandelijkheden van mei 1945 door een Duitse fosforgranaat uit de richting Soest getroffen werd en afbrandde. De boerderij werd aan de weg herbouwd en wordt wel Klein Onstede genoemd, omdat de grond vroeger bij de hoeve Onstede behoorde.
We bereiken de brug over de Malewetering, in oude stukken de brug naar de Zeldertse boerderijen genoemd. Deze wetering was oorspronkelijk een natuurlijk beekje dat ontsprong in Hooglanderveen. Het is door de malen dienstbaar gemaakt aan de afwatering van het Hogeland. Een maalschap was een vereniging van grondeigenaren die samen de woeste gronden om hun akkers beheerden. De eerste keer worden de malen van Hoogland genoemd in 1282. Ze zijn dan al oud en eerbiedwaardig! De oprichting moet rond 1135 worden gedateerd. De brug is een prachtig plekje om dicht bij de stad toch van een rustige omgeving te genieten. Naast meerkoeten en waterhoentjes, die er permanent aanwezig zijn, komen ook aalscholvers zeer regelmatig vissen. Verder worden bergeenden gezien en daarvan zijn broedpogingen alhier bekend. In de herfst strijken wulpen op de trek neer en laten hun melodieuze roep horen. Immigranten als Nijlganzen en Canadese ganzen vertonen zich hier ook van tijd tot tijd. Als we de rug overgaan naar de bocht, die de Oudeweg hier naar links maakt en in de richting Hoogland kijken, zien we naast het zeer lage weiland - een plagveld - een hogere strook grond aan de Malewetering. Hier doet zich het merkwaardige feit voor, dat de wetering voor zijn bedding niet het laagste stuk opzocht, maar door een hoger stuk gaat. We hebben hier dus met een zeer oude kanalisatie te maken. De kanalisatie vond plaats op malenland, dat de Maleneng heet. De oorspronkelijke loop lag met grote waarschijnlijkheid dus op de grens van het hoge malenland en het lage plagveld. Dat 'plagveld' is ook nu nog zo laag dat het na een paar fikse regenbuien drassig is. Tot enkele jaren geleden groeiden in het weiland nog kale jonkers, een distel die voor zulke landjes karakteristiek is; laatst is er weer één gezien. Dit lage plagveld behoorde oudtijds tot Onstede, maar vormde rond 1860 een apart boerderijtje. Dat gold ook voor de weilanden tegenover de oude houtwal, die we zo dadelijk rechts te zien krijgen na de steeg van Onstede. Op het plagveld werden plaggen gestoken om de stallen mee droog te houden en tevens meer mest te krijgen. Het land links is in geen 30 jaar meer met kunstmest bemest en de enige bemesting was wat de eigen beesten (schapen) produceerden (gesloten kringloop). Het land toont zich in het voorjaar en najaar dan ook helemaal anders dan de omliggende weilanden. Deze weiden zijn veel schraler en daarmee bloemrijker. Ook het boerderijtje links ligt op het hoogste plekje van het terrein. Links van deze boerderij zien we een sparrenbos, een overblijfsel van een kerstbomenakker. De aard van het landschap - weiden en bosjes - heeft een grote aantrekkingskracht op onze gevederde vrienden. Enkele winters geleden had de ransuil hier z'n roestplaats en ook de bosuil werd een aantal malen gesignaleerd. De roep van het steenuiltje is zeer regelmatig langs de Oudeweg te horen. De grote bonte specht is bijna een dagelijkse gast. Ook fazanten zijn soms te zien. Langs de Oudeweg komen op dit gedeelte grote muur, salomonszegel, gele lis, zegge en speenkruid voor. Rechts van ons - aan het einde van de (Amerikaanse) eikenlaan - boerderij Onstede. Een perceel van zes morgen bij Onstede heette Gagelveld. Nu is gagel een heestertje dat op zeer lage moerassige gronden goed gedijd. Gagel kwam dus blijkbaar voor in dit gebied. We staan nu - rechts van de weg - voor een brede wal, die begroeid is met oude en jonge eiken, in en aan de sloot wilgen en hazelaars. De hazelaar toont al vroeg in het voorjaar zijn ontluikende katjes. De wal zelf is dicht begroeid met adelaarsvaren en we kunnen deze wal beschouwen als een overblijfsel van het vroegere bos dat hier op de hoge plekken groeide. We zien ook duidelijk hoogteverschillen tussen links en rechts van de weg. Rechts achter de oude wal ligt de hoge Onsteder eng, links liggen lage weilanden. Men vraagt zich af hoe die overgangen zo abrupt kunnen zijn. Het moet ongeveer zo gegaan zijn, dat de boer op het hoge gedeelte z'n land zo vlak mogelijk wilde hebben. Hij werkte aarde naar zijn laagste stuk land. De boer op de lage grond wilde toch ook vlak land hebben en werkte ook aarde naar z'n laagste stuk. En zo werd het direct rechts van de Oudeweg hoger en direct links van de Oudeweg lager. We komen aan het eind van de Oudeweg. We zijn weer terug in het kampen- of hoevenlandschap, met duidelijke hoogteverschillen en percelen van onregelmatige vorm. De boerderijen verrezen op de hoogste plekken en zijn met de doorgaande weg verbonden door in hoogte oplopende stegen. En zo komen we weer bij café 't Hoekje aan de Coelhorsterweg en slaan linksaf. Coelhorsterweg We fietsen nu weer op de Coelhorsterweg richting de kruising met de Bunschoterstraat. En zo eindigt onze fietstocht door Hoogland-West weer bij het beginpunt. ---------------------------------- TIPS: Tip 1: Bovenstaande fietsroute komt uit het prachtig boekje met ook een wandelroute, mooie foto's en nog vele andere historische achtergronden over Hoogland-West, uitgegeven door de De Historische Kring Hoogland. We bevelen u deze speciale uitgave van 'De Bewaarsman' van harte aan. De kosten zijn slechts €. 3,40. U kunt zich ook opgeven om lid te worden van de Historische Kring! Tip 2: Hoogland-West dreigde in 2000 en 2001 aangetast te worden door de bouw van het nieuwe ziekenhuis Eemland in de polder Zeldert. 'Fietsen Eén Twee Drie' kwam in actie. Klik hierna voor informatie over deze geslaagde (e-mail)actie! Tip 3: De 'Stichting Behoud de Eemvallei' zet zich in voor het behoud van de natuur in de Eemvallei. Klik hier voor foto's en voor de website van deze Stichting. De 'IVN-Amersfoort en omstreken' wil door educatief werk bijdragen aan een duurzame samenleving door speciaal aandacht te geven aan de relatie tussen natuur, milieu en mens. Klik hier voor hun website
|
|
U bevindt zich op de website van Fietsen Eén Twee Drie. Onze site is volop in beweging. Stuur uw routes, suggesties, correcties en aanbevelingen aan ons toe. Onze internetadressen zijn: voor Nederland: www.fietsen.123.nl (let op de punt ná fietsen), voor België: www.fietsen123.be (zonder punt na fietsen!) en voor Europa: www.fietsen123.eu. Ons e-mailadres voor alle landen: fietsen@fietsen.123.nl Copyright © 2000-2008: Fietsen Eén Twee Drie: alles over fietsen, fietsroutes en fietsvakanties |