De Parelduiker 2 (1997) 2 (mei) p. 43-54
ANTHONY P. DEKKER
Bert Alberts (tweede van rechts) met zus Jet, zijn moeder en broer Jan Jacob, Haarlem ca. 1915 |
Alberts op schoolreisje, ca. 1918 |
| OUDE KONINGEN Bij Pomphuf achter Hoog Soeren wonen oude koningen. Op hun hooge huizen blijven zij koningsstaat voeren. In onverstaanbaar ruisschen - een murmelende tale - verhalen zij van hun groote rijken en van hun verre tochten in lange winternachten bij waaiend toortsenlicht. Een gouden rijkdom zochten zij in het roode Westen. Bij roode vuren wachtten zij op het stille licht, bleek winterlicht ten leste en een leeg strand. |
| SPOKEN Aan het eind van de Rulleweg woont oud geluid, misschien in een holle boom of achter een eiken heg. Daar schijnt in het diepst van de nacht een klein, geel licht, misschien een vurige man of een vergeten wacht. Naast het Waltersbergje staat een hoog, stil huis met enkel een deur, daar misschien een doodeman achter staat. |
Portretkop van Alberts door Bertus Sondaar, ca. 1938 |
| GIF SUR YVETTE De avond heeft zich schoon, stil en voornaam een woon gekozen aan 't einde van de straat die naar het Westen gaat, een huis vol rozen. In roode tegelsteen ligt zonnewarmt' gegleen ter ruste, als glanzend avondlicht zich naar den hemel richt en sterk bewuste, verstilde schoonheid zweeft boven wat roerloos leeft. Geluiden klinken op uit het huis, die - oude naam - een thuis voor ons beduiden. Het geurend bloemendek hangt over 't spijlenhek te wachten, tot heel de wereld zwijgt en zich het leven nijgt ter nachte. CHARTRES Waarom is deze grijze steen zoo rustig schoon? 'T Gelaat der Heiligen zoo onbereikbaar stil? Verheugde niets den maker dan de stage wil te stijgen tot de hemel, tot de levenstroon? Of zocht hij zich te zoenen met de koele aard'? Heeft hij het leven zien voorbijgaan en het niet gegrepen? Heeft de pijn van een verlangend lied, te vroeg gezongen, hem in het gelaat gestaard? Wat zag hij meer dan ik? Zijn hand verklaard door ongeschonden blijdschap, onverstaan, wijl eeuwig in haar lichte stad bewaard, vormde de lijnen. En het werk gedaan, is hij, door 't sterven van de dood vervaard, in ademloze stilte heengegaan. RUE DE LA HARPE Een stille, toegespitste straat. Licht is de kleur der muren, licht als het verleden. Hier, achter adellijke huizen aan de Seine werden de dagen van de Ligue hard gestreden. Zooals een roestig, oud floret schaduwen vormt uit bonte, romaneske tijden, waarin mignons een rood pourpoint te dragen wisten en met het zwaard hun credo plachten te belijden, zoo wekt La Belle Etoile, het eethuis op de hoek, waar tafels vervelooze schragen en planken zijn, de geur van gelardeerde haas op broeder Gorenflot's geheime eetgelagen. |
A. Alberts (foto: Bert Nienhuis) |
| Zoo verliep zijn leven dag na dag en jaar na jaar mijmerend, fantaseerend, een gebaar van leven was 't en zonder veel talent gespeeld en van het voetlicht afgewend. Wist hij dit? Wist hij hoe zijn tooverkring zich nooit geopend had? Want wel verving het laatste beeld een volgend, maar waar bleef het uitzicht op voleinding? |