Terug naar de beginpagina. Naar het overzicht in het kort.

Afschriften en vervalsingen.



Het mag bij de niet deskundige leek misschien verbazing wekken, maar feit is dat geen enkele authentieke oorkonde in oorspronkelijke staat is overgeleverd. We beschikken slechts over afschriften, soms afschriften van afschriften. Ook de boeken van de Romeinse schrijvers zijn ons slechts in afschrift overgeleverd.

Waar men dan ter dege op moet letten.
Bij het maken van afschriften werden in de Middeleeuwen echte of vermeende 'fouten', waaronder uitdrukkingen die niet meer werden begrepen, maar ook plaatsnamen die men niet meer kende, natuurlijk 'verbeterd'. Bij het overschrijven was het ook gebruikelijk om de tekst aan de eigen tijd aan te passen door later verkregen goederen en rechten tussen te voegen, en om teksten vollediger te maken met invoegingen die de kopiïst nuttig of noodzakelijk leken, naar wat hij verder nog wist of dacht te weten, 'verbeterd' naar opvattingen uit zijn tijd. En juist die invoegingen van later tijd, waarbij vaak woorden of een zinsbouw gebruikt worden of plaatsnamen genoemd worden, die ten tijde van de originele oorkonde nog niet bestonden of konden bestaan, maken op vrije eenvoudige wijze duidelijk dat het om een vervalsing gaat. Hoe later het afschrift is, des te meer verdacht. Een tekst over goederen van St.Willibrord in Utrecht uit 1623, toen de mythe volop bestond, is dus niet alleen verdacht, maar zelfs een vervalsing te noemen als daar zaken in genoemd worden die in de 7e eeuw in Utrecht nooit bestaan kunnen hebben.

Maar afschriften werden niet alleen gemaakt om oude documenten met bezittingen en rechten voor het nageslacht te bewaren; het gebeurde ook om oude documenten een heel ander gebruik te geven in overeenstemming met de politieke behoeften van dat moment - waarbij de kopiïsten er alle belang bij hadden de originelen aan het haardvuur prijs te geven. Dat is de werkelijke reden waarom we zoveel afschriften en zo weinig oorspronkelijke documenten aantreffen.
Voor vervalsingen werd doorgaans gebruik gemaakt van oudere akten die als voorbeeld dienden en waaruit grote delen werden overgenomen met geografische details en al, maar met andere datum en met invoeging van andere goederen en rechten. We zien in vervalsingen voortdurend plaatsnamen verschijnen lang voordat de betreffende plaats ook maar één enkele maal is genoemd in een authentieke akte. Soms werden 'onbekende' geografische detail zo letterlijk overgenomen, dat men daaruit nu opvallende conclusies kan trekken die de traditionele opvattingen loepzuiver weerleggen.

Het meest opzienbarende is als er meerdere kopieën bestaan van eenzelfde oorkonde of van dezelfde oorkonden (zoals de Annalen van Egmond en het Cartularium van Radboud), waarbij de verschillende afschriften ook belangrijke verschillende details bevatten. Het is dan zonneklaar wat en soms ook, waarom er vervalst werd.

Een niet geringe moeilijkheid is dat er namen uit oude documenten, afkomstig uit een andere streek, zijn gebruikt om ter plaatse nieuwe aanspraken te laten gelden. Omdat in de documenten ook oude namen zijn overgenomen die geen betrekking hebben op het nieuwe gebied kan soms moeilijk worden vastgesteld of een betreffende plaats geacht werd in Holland, Zeeland, Utrecht of Friesland te hebben bestaan toen de vervalsing werd gemaakt; nog moeilijker is het zich een idee te vormen van de omgeving waarin het niet meer bestaande oorspronkelijke document, dat voor de vervalsing gebruikt werd, thuishoort.

Door de afwezigheid van veel authentieke stukken is er vooral discussie gevoerd over de mate waarin documenten zijn vervalst en in hoeverre er een origineel zou hebben kunnen bestaan, om er toch nog maar iets aan te kunnen ontlenen dat in enige mate betrouwbaar kan worden geacht. Hier betreden we de wondere wereld van het subtiele onderscheid tussen 'schijnbaar origineel', 'onecht, maar niet vals', 'afschrift, niet meer voorhanden', 'fragment', 'notitie', 'samenvattend afschrift', 'geïnterpoleerd afschrift', 'regest', 'duplicaat' 'excerpt', 'deperditum', en 'reconstructie'. Om de grote lijnen duidelijker te krijgen zijn die subtiliteiten hier iets afgezwakt.

Het blijft merkwaardig dat de de traditionele geschiedenis zijn grondslag zoekt in vervalste documenten en in duidelijk onbetrouwbare, vaak veel latere afschriften, waarvoor er nauwelijks iets authentieks kan worden overlegd, en waarvoor er tot ver in de twaalfde eeuw al helemaal niets van eigen bodem kan worden getoond.

Bron: vrij naar "www.ijpelaan.nl/devroegemiddeleeuwen".

Lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!