Tacitus.
Tacitus (Romeins schrijver: 55-120 n.Chr) geeft in zijn 'Germania' (geschreven vanaf 96 n.C.) een beeld van Germania en vooral van de scheiding tussen Germania en Gallia. Hij beschrijft alle Germaanse stammen die toen onder Romeins gezag waren.
| Tacitus schrijft nadrukkelijk, dat de Bataven woonden op de grens tussen Gallië en Germanië, "zodat zij door de schrijvers beurtelings Galliërs of Germanen worden genoemd". Had men dit juist opgevat en het op de taalgrens gesitueerd, wat de Peutingerkaart en Ptolemeus even duidelijk als Tacitus aantonen, dan waren de Nederlandse mythen in één slag opgelost. |
De juiste lezing van Tacitus' Germania onthult in een slag een der fundamenten van de historische mythen, die meer omvatten dan Nederland alleen, namelijk de totaal foutieve conceptie van Germania uit de romeinse periode.
In zijn "Germania" spreekt Tacitus met geen woord over Nederland. Hij heeft dit evenmin gedaan in zijn "Annales" en "Historiae". Zijn beschrijving van de streek dokumenteert hij met een groot aantal plaatsnamen, die nergens in het noorden zijn terug te vinden. Slechts enkele uit een hele rij heeft men foutief tot ver in Rusland geplaatst, streken die NOOIT door de Romeinen zijn bezocht. Het plaatsen van enkele van zijn teksten op Nederland en het overslaan van de massa, is fragmenten-happerij, die de grondbeginselen van de historische geografie aantast. Tacitus vermeldt 13 maal de Renus die bij hem steevast als de Schelde moet worden opgevat. De teksten laten daar geen misverstand over bestaan. Zijn Danuvius is de Aisne en niet de Donau, wat aantoont hoe fundamenteel de historici hem hebben misverstaan. Hij ontmaskert de Bataven-traditie van Nederland als volslagen onzin en wijst de Patavia van de Peutingerkaart aan Frankrijk toe. Daarmee rekent hij zo definitief af met Karolingisch Nijmegen, dat de rest van het boek "De Ware Kijk Op..." eigenlijk niet eens geschreven had hoeven te worden.
Het boek "Germania van Tacitus" is pas in de 15e eeuw bekend geworden in Europa. Men is het toen van commentaar gaan voorzien met de toen gangbare opvattingen. De nieuwe lezing van de "Germania" van Tacitus levert met één slag het bewijs op, dat de gangbare opvattingen over de romeinse occupatie van het westen van Europa grandioos ernaast zijn en dat de zwaarste consekwenties Nederland betreffen.
Bij Tacitus is "Germania" de streek tussen Vlaanderen, Trier, Keulen en het noorden van Frankrijk. Over Duitsland ten oosten van Trier en Keulen heeft hij het niet. Vlak daaronder ligt bij Tacitus Gallië. Daartussen ligt de taalgrens en die ligt er nog steeds, op nagenoeg dezelfde plaats. Dat deze grens ontstaan zou zijn door de Romeinse occupatie is dus een fabel, aangezien de grens al bij Griekse schrijvers vóór de Romeinse bezetting bekend was en op dezelfde plaats beschreven werd!
Tacitus plaats de Gallische en Germaanse stammen op een betrekkelijk klein grondgebied, die gemakkelijk te lokaliseren is aan de hand van hun woonplaatsen, hun grondgebied of andere geografische details zoals rivieren. Die stam-namen worden na het einde van de 4e eeuw niet meer genoemd. In tal van gevallen zijn zij achtergebleven in de namen van steden, van streken of van bisdommen. De Ambiani hebben tot de naam van Amiens geleid; de Atrebates tot Atrecht; de Batavi tot Béthune en Batua; de Morini tot het bisdom van de Morini. Het lag voor de hand, wat nu uit Tacitus "Germania" blijkt, dat hetzelfde verschijnsel zich heeft voorgedaan met een massa andere stam-namen, hetgeen bewijst dat de stammen daar geplaatst moeten worden waar zij een naamkundig relikt hebben achtergelaten.
Klassici en historici hebben in het verleden met kwistige hand deze stammen, waarvan namen voor en na verloren zijn gegaan, rondgestrooid over heel Europa tot aan Hongarije en Rusland, tot in Denemarken en Zweden. Andere Romeinse schrijvers bevestigen Tacitus hierin, o.a. Julius Caesar in zijn "Bello Gallico".
Dat in het overgrote merendeel van dit gebied geen spoor te vinden is van een romeinse okkupatie, schijnt niemand ooit te zijn opgevallen.
Met andere woorden: men kan rustig opnieuw beginnen met het lezen en interpreteren van de klassieke schrijvers, daar tot in de grond toe fout is wat men van hun teksten heeft gemaakt. Het spreekt vanzelf, dat die valse lijnen in de hele geschreven geschiedenis zitten en niet beperkt zijn gebleven tot de romeinse periode.
Immers, als er één zaak in "Germania" duidelijk is, dan is het dat Tacitus met geen woord rept over Nederland of het noorden van Duitsland. Hij plaatst de Bataven op de taalgrens, midden tussen andere franse streken en plaatsen, aan alle kanten omgeven door frans grondgebied, zodat de nederlandse Bataven definitief naar het rijk van de fabels verwezen moeten worden. En als dat zo is, waarover niet meer de geringste twijfel kan bestaan, dan wordt automatisch Karolingisch Nijmegen gewipt, want door de tekst van Einhard over de bouw van het paleis te Noviomagus staat absoluut vast, dat dit Noviomagus bij het Eiland van de Bataven lag.
Nu is ook een duister punt van de Peutinger-kaart volledig opgehelderd. Boven de landstreek "Patavia" van de kaart staan enige namen. Ofschoon de lezing hier en daar niet helemaal zeker is (vanwege enkele beschadigingen), wordt algemeen aangenomen dat er staat: Chauci. Chamavi qui et Franci (de Chamaven die ook Franken zijn). Cherusci. Angrivarii. Suevi.
Tacitus plaatst de Frisii eveneens ten noorden van de Bataven, ergo in Frankrijk en Vlaanderen, wat alle andere klassieke en vroeg-middeleeuwse schrijvers ook doen.