3
Romeins Nederland
Romeins Nederland.
Gentse professor in de Romeinse archeologie bewijst het gelijk van Albert Delahaye.
Prof. Hugo Thoen: "Ik zoek al vijftig jaar naar bewijzen van Caesars aanwezigheid in België, maar heb nooit iets gevonden!"
"Julius Caesar is nooit in België geweest en al helemaal niet in Nederland, zodat alles dat van dit onjuiste uitgangspunt werd afgeleid, geschrapt moet worden."
Het Nederlandse grondgebied heeft voor de Romeinen nooit iets voorgesteld, of, om het met de woorden van archeoloog Dr.W.A.van Es te zeggen: "Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht!" Een Romeinse colonia is Nederland nooit geweest, sterker, nergens vind je bij de Romeinse klassieke schrijvers een beschrijving van Nederland. Slechts de term "Agri Decumates" (Tacitus) is op het Nederlandse gebied van toepassing.
De altijd op Nederland van toepassing gedachte Romeinse geschiedenis, blijkt bij nadere beschouwing die van Noord-Frankrijk te zijn. De teksten spreken duidelijke taal en laten er geen misverstanden over bestaan!
De plaatsing van dè Romeinse "Limes" (Germanicus) langs de Rijn in Nederland is net zo absurd als het plaatsen van de taalgrens in Nederland langs de grote rivieren. De taalgrens geeft dan ook haarfijn aan waar de "Limes Germanicus" gezocht moet worden, namelijk op de grens van Gallia en Germania. Let wel: het Germania van Tacitus en dat is zeker niet het huidige Duitsland.
Het is natuurlijk de grootste zotternij aller tijden dat Caesar, die aantoonbaar nooit boven de lijn Boulogne-Trier is geweest, zijn basis voor de aanval op Engeland, in de Nederlandse Betuwe zou hebben gelegd, in plaats van op de plek "waar je de overkant kunt zien" en welke plaats momenteel nog de naam draagt "Camp de César". Aanvaarding van dit ene argument kegelt de hele Nederlandse traditie omver. Vandaar dat historici zich zo stug blijven vastbijten in die traditie. Immers zij doorzien levensgroot alle consequenties. Dan is immers de Betuwe niet "Het Eiland van de Bataven", dan is de Rijn niet "de Renus" en dan gaat de hele Peutingerkaart niet over Nederland, maar over Noord-Frankrijk. Inclusief het Trajectum van St.Willibrord, het Dorestadum waar de Noormannen plunderden en het Noviomagus van Karel de Grote.
Het is natuurlijk eenzelfde zotheid om de woonplaats van de Menapiërs in midden Nederland te plaatsen (Byvanck en vele historici die hem naschreven doen dat), terwijl hun hoofdstad Cassel (Castellum Menapiorum) in Noordwest-Frankrijk ligt.
Plaats men de Menapiërs in de juiste streek, dan volgen de Bataven, die immers hun buren waren, ook naar Noord-west-Frankrijk. Dan moet ook daar de Romeinse Renus gezocht worden, die uitstroomde in de Oceaan op de plaats waar men de overkant kan zien.
Een beperkte Romeinse aanwezigheid in Nederland wordt door Albert Delahaye allerminst ontkent: de Romeinen zijn zeker in Nederland geweest. Maar het is een onbewezen en eenvoudig te weerleggen aanname dat de plaatsen van de Peutingerkaart die in de Patavia worden genoemd, op Nederland betrekking zouden hebben.
Alleen van Romeins Utrecht is de naam met zekerheid door opgravingen vastgesteld. Die naam was Albiobola. Daarmee wordt onweerlegbaar de mythe weersproken dat Utrecht het Romeinse Trajectum zou zijn geweest. Tevens wordt weerlegd dat Utrecht het Trajectum van St.Willibrord zou zijn geweest. Romeins Utrecht heette Albiobola of Colonia Albiobola Batavorum.
Van geen enkele andere plaats in het Nederlandse rivierengebied is de Romeinse naam met zekerheid bekend. Wellicht dat Vechten Fectio geheten heeft, maar Fectio staat evenmin als Albiobola op de Peutingerkaart. Alle andere traditionele identificaties van Lugdunum tot Noviomagus, zijn aannames op grond van foutieve veronderstellingen. Van geen enkele plaats is de naam met zekerheid vastgesteld, ook van Nijmegen niet, dat zich graag siert met de antieke naam van Noyon: Noviomagus.
Drie sprekende voorbeelden van de onlogische Nederlandse traditie: de veldtocht van
Drusus, de veldtocht van
Germanicus en het kanaal van
Corbulo (klik op de naam voor de betreffende informatie).
Romeins Noviomagus en Karolingisch Noviomagus was één en dezelfde plaats. Daar zijn alle historici het altijd over eens geweest en daar is men het nog steeds over eens. Dat is ook geen enkel punt van discussie, ook voor Albert Delahaye niet.
Nu van het Karolingische Noviomagus is aangetoond dat het NIET Nijmegen was, dan is Nijmegen evenmin het Romeinse Noviomagus! En dan gaat de Peutingerkaart ook niet over Nederland.

Het op de kaart hierboven (detail van de Peutingerkaart) afgebeelde Noviomagi zou Nijmegen zijn. Het opschrift FRANCIA op dit deel van de kaart, spreekt deze traditie radikaal tegen. Tevens zou, als dit Noviomagus Nijmegen zou zijn, Nijmegen aan de verkeerde kant van de Waal liggen. Immers de afgebeelde rivier ten zuiden van Nijmegen is de Patabus (volgens de Nederlandse traditie zou dit de Waal zijn). De Waal is een afsplitsing van de Rijn, wat de kaart ook duidelijk niet aantoont. Aan de overkant van die Patabus ligt onmiskenbaar Noord Frankrijk met o.a. de plaats Baca Conervio (is Bavay).
De uitgesproken twijfel of deze kaart hier wel een strookje van Nederland toont, is lange tijd door historici weerlegt met als enige argument "wie anders beweert verkondigt baarlijke nonsens". Het is nog steeds het enige argument in de traditie van Romeins Nederland. Dat die traditie nog geen 60 jaar bestaat en nooit eenduidig was, wordt steeds verzwegen.
De Romeinen in Nederland.
Het boek "De Romeinen in Nederland" van W.A. van Es, is bij veel historici waarschijnlijk net zo onbekend als "De Ware Kijk Op" van Albert Delahaye.
Archeoloog Van Es (zie noot) geeft in dit boek een beschrijving van de Romeinse tijd in ons land, waarbij hij de veronderstelde geschiedenis volgt. Bij hem wordt de Renus steevast als Nederlandse en Duitse Rijn opgevat, hoewel hij er enkele keren niet uitkomt en dan Renus maar met Waal "vertaalt" (o.a. op p.39, 58).
Het moet goed begrepen worden dat door Albert Delahaye het Romeins in Nederland allerminst ontkend wordt, al willen sommige critici dit nog wel eens kwaadaardig opperen. Het gaat hem echter te ver om aan de tijdelijke noordgrens van het Romeinse Rijk die importatie te geven die men er in Nederland zo graag aan geeft. Het Romeins in Nederland is allerminst van internationale allure, schrijft ook Van Es in zijn boek "De Romeinen in Nederland". Romeins Nederland is in de ogen van de Romeinen slechts een onbelangrijk en zeer tijdelijk buitengebied geweest. Dit wordt bevestigd door de archeologie, waar we in de Nederlandse bodem slechts overblijfselen vinden van welgeteld één legioenskamp (te Nijmegen) en slechts 4 Romeinse forten (Valkenburg, Zwammerdan, Vechten en Utrecht) door opgravingen zijn vastgesteld.
Archeologisch blijven er kapitale vragen onbeantwoord. Steeds opnieuw schiet er ook bij Van Es "een vraagteken uit de pen" als de bodemvondsten niet in overeenstemming zijn met de geschreven bronnen. De bodemvondsten zijn feiten, de toepassing van geschreven bronnen op de vindplaatsen in Nederland zijn aannames, meningen en blijken foutief te zijn. Zo lezen we op blz.106 bij Van Es: "van de Romeinse wegen in Nederland kunnen alleen de voornaamste hier vermeld worden. Het waren er vijf of zes." Vervolgens wordt de mogelijke loop van deze wegen geschetst om te besluiten met: " van de meeste van deze wegen (bedoeld wordt 'van al deze wegen') is nog geen centimeter teruggevonden", aldus Van Es.
"De Romeinen in Nederland" wordt als een standaardwerk over de Romeinse tijd in ons land beschouwd. Bij kritische lezing vallen een aantal erg fundamentele en van de traditie afwijkende uitspraken op, die blijkbaar bij veel historici onbekend zijn, of angstvallig verzwegen worden. Vooral verwijzingen in de "Noten" (waar andere historici worden geciteerd die het dus ook weten!) spreken boekdelen! Feitelijk bevestigt dit boek de visie van Albert Delahaye op een zeer opmerkelijke wijze. De vele mitsen en maren, de voorbehoudens en waarschijnlijkheden, de vragen ten opzichte van de Romeinse periode in de geschiedenis van ons land, kunnen slechts tot de conclusie leiden die Van Es ook zelf trekt: Romeins Nederland heeft feitelijk nooit iets voorgesteld (Romeins Nederland is nimmer de eer van een colonia waardig geacht). Dan vraagt een kritisch lezer zich toch wel af waar "die sterke traditie sinds de Romeinen", zoals Hugenholtz dat eens beweerde, feitelijk op gebaseerd is geweest.
Ik raad dan ook iedereen aan, die moeite heeft met de visie van Albert Delahaye, vooral "De Romeinen in Nederland" van Dr.W.A.van Es eens te lezen! En Van Es, de opgraver van Dorestadum, kan nu niet meteen een medestander van Albert Delahaye genoemd worden. Hij schaarde zich eerder als "lid" bij de "Club van Nijmegen".
Maar ook andere historici spreken in hun boeken hun twijfel uit over een aantal Romeinse tradities.
Bevindingen van andere historici zijn te vinden bij Bevestiging, hoofdstuk 1: De Romeinen in Nederland.
en bij Bevestiging hoofdstuk 2: Romeins Nijmegen.
De Romeinen.
De Romeinen hebben onmiskenbaar vestigingen in Nederland gehad, echter de daaruit getrokken conclusies missen elke grond van nauwkeurig onderzoek! Zo vindt men in Nijmegen Romeinse overblijfselen op drie verschillende en van elkaar liggende locaties. Dit toont eerder geen permanente bewoning aan, dan juist die zo gewenste continuïteit!
Julius Caesar is zelf nooit in Nederland geweest, zodat alles -en dat is heel wat- wat van een onjuiste veronderstelling is afgeleid, geschrapt moet worden! Het is absurd te veronderstellen, dat zijn basis op het eiland van de Bataven voor de oversteek naar Engeland, in de Nederlandse Betuwe gelegen zou hebben. Die lag op het punt "waar je de overkant kunt zien", ofwel tussen Cap Blanc Nez en Cap Gris Nez in Noord-Frankrijk, waar bij de plaats Wissant (=Withmundi) nog steeds een archeologische locatie "Camp de César" heet (zie kaartje: klik op het kaartje voor een vergroting).
In de Nederlandse traditie zou het Romeinse kamp te Woerden, dat stamt van nà 40 na Chr., gediend hebben ter voorbereiding van de oversteek van de Romeinen naar Brittannië. Nederlandse historici en archeologen zouden de Eurotunnel dan ook niet vanaf Calais hebben aangelegd, maar vanuit Midden-Nederland.
Tacitus noemt "Germania" de streek tussen Boulogne en Straatsburg! Hij plaats de Bataven en de Frisii op de taalgrens.
Ook Ptolemeus situeert de zogenaamde "Nederlandse" plaatsen uit de Romeinse periode in het noord-westen van Frankrijk!
Byvanck (Nederland in den Romeinschen tijd, Leiden 1943), een veel nageschreven autoriteit op het gebied van de Romeinen, verklaarde Ptolemeus voor onbetrouwbaar, omdat hij met de gegevens van Ptolemeus geen raad wist. Alle 'studies' van Byvanck en van hen die hem naschreven, zijn dus gebaseerd op de verkeerde uitgangspunten, aangezien Byvanck de west-oriëntatie van Ptolemeus heeft gemist.
De Geograaf van Ravenna zegt precies hetzelfde als Ptolemeus, zodat hij diens mededelingen uit de eerste eeuw nog eens voor de 7e eeuw bevestigt.
Verschillende gegevens van de Romeinse klassieken uit de eeuw vóór Chr. of uit de derde of vierde eeuw na Chr. werden klakkeloos op Nederland toegepast, wat een chronologische absurditeit is, omdat de Romeinen toen nog lang niet in Nederland waren of er al lang uit vertrokken waren.
In de gebruikelijke maar volledig foutieve reconstructie van "Germania" van Tacitus, worden Gallische en Germaanse stammen uit het noorden van Frankrijk, door Caesar ca. 50 vóór Chr. en daarna in het begin van de 1e eeuw door de Romeinen bedwongen, gesitueerd in een enorm gebied tussen Denemarken en Rusland, waar nooit één Romein is geweest.
In 'De Bello Gallico" (de Gallische oorlog) van Caesar spelen de Cimbri een grote rol, zodat hun localisatie in Noord-Duitsland, volgens anderen zelfs helemaal in Denemarken, een grote farce is. Julius Caesar is nooit zo ver geweest, noch enig Romein na hem. En de veronderstelling dat de Cimbri vanuit Denemarken wel even oorlog kwamen voeren in Nederland (of Noord-Frankrijk) is natuurlijk even absurd.
Van de Peutinger-kaart is pas in de 20e eeuw, dus ruim 16 eeuwen na het ontstaan van de kaart, voor het eerst een klein strookje op Nederland toegepast, en toch is dit zonder onderbouwing als volle waarheid aangenomen.
Bij die eerste toepassing in 1887 van de Peutingerkaart op een strook in Nederland langs de Rijn werden de plaatsen Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen genoemd. Slechts aan Nijmegen zijnde het Noviomagi op deze kaart en ook onhoudbaar, wordt momenteel nog vastgehouden.
Het is een gegeven dat Utecht, Maastricht en Aken en de landstreken daartussen, NIET op de Peutinger-kaart staan. Zou Nijmegen en midden Nederland er dan wel op staan? De toepassing van de Peutinger-kaart op het noorden van Frankrijk is door heden nog gelijkluidende namen een evidentie.
De Romeinse namen van de plaatsen in de Nederlandse traditie zijn slechts gebaseerd op de namen op de Peutingerkaart. In geen enkele plaats is een bevestiging gevonden van de veronderstelde plaatsnaam. Dat de Peutingerkaart nooit overeenkwam met de Nederlandse vindplaatsen van Romeinse forten, blijkt wel uit de vele varianten die men steeds gehanteerd heeft.
Castra Herculis is een hele lange tijd onvindbaar geweest in Nederland, wat Van Es O.c. p.52, 127) ook rechtuit toegeeft. Er is met Castra Herculis heel wat geschoven. Zo was Castra Herculis eens (1) waarschijnlijk Nijmegen, vervolgens werd (2) Elst genoemd, toen (3) Kesteren (in de Betuwe), of was het misschien (4) Kasteren (in de gemeente Liempde), toen was het plots (5) Arnhem-Meinerswijk, of (6) Huissen, eerder werd ook (7) Opheusden als mogelijke plaats van dit Castellum opgevoerd. De onlangs voorgestelde identificatie van Castra Herculis met (8) Doodewaard of (9) Druten(Bogaers) wordt nog door geen enkele bodemvondst gesteund. En volgens J.Bervaes is het in de omgeving van Herveld (10) of in Ewijk (11) (Betuwe). Liefst 11 verschillende locaties, ofwel men weet er geen raad mee in Nederland! Wat ook erkend wordt door J.Bervaes, die schrijft dat "er nog grote onzekerheid bestaat omtrent de locatie van Castra Herculis".Bron: J.Bervaes
Castra Herculis was de Noord-Franse plaats Arleux (etymologisch zeer goed te verklaren uit Herculis), op 24 km oost van Atrecht (Arras) en op 28 km van Carvin.
Hetzelfde verhaal geldt voor andere Romeinse plaatsen. Zo lag Castellum Flevum (dat overigens ontbreekt op de Peutingerkaart) achtereenvolgens ergens op een van de Waddeneilanden (V-Fliemond, Halbertsma - afbeelding 1), halverwege Noord-Holland (afbeelding 2), was het misschien (?) Velsen (W.A.van Es, Willems; afbeelding 3). Of was het "naar alle waarschijnlijkheid' te Vechten (J.E.Bogaers). Maar Vechten was toch Fectio? Ook de Brittenburg (aan de mond ? van het Vlie: H.P.H.Jansen) wordt als locatie genoemd. Of was de Brittenburg misschien Lugdunum? Maar was Lugdunum dan niet Leiden of Katwijk? Dat Castellum Flevum, zoals de naam al zegt, aan het Flevum gezocht moet worden, schijnt men gemakshalve maar te vergeten. Zo heeft menig historicus zijn eigen interpretatie, ofwel men weet er geen raad mee!
Ook met andere Romeinse plaatsen in de Patavia heeft men nog steeds moeite ze te localiseren in Nederland, laat staan in de Betuwe. Over Carvone en Levefanum lopen de meningen zover uiteen als er historische faculteiten in Nederland zijn. Om over de onderste weg in de Patavia op de Peutingerkaart maar helemaal te zwijgen. Daarvan is nog geen enkele plaats met zekerheid in Nederland geïdentificeerd. Behalve dat de verondersteller vaak zelf al zegt dat zijn identificatie erg hypothetisch is, missen deze veronderstellingen elke grond van historisch onderzoek. Vanuit de "zekerheid dat Noviomagus Nijmegen is" worden deze identificaties verklaard.
"De namen Noviomagi (Nijmegen?), Carvone (Kesteren?) en Fletione (Vechten?) geven nog steeds aanleiding tot verhitte discussies tussen historici", aldus S.van der Zee..
Zo bestaan er meerdere opvattingen over de plaatsen van de Peutingerkaart in Nederland en daarmee samenhangende plaatsen, zoals Trajectum, Mannaricium, Batavodorum en Vada, die overigens niet op deze kaart staan:
- Caspingio is Rossum (Van Es), Caspingio is Esch (Bruijnesteijn), Caspingio is Grobbendonk (Rozemeijer);
- Grinnibus/Grinnes is Rossum (Bogaers), Grinnibus is Kerk-Avezaath (Jager), Grinnibus is Oss (Bruijnesteijn), Grinnibus is Hoogeloon (Rozemeijer), Grinnis lag bij Gorinchem (Byvanck) of was Grinnes mogelijk Rhenen (H.Blankenberg e.a.);
- Vada is Wadenoijen*) (Blok), Vada kan Wadenoijen niet geweest zijn (Bogaers), Vada kan Kerk-Avezaath geweest zijn (Jager); als Vada Wadenoijen was, dan kan Grinnes niet Rossum zijn geweest (Stolte); Vada was Ravenswaaij (Tijdschrift voor Aardrijkskundig genootschap 1904); Vada was Afferden (Oudheidkundig jaarboek 1938); Vada was Heerewaarden (Byvanck);
- Trajectum is Maastricht (Kreijns, Bruijnesteijn), Trajectum is Antwerpen (Rozemeijer); van Romeins Utrecht staat onweerlegbaar vast dat het Albiobola heette (Vollgraff);
- Carvone is Kesteren (traditie, Bervaes, Willems), of was het Kasteren?;
- Atuaca (Atuatuca) is Tongeren (traditie), Thoringia is Tongeren (Blok);
- Voor Castra Herculis worden in Nederland liefst 11 verschillende locaties genoemd, zie hierboven, ofwel men weet er geen raad mee. De locatie van deze plaats is dus gebaseerd op de eigen veronderstelling van elke individuele historicus;
- Dorestad is Wijk bij Duurstede (Van Es), Batavodorum is Wijk bij Duurstede, Batavodorum is Nijmegen (traditie), Lefevano is Wijk bij Duurstede (J.Romein, Bervaes), Mannaricium is Levefano en zijn allebei Wijk bij Duurstede (Bervaes) of is het beide Maurik? Mannaricium is Maurik (Gysseling, Blok), Levefano is Venlo (Kreijns), Levefano is Oisterwijk (Rozenmeijer);
- Lugdunum is Leiden of Katwijk of de Brittenburg (traditie?), Lugdunum is Antwerpen (Bruijnesteijn), Lugdunum is Luik (Kreijns), Lugdunum is Gent (Rozemeijer);
- Flevum Patabus is de Waal (Bogaers, Van Es), Flevum Patabus is de Maas (Byvanck, Bervaes. Kreijns)
- In Driel, Druten (volgens Bogaers is dat Castra Herculis), Kerk-Avezaath en Wadenoijen is ook Romeins gevonden, maar daar weten de meeste historici geen Romeinse naam voor.
- Cuijk is Ceuclum maar heeft "zeer waarschijnlijk in werkelijkheid" Ceudiacum geheten (Bogaers).
*) Wadenooien is samengesteld uit wade=wad en ooi=nat weiland.
Volgens Albert Delahaye zijn alle hierboven genoemde plaatsen in Noord-Frankrijk aan te wijzen (zie De Ware Kijk Op). Grinnes was het Franse Grincourt en Vada was Vis-en-Artois, dat voorheen als Vadum bekend stond. Beide plaatsen worden door Julius Caesar in zijn "De Bello Gallico" genoemd als liggend in Gallia. Caesar is nooit in België geweest, laat staan in Nederland. Beide landen hebben ook nooit tot Gallia behoord.
De kanalen van Drusus en Corbulo, wier samenhang buiten twijfel staat (het waren grote en tijdrovende waterstaatkundige werken), werden begonnen vóórdat de eerste Romein een voet in Nederland had gezet, zodat deze werken ten onrechte in Nederland zijn gedacht.
De kanalen van Drusus en Corbulo lagen in de Nederlandse interpretatie op plaatsen waar ze geen enkel nut gehad hebben. Van het kanaal van Corbulo was bekend dat het werd aangelegd om vanuit Marseille sneller naar Britannia te reizen en een verre omweg over zee rond Spanje te vermijden. Waar dit in de Nederlandse interpretatie past blijft een grote vraag en wordt derhalve steeds verzwegen.
Ook met het kanaal van Drusus wordt door Nederland geschoven. De ene historicus plaatst dit kanaal (1) "ergens" aan de Vecht tussen de Rijn en het IJsselmeer, een ander (2) aan de kust bij Velsen, waar ook de opstand van de Friezen in 28 n.Chr. wordt geplaatst. Zelfs Noord-Duitsland wordt als locatie genoemd, immers het kanaal lag ergens (3) tussen Eems en Elbe. Welk nut het kanaal van Drusus op de verschillende plaatsen had, blijft een beetje in het midden. In elk geval niet om vanuit Marseille sneller naar Britannia te reizen en een verre omweg over zee rond Spanje te vermijden. Tegenwoordig legt men het kanaal van Drusus in de buurt van Arnhem, als (4) verbinding tussen Rijn en IJssel (immers het was een verbinding met de Isla), of wordt het gezien als kanalisatie van de Vecht tussen fort Vechten en het IJsselmeer (J.Romein en J.van Es). Menig historicus slaat het kanaal liever over, immers het wordt bij de beschrijving van Romeins Nederland vaak niet genoemd. Ook hier komt men er dus niet uit, ofwel men weet er geen raad mee. De onmogelijkheid van de huidige locaties, ook die van het kanaal van Corbulo laat men gemakshalve maar buiten beschouwing, ook de archeologen wijzen er niet op.
Het kanaal van Corbulo -fossa Corbulonis- zou volgens de traditie tussen de Oude Rijn en de Maas gelegen hebben. In 1962 werd ten noordwesten van Leiden een beschoeid kanaal ontdekt. Archeologen stelden na het aantreffen van meer delen van het kanaal vast dat dit het door Tacitus genoemde Kanaal van Corbulo moest (!?) zijn. De ontdekkingen bevestigde het vermoeden dat de Fossa Corbulonis, zij het op enige afstand, de loop van de huidige Vliet volgde.
Het is natuurlijk onverklaarbaar en daarom onjuist, dat men meent deze gracht teruggevonden te hebben in het huidige landschap en niet enkele meters onder het huidige maaiveld. Immers het zeeniveau, dus ook dat in de rivieren en dus ook dat van dit kanaal, lag in de Romeinse tijd enkele meters lager, getuige de ligging van de Brittenburg en de vondst van Romeinse relikten in laag Nederland. Ook de gracht van Corbulo, als die al in Nederland gelegen zou hebben, moet derhalve enkele meters onder het maaiveld worden aangetroffen en kan dus niet op de huidige locatie gelegen hebben.
Bovendien werd het kanaal van Corbulo gegraven om vanuit Engeland "een verre omweg rondom Spanje te vermijden" vanwege de gevaren van de zee! Waar dit past in de Nederlandse traditie blijft onbekend!
De Romeinen werden verdreven door de opkomende vloed en niet door aanvallen van de Germanen, wat bevestigd wordt in de archeologie. In de Romeinse vindplaatsen in het midden en westen van ons land vindt men geen sporen van geweld of brandstichting en valt een merkwaardige afwezigheid van huisraad op, dat vanzelfsprekend is meegenomen bij het vertrek. Ook de gedachte over machtige Germaanse invallen wordt nergens in de authentieke bronnen genoemd, hoewel de Romeinen toch echt wel aan geschiedschrijving deden.
Alle Romeinse overblijfselen in laag Nederland liggen onder een dikke laag zeeklei of zelfs 7ver in zee, zoals de Brittenburg. Ook de Nehalennia altaren, gevonden in de Oosterschelde, bevestigen de transgressies.
Texandria stond bij de Romeinen bekend als het land van het vlas en de geweven stoffen (textiel). Het is de streek in Vlaanderen die bekendheid kreeg om zijn "fries laken". Dr. (hic?) Harry Camps localiseert dit Texandria in het onvruchtbaarste deel van Noord-Brabant, de Peel. Zijn kennis van de bodemgesteldheid is al net zo belabberd als zijn historische kennis.
Uit de ,,Notitia provinciarum et civitatum Galliae", opgemaakt onder keizer Honorius (394-423), blijkt dat het West-Romeinse Rijk verdeeld was in vier provincies, die later de kerkprovincies werden. De Provincia Belgica Prima was samengesteld uit het aartsbisdom Trier en de bisdommen Mets, Toul en Verdun. De Provincia Belgica Secunda, waarvan Reims de metropool was, kende de bisdommen, Soissons, Châlons-sur-Marne, Noviomagus (=Noyon), Atrecht, Kamerijk, Doornik, Senlis, Beauvais, Amiens, Térouanne en Boulogne.
Het blijft onbegrijpelijk dat historici, gegevens horende bij het in dit rijtje genoemde bisdom Noviomagus, op Nijmegen willen toepassen.
De Provincia Germanica Prima, aartsbisdom Mainz, had de bisdommen Straatsburg, Spiers en Worms. De Provincia Germanica Secunda omvatte het aartsbisdom Keulen en het bisdom Tongeren, later Luik. Het noord-westen van België en heel Nederland werden eind 4e begin 5e eeuw in het geheel niet genoemd en derhalve niet tot Gallië gerekend.
Door de namen van de provincies wordt eveneens nauwkeurig de grens tussen Gallië en Germanië aangegeven.
Het principe van de Peutinger-kaart.
Op de P.K. zijn geen normen van lengte of breedte toe te passen. Er staan steden vlak bij elkaar, die in werkelijkheid vele kilometers van elkaar liggen. Sommige steden liggen op de kaart boven andere, waar zij in werkelijkheid ver zuidelijk vandaan liggen: vergelijk Rouaan en Straatsburg. Derhalve is elk argument onzinnig, dat zich voor een bepaalde determinatie op de lengte of de breedte beroept, daar dit criterium door de tekenaar op geen enkele manier is gevolgd.
Conclusie.
Met de bewijzen over de juiste loop van de wegen op de Peutingerkaart zijn we over Nederland uitgepraat. Er bestaat geen "Peutingerkaart van Nederland". Van geen enkele Nederlandse plaats is ooit aangetoond, dat deze een naam droeg van de Peutingerkaart die men zo graag op Nederland toepast. Van Utrecht is met een meer dan 30-voudig bewijs aangetoond dat deze plaats in de Romeinse tijd Albiobola heette, dus niet Trajectum. Het wordt noodzakelijk om de opvattingen over de Peutingerkaart eens een grote schoonmaakbeurt te geven, daar veel historici maar blijven doorgaan het niet terzake deskundig publiek te misleiden met beweringen die nooit met enig bewijs zijn aangetoond en niet meer houdbaar zijn, èn door de bronnen zelfs duizendvoudig worden tegengesproken.
Hoe deze Nederlandse Peutingerkaart "zo mooi" leek aan te sluiten op de evenmin bestaande "Peutingerkaart van Duitsland" langs de Renus, wordt door de andere wegen van de Peutingerkaart en het ltinerarium Antonini ontmaskerd. Met elke volgende weg wordt het duidelijker dat alleen Frankrijk op dit deel van deze kaart staat: het opschrift "Francia" laat er overigens geen enkel misverstand over bestaan!
Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!