De Peutingerkaart

De Romeinse aanwezigheid in Nederland wordt door Albert Delahaye allerminst ontkent; de Romeinen zijn zeker in Nederland geweest. Maar het is een onbewezen en eenvoudig te weerleggen aanname dat de plaatsen van de Peutingerkaart in de Patavia genoemd, op Nederland betrekking zouden hebben.

De PEUTINGER-KAART (Klik op de naam voor de Nederlandse traditie) kreeg zijn naam van Conrad Peutinger, die via een vriend in het bezit kwam van de kaart om deze in druk uit te geven. Het linker bovenstuk van een blad van de Peutinger-kaart heeft men sinds eind 19e eeuw op Nederland toegepast. Dit deel is blijkens het opschrift "Patabus" gelijk te stellen met het Eiland van de Bataven: in Nederland opgevat als de Betuwe. De residentie Noviomagus van Karel de Grote lag volgens betrouwbare teksten in of bij dat eiland. Daar deze algemeen als Nijmegen werd opgevat, leek de kaart inderdaad op Nederland te passen. De mythe van Nijmegen is overigens pas in de 15e eeuw ontstaan en leek door de Peutingerkaart bevestigd. Leek, want bij nadere beschouwing klopte er niet veel van!




Hierboven naast elkaar de traditionele visie (links) en de visie van Albert Delahaye op het noorden van Gallië van de Peutingerkaart (rechts).
De Peutingerkaart is een wegenkaart van het Romeinse rijk van na 375 n.Chr. Het gedeelte waarover hier gesproken wordt, is de noordgrens van het Romeinse rijk.
Voor de afbeelding is een traditionele kaart gebruikt, waarop uiteraard de traditionele fouten staan, maar dit terzijde. Let ook op de kust voor Vlaanderen waar zich door de transgressies eilanden hebben gevormd, terwijl het lager liggende Holland niet overstroomd is, wat dus onmogelijk geweest kan zijn.

Zie ook de website over de Peutingerkaart op Tabula Peutingeriana.

Bekijk met name Part 2 en 3 van de kaart uit 1887 van Konrad Miller, die meestal ter illustratie gebruikt wordt.

  • Over historische kaarten in het algemeen, en de Peutingerkaart in het bijzonder, wordt gewaarschuwd "er vergaande conclusies aan te verbinnen, zonder zich in de literatuur of door middel van vergelijking met andere kaarten of bronnen, van de informatieve betrouwbaarheid te vergewissen". (Bron: W.Jappe Alberts).
    Ten aanzien van de Peutingerkaart heeft Albert Delahaye dat dan ook zeker gedaan. Hij heeft de kaart vergeleken met andere bronnen, zoals het Itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus, maar ook met schriftelijke bronnen, zoals Germania van Tacitus. Delahaye komt tot geheel andere conclusies dan de gangbare.

  • De zogenaamde Tabula Peutingeriana (een Romeinse wegenkaart uit het begin van de derde eeuw) biedt de huidige historici nog grote problemen. Met name valt het niet mee de daarop geschreven plaatsnamen in Nederland te lokaliseren. (Bron: H.P.H.Jansen, Levend Verleden.) Het valt niet alleen niet mee, maar men is er nog helemaal niet in geslaagd één plaats met zekerheid te identificeren. Zie ook bij Van Es, De Romeinen in Nederland. "Maar het staat toch wel vast dat de plaatsen langs "de Rhenus" gezocht moeten worden langs de Oude Rijn in het huidige Nederland en niet in Noord-Frankrijk, zoals met onvoldoende argumentatie door Delahaye beweerd is", aldus Jansen. Ja, als je de boeken van Delahaye niet leest, mis je natuurlijk de meer dan voldoende argumentatie.
    De Peutingerkaart wordt over het algemeen op het eind van de 4e eeuw gedateerd, ook in Nijmegen zelf. Sommige historici hanteren liever de 3e eeuw, omdat in de 4e eeuw de Romeinen Nederland al verlaten hadden en het dan niet aannemelijk te maken is, dat Nederland nog op een Romeinse wegenkaart zou voorkomen. En dit laatste is nu juist de visie van Delahaye! Albert Delahaye wordt in zijn visie met betrekking tot de Peutingerkaart in het gelijk gesteld door andere historici, o.a. C.Kirk, die onafhankelijk van hem de "bovenste wegen" ook in Noord-Frankrijk plaatst. Ook al komt hij tot enkele andere determinaties van plaatsen, het is wel duidelijk dat dat gedeelte van de kaart daar beter past dan in Nederland.

    Er zijn vele argumenten beschikbaar om deze stelling te ontzenuwen. Voor een juiste interpretatie van de kaart zijn een aantal ervan voldoende.

    Stel je nu eens voor dat de traditionele opvattingen juist zijn. Dan komen meteen een aantal vragen naar voren, zoals:
  • Waarom staat de vaste oversteekplek naar Engeland er dan niet op? De plaats waar ook Julius Caesar overstak. Of stak men inderdaad over naar Engeland vanuit de Betuwe?
  • Waarom staat Romeins Domburg er dan niet op? Daar werd toch ook overgestoken naar Engeland getuige de Nehelennia-altaren?
  • Waarom staat Noyon, dat als een spin in een web van liefst 8 Romeinse wegen lag, er dan niet op? Noyon was één van de 12 Civitates in Gallia en zou niet op de Peutingerkaart hebben gestaan? Noyon, waar later een Christelijk bisdom ontstond, zoals in alle civitates?
  • Waarom ontstonden er geen bisdommen in Nijmegen en Xanten, als dat Romeinse Civitates zijn geweest?
  • Waarom worden er boven de Patavia enkele Germaanse stammen afgebeeld, terwijl daar in Nederland de Friezen woonden, die overigens niet op de Peutingerkaart staan. En dat terwijl de Friezen voor de Romeinen wel degelijk een vijandig volk was, dat zeer zeker bewaakt moest worden

    De misvattingen van de Peutingerkaart kort op een rij:

    1. Van geen enkele Nederlandse plaats is de determinatie zeker en onomstreden (zie bij Van Es), zelfs van Nijmegen niet. In Nijmegen is nergens een bevestiging (opschrift e.d.) gevonden dat de plaats in de Romeinse tijd Noviomagus geheten zou hebben. In een aantal Nederlandse plaatsen die z.g. op de Peutingerkaart zouden staan is overigens helemaal geen Romeinse gevonden, laat staan een castellum! Een castellum is slechts aangetoond in Valkenburg, Vechten, Zwammerdam (castellum? meer een vergrootte wachttoren) en Arnhem-Meinerswijk. In Nijmegen heeft een legioenskamp gelegen. Dan is er nog een enkele wachtpost gevonden te Malden, een laat Romeinse versterking bij Aardenburg, een Romeinse tempel te Elst en een Romeinse badplaats te Heerlen.
    2. Het vignet op de Peutingerkaart bij Lugdunum duidt een belangrijke plaats aan. Daarvan is bij opgravingen in Katwijk of Leiden niets gebleken. Preatorii Agrippine was een belangrijke badplaats. Daarvan is in Valkenburg niets gebleken. De Nederlandse archeologie komt allerminst overeen met de Peutingerkaart.
    3. Utrecht, waar meer Romeins is teruggevonden dan in andere Nederlandse plaatsen, staat niet op de Peutingerkaart, evenmin als Elst, Domburg, Aardenburg en de Brittenburg. Als de Brittenburg het laatste Castellum van de Romeinse Limes was, is het niet te verklaren dat het niet op de Peutingerkaart staat.
    4. Een aantal plaatsen, waar nauwelijks Romeinse relikten zijn gevonden, zoals Cuijk, zouden wel op de Peutingerkaart staan. Dit toont al aan dat de Peutingerkaart helemaal niet over Nederland gaat.
    5. Nijmegen ('Noviomagi') ligt aan de verkeerde kant van de Waal en vlak bij Franse steden, zoals Escaupont, Bavay, Douai, Terwaan en Boulogne.
    6. België, Zeeland en Noord-Brabant staan niet op de kaart, evenmin als Maastricht (waar zeker een Romeinse vesting is geweest), Tongeren en Aken! In de Nederlandse interpretatie laat men een gat vallen van ruim 300 km. tussen Noord-Frankrijk en de Betuwe.
    7. Drie militair belangrijke plaatsen, Lugdunum, Fletione en Castra Herculis, zijn in Nederland onvindbaar, althans men komt steeds met andere verklaringen. Bij Castellum Flevum komt men zelfs tot 5 verschillende locaties, bij Castra Herculis zelfs tot 11! Ook de kanalen van Drusus "zwerven" door Nederland omdat de determinatie van de ene historicus wordt weerlegd door een ander. Bovendien wordt het kanaal van Corbulo in de huidige bodem aangetoond, terwijl in de Romeinse tijd de waterstand veel lager was en het kanaal dus dieper in de ondergrond moet worden aangetoond.
    8. Van de onderste weg in Patavia zijn 6 van de 8 plaatsen onbekend. De determinatie van de overige twee, Foro Adriani als Arentburg en Noviomagus als Nijmegen, staan ter discussie.
    9. Van de wegen ten oosten van Nijmegen zijn de determinaties ook allerminst zeker. Colonia Traiana is bij de ene historicus Xanten, Veteribus wordt dan vanzelf als Birten beschouwd. Bij een ander blijft Colonia Traiana onbekend, omdat Veteribus als Xanten (Bechert en Willems) wordt beschouwd.
    10. De "Limes Germanicus", de grens tussen Gallië en Germanië, lag niet in midden Nederland, maar op de taalgrens en de taalgrens heeft nooit in midden Nederland gelegen.

      De volgende argumenten bevestigen de voorgaande:

      1. Internationaal wordt algemeen gehanteerd dat de kaart is opgemaakt in de 4e eeuw. De Romeinen waren toen al anderhalve eeuw uit Nederland vertrokken. Er moeten al heel sterke bewijzen op tafel komen om aannemelijk te maken, dat een prijsgegeven landstreek dan toch nog op een Romeinse reiskaart is blijven staan. Hoewel sommige historici in Nederland om verklaarbare redenen de kaart toch liever in de 3e eeuw dateren, heeft geen enkele van hen dit tot heden ooit kunnen aantonen. In Nijmegen zelf hanteert men toch ook de 4e eeuw. Zie o.a. Stad aan de Waal, p. 21.

      2. De hele kaart is 34 cm hoog en 6,82 meter lang en geeft dus een vertekend beeld van het Romeinse rijk van Engeland tot aan de Perzische golf. De kaart is deels geografisch, deels schematisch opgezet en diende geen ander doel dan de bevoorrading van de Romeinse troepen. Voor de goede determinatie zal men méér waarde moeten hechten aan de namen van de plaatsen en de afstanden tussen die plaatsen dan aan een betere of minder goede weergave van het landschap. Het gedeelte wat men in Nederland voor de Betuwe houdt leek precies te passen en zou dan het enige NIET-vertekende stukje zijn! Past men op deze strook dezelfde verhoudingen als de rest van de kaart, dan krijgt men geen langerekt maar een vierkant landschap.

      3. De Patavia (Batua, in Nederland Betuwe??) loopt op de kaart door tot aan de zee en ligt recht tegenover Kent in Engeland! Om de kaart passend te maken in de Nederlandse interpretatie, wordt de Betuwe daarom wel eens doorgetrokken tot de kust en breder gemaakt tot aan de rivier de Maas.

      4. Boven de Patavia staan enkele namen door elkaar heen van volkeren die daar wonen. Er staat: Chamavi qui et Franci (de Chamaven die Franken zijn), Cherustini (bewoners van Chérisy), Ampsivarii (bewoners van Ambrines) en Hael(usii) (bewoners van Halluin). Deze stammen woonden ten noorden van Batavia (is Béthune) in Frankrijk. Boven het bedoelde gedeelte van de kaart staat ook nog het opschrift "FRANCIA" en daartoe heeft geen enkel deel van Nederland ooit behoord. Deze opschriften maken definitief een einde aan elke poging om dit stuk van de kaart nog als Nederlands grondgebied te beschouwen.

      5. De Nederlandse plaatsen die men met de plaatsen op de Peutingerkaart heeft gelijk gesteld, bevatten in geen enkel geval een aanvaardbare etymologie van de oude Romeinse namen met de latere of hedendaagse namen. Reeds op grond daarvan moet men de identifikaties afwijzen. Ook zijn er geen parallelle bronnen die bewijzen dat de plaats in de oudheid ooit zo geheten heeft! Men heeft de Romeinse plaatsnamen klakkeloos op vindplaatsen van Romeins geplakt, ook al ging het maar om een enkele villa of wat dakpan- of potscherven, wat geen recht doet aan de betekenis van overeenkomstige plaatsen op de Peutingerkaart. Nigropullo op de kaart was eerst onvindbaar en is nu plots Zwammerdam (1 of 2?) sinds er enig Romeins gevonden is! Etymologisch volstrekt onverklaarbaar, welke verklaring dan ook nergens gegeven wordt! In de visie van Albert Delahaye was Nigropullo (zwarte kip) de Franse plaats Noires-Terres (zwarte grond) welke kippen zeker zwart geweest zullen zijn, als ze daar in de grond hebben lopen scharrelen. (Er wordt t.a.v. Zwammerdam wel eens gesuggereerd dat het "Nigro" op de zwarte veenlaag ter plaatse zou slaan. Vergeten wordt dan dat deze veenlaag pas na de Romeinse tijd is ontstaan.)

      6.De Nederlandse traditie van de Peutingerkaart bestaat pas sinds eind 19e eeuw. In de allereerste determinatie van Konrad Miller (1887/1888) noemde hij 4 plaatsen van de Peutingerkaart in Nederland: Leiden, Rotterdam, Dordrecht en Nijmegen. Deze determinaties bleken een slag in de lucht. Lugdunum dat aanvankelijk Leiden was, werd later Valkenburg, daarna Katwijk en is nu wellicht de Brittenburg. Rotterdam en Dordrecht komen in de hele Nederlandse traditie niet eens meer voor, wegens het totaal ontbreken van enig Romeins. Slechts Nijmegen is gehandhaafd als het Noviomagi van de Peutingerkaart. Een misslag van 75% (dat moet dus 100% zijn want Nijmegen is ook foutief) is nog steeds het uitgangspunt van Romeins Nederland. In de uitgave van 1916 van Konrad Miller werd het rijtje Nederlandse plaatsen gewijzigd in Leyden, Voorburg en Nijmegen. Ook deze interpretaties van de plaatsnamen op de Peutingerkaart zijn onaanvaardbaar. Ook andere determinaties blijken onhoudbaar. Castra Herculis was eerst Huissen, toen ergens in de omgeving van Elst (Gorissen), of Elst zelf (Bogaers) of Arnhem-Meinerswijk (Van Es), hoewel op geen van deze locaties het bestaan van een Castra is aangetoond, misschien Arnhem-Meinerswijk uitgezonderd? Van het vaak opgevoerde Levefano als Wijk bij Duurstede is nooit enige archeologische bevestiging teruggevonden. Van de grote Romeinse wegen is in ons land al helemaal niets teruggevonden (misschien toch een paar meter grindpad? Zie bij Archeologie). Nijmegen bleef ondanks alle weerleggingen toch Noviomagi, hoewel in heel Nijmegen nergens een bevestiging gevonden is van de Romeinse naam van deze plaats. Zie voor deze determinatie de ware geschiedenis van Nijmegen.
      De interpretaties waarover de Nederlandse historici het allerminst eens zijn en waaraan men dus erg twijfelt, zijn op het overzicht hieronder voorzien van een vraagteken. De Nederlandse interpraties die zelfs Nederlandse historici niet voor serieus nemen zijn tussen haakjes geplaatst en voorzien van een dubbel vraagteken!

      7. Geen van de Nederlandse interpretaties ligt in de Betuwe (behalve nu Arnhem-Meinerswijk waar pas zéér recent Castra Herculis wordt vermoed), wat gezien de kaart wel zou moeten! Van de onderste weg is men er nooit in geslaagd enige naam in Nederland te plaatsen (behalve Foro Adriani = Voorburg?, waar echter nooit sprake is geweest van een Forum/markt), er moet immers aantoonbaar een Romeinse nederzetting zijn geweest! Volgt men de wegen in de juiste streek van Noord-Frankrijk, dan kunnen zowel in de bovenste als in de onderste weg enige plaatsen met volle zekerheid worden aangewezen, namelijk daar waar de oude naam door direkte etymologische afleiding tot de nieuwe naam leidde (deze zijn dikgedrukt), of waar door parallelteksten bewezen wordt, dat de plaats onder de Romeinse naam bekend is geweest (deze zijn dikgedrukt en onderstreept). In onderstaande lijst geven wij eerst de naam van de Romeinse plaats, dan de naam van de plaats in de Nederlandse interpretatie, vervolgens de naam van de locatie in Frankrijk, de gevorderde afstand tussen de eerste en de volgende plaats, en de aantekening of de werkelijke afstand al dan niet juist is. De afstand op de kaart is in (Romeinse mijlen), hieronder (omgerekend) in kilometers!

      8. In de Betuwe zijn geen resten van de twee Romeinse hoofdwegen gevonden, terwijl ze er toch gelegen moeten hebben. Bovendien klopt het totaal aan afstanden niet. De wegen van Noviomagus naar Lugdunum omvatten een totale afstand van 165 km. (de bovenste weg) en 195 km. (de onderste weg), terwijl Nijmegen slechts een 100 km van de kust ligt. Er kan ook geen sprake zijn van "omleidingen", want de Nederlandse traditie projecteerde de wegen altijd langs een rechte (dus kortste) route langs Rijn en Waal.

      9. De wegen aan de overkant van de Patabus, liggen ONMISKENBAAR in Noord-Frankrijk met plaatsen als Boulogne, Cassel, Terwaan, Kamerijk, Atrecht en Bavay. Het noorden van Noord-Frankrijk, België en Noord-Brabant staan niet op de Peutingerkaart. Waarom staat België waar heel wat Romeins gevonden is, niet op de Peutingerkaart? De tekenaar slaat dus zomaar 300 km. over. Hij kan nooit bedoeld hebben dat een streek van Nederland (de Betuwe) pal naast een streek van Noord-Frankrijk (de streek tussen Boulogne, Terwaan, Wervik, Doornik en Bavay) gelegen heeft. De overslag van ruim 300 km. is door Nederlandse (of Duitse!) historici nooit bevredigend verklaard.

      10. Als Noviomagus op de Peutingerkaart Nijmegen zou zijn, dan staat Noyon er dus niet op. Gezien de Romeinse bronnen was Noyon (een van de 12 Civitates in Belgica Secunda!) een veel belangrijkere plaats dan Nijmegen ooit geweest is. Evenmin staan belangrijke Romeinse plaatsen als Utecht, Elst en Maastricht NIET op de kaart. Maastricht niet? En Zwammerdam wel? Kunt U zich een kaart van Romeins Nederland voorstellen waar Wijk bij Duurstede (aanvankelijk Batavodurum, later z.g. Levefano, waar overigens geen Romeins van betekenis is gevonden en al helemaal geen castrum) wel op zou staan en Maastricht niet? Ook Utrecht, waar meer Romeins is gevonden dan in andere Nederlandse locaties, staat niet op de Peutingerkaart. Van Utrecht is met meer dan 30 opschriften aangetoond dat de plaats in de Romeinse tijd ALBIOBOLA en COLONIA ALBIOBOLA BATAVORUM geheten heeft. Dit gegeven is in Nederland altijd angstvallig verzwegen, want het spreekt de traditie tegen dat Utrecht het Romeinse en Karolingisch Trajectum zou zijn, waardoor St.Willibrord en andere predikers ten onrechte in Nederland terecht zijn gekomen. De naam Colonia Albiobola Batavorum toont tevens aan dat de Betuwe niet het land van de Bataven was. Zij zouden toch geen kolonie stichten in hun eigen land?

      11. De Peutingerkaart is een kaart van het Romeinse Rijk uit de vierde eeuw. Legt men de gegevens van de kaart naast andere topografische bronnen, zoals het Itinerarum Antonini, dan blijft van de Nederlandse traditie helemaal NIETS meer over, want deze andere bronnen situeren de op de Peutingerkaart genoemde plaatsen allen in Noord-Frankrijk!


      12. Zou de Nederlandse interpretatie van de Peutingerkaart juist zijn, dan staat de oversteekplaats naar Engeland er niet op. En dat is zou een overklaarbare en onmogelijke situatie opleveren, temeer dat de kaart deze oversteekplaats naar Engeland en Engeland zelf wel afbeeldt. Die oversteekplaats lag daar "waar men de overkant kan zien" en waar tussen Cap-Blanc-Nez en Cap-Griz-Nez nog steeds de archeologische locatie "Camp de César" te vinden is! Een wegenkaart waar de oversteekplaats naar Engeland, de graanschuur van de Romeinen, niet opstaat is onbestaanbaar en heeft dan ook niet bestaan.




      De traditionele opvatting tegenover de nieuwe opvatting.

      Bekijk ook de visie van W.van Es in "De Romeinen in Nederland".

      De bovenste weg:


      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      4.4

      ja

      Praetorium Agrippinae

      Valkenburg (Z.H.)

      Elinghen

      6.6

      ja

      Matilone

      (Roomburg??)

      Le Mat

      11

      ja

      Albanianis

      Alphen a.d. Rijn

      Alembon

      4.4

      ja

      Nigropullo

      (Zwammerdam??)

      Noires-Terres

      11

      neen

      Lauri

      Woerden??

      Lumbres (was bekend als Laurentia)

      26

      ja

      Fletione

      Vechten (Fletione wordt in Nederland als een schrijffout beschouwd, want daar zou Fectio moeten staan.) Of was het Vleuten?

      Fléchin

      35.5

      ja

      Levefano

      (Wijk bij Duurstede??) Rijswijk?

      Laventie

      19.5

      ja

      Carvone

      Kesteren?

      Carvin

      28.6

      ja

      Castra Herculis

      (Huissen?? Elst?? Meinerswijk??) en nog 8 andere locaties?????

      Arleux

      19.5

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      De onderste weg

      Romeinse naam

      plaats in Nederland

      plaats in Frankrijk

      afstand in km. in Frankrijk

      juist in Frankrijk?

      Lugdunum

      Katwijk? (aanvankelijk Leiden?) Brittenburg??

      Leulinghen

      (niet genoemd)

       

      Foro Adriani

      Voorburg?

      Hardinghen

      26

      ja

      Flenio

      ??

      Elnes

      39.9

      ja

      Tablis

      ??

      Etaples

      26.6

      ja

      Caspingio

      Rossum??

      Campigneulle

      39.6

      neen

      Grinnibus

      ??

      Grincourt-lès-Pas

      11

      ja

      Ad Duodecimum

      ??

      Douchy-lès-Ayette

      39.6

      neen

      Noviomagi

      Nijmegen

      Noyon

         

      Alembon, Lumbres, Carvin en Noyon zijn zekere determinaties. Le Mat, Noires-Terres, Fléchin en Laventie zijn etymologisch bewijsbaar. In de onderste weg is Etaples een absoluut zeker punt, bevestigd door tal van andere teksten. Fiennes, Campagne-les-Hesdin en Grivesnes worden bevestigd door hun etymologie. Twee kleine en één grotere afwijking tussen de opgegeven en de werkelijke afstanden leveren geen bezwaar op, daar de kaart soortgelijke afwijkingen vertoont bij overigens bekende plaatsen en zekere determinaties. Bij het kopiëren van teksten zijn getallen altijd de zwakste punten. In welke staat was het origineel? De huidig bekende kaart is immers een kopie uit de 13e eeuw! In hoeverre zijn kleine beschadigingen aangezien voor schrift?

      De plaats rechts van Noviomagus op de Peutingerkaart werd in Nederland altijd opgevat als Ceuclum, zijnde Cuijk. Afgezien dat er op de Peutingerkaart geen Ceuclum staat, maar Cevelum, klopt ook de afstand niet. Op de Peutingerkaart geeft de weg tussen Noviomagus en Cevelum een afstand van 3 Romeinse mijlen wat ongeveer 6 km. is. Cuijk ligt echter op 18 km. van Nijmegen. Een afwijking van meer dan 65% toont al de onjuistheid aan. In de opvatting van Albert Delahaye is Cevelum de plaats Chevilly (etymologisch een 100% match), dat op 7 km van Noyon ligt (een tweede bewijs van de juistheid ervan). Blariaco is Belancourt (voor de overige determinaties: zie hierboven) en de weg eindigt in Agrippina (#). De weg loopt dus van Noyon naar Agrippina en niet van Nijmegen naar Keulen (#)!
      (#) Over de determinatie Keulen bestaan eveneens de nodige vraagtekens. Dat is nog een te onderzoeken vraagstuk, dat hier even buiten beschouwing gelaten wordt.

      De rivieren op de Peutingerkaart.

      De rivieren op de Peutingerkaart worden steeds als vaststaande gegevens beschouwd. Toch valt dat te betwijfelen.
      In het westen van Gallia vanaf de Pyreneeën zijn 5 rivieren getekend (er worden slechts 4 rivieren met naam genoemd) die uitstromen in de Oceaan, terwijl er wel 8 grotere en bekende rivieren stromen als we tot de Rijn gaan. En dat terwijl rivieren voor de Romeinen toch belangrijke hindernissen waren en rivierovergangen zeker bekend zouden moeten zijn.
      Genoemd worden de Garunna (Garonne), Liger (Loire), dan een rivier zonder naam (Seine-Oise/Aisne-Marne-Aube?), de Mosa (Maas?) en in het verlengde de Patabus (Waal?) en tenslote de Renus (Rijn?).
      We missen dan de Dordogne, de Charente, de Somme, de Authie, de Schelde, en een aparte Maasmond waar het Helinium geweest zou zijn.
      Bij zoveel onzorgvuldigheid is het een zeer terechte vraag of de Flumen Rhenus wel de Nederlands/Duitse Rijn is? Zou het misschien ook de Schelde geweest kunnen zijn? Zie verder bij Renus.

      De Peutingerkaart blijft voorlopig op een aantal punten nog volop in discussie. Alleen jammer dat sommige historici deze discussies vermijden. Zijn zij overtuigd van hun gelijk, of durven ze de discussie niet aan, bevreesd om als deskundige door de mand te vallen?
      Overigens is de visie van Albert Delahaye niet afhankelijk van deze kaart, hoewel sommigen dat wel eens denken. Zijn visie is gebaseerd op de geschreven bronnen. De teksten zoals die zijn overgeleverd en die in het verleden al te lichtvaardig op Nederland zijn toegepast, maar er niet thuis hoorden.

      Nieuwe inzichten.

      In 1998 is een nieuwe uitgave van een deel van de Peutinger-kaart gepubliceerd vanuit de nagelaten manuscripten van Albert Delahaye, die van mening is en dat met veel klassiek tekstmateriaal aan kan tonen, dat het Nederlandse gedeelte van de Peutinger-kaart in werkelijkheid een lijn door Noord-Frankrijk is. De Noordlijn van de Peutinger-kaart valt veel meer samen met de Romaans - Germaans taalgrens, dan met de Neder-Rijn. Een argument is dat de Romeinen een verbinding gehad zouden hebben vanaf de Rijn, via de Moezel, de Maas, de Sambre en de Deule met de Schelde.
      Recente opgravingen in Lille zouden deze gedachte kunnen ondersteunen. Onder de naam "les grands travaux d'Agrippa Vispanius" is onlangs een manuscript opgedoken (van Charley Kirk) waarin de "theorie Hollandaise" over een aantal Romeinse wegen wordt bestreden: ze lagen volgens Kirk in Noordwest-Frankrijk. In het standaardwerk "Les Voies Romaines" (1997) worden op basis van het werk van A.Leduque (dat wil zeggen op grond van teksten, archeologisch en toponymisch onderzoek) in Noordwest-Frankrijk 18 grote wegen geïdentificeerd.
      Een interessante vraag voor de komende periode is of de traditionele (Nederlandse/Duitse) interpretatie ondergraven zal worden en ondeugdelijk zal blijken. De uitgave van de catalogus bij de Peutingerkaart zal deze discussie ook in onze regio bevorderen.

      Het principe van de Peutinger-kaart.

      Op de P.K. zijn geen normen van lengte of breedte toe te passen. Er staan steden vlak bij elkaar, die in werkelijkheid vele kilometers van elkaar liggen. Sommige steden liggen op de kaart boven andere, waar zij in werkelijkheid ver zuidelijk vandaan liggen: vergelijk Rouaan en Straatsburg. Derhalve is elk argument onzinnig, dat zich voor een bepaalde determinatie op de lengte of de breedte beroept, daar dit criterium door de tekenaar op geen enkele manier is gevolgd.

      Conclusie.

      Met de bewijzen over de juiste loop van de weg zijn we over Nederland uitgepraat. Er bestaat geen "Peutinger-kaart van Nederland". Hoe deze "zo mooi" leek aan te sluiten op de evenmin bestaande "Peutinger-kaart van Duitsland" langs de Renus (die helaas de Schelde is !), wordt door de andere wegen van de P.K. en het I.A. ontmaskerd. Met elke volgende weg wordt het duidelijker dat alleen Frankrijk op de kaart staat, tevens dat het noodzakelijk is om de opvattingen over de P.K. eens een grote wasbeurt te geven, daar de fantasten maar blijven doorgaan het niet terzake deskundig publiek te misleiden met beweringen, die niet meer houdbaar zijn en door de bronnen zelfs duizendvoudig worden tegengesproken.

      Vijf plaatsen in Romeins Nederland hebben met zekerheid een andere Romeinse naam gedragen: Utrecht heette Albiobola (Vollgraff), Vechten heette Fectio (Van Es e.a.), Roomburg was Macilo (Van Es, Bogaers), Cuijk heette Ceudiacum (Bogaers) en Herwen heette Carvium ad Molem. Deze Romeinse namen staan niet op de PK. Een bewijs te meer dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat.

      Momenteel doet zich een nieuw fenomeen voor. Waar de historici momenteel zwijgen, nemen de VVV's en Teleac zonder hinder van enig historisch besef de traditionele verhaaltjes over ter wille van de toeristische euro's en de kijkcijfers. De mythen worden weer traditioneel herhaald in kleurige folders en in aansprekende documentaires. Zelfs feiten waarvan de historici de fouten al hebben erkend, steken weer de kop op. We zien dat in Nijmegen, waar men blijft schermen met Karel de Grote en Nijmegen plots de oudste stad is geworden, in Dokkum waar men opeens een Bonifatiusjaar kent, in Wijk bij Duurstede dat op grond van één munt van Noyon steeds Dorestad blijft en met een tentoonstelling over Vikingen in Utrecht, waar nooit een Noorman geweest is.
      Het publiek wordt opzettelijk voorgelogen. Men kent immers de waarheid, maar houdt toch liever vast aan die mooie maar onware verhaaltjes.

      Vervolg van de "Nederlandse traditie" van de Peutingerkaart.

      Bestel en lees het boek "De Ware Kijk Op" en oordeel zelf!