Van Castellum Flevum weet men in Nederland vier verschillende locaties aan te wijzen, ofwel men weet niet waar het gelegen heeft!
Bij de Friezen lagen Romeinse troepen, onder andere in het Castellum Flevum aan de Vliestroom (Byvanck, o.c.p.194). Een castellum is nooit teruggevonden in Friesland!
Nu de juiste woonplaast van de Friezen is aangewezen door Albert Delahaye, zal ook daar in Frans Vlaanderen Castellum Flevum gezocht moeten worden.
Het ontbreken van castellum Flevum op de Peutingerkaart bevestigd dat deze kaart niet over Nederland gaat.
|
De visie van Albert Delahaye.
Het Flevum of Almere (een latere naam was Fleur en tegenwoordig heet de streek "La Plaine Flamande") was de zeebaai tussen Wissent en Oostende Ptolemeus vermeldt Flevum ook als plaats wat in de visie van Albert Delahaye de Franse plaats Fleurbaix is, op 5 km zuidwest van Armentières.
Overigens is de naam Oostende een bevestiging van de west-oriëntatie, immers de plaats had feitelijk Noordende moeten heten!
De naamgeving van de Flevo-polders zal tot in lengte van jaren een signaal vormen voor de manier waarop in Nederland met historische geografie wordt omgegaan.
De Nederlandse traditie.
Castellum Flevum (dat overigens ontbreekt op de Peutingerkaart) lag in de Nederlandse interpretaties achtereenvolgens ergens op een van de Waddeneilanden aan de Vliemond (Byvanck, Halbertsma, Jansen - afbeelding 1), halverwege Noord-Holland (afbeelding 2) inderdaad aan het Flevum en was het misschien toch Velsen (Van Es, Bloemers, Bechert/Willems; afbeelding 3). Bogaers plaats het "naar alle waarschijnlijkheid' te Vechten (J.E.Bogaers), wat bestreden wordt door Byvanck, immers dan kan Vechten niet Fectio zijn!
Castellum Flevum was een belangrijke Romeinse haven gezien de omvangrijke havenwerken die men er heeft teruggevonden en had een strategisch belangrijke positie (Bloemers, Voeten in de Aarde, o.c. p.53).
Bij de Friezen lagen Romeinse troepen, onder andere in het Castellum Flevum aan de Vliestroom (Byvanck, o.c.p.194). Volgens Byvanck hadden de Romeinen meerdere forten aangelegd in het land van de Friezen (Byvanck, o.c.p.142) Er was daar een vrij grote bezetting van legioensoldaten en hulptroepen ter bewaking van de zeekust. Langs de scheepvaartweg tussen Rijn en de meren in het midden van het land, zijn ook enkele forten gebouwd. De naam van een van die forten, Castellum Flevum, is ons door Tacitus bekend. Waar het lag, wordt niet gezegd en ook de gegevens, die men bij Ptolemaios vindt, helpen ons niet verder. In elk geval lag het aan de Vliestroom en, zoals uitdrukkelijk wordt vermeld, niet ver van de zee, wellicht dus bij de plaats, waar de Vliestroom in de Waddenzee uitmondde. Van de andere forten in het land van de Friezen, die alleen terloops worden genoemd, weten wij in het geheel niets. Om die reden is het niet mogelijk Castellum Flevum te identificeeren met het bij Vechten ontdekte Romeinse fort. Byvanck, o.c. p.207)
Bechert (o.c.p.99) plaats Flevum in Velsen I en II, zowel chronologisch als geografisch "buitenbeentjes", ofwel ze passen in geen enkele traditie. Waarschijnlijk is de versterking aangelegd in de tijd van Germanicus (15-16) en daarmee de enige versterking uit deze vroege periode. Rond het jaar 28 heeft het fort een aanval doorstaan. Of dit de aanval is geweest die bij Tacitus wordt genoemd, is niet onmogelijk. In het fort (opp.ca. 1 ha) konden zo'n 450 man worden ondergebracht. Welke eenheid of eenheden dat waren is niet bekend. De enige min of meer permanente gebouwen waten één of meerdere scheepshuizen, eerste binnen het fort gelegen, later daarbuiten. Opmerking:Het is dus de vraag of het een castellum is geweest wat men in Velsen aangetroffen heeft. Het voldoet in elk geval niet aan de traditie van de Romeinse castella langs de grens, maar blijft een "buitenbeentje", om de term van Bechert te gebruiken.
Over Velsen II is veel minder bekend. Er hebben nog geen opgravingen plaatsgevonden. De aangetroffen resten zijn grotendeels verspoeld. Wellicht was dit een van de door Tacitus genoemde 'praesidia cis Rhenum' die in 47 door Corbulo moeten worden opgegeven. (Opmerking: Waar de andere praesidia gebleven zijn is eveneens onbekend).
Opmerking: Velsen I en II stammen uit de tijd vóór de consoldidatie ven de rijksgrens langs de Oude Rijn. Dus voordat de Romeinen langs de Rijngrens forten hadden gebouwd, zou er al in het niemandsland bij Velsen een fort zijn geweest. En nog wel een fort met haven om van daaruit via de "Oer-IJ" en via de Utrechtse Vecht de Rijn te kunnen bereiken. Welke eenheid of eenheden er gelegerd zijn geweest is niet bekend, waarschijnlijk vlootsoldaten, die van daaruit een goede uitvalsbasis voor campagnes langs de Noordzeekust hadden. Wordt hier niet een beetje geredeneerd vanuit een "Noormannen traditie"? En dat terwijl de Romeinen de zee kost wat kost wilden vermijden. Waarom anders een kanaal van Corbulo gegraven? Of de vaarroute door het Flevum en de Vlie naar de Waddenzee?
Op de kaartjes hieronder (klik op het kaartje voor een vergroting) worden 3 verschillende locaties getoond. Overigens blijkt uit de verschillende in omloop zijnde kaartjes van "Nederland in de Romeinse tijd", dat de historici het over een aantal fundamentele zaken nogal eens erg oneens zijn met elkaar.
Dat Castellum Flevum, zoals de naam al zegt, aan het Flevum gezocht moet worden, schijnt men gemakshalve te vergeten. Zo heeft menig historicus zijn eigen interpretatie, ofwel men weet er geen raad mee!
Volgens de gegevens van Ptolemeus lag het Flevum vlak bij de monding van de Amisia. In de foutieve Nederlandse interpretatie zou het Flevum dus in Groningen gelegen hebben, de Amisia was in Nederland immers de Eem. Volgens de juiste interpretatie van Ptlemeus, lag het Flevum in Noordwest-Frankrijk tussen Calais (dat toen nog niet bestond) en Oostende, waar de Amisia vereenzelvigd moet worden met de Hem, inderdaad de rivier die langs Tournehem stroomt en in het Flevum uitmondde.
Omdat de gegevens van Ptolemeus niet overeenkwamen met de Nederlandse traditie, werd Ptolemeus door Byvanck als onbetrouwbaar bestempeld. (Byvanck, o.c.p.211). Men heeft zich blijkbaar nooit afgevraagd of misschien de traditie wel eens onbetrouwbaar zou kunnen zijn. Dat heeft Albert Delahaye dus wel onderzocht en hij kwam tot de onthutsende conclusie dat Ptolemeus het juist had en de traditie fout was.
Weer een mythe minder in Nederland. Ook van de overige forten bij de Friezen is nooit iets teruggevonden in het vermeende woongebied van de Friezen in Nederland!
|