| Terug naar de lijst | Naar het overzicht in het kort. |
|
De naam Cuijk is niet afgeleid van Ceuclum, maar van Kuuk (Koe-dijk).Zie artikel van Hans Borghmans, onder aan deze pagina. Het Romeinse Cuijk heeft volgens prof.J.E.Bogaers zeer waarschijnlijk in werkelijkheid Ceudiacum geheten. Het hanteren van de naam Ceudiacum is een volgend bewijs dat de Peutingerkaart niet over Nederland gaat. Er is in Cuijk of verre omgeving overigens geen enkel bewijs gevonden voor de determinatie met Ceuclum of beter gelezen: Cevelum. ![]() Is de derde letter van deze naam een u of een v? En is die 4e letter een c of een e? Als hierboven Ceuclum gelezen wordt, dan staat hieronder Nouiomagi en geen Noviomagi. en dan staat hieronder Caruone en geen Carvone. En dat er CEVELUM gelezen moet worden bewijst De Kroniek van Nymegen, waar op p.25 staat: "Waarheen leidden de 4 hoofdwegen die in Noviomagus samenkwamen? De tweede naar Maastricht over Mook, waar hij de Maas passeerde, over Cuyk (Cevelum)". Brugpalen uit de 4e eeuw geven geen bevestiging van de Nederlandse limes, die immers uit de 3e eeuw stamt. In de 4e eeuw waren alle Romeinse plaatsen ten westen van Nijmegen door de Romeinen verlaten en van de kaart verdwenen. Opvallend is bovendien dat Cuijk enkele sportverenigingen en bedrijven kent die de naam Cevelum dragen. Zou het toch zo zijn dat de gewone bevolking de geschiedenis beter kent, dan de professionele historici? |
De visie van Albert Delahaye. De naam Cevelum op de Peutingerkaart heeft men in Nederland altijd graag gelezen als Ceuclum om er Cuijk van te kunnen maken. Een etymologisch gruwel om van een Romaanse naam een Germaanse te willen maken. Er liggen minstens 10 eeuwen zonder historische continuïteit tussen het Romeinse en het middeleeuwse Cuijk, zodat van enig etymologisch verband geen enkele sprake kan zijn. Op de Peutingerkaart staat evenwel heel duidelijk Cevelum wat de Franse plaats Chevilly is. Deze verklaring van de schrijfwijze wordt over de hele kaart bevestigt. Twee voorbeelden: vlak naast Cevelum staat de plaats Nouiomagi waar Noviomagi gelezen moet worden en Caruone waar gewoon Carvone staat. De rivier tussen Noviomagi en Ceuelum heeft men altijd opgevat als de Maas. Het tweemaal genoemde Mose duidt niet de Maas aan maar de plaatsen Mézières-sur-Oise en Mouzay. De Nederlandse traditie. Het op de Peutingerkaart genoemde CEUELUM heeft men in Nederland altijd opgevat al Cuijk (Van Es, o.c. p. 110, 116-117, 122-123, 158), hoewel de op de kaart gegeven afstand (3 mijl=7 km) de helft te kort is. In werkelijkheid is de afstand tussen Nijmegen en Cuijk ruim het dubbele bedraagt: 15 km. Die afwijking heeft men steeds als een "schrijffout" gezien (Bechert, o.c.p.72), immers de huidig bekende kaart is een kopie. Misschien stond er oorspronkelijk wel VII in plaats van III. (zie opmerking 1). Bechert stelt dan ook dat de identificatie "Ceuclum" met Cuijk onbetwist is en de afstand zal dus een schrijffout zijn. (Opmerking 2). Het castellum te Cuijk werd aangelegd in de tijd van Claudius (41-54 n.Chr.), waar bij een belangrijke oversteekplaats in de Maas een stenen brug werd gebouwd; de heipalen daarvan dateren uit circa 339. Het schijnt dat rond die tijd in alle nog bestaande militaire nederzettingen langs de limes nog op aanzienlijke schaal bouwactiveiten plaatsvonden. (Bechert o.c.p.26,27,72). Zie opmerking 3. Het castellum dat onder Claudius is gebouwd, kan tot het einde van de 1ste eeuw bestaan kan hebben. Blijkbaar vond men deze plaats van zo'n strategisch belang tijdens de uitbouw en herstel van de limes, dat hier een compleet castellum is aangelegd. Over de bezetting is niets met zekerheid bekend en in de 2de eeuw werd het terrein overbouwd met onder meer een tempelcomplex dat tot de vicus behoord moet hebben. Toch zal er bij dit belangrijke knooppunt in deze periode ten minste één statio gelegen hebben. Een dakpanstempel van de exercitus Germanicus inferior is de enige aanwijzing daarvoor en het is best mogelijk dat de statio iets ten noorden van Cuijk lag, bij het gehucht Karwijk. Met één dakpanstempel wil men blijkbaar twee eeuwen geschiedenis "bewijzen". Waarschijnlijk is hier in de 2de-3de eeuw een oversteekplaats in de Maas geweest. In de 4de eeuw lag die oversteek, in de vorm van een stenen brug, bij Cuijk. Het bestaan daarvan was bekend, maar een grootschalige onderwater-opgraving in 1992-1993 heeft voor het eerst een goed beeld opgeleverd. In de 4de eeuw naar het schijnt onder Constantijn de Grote, werd in Cuijk opnieuw een fort gebouwd. De stenen brug, waarvan alleen losse stenen en de eikehouten heipalen zijn teruggevonden, is echter uit later tijd. Dendrochronologische dateringen hebben een bouwdatum rond 339 aangetoond. Zie opmerking 4. De brug bestond uit ten minste acht pijlers van 17 x7 m, op onderlinge afstanden van 19,2 m. De totale lengte met bruggehoofden was minstens 150 m. Het stroomdal van de ongekanaliseerde Maas uit de Romeinse tijd is zo breed, dat de totale oversteek wel 350 m lang geweest kan ziin. In een tweede fase, gedateerd onder Valentinianus I, werd het fort voorzien van een stenen muur met uitspringende ronde torens. Het verband met de grootschalige bouwactiviteiten van deze keizer rond 369 (Ammianus Marcellinus XXVIII, 2,1), is bevestig door de datering van brugpalen die bij grootscheepse herstelwerkzaamheden zijn geplaatst in de winter van 368-voorjaar 369. In het laatste decennium van de 4de eeuw werd nogmaals groot onderhoud aan de brug verricht. Zowel brug als fortificatie hebben zeker tot in de vroege 5de eeuw gefunctioneerd. In directe relatie tot Cuijk staat de in 1964 en 1965 opgegraven burgus van Asperden aan het riviertie de Niers dat bij Gennep, op 4,5 km ren zuiden van Cuijk, uitmondt in de Maas. Deze versterking is gebouwd onder Valentinianus I en functioneerde tot in de 5de eeuw. Ze bestond uit een centrale toren van 15,6 x 15,6 m, omgeven door een muurvan 40 x 40 m met uitspringende, ronde torentjes en daarbuiten een dubbele spitsgracht. |