Terug naar de wetenschap Naar het overzicht in het kort.

Prof. Dr. P.H.D. Leupen.

"Het is een vrij ingewikkelde kwestie", aldus prof. P.Leupen. "Je moet er de tijd voor nemen om er goed over te kunnen schrijven en dat heeft Delahaye niet gedaan."

Zoals Leupen dat gedaan heeft met zijn Bronnenboek van Nijmegen(zie aldaar), door dat door studenten te laten schrijven? Waarom was er dan binnen 2 jaar een herziene versie van het Bronnenboek nodig?




"Het Bronnenboek
van Nijmegen"





Dr.Leupen
van het
Bronnenbroek


Met deze LINK verwijzen we naar enkele "wetenschappelijke uitspraken" van Leupen.

"Wij zijn er van overtuigd dat deze lijst in hoofdzaak beantwoord aan de huidige stand van de wetenschap", aldus Leupen in De Stem van 29 nov. 1982.
Bedoeld wordt de lijst van 190 oorkonden die in Het Bronnenboek worden genoemd.

Waarmee geen woord teveel is gezegd. Let vooral op de zinsneden "Leupen c.s zijn overtuigd", "in hoofdzaak" en "aan de huidige stand van de wetenschap".

Dat die wetenschap hopeloos verouderd is en nog steeds gebaseerd is op hetgeen men in de 17e eeuw geschreven heeft, wordt niet vermeld.

Maar ook geschiedenis is een wetenschap die aan verandering onderhevig is, getuige de vele historische feiten die herschreven werden en nog steeds worden. Zelfs gebeurtenissen uit de recentste geschiedenis blijken heel wat onjuistheden en onwaarheden te bevatten. Dat zou een historicus als Leupen toch moeten weten en moeten weerhouden van zekere standpunten en uitspraken.
"Delahaye zei, en daarin had hij gelijk, dat Nijmegen nooit een bischop heeft gehad, aldus Leupen in het Historisch Nieuwsblad. Wij menen dat die bedoelde tekst wel degelijk op Nijmegen betrekking heeft en dat de schrijver van die tekst zich vergist heeft."
"Dat hebben we in de tweede editie van Het Bronnenboek uitgelegd, maar Delahaye wilde het niet horen".
Natuurlijk heeft Delahaye het wel gehoord, maar het niet aanvaard als een wetenschappelijke argumentatie. Door een authentieke tekst vals te verklaren kun je immers alles in je voordeel uitleggen. En dat is niet wat Delahaye onder wetenschap verstaat.


Leupen noemt het een vrij ingewikkelde kwestie (zie opmerking hiernaast) om het eigen betoog onnavolgbaar te kunnen verklaren. Maar de hele kwestie is helemaal niet ingewikkeld. Het gaat er slechts om de juiste plaats te vinden, waar zich de beschreven historische gebeurtenissen hebben voorgedaan. En daarin zijn de bronnen helder als glas, als men ze tenminste onbevooroordeeld wil lezen.

Prof. dr. P.H.D. Leupen.
Prof. Dr.P. Leupen is wetenschappelijk medewerker van het Instituut voor Middeleeuwse Geschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen en auteur van "Het Bronnenboek van Nijmegen". Hij hanteert steeds als belangrijkste opvatting tegen het werk van Delahaye, dat deze niet wetenschappelijk te werk zou gaan. Leupen gaat er blijkbaar vanuit dat hij dat zelf wel doet. Het Bronnenboek van Nijmegen mag als voorbeeld van zijn niveau van wetenschap dienen. Dat Bronnenboek is, getuige het voorwoord
  • niet eens samengesteld door Leupen zelf, maar door zijn studenten. Heeft professor Leupen dan alle bronnen wel zelf gezien? Hoe wetenschappelijk ben je als je het zeer moeilijke werk van bronnenonderzoek en het lezen van aloude middeleeuwse handschriften door je studenten laat doen? Studenten die nog heel wat moeten lersn, zoasl blijkt uit Het Bronnenboek.
  • binnen 2 jaar herschreven en van een aantal nieuwe teksten voorzien. Hoe volledig is dan dat eerste onderzoek geweest?
  • Verder bevat het Bronnenboek vele en zelfs onwaarschijnlijke fouten.
  • Bovendien bevat het een vijftal blunders. Wie dergelijke blunders maakt, en daarna met nooit vertoonde smoesjes probeert recht te praten, kan toch niet zeggen dat hij wetenschappelijk bezig is?
Ook andere publicaties van Leupen getuigen eerder van een gebrek aan deskundigheid, dan dat hij wetenschappelijk te werk zou gaan. In een volledig bij elkaar gefantaseerd artikel plantte hij de goederen Auchi en Bechi van de residentie Noviomagus neer te Ewijk of Ooy en Beek. Auchi heeft hij inmiddel laten vallen, toen de juiste plaats te voorschijn kwam. Bechi blijft als overgeblevene een beetje in de lucht hangen bij gebrek aan parallelle teksten en bij een volledig gebrek aan andere goederen. Zou Karel de Grote in de omgeving van Nijmegen maar één landerij hebben gehad? Terwijl er bij andere residenties vele tientallen lagen! Waar moest Karel de Grote en zijn gevolg dan van eten? Moesten ze het zelf meebrengen vanuit Frankrijk? Dat gelooft Leupen toch zelf ook niet?
Leupen publiceerde in het Engels een boek over "Philip of Leyden" (Den Haag, 1981). Dat boek kreeg van Walter Ullman een werkelijk afbrekende recensie. Ullman oordeelt als volgt: "Over de hele linie staat het vakmanschap van de auteur op zeer laag niveau en zweemt het naar amateurisme". "Het boek is onvolledig en onbevredigend en laat dozijnen van werken onvermeld, bibliografische details zijn volslagen ontoereikend en er worden teksten geciteerd zonder de geringste aanduiding van hun vindplaats".
Het lijkt het Bronnenboek wel, waarover dezelfde opmerkingen gemaakt werden door Albert Delahaye.

" Floris IV, graaf van Holland, werd in 1234 tijdens een tournooi te Noviomagus gedood. Leupen maakt er Nijmegen van. " Ofschoon alle historici en alle Nederlandse encyclopedieën het feit te Noyon plaatsen", aldus Delahaye. Het raadplegen van de eerste de beste encyclopedie, die ons in handen kwam, bewees het gelijk van Delahaye: Noyon.
Kan Leupen zich bij zulke blunders nog een deskundige blijven noemen? De man kent de eigen geschiedenis van Nederland niet eens en dan wil hij oordelen over de geschiedenis van Frankrijk?

Wie als universitaire paus in 1978 in Nijmegen een bisschop benoemd, kan voorlopig maar beter zwijgen als het over historische geografie of kerkgeschiedenis gaat. Wie praat er nog over "wetenschappelijk niveau"? Kijk verder bij "Het Bronnenboek van Nijmegen".


De visie van Leupen.
In Numaga van 1982 p. 69 publiceerde Leupen samen met Bogaers 1) een artikel met de veelzeggende titel "Nijmegen en de dooddoeners van Delahaye". In het artikel gaan Leupen en Bogaers vooral in op het toen verschenen boek "De Bisschop van Nijmegen".
"In februari 1982 verscheen het boek "De Bisschop van Nijmegen" van de hand van A. Delahaye. Sinds oktober 1955 tracht deze met tal van woorden en in menig geschrift zijn opvattingen over de Romeinse en vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Nederland en Noord-Frankrijk aan de mens te brengen 2) , tot nu toe naar het schijnt 3) zonder veel succes. Zijn tegenstanders plegen bij D. geen voet aan de grond te krijgen 4); hij loopt om hen heen 5), nu en dan heel lelijke woorden schreeuwend 6), verzwijgt hun argumenten 7) of weigert er serieus op in te gaan 8) en meent nu al 9) meer dan 25 jaar dat beweringen identiek zijn met bewijzen 10). In Numaga hebben de hoogleraren R.R. Post en B.H. Stolte 11) reeds vele jaren geleden waardevolle bijdragen 12) geleverd ter afdoende bestrijding 13) van D.'s denkbeelden. Een en ander heeft bij D. geen merkbaar resultaat 14) opgeleverd. In "De Bisschop van Nijmegen", D.'s achtste boek, gaat de schrijver onvermoeibaar te keer tegen anderen 15), die het evenmin met hem eens zijn. De lectuur van dit werk - een zeer afmattende bezigheid 16), vooral wanneer de lezer, ondanks zeer veel, oprecht zijn best wil doen om in alle opzichten kritisch te blijven 17) - heeft enige verrassingen 18) opgeleverd die het wellicht de moeite waard maken om in Numaga nogmaals op de zaak D. 19) terug te komen. Op grond daarvan lijkt het 20) thans namelijk mogelijk, D.'s opvattingen met behulp van D. zelf te weerleggen 21)."

Noten:
1) Bogaers was één van de mede samenstellers van Het Bronnenboek en heeft het leeuwendeel geleverd van de zogenaamde Romeinse bronnen van Nijmegen. Er stonden dus meer reputaties op het spel dan alleen die van Leupen. Waar is trouwens de reactie van co-auteur Thissen van "Het Bronnenboek"?
2) Zo kwalificeren Leupen en Bogaers dus een wetenschappelijke discussie. Daarom ook ontbreken de boeken van Albert Delahaye ook in de bibliotheek van de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam.
3) Blijkbaar spreken Leupen en Bogaers nooit andere historici die de opvattingen van Delahaye onderschrijven. Zie de vele Citaten OVERIGENS OOK VAN HENZELF. Of willen Leupen en Bogaers "het gat van Nijmegen" blijven ontkennen, ook al is datzelfde gat in het Bronnenboek te vinden? Of willen Bogaers en Leupen nog steeds de verwarring tussen Nijmegen en Noyon ontkennen? En noemen zij de kapel op het Valkhof nog steeds de "heidense kapel" of weten ze inmiddels dat deze uit de ELFDE eeuw stamt? En weten zij ondertussen dat de oudste stadskern van Nijmegen aan de Waal lag? En hebben zij in Nijmegen al iets teruggevonden van het Karolingische paleis van Karel de Grote? De archeologen nog steeds niet, ook al beweerde Van Es ooit van wel! (De man had zich vergist, net als in Wijk bij Duurstede!)
4) Sommige "tegenstanders" is Delahaye echt wel dankbaar geweest, daar zij hem op "zwakke" punten in zijn betoog hebben gewezen, die hij nadien versterkt heeft met nieuwe argumenten, waardoor verder verweer uitbleef.
5) In het debat in 1980 is Delahaye verre van "om zijn tegenstanders" heengelopen, in artikelen evenmin. Delahaye is altijd met open vizier elk debat aangegaan. Dat de uitkomst de tegenstanders niet altijd beviel, was voorspelbaar.
6) Welke lelijke woorden bedoeld worden blijft onbekend. Vermoedelijk slaat het op het feit dat de schrijver van het Bronnenboek beschuldigd worden van opzettelijk en wetenschappelijk bedrog, tekstvervalsingen, volslagen onkunde en een aanfluiting voor de geografische geschiedenis van Nederland. Het schreeuwen zal wellicht slaan op de felheid waarmee Albert Delahaye soms schriftelijk betoogt. Dat Bogaers Delahaye "een ernstig ziektegeval" noemt en zijn argumentatie "klinkklare kletspraat" valt hier blijkbaar niet onder.
7) Delahaye heeft altijd de argumenten van de z.g. tegenstanders besproken en weerlegt.
8) Het onderhavige boek "De Bisschop van Nijmegen" mag als voorbeeld dienen en weerlegt dus deze stelling van Leupen.
9) Het is met historische geografie geen kwestie van MENEN, maar van WETEN. Het menen is al te lang de basis geweest van alle Nederlandse interpretaties en tradities. Zo komt de Nederlandse traditie ook aan 11 (ELF) verschillende plaatsen waar Castra Herculis gelegen heeft, elk "bewezen" met doorslaggevende argumenten.
10) Ook Delahaye plaats naast die beweringen ook steevast onweerlegbare bewijzen, die hij overigens vaak uit de archeologie krijgt aangereikt. Ten aanzien van een aantal punten spreekt hij ook zelf wel eens twijfel uit. Nooit heeft Delahaye beweert de wijsheid in pacht te hebben, al wordt dat door tegenstanders nog wel eens valselijk beweerd.
11) Vreemd blijft het dan dat de artikelen van Post en Stolte nooit in enige literatuurverwijzing staan, ook niet in het Bronneboek.
12) Zo waardevol zijn die artikelen blijkbaar niet geweest, je hoort er immers nooit meer iets over nadat Post "alle plaatsen van de wereld in de bullen van de paus genoemd in de buurt van Rome wilde leggen" en Stolte Aken in Nederland wilde situeren, immers in Duitsland heet die plaats Aachen.
13) Is een afdoende bestrijding als Delahaye de opvattingen van de raditionele wetenschap zou onderschrijven, liever naschrijven en er geen enkele discussie meer zou zijn? Als de wetenschap de opvattingen van Delahaye zou onderschrijven, was er evenmin een discussie. Maar hoe moet het dan met alle historici, waaronder Leupen zelf, die de traditionele geschiedenis ook niet volgen en beetje bij beetje herzien? Of is Leupen nog steeds van mening dat Nijmegen door Julius Caesar is gesticht en dat de St.Nicolaaskapel Karolingisch is?
14) Het is Leupen dus wel opgevallen dat Delahaye wel degelijk zijn studie voortzet. Hij noemt "De Bisschop van Nijmegen" immers Delahaye's 8e boek. Ik ben wel benieuwd welke telling Leupen hier hanteert. Of kan hij zoals in de geschiedenis van Nijmegen blijkt, waar men enkele keren verkeerde eeuwfeesten gevierd heeft, werkelijk niet tellen? Volgens mij heeft hij een brochure (dus geen boek) over St.Willibrord en het boekje "Memoires van een Archivaris" ook meegeteld. Het laatste boekje verscheen bij de pensionering van Albert Delahaye en maakte allerminst deel uit van de studies over het eerste millenium. Als Leupen op deze manier zijn bronnen hanteert, zegt dit genoeg.
15) Ook de nieuwe generatie historici blijkt nog "besmet" te zijn met de aloude verhaaltjes van Bataven in de Betuwe tot St.Willibrord in Utrecht. Het zal nog wel enkele generaties duren voordat de geschiedenisfaculteiten in Nederland smetvrij zijn. Maar geen nood, omdat we het over geschiedenis hebben, zal de tijd in het voordeel van Delahaye werken. Niemand heeft het toch meer over enkele van Holwerda's opvattingen over de Klokbekercultuur op de Veluwe of het Oppidum Batavorum in Nijmegen? Ook daarvan was ooit iedereen overtuigd. Ook hier gold "komt tijd, komt raad".
16) Vandaar dat Leupen in zijn Bronnenboek weinig vertalingen en geen verklaringen geeft. Hoef je dat ook allemaal niet te lezen. Zo krijgt Leupen dus ruim 2000 jaar geschiedenis van Nijmegen (beweert hij) in nauwelijks 190 teksten op ongeveer 40 bladzijden gepropt. Het tellen van de ruim 2100 fouten op die 40 bladzijden is zeker geen afmattende bezigheid.
17) Misschien was eens een tip aan Leupen om eens kritisch naar zijn eigen publicaties te kijken en de kritiek van Delahaye niet af te doen met een "smoesje", want een ander woord voor zijn verweer is er niet. Een tekstvervalsing "moet kunnen", een cruciaal gedeelte van een tekst "weglaten" ook, teksten die eerder ten gunste van Nijmegen gebruikt werden weglaten (dat kan de gemiddelde lezer toch niet controleren), uit een hele serie teksten die een samenhangend verhaal vormen, er twee naar Nijmegen trekken, het getuigt allemaal van kritisch blijven. Kritisch blijven wil niet zeggen alleen de teksten weergeven die in je straatje te pas komen en de rest weglaten. Kritisch zijn, wil zeggen alle teksten geven en met argumenten aangeven waarom wat jij beweert juist is. Dat is wetenschap en zo deed Delahaye dat. In "De Ware Kijk Op" geeft Delahaye ruim 756 teksten die over Noviomagus gaan en die NIET in Het Bronnenboek te vinden zijn.
18) In de voortgang van zijn studie stuitte Albert Delahaye regelmatig op nieuwe teksten en publicaties die In Nederland tot heden onbekend waren. In Frankrijk blijkt nog een kapitaal aan oude akten en oorkonden te bestaan, waarvan er enkele falikant tegen de Nederlandse traditie ingaan. Het is natuurlijk erg verrassend als blijkt dat Noyon tot ver in de Middeleeuwen een DUITSE stad is geweest en dat de fixatie op de moderne grenzen een verkeerd uitgangspunt is geweest bij alle studies.
19) Het gaat blijkbaar niet om een wetenschappelijke discussie met respect voor elkaars meningen. Men sprak van de zaak D., alsof het om iets ging dat het daglicht niet kon verdragen. Feitelijk gaat het ook helemaal niet om Delahaye, maar om het feit of Romeins en Karolingisch Nijmegen ooit Noviomagus heeft geheten! Bij een totale afwezigheid van Karolingisch Nijmegen, is de helft van de mythe al weerlegt. En omdat Romeins Noviomagus DEZELFDE plaats was als Karolingisch Noviomagus, volgt de andere helft.
20)Hier laat Leupen weer zien dat hij het nog steeds niet begrijpt. Het lijkt hem misschien mogelijk dat hij de opvattingen van Delahaye nu kan weerleggen. We zijn benieuwd.
21) Dat weerleggen met Delahayes eigen opvattingen gebeurt aan de hand van de Peutingerkaart, het Itinerarium Antonini en de gegevens van Ptolemeus, over de routes van de Peutingerkaart, met name die van Noviomagus naar Colonia (Keulen volgens de traditie). Wellicht ziet Leupen hier die verrassingen, want Delahaye heeft hierover een andere opvatting. De kritiek die Leupen en Bogaers geven snijden hout. Van het eerdere betoog van Delahaye klopt een aantal zaken niet. Dat wist ook Delahaye zelf al een tijdje, wat hij ooit aldus verwoorde: "Ik weet dat Colonia niet Keulen was, maar ik moet het eerst nog bewijzen voordat ik er mee voor de dag kan komen". In zijn laatste boek over de Peutingerkaart dat postuum werd uitgegeven, is dit gedeelte dan ook volledig herschreven. Het valt namelijk niet mee om als eenling eventjes 1000 jaar geschiedenis te herzien en alle bronnen tegelijk te raadplegen. Zoals Delahaye wel eerder aangaf "Ik kan niet alles tegelijk!!!"

Afdoende bewijzen vinden Leupen en Bogaers in de herhaling van alle traditionele zienswijzen. Tegenover de mening van Delahaye staat immers "de algemeen aanvaarde traditie". Volgens Leupen is dit een even afdoend als wetenschappelijk bewijs, die algemeen aanvaarde traditie. Door maar steeds te blijven herha;en dat Nijmegen in het eerste millennium Noviomagus heette, gaat Leupen en anderen het vanzelf geloven. Maar geloof is geen wetenschap. In Nijmegen heeft men geen enkel bewijs, dat het gelijk van haar geschiedenis aantoont, ook al ligt Museum Het Valkhof vol met Romeins. Er zijn in Nijmegen zeker Romeinen geweest, maar daarmee houdt het op. Dat Nijmegen ooit het Romeinse of Karolingische Noviomagus was is nooit wetenschappelijk vastgesteld.

Gallilei Gallileo kreeg ook geen steun van de toenmalige wetenschap. En toch bleek de aarde om de zon te draaien, ook al was iedereen van mening dat het anders was.

Met deze LINK verwijzen we naar enkele "wetenschappelijke uitspraken" van Leupen.