Het ontstaan van de traditionele geschiedenis van de Nederlanden.
| Traditie sinds | Om welke "traditie" gaat het.....? | Conclusies. |
| 12e eeuw | St.Willibrord wordt niet als bisschop van Utrecht genoemd in het Cartularium van Egmond uit de 12e eeuw. De traditie van St.Willibrord in Utrecht is dus pas na de 12e eeuw ontstaan. | Dat is ruim 5 eeuwen na dato. |
| 1198/1204 | De oudste bron van de indeling van het diocees Utrecht, is een lijst van vispenningen (denarii piscium), een soort visserijbelasting. Het bevestigt op een niet te weerleggen wijze dat Utrecht in een gebied van vissers lag, zoals het treffend wordt omschreven door de kroniek van Kamerijk. | Dat is ruim 5 eeuwen na St.Willibrord. |
| 1295 | Eerste vermelding van St.Willibrord in Nederland (Melis Stoke) | Dat is ruim 6 eeuwen na de zogenaamde aankomst van Willibrord in Nederland. |
| 1480 | Willem van Berchen noemt Nijmegen voor het eerst het Noviomagus van Karel de Grote. | Dat is ruim 7 eeuwen na dato. |
| 1517 | Cornelius Aurelius (1460-1531) schrijft in 1517 in zijn Divisiekroniek voor het eerst over de Bataven in de Betuwe. | Dat is ruim 17 eeuwen na dato. |
| 1559 | Vóór 1559 is van enige officiële verering van Sint Willibrordus, Sint Bonifatius en andere geloofsverkondigers in Noord-Nederland geen spoor te bekennen. Van devotie tot Willibrord, Servatius, Bonifatius, Lebuinus, Plechelmus, Odulphus, Jeroen of andere Nederlandse heiligen vernemen wij in de gehele middeleeuwen niets. (Bron: L.J.Rogier, II p.763) | Dat betekent ruim 8 blanco eeuwen. |
| 1628 | Isacius Pontanus en anderen identificeren Arenacum, Vada en Grinnibus als Arnhem, Wageningen en Rhenen, de plaatsen waar de opstand van de Bataven plaats vond. | Geen van deze 3 identificaties wordt in Nederland nu nog als juist gezien. |
| 1645 | Johannes Smetius noemt Nijmegen voor het eerst het Oppidum Batavorum. | Dat is ruim 16 eeuwen na dato. |
| 19e eeuw. | Pas in het begin van de 19e eeuw werd de naam Nederland geïntroduceerd. De naam komt dan ook nergens voor in antieke bronnen. In 1839 werden de zuidelijke Nederlanden afgescheiden en ontstond België.Nederland bestaat dus nog geen 200 jaar. Het begrip Groot Nederland is een fiktie. Veel belangrijke bestanddelen in de historie van Nederland zijn afkomstig uit Belgisch en Frans Vlaanderen en onder invloed van de "Hollanders" voor Nederland geclaimd. | De historische ontwikkeling van Nederland is van zuid naar noord gegaan, precies andersom dan men in "Holland" graag hanteert. |
| 1940 | St.Willibrord wordt uitgeroepen tot kerkpatroon van Nederland. Bij het herstel van de Kerkelijke Hiërarchie in Nederland (1853) werd St.Willibrord niet tot patroon van de Nederlandse kerkprovincie uitgeroepen. Er was in Nederland tevoren noch daarna geen reden dat wel te doen aangezien een sterke St.Willibrord devotie ontbrak. Dat is o.m. af te leiden door het zeer beperkt aantal kerken, scholen en verenigingen e.d. die naar deze heilige zijn vernoemd. Dit patronaat werd ook pas uitgeroepen nadat Dr.P.Boeren in 1939 publiceerde dat "St.Willibrord eerder de apostel van Brabant, dan van Holland en Friesland genoemd moest worden". Dit op grond van het ontbreken van bezittingen van St.Willibrord in Holland en Friesland en de vele die hij in Brabant wel gehad zou hebben. Hoewel Dr.Boeren de goede richting op wees, ging hij niet ver genoeg. | Dit patronaat komt ruim 12 eeuwen na dato, niet vanuit de bevolking, maar vanuit de clerus. |
| 1942 | In Utrecht wordt een standbeeld van St.Willibrord opgericht mede naar aanleiding van het gebeuren in 1940. | Dat is ruim 12 eeuwen na dato. |
| 1955 | Eerste publicaties van Albert Delahaye waarbij hij goede gronden aanvoert de Karolingische geschiedenis van Nijmegen te betwijfelen. | Hierna ontstond een storm van "verontwaardigde" kritiek op Delahaye. Hoe kon iemand deze absolute zekerheid van Nijmegen in twijfel trekken? Naderhand bleek dat deze 'zekerheid' nog nooit echt onderzocht was. |
| 1959 | Dr.J.E. Bogaers verklaart voor het eerst de letters A MAC als A Municipio Aelio Canninefatium. Hij heeft deze plaats zonder verdere bewijsvoering gelijkgesteld met het van de Peutingerkaart bekende Forum Hadriani. De conclusies die Bogaers trekt werd door Van Buchem "een treffende gedachte" genoemd. Ook de naam Municipium Ulpia Noviomagus is een bedenksel van prof.dr. J.E. Bogaers, uitgesproken in zijn inaugurale rede in 1959. Tevoren heeft niemand Nijmegen ooit zo genoemd. Dat er meteen aan getwijfeld werd, mag blijken uit de woorden van dr. Van Buchem, die schrijft: "Wij hopen, dat dr. Bogaers spoedig gelegenheid zal vinden om zijn nieuwe denkbeelden omtrent deze voor de oude geschiedenis van Nijmegen toch waarlijk niet onbelangrijke kwesties duidelijker en uitvoeriger uiteen te zetten." | Beide bedenksels zijn ruim 1900 jaar na dato voor het eerst gelanceerd, deze gedachte werd zonder verdere bewijsvoering al snel een zekerheid, omdat geen enkele historicus er "iets tegenin" kon (of durfde te) brengen. En zo is het in het verleden vaker gegaan met de z.g. historische 'zekerheden' in Nederland en vooral in Nijmegen. |
| 1962 | In Nijmegen wordt een standbeeld van Karel de Grote opgericht mede naar aanleiding van de eerste kritische publicaties van Albert Delahaye over het Karolingische gehalte van Nijmegen. | Dat is 12 eeuwen na dato. |
| 1978. | Voor het eerst verschijnt "Het Bronnenboek van Nijmegen", waarin alle bronnen genoemd worden, waarop de Romeinse en Karolingische traditie van Nijmegen is gebaseerd. Het Bronnenboek kan slechts 190 bronnen vinden en slaat er bijna 800 over die het dus aan Noyon laat. | Dat is wel erg laat voor een stad die claimt een geschiedenis van 2000 jaar te hebben. Het Bronnenboek werd een eclatante bevestiging van het gelijk van Albert Delahaye. |