Citaten die het gelijk van Albert Delahaye bevestigen.
1. Over de Romeinen in Nederland.
Aldus de eerste alinea uit een artikel in het eerste nummer van NUMAGA, het 'eigen' tijdschrift van Nijmegen, met de naam van Noyon, waarmee het probleem van de in Nijmegen altijd ontkende verwarring haarfijn wordt geëtaleerd. Julius Caesar is nooit in Nederland geweest en dan moet alles, maar dan ook werkelijk alles, dat voorheen van deze foutieve veronderstelling is afgeleid, uit de Nederlandse historie geschrapt worden. Dan was de Rhenus dus niet de Nederlandse Rijn, dan was de Betuwe niet het eiland der Bataven, dan vond de slag tegen de Ucipeten en Tencteren niet in Nederland plaats en woonden de volkeren als Cimbri, Cherusci en Suebi die Caesar uit eigen waarneming en treffen heeft beschreven ook niet in Nederland of zelfs ver in Duitsland. Julius Caesar is met zijn veroveringen nooit hoger geweest dan de huidige taalgrens. Dit leidt slechts tot één conclusie: de geschiedenis die Caesar beschrijft in zijn "De Bello Gallico" heeft zich ten zuiden van die taalgrens afgespeeld. Als men deze ene conclusie eenmaal accepteert, komt de geschiedenis in west-Europa vanzelf op de juiste plaats terecht.|
De inscripties leveren het onwedersprekelijke bewijs, dat er op en in den omtrek van het Domplein te Utrecht eene nederzetting lag, die den naam colonia Albiobola Batavorum voerde. Albiobola is blijkbaar een belangrijk militair centrum geweest. (Bron: C.W.Vollgraff) Opgravingen op het Domplein in 1929 toonden onweerlegbaar aan dat Romeins Utrecht "Colonia Albiobola Batavorum" heette. Daaruit volgen enkele onweerlegbare conclusies: allereerst was er in Romeins Nederland dus wel een Colonia, n.l. Utrecht, iets dat Van Es verzwijgt (zie citaat hierboven). Op de tweede plaats volgt hieruit dat Romeins Utrecht dus niet Trajectum heette, dat heeft dus ergens anders gelegen. De opgravingsgegevens van Vollgraff zijn altijd "onder tafel gehouden" en verzwegen voor het gewone publiek, want het legt een bom onder de hele traditionele visie van Romeins en Middeleeuws Nederland. Bovendien weerlegt het de woonplaats van de Bataven in de Betuwe. Welk volk sticht immers een Colonia in eigen land? Op de derde plaats wordt met de opgraving van Vollgraff aangetoond dat Utrecht uit de 10e eeuw direct volgde op Romeins Utrecht. De Utechtse Dom is rechtstreeks op Romeinse fundamenten gebouwd. Net als Elst en Nijmegen vertoont de archeologie en dus de geschiedenis van Utrecht hetzelfde gat van ZEVEN eeuwen. |

|
Wat zegt het Bronnenboek van Nijmegen? De eerstgenoemde en oudste tekst in het Bronnenboek van Nijmegen dateert uit 50 na Chr. Hoewel deze tekst (over de Civitates Batavorum) allerminst op Nijmegen betrekking heeft, erkent het Bronnenboek hiermee wel dat alles wat daarvoor ligt, niet bij Nijmegen hoort! Het Bronnenboek vermeldt Julius Caesar en zijn beschrijving van het Eiland van de Bataven niet! De tekst van Willem van Berchen zoekt men tevergeefs in het Bronnenboek van Nijmegen, ofwel men erkent hiervan de valsheid en dat het hier niet over Nijmegen of de Betuwe gaat. Het Bronnenboek laat de Romeinse periode in Nijmegen dus beginnen in 50 n.Chr. en eindigen in de 3e eeuw. Dit is helemaal juist! De eerstvolgende tekst in het Bronnenboek is uit 770. Derhalve vertoont het Bronnenboek van Nijmegen zowiezo al een gat van 5 eeuwen. Dat gat zal allengs groter worden nu aangetoond is (zie de boeken van Albert Delahaye en hierna hoofdstuk 6) dat Karolingisch Nijmegen nooit bestaan heeft! |