Het Bronnenboek van Nijmegen.
Het Bronnenboek van Nijmegen is een overweldigende bevestiging van het gelijk van Albert Delahaye en toont onmiskenbaar aan dat de traditionele Romeinse en Karolingische geschiedenis van Nijmegen vals is. Wij zijn dr.P.Leupen erg erkentelijk nu eindelijk de "bewijzen" op tafel zijn gekomen, waarop de geschiedenis van Nijmegen is gebaseerd.
Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.
|
Voorbeeld van een tekst uit 850 die (begrijpelijk) niet in het Bronnenboek staat. "Wat zal er geworden van Beauvais? Wat van Noviomagus en de andere voornaamste steden van Gallië? Moeten zij allen ten prooi vallen aan de aanvallen van de Noormannen?" Bron: Chronicon S. Maxentii, Histoire de France, XI, p. 216 (Tekst 247 in De Ware Kijk Op). |
Het "Bronnenboek van Nijmegen" van dr.P.Leupen is gepresenteerd als hèt standaardwerk van de bronnen, waarop de Romeinse en Karolingische geschiedenis van Nijmegen gebaseerd is. Het werd samengesteld door de meest deskundige historici van de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam. De historici van de Universiteit van Utrecht (o.a. Hugenholtz, de grootste verdediger van Karolingisch Nijmegen!) distantieerden zich reeds van dit boek. Ook de afwezigheid van prof.dr.W.A. van Es is opmerkelijk, want als Noviomagus gaat, dan volgt Dorestad even vanzelfsprekend als onvermijdelijk. De verdeeldheid in historisch Nederland is tekenend en veelzeggend. Van de in het eerste Bronnenboek genoemde deskundigen trokken drie historici (Blok, Dickmann en Lemmens) zich terug. Zij bleken het niet eens met de inhoud van het Bronnenboek en worden in het tweede Bronnenboek niet meer genoemd.
| Als voorbeeld van het indiceren mogen de teksten over de invallen van de Noormannen in de jaren 880 en 881 dienen. Uit de hele serie teksten, poogt het Bronnenboek er 2 naar Nijmegen te trekken. De overige teksten zoekt men tevergeefs in het Bronnenboek, ofwel die zijn bij de auteurs niet bekend (zijn zij dan wel de deskundige die ze claimen te zijn?) ofwel zij erkennen dat deze niet over Nijmegen gaan, maar geven dit nergens toe (dan wordt dus de wetenschap en de lezer bedrogen)! |
De verdienste van het Bronnenboek.|
Wat zegt de eerste tekst in het Bronnenboek van Nijmegen? De eerstgenoemde en oudste tekst in het Bronnenboek van Nijmegen dateert uit 50 na Chr. Hoewel deze tekst (over de Civitates Batavorum) allerminst op Nijmegen betrekking heeft, erkent het Bronnenboek hiermee wel, dat alles wat daarvoor ligt, niet bij Nijmegen hoort! Het Bronnenboek vermeldt Julius Caesar en zijn beschrijving van het Eiland van de Bataven niet! De tekst van Willem van Berchen zoekt men tevergeefs in het Bronnenboek van Nijmegen, ofwel men erkent hiervan de valsheid en men erkent dat het hier niet over Nijmegen of de Betuwe gaat. Het Bronnenboek van Nijmegen, uitgegeven door de eigen Universiteit, laat de Romeinse periode in Nijmegen dus beginnen in 50 n.Chr. en eindigen in 227 na Chr. Dit is helemaal juist! De eerstvolgende tekst in het Bronnenboek is uit 770. Derhalve vertoont het Bronnenboek van Nijmegen tussen de 3e en 8e eeuw een gat van 5 eeuwen, waarmee bewezen is dat de continuïteit van Nijmegen nooit bestaan heeft! Dat gat zal allengs groter worden, nu aangetoond is (zie de boeken van Albert Delahaye en hoofdstuk 6 over het gelijk van Albert Delahaye!) dat Karolingisch Nijmegen nooit bestaan heeft! |
De (grootste) flaters zijn:
Het Bronnenboek, en daarmee de Universiteiten van Nijmegen en Amsterdam, hebben nog steeds problemen met welk Noviomagus nu eigenlijk bedoeld wordt. In het Bronnenboek worden beurtelings de volgende plaatsen aangevoerd:
|