| Terug naar de lijst |
|
"De streek waar naderhand de Bataven woonden, heeft in Caesars tijd aan de Menapii behoord. Waarschijnlijk was de Betuwe toen nog vrijwel onbewoond. Zeker is dat de Menapii land in bezit hadden aan de rechterover van de Renus". (Byvanck, o.c.p.202) Zeker is ook dat de Menapii in de omgeving woonden van Cassel (Castellum Menapiorum) dat immers hun hoofdstad was. De Bataven woonden in hetzelfde gebied, want zij worden door klassieke schrijvers (Tacitus, Plinius) afstammelingen van de Chatti (Katsberg) en de gelijken van de Mattiaci (Watten) genoemd. In Nijmegen is nooit iets gevonden van het zogenaamde Oppidum Batavorum, nog in Leiden van Lugdunum Batavorum, de twee hoofdsteden van de Bataven. Van Es (o.c. p.30) plaats de hoofdstad Lugdunum van de Bataven in het land van de Cananefaten. Hiermee wordt onweerlegbaar aangetoond dat de Nederlandse interpretaties fout zijn. Welk volk bouwt immers zijn eigen hoofdstad in het buitenland? ![]() Drusus heeft door het gebied van de Bataven een kanaal laten aanleggen, waardoor een veiliger vaarweg ontstond van de Renus en een dam laten bouwen om een betere verdeling te maken van het water dat door de Renus wordt aangevoerd. (Byvanck, o.c. p.203). Deze constatering van Byvanck weerspreekt de traditionele visie in Nederland onmiskenbaar. |
Het volk der Bataven had hun thuisland in de op de Peutingerkaart afgebeelde Patavia. De traditionele historici identificeren die Patavia met de Nederlandse Betuwe, ook al wordt van de ruim 500 plaatsen genoemd in de Patavia (Batua) er geen enkele teruggevonden in de Nederlandse Betuwe. Zie voor de Nederlandse traditionele identificatie: Van Es en de Peutingerkaart.Waar de Bataven gewoond hebben en waar ze gebleven zijn, is een archeologisch raadsel. Er is in Nederland nooit iets van teruggevonden.
Reeds ver vóór onze jaartelling tot ver in de 4e eeuw dienden vele cohorten Bataven in de Romeinse legers. Hun grafschriften zijn over het hele Romeinse Rijk teruggevonden. In het jaar 28, toen de Romeinen nog niet eens in Nederland waren geweest, worden liefst acht cohorten Bataven genoemd (Byvanck, o.c. p.204). Dat zij zich vrijwillig vanuit de Betuwe zouden hebben aangesloten bij de Romeinse legers is een van grootste absurditeiten van de traditionele geschiedenis over Romeins Nederland geweest. Waar deze Bataven gewoond hebben is een volgende nog steeds onbeantwoorde vraag. Een volk dat acht en meer cohorten militairen kon leveren, zou in een smalle strook in het midden van ons land gewoond hebben, zonder een spoor van bewoning te hebben achtergelaten. Van bewoning door een omvangrijk volk in de Betuwe en zelfs ver daarbuiten, is archeologisch nooit iets gebleken. Ook in later tijd waren de Bataven sterk vertegenwoordigd in de Romeinse legers. Een zeer bijzondere plaats hadden de Bataven in de persoonlijke lijfwacht van de keizers uit de eerste eeuw. Toen de Romeinen na 250 na Chr. Nederland allang verlaten hadden, waren er nog steeds Bataafse legeronderdelen. Waar de Bataven uiteindelijk gebleven zijn, is de volgende onopgeloste vraag in archeologisch en historisch Nederland. ca. 1100. De kroniek van Watten over de Bataven. "Ik denk dat de oude Bataven (Béthune) zich vermengd hebben (of verward zijn) met de bewoners van Watten, want wij bezetten nu hun plaats, wij hebben herbouwd wat verwoest was, en wij dragen zelfs hun naam, al is die in een paar lettertjes veranderd, maar wij bezitten hem volgens erfrecht... Dat Guatinas of Guatinum (Watten) eens een oude stad van de Menapii (Cassel) was, is in het geheel niet onbekend aan hen die iets van de geschiedenis van deze streek en haar omgeving weten. Zij worden door de kenners van de historie ook Bataven (Béthune) genoemd, al weet ik niet hoe dit gekomen is. Immers, Orosius spreekt al over hen, wanneer hij in zijn annalen deze streken en de plaats van de diverse eilanden beschrijft.(Hier citeert de schrijver de tekst van Orosius in zijn geheel, zie De Ware Kijk op tekst 85, en vervolgt dan:) Vandaar, dat wij weten dat Rutupi Portus (Richborough) zich bevindt in het zuiden van het genoemde eiland (Engeland), en de Menapii (Cassel) en de Batavi (Béthune) ten noorden van de Morini (Terwaan) wonen langs dezelfde zee, en zij die op beide kusten verblijven het zicht hebben op de tegenovergestelde kust, bestaat er geen twijfel dat de vroegere inwoners van Watten door de schrijvers Bataven zijn genoemd. Zij worden door de schrijvers beschreven als een volk, dat zich door een zekere wildheid van de andere volken onderscheidt, doch dat moeten wij beschouwen als voortgekomen te zijn uit hun verzet tegen de Romeinen." Bron: Chronica Monasterii Guatinensis, MGS, Xry, p. 163; HdF, XI, p. 104. De herinnering aan de Bataven was ca. 1100 nog levendig in het noorden van Frankrijk, al moet de schrijver teruggrijpen op een bron uit de 5e eeuw. Het behoeft nauwelijks gezegd te worden, dat een soortgelijke getuigenis van een Bataven-traditie in Nederland niet bestaat. waar zij pas in de 16e eeuw is opgekomen. De Nederlandse traditie. Byvanck (o.c.p.203) verklaart de bijzonder positie van de Bataven voor een groot deel door de ligging van hun land op een zeer kwetsbare plaats aan de grens van het Rijk. Het beheerste de moeilijk toegankelijke Rijndelta en de monden van de rivieren, waarlangs het verkeer van de Rijn naar het Kanaal en naar Britannië ging. Dit gebied had grote betekenis voor de ravitaillering van de legers en de vestingen aan den Rijn, maar ook voor de aanvallende krijgstochten, eerst naar Germanië en daarna naar Britannië, nog later voor de verbinding tussen Germaanse en Britannische legers. Dit hele verhaal plaats bij juiste lezing de Bataven aan het Kanaal, waar de oversteek naar Britannië lag. Daar lag de monding van de Renus waar ten noorden Germania begon. Zie de volgende argumenten:
|
De opstand van de Bataven.