De oorkonde van Karel de Grote uit 777
Er bestaat een afschrift van een oorkonde uitgegeven te Niumaga (Actum Niumaga palacio publico) , waarin Karel de Grote in het jaar 777 schenkingen deed aan de kerk van St.-Willibrord; de heilige zelf was toen al overleden. De passage, waar het op aankomt, luidt in vertaling:
".......aan de basiliek van St.-Martinus, die gebouwd is in Vetus Trajectum, waar de priester Albricus rector (of bestuurder) is, de villa Lisiduna, gelegen in de gouw Flehite, op de rivier de Hem, en de bossen, genaamd Hengestschote, Fornhese, Makoroth, Widoch, gelegen aan beide zijden van de Hem. Ook de kerk, gebouwd onder Dorestad, die Ubkirica heet, en ook de oever van de Lockia en het eiland in het oosten tussen de Renus en de Lockia..."
|
De twee namen Vetus Trajectum en Dorestad plaatste men in Nederland, namelijk te Utrecht en te Wijk bij Duurstede. Lisiduna zou Leusden, wel erg ver van de Lek, moeten zijn. Met geen enkele bron is aangetoond dat Leusden ooit zo geheten heeft, of dat Leusden wel bestond in die tijd. De andere namen hebben in Nederland nooit bestaan, behalve in de fantasie van sommige historici, die de akte opvatten als een schenking aan de kerk van Utrecht, ofschoon zij er nooit in geslaagd zijn de andere plaatsen aan te wijzen. Waar lag in Nederland de rivier de Hem? Waar de genoemde bossen? Waar lag Ubkirica? Waar het eiland tussen Renus en Lockia? |
![]() |
Met deze akte hebben de Nederlandse historici een dubbele vervalsing gepleegd, ten eerste door eruit te lezen dat Dorestadum aan de Lockia lag, wat de akte helemaal niet zegt, ten tweede door te beweren dat Wijk bij Duurstede aan de Lockia lag, om zo het bewijs te leveren dat het oude Dorestadum aan de Lek gelegen was, de naam van de rivier bij Wijk bij Duurstede. Inderdaad, men kan van verbazing achterover slaan bij deze merkwaardige doublures, maar dan moet de kritische zin we heel scherp gezet worden. Lek kan niet van Lockia zijn afgeleid. Het is bijna overbodig eraan toe te voegen dat het woord Lockia in geen enkele Nederlandse bron voorkomt.
Nu door middel van de namen van de landstreek en de rivieren de juiste streek teruggevonden is, leveren de plaatsnamen niet veel moeilijkheden meer op. Lisiduna moet worden opgevat als Licques, op ongeveer tien kilometer van Tournehem gelegen. De plaats is als Liscae of Liske bekend in oude teksten. Zij bevindt zich op een hoge, afgeplatte heuvel en is omgeven door diepe dalen, die in de tijd van de akte gedeeltelijk met water waren gevuld. Op korte afstand bevond zich het Almere, waarin de Hem uitmondde. Deze zeebaai was tussen de 3e en de 8e eeuw opnieuw tot vrij grote hoogte door het water ingenomen, waaruit volgt dat het niveau van de rivieren eveneens hoger was dan nu. De naam Lisiduna (duna is een Keltisch woord dat "versterkte hoogte" betekent) was derhalve geheel toepasselijk. De plaats verloor het achtervoegsel toen het omringende land droog viel.
De vier bossen.
De vier bossen, aan de kerk van St.-Willibrord gegeven, worden aangeduid met plaatsnamen.
De vier plaatsen bevinden zich inderdaad aan de beide zijden van de Hem, precies zoals in de akte staat. Wissocq ligt aan de Lockia. De rivier vormt ter plaatse zoveel eilanden, dat het niet mogelijk is het in de akte bedoelde aan te wijzen; in elk geval wordt ook aan dit detail ult de akte door de situatie ter plaatse voldaan. ,,Tussen de Renus en de Lockia" levert geen moeilijkheden op, daar de Hem in oude teksten soms Rhim, Rhem en zelfs Rhin wordt genoemd. Daar het echter niet zo voor de hand ligt dat in een tekst twee namen voor eenzelfde zaak gebruikt worden, kan ook aangenomen worden dat "Renus" een latele interpolatie is, toegevoegd toen in Nederland het afschrift van de akte werd gemaakt. Overigens is het verbazingwekkend dat de Nederlandse kopiïst die vreemde namen zo puur heeft overgebracht.
In de latere geschiedenis van Tournehem is een gegeven bekend, dat de akte van 777 op een merkwaardige manier bevestigt. De stad heeft van oudsher vier bossen in gemeenschappelijk bezit van de burgers gehad. Het waren:
1. het bos van Tournehem;
2. enige kompleksen, waaronder het bos van Licques;
3. dat van Eperlecques en Ruminghen;
4. dat van Zutkerque.
Het is niet zeker, dat dit de bossen uit de akte van 777 waren, al moet men erop bedacht zijn dat bijvoorbeeld het bos van Licques zich op een andere plaats bevond dan het dorp van deze naam, zoals ook het bos van Tournehem zich op enige afstand van de stad bevindt. Ook in de benamingen van de bossen kunnen zich veranderingen hebben voorgedaan. Een keur van Tournehem uit de 15e eeuw spreekt van de vier bossen en van het aandeel dat de burgers erin hadden. Het was hun verboden hun deel te verkopen op straffe van een boete en verlies van hun hout voor dat jaar. De vier bossen zijn in 1827 bij het domein van de staat gevoegd.