In november 2001 presenteerde het Trimbos-instituut, het rapport ‘Een keten van lege zondagen’.
Opdrachtgevers voor dit onderzoek waren het ministerie van Volksgezondheid
Welzijn en Sport en GGZ Nederland.
Het rapport ‘Een keten van lege zondagen’, beschrijft de resultaten van een onderzoek, naar de kwaliteit van zorg die wordt geboden aan de langdurig zorgafhankelijken, in 23 afdelingen van een zestal psychiatrische ziekenhuizen.
Ten behoeve van het onderzoek werd een door hulpverleners algemeen aanvaardbare standaard ontwikkeld waaraan kwalitatief goede zorg aan dient te voldoen.
Daarbij ging het om heel concrete dingen als: krentenbollen, moeten die bij de voeding zitten of hoeft dat niet; moet de instelling zorgen voor het meubilair in privé-ruimten of moeten patiënten dat voor een deel zelf betalen en hoeveel dan? Maar ook het gewenste aantal minuten ‘persoonlijk zorgaanbod’ werd in kaart gebracht. Zoals een praatje maken: zo’n vijftien minuten per dag.
Daarna is in betreffende psychiatrische ziekenhuizen onderzocht welke zorg er nu in de praktijk gegeven wordt. De resultaten zijn vergeleken met de standaarden.
Het resultaat was dat geen van de zes psychiatrische
ziekenhuizen de standaard haalde.
- Het contact met de hulpverleners bleek
niet aan de standaard te beantwoorden: Volgens de standaard zou dit 80 minuten
per dag moeten zijn. In de praktijk bleek echter gemiddeld 35 minuten geleverd
te worden.
- Voor dagactiviteiten schrijft de
standaard per week vijf tot tien
uur voor. In werkelijkheid is dat gemiddeld 50 minuten per week
- De
huisvesting en maaltijdvoorziening voldeed
voor 60 procent.
- De
lichamelijke gezondheidszorg bleek aan de norm te voldoen.
- maar de gezamenlijke voorzieningen kunnen beter.
- Zak en kleedgeld was onder de standaard
De beeldspraak is “Een keten van Lege zondagen” is ontleend aan het beeld van de patiënt voor wie elke dag vergelijkbaar is met een zondag waarop je tot niet veel meer komt dan op bed liggen, eten, koffie drinken, roken en misschien een korte wandeling of kijken naar TV.
Minister
Borst constateerde in haar brief aan de tweede kamer eind november 2001,
hierover:
“Signalen over achterblijvende zorg voor
chronische patiënten in algemeen
psychiatrische
ziekenhuizen (apz-en) zijn niet nieuw. Zo waren er met
name in 1997
publicaties en brieven waarin gesproken werd over «zorg-
verschraling».”
De 20 miljoen gulden
die sinds extra aan de budgetten van psychiatrische ziekenhuizen werden
toegevoegd hebben hier kennelijk niets aan kunnen veranderen.
De oorzaken blijken
complex. Er is sprake van een
kluwen van oorzaken.
De belangrijkste
daarvan zijn volgens de onderzoekers problemen van
financiële en
personele aard: beperkte financiële middelen voor instelling
en patiënt, alsmede een kwalitatief en kwantitatief personeelstekort. Er
wordt veel met
invalkrachten gewerkt.
De minister erkent
dat deze situatie dringend om verbetering vraagt en adviseert dat de betreffende afdelingen voor
langdurig zorgafhankelijke patiënten in samenspraak met
“patiënten- en
verwantenorganisaties”, de ontwikkelde «standaard voor passende
zorg» hanteren als kwaliteitsmaatstaf
om gewenste verbeteringen tot stand te brengen. Zij
verwijst hierbij naar het komende certificeringtraject.
De minister komt tot de volgende aanbevelingen:
Aanbevelingen van cliënten:
Aanbevelingen hulpverleners:
Cor Bras, bestuurslid van de Landelijke Patiënten Raad, in
oktober 2002 daarover:
- Cliëntenraden hebben het
rapport aangekaart bij de overheid en leidinggevenden van
psychiatrische ziekenhuizen.
Een aantal van
hen antwoordden dat ze geen geld hebben, en verwezen naar de politiek.
-
Een e-mailrondje langs Tweede Kamerleden en het ministerie leerde dat
menig nieuw kamerlid het rapport niet kent, het nog moet lezen of zich nog een
oordeel vormen.
- De tien miljoen die het ministerie eerst beloofde, komt er toch weer niet.
Aanbevelingen
van cliënten:
- De politiek moet voor meer geld zorgen, het zak- en kleedgeld moet omhoog.
- Verpleegkundigen zouden minder moeten vergaderen.
Aanbevelingen hulpverleners:
- Regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot het bijhouden van dossiers moet duidelijk en leiden tot een minimale maar wel efficiënte investering.
-
Zorgen dat verpleegkundigen op kantoor en op de afdeling toegankelijk en aanspreekbaar zijn.
-
Contacten niet
beperken tot vaste momenten, persoonlijk begeleider of behandelaar maar ook
laten ontstaan in de dagelijkse wandeling of gang van zaken.
-
Het openstaan
van verpleegkundigen voor de sfeer en processen op de groep of afdeling en het
kunnen geven van sturing.
-
Niet zozeer
verwachtingen stellen aan patiënten en gedrag maar overleggen met hen.
Naar aanleiding van het genoemde rapport werd in in het voorjaar 2002 in in een willekeurig klinisch psychiatrisch centrum een klein onderzoek gedaan waarbij de “aanvaardbare standaard als uitgangspunt werd genomen.
Uit het onderzoekje kwam dat de materiële voorzieningen(behalve voedingsbudget), dagactiviteiten en recreatie qua aanbod voldoen aan de gehanteerde standaard. Het persoonlijk zorgaanbod voldeed niet aan de standaard. De financiële situatie van patiënten werd niet vergeleken met de standaard
Voor wat betreft het persoonlijk zorgaanbod geldt bijvoorbeeld dat een aantal patiënten onvoldoende gestimuleerd werd, deel te nemen aan dagactiviteiten.
Het resultaat van het onderzoek is geweest dat besloten
is tot de volgende maatregelen:
- Gebleken is dat het mogelijk is voedingsbudgetten tussen afdelingen te verschuiven
- Afdeling recreatie heeft besloten i.o.v.m. patiënten en afdelingen meer maatwerk te gaan leveren. Het geld hiervoor wordt gebruikt door een aantal vanzelfsprekende items tegen het licht te houden.
- Behandelafdeling O meldt actiever -en i.o.v.m. patiënten en activiteiten/recreatie therapie aan voor dagactiviteiten en recreatie
-
Binnen activiteiten/recreatie
therapie wordt gestreefd de activiteiten voor
patiënten toegankelijker te maken door:
- Streven naar betaling van bepaalde
werkvormen
- Inspraak in de werkvorm/middelen
- Coördinator werkbegeleiding die patiënten al er voorbereiding op afdeling gaat begeleiden en stimuleren.:
- Medewerkers zullen in de
rehabilitatiemethode geschoold worden zodat de bejegening: van patiënten meer
op maat gesneden kan zijn
- Er wordt gestreefd de informatievoorziening: voor patiënten, behandelaren en verpleging toegankelijker te maken. Via overleg folders en er wordt gedacht aan een website
Discussie:
Het rapport “Een keten van lege zondagen” legt de vinger voor een deel op de zere plek. De zorg en aandacht voor langdurig zorgafhankelijke psychiatrische patiënten is naar mening van hulpverleners en patiënten verschraald. Het rapport verwijst naar oorzaken maar geeft geen inzicht hierin. Het rapport geeft daarentegen d.m.v. de “aanvaardbare standaard” een soort nastreefbaar doel waar de zorg wel aan zou moeten voldoen.
Tegelijkertijd schuilt hierin het gevaar van de makkelijke oplossing. Als voorbeeld noem ik de wens van de patiënt. Een aantal patiënten op de afdeling waar ik werk laat blijken niet gediend te zijn van enige bemoeienis en hebben minder mogelijkheden aan een bijvoorbeeld, dagbesteding deel te nemen. Het blind nastreven van de norm zou in hun geval de nodige stress oproepen en dientengevolge verergering van hun psychiatrische problematiek. De afgelopen jaren is het inzicht gegroeid dat een beperking van verwachtingen die aan patiënten gesteld worden, goed is voor hun gemoedsrust, gedragsproblematiek sterk reduceert en een zekere modus vivendi biedt. De niet ingewijde buitenstaander zou mogelijk aan verwaarlozing kunnen denken en weer een soort juk gaan opleggen zodat de patiënt er weer is voor de norm en niet de norm voor de patiënt. Laten we niet vergeten dat de zogenaamde ”aanvaardbare standaard” uit de koker van de hulpverleners komt.
Referenties: