|
|
De molen is gebouwd in 1703 en is daarmee de oudste achtkante molen van de provincie Overijssel. De molen staat op de hoek van de Molenbelt en de Enkweg, bij het begin van de Langstraat, de winkelstraat van Wijhe. Het molentype is een achtkante stelling korenmolen en dit betekent dat de romp een achtkantige vorm heeft. De molen heeft altijd de functie gehad van korenmolen: het vermalen van graan voor boeren en bakkers. Ook nu nog is de molen geheel ingericht voor deze functie: er is één koppel 16der natuurstenen aanwezig. |
De molen is voorzien van een stelling, omloop of balie voor het bedienen van de molen, zoals het kruien, d.i. het met het kruirad op de wind zetten van de wieken, en het voorleggen van de zeilen. De stelling bevindt zich zes meter boven het maaiveld.
De romp is een houten, gepotdekselde (overnaads beschoten planken) achtkant op een stenen onderbouw. De kap is met riet bedekt.
De vlucht van de molen, de afstand tussen de uiteinden van één molenroede (of: de afstand tussen de uiteinden van twee wieken) bedraagt 24,30 meter. Een molen heeft twee roeden en vier wieken. Een wiek is aan één kant voorzien van een hekwerk en bij deze molen is dat Oud-Hollands, met windborden aan de andere zijde. Op dit hekwerk worden de zeilen voorgelegd.
In de molen bevinden zich diverse wielen, nl.
het bovenwiel met 67 kammen,
de schijfloop of rondsel met 31 staven,
het gaffelwiel, voor al het luiwerk,
het spoorwiel met 89 kammen en
de steenrondsel met 32 staven.
Ook is er een sleepluiwerk aanwezig.
Een molen draait alleen goed als de wieken recht op de wind staan. Omdat de wind niet altijd uit dezelfde richting komt, moeten de wieken en daarmee de kap van de molen, die voorzien is van een rollenkruiwerk met ijzeren rollen, kunnen worden verplaatst. Dit op de wind zetten heet kruien en dit gebeurt d.m.v. het kruirad, een houten rad met spaken onder aan de staartbalk.
|
|
De foto hiernaast is genomen op de stelling. Vrijwillige molenaar Jan Arink is bezig
met het voorhangen van de zeilen.
Oud molenaar Jan Kelderman (overleden in 2006) kijkt nauwlettend toe. Afhankelijk van de windsterkte kunnen de zeilen vol, voor drie kwart, half, of voor een kwart op het hekwerk voorgelegd worden. Als de wind heel sterk is, draait de molen zonder zeilen en alleen op de wind- en stormborden, die zich aan de andere zijde van de roeden bevinden. Bij voldoende wind, en dat is al gauw het geval, wordt er gemalen, veelal voertarwe en mais. Maar ook wanneer er geen graan is draait de molen en dan draait hij, zoals men dat noemt: "voor de Prins" of "voor de Juffer". |
Een bijzonderheid in deze molen is de extreem korte bovenas, nl. 4,24 meter, waardoor
er in de kap het een en ander moest worden bijgesteld.
Ook bevinden zich op de koppen van de achtkantstijlen en verwerkt in het boventafelement
blokkelen, die aan de buitenkant met hun rood beschilderde koppen duidelijk zijn te zien.
Op de meeste zaterdagochtenden is de molen bemand en te bezichtigen.
De askop en baard van de Wijhese molen.
Ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van de Wijhese molen gaf de 'HistorischeVereniging Wijhe', in samenwerking met de 'Stichting de Wijhese Molen' een themauitgave van haar verenigingsblad "Rondom de toren" uit, dat geheel gewijd is aan de "Molens te Wijhe 1703-2003". Het op A5 verschenen blad omvat 32 pagina's en is voorzien van vele foto's.
De tweede nog werkende molen in de gemeente Wijhe staat aan de andere kant van de IJssel in het buurtschap Marle.
Onderstaande informatie is voor een groot deel verzameld door Erik Tijman. Zie voor een volledige publicatie zijn artikel "Korenmolen De Vlijt te Marle", in het blad "Molinologie" nr. 8, 1997, (een TIMS Nederland-Vlaanderen uitgave).
Bij het station van Wijhe bevindt zich de romp van de molen"de jonge Gerrit".
Deze molen werd in 1851 gebouwd en in 1932 onttakeld. De molen werd omgebouwd tot maalderij met houten silo's, elevatoren en een koekenbreker op de begane grond. Er kwamen een elektromotor van 15 pk voor het aandrijven van de maalsteen, welke een zolder lager kwam te liggen dan de oorspronkelijke stenen, en grote houten stortkaren.Na 1975 werd de molen verkocht aan een particulier die hem verbouwde tot
woning. Alle resterende molenzaken zijn toen verdwenen. De kap, die gerepareerd moest worden,
werd van de romp getakeld en met wat kunstgrepen waterdicht gemaakt. Het geheel is toen
van nieuw riet voorzien.
De Jonge Gerrit is een fraaie, slanke, achtkante stellingmolen.
De stenen voet telt drie bouwlagen. In de voet is een eerste steen met de naam van de molen.
Deze steen is inmiddels schuilgegaan achter een aangebouwd woongedeelte.
De baard van De Jonge Gerrit.
Deze pagina is onderdeel van
de molenhomepage van B. D. Poppen.

- Copyright © 1999/2008