Verdwenen molens
in de gemeente Eemsmond
In het hoofddorp Uithuizen hebben naast de als enige nog aanwezige molen "De Liefde" aan de Mennonietenkerkstraat (ook wel aangeduid als hoek Schoolstraat, of hoek Molenwierdstraat), nog een aantal molens gestaan, evenals in de buurtschappen 't Lage van de Weg en Valom. Deze molens zijn:
Burema's molen

De foto is genomen omstreeks 1885-1890 en toont "Burema's molen" aan het Boterdiep. Rechts is de houtzaagmolen van Reitzema te zien.
Reeds in het begin van de 18e eeuw werd er ten zuiden van het dorp Uithuizen, aan de westzijde van het Boterdiep, een pelmolen gebouwd.
(De tegenwoordige locatie is Havenweg 28/30.)
In een brandverzekeringscontract d.d. 23-2-1743 wordt Tjaart Jans genoemd als pelmolenaar.
In de boedel inventarisatie van 30 januari 1798 wordt een uitgebreide opsomming gegeven van alles wat zich in het huis bevindt,
alsmede van hetgeen zich in de molen bevindt.
In het begin van de 19e eeuw was Jacob Heerkens eigenaar en in 1828 verkocht hij de molen aan Jacob Reinders Elema.
J. Vinhuizen maakt er in zijn Stads- en dorpskroniek van Groningen (1800-1900) melding van:
“14-12-1828. Verkoop van den Pelmolen en behuizing en p.m. 7 bunders land, staande en gelegen aan den trekvaart te Uithuizen en
toebehoorende aan Jacob Heerkens aldaar.”
De zoon Reinder Jacobs Elema zette het bedrijf tot zijn overlijden in 1876 voort.
Hij verkrijgt in 1848 toestemming om de pelmolen tevens in te richten 'tot het malen van onbelaste granen'.
Zijn dochter Hilje Elema huwde Roelf Burema (soms wordt de naam Buurma gebruikt) en gezamenlijk namen zij het bedrijf van de
weduwe Elema over. Buurma bezat echter ook een groot stuk land en in 1904 verkocht hij de molen voor afbraak en daarna staat hij
geregistreerd als landbouwer.
De molen is te Voorst (Gld.) aan de Enkweg 44 als "De Zwaan" weer opgebouwd en draait daar nog steeds.
In de volksmond is de molen bekend gebleven onder de naam: Burema's molen.
De houtzaag- en oliemolen

In 1819 lieten de gebroeders Derk Hendriks en Cornelis Derk Hendriks Nanninga aan de oostzijde van het Boterdiep een houtzaag- en oliemolen bouwen.
Derk H. Nanninga was tevens burgemeester van Uithuizen.
In de achtkante molen met stelling, met een vlucht van 75 voet, werd het zaaggedeelte ingericht met 3 sleden en de oliemolen met 6 stampers, 2 heien, 2 bakken samen 150 aam.
Via het Boterdiep konden de boomstammen door een zijtak tot bij de molen gebracht worden.
De eigenaren lieten aan de noordzijde van het grote molenerf een huis voor zichzelf bouwen en op het terrein enige woningen
voor de werknemers, tevens verrezen er bedrijfsschuren. Tezamen een groots en monumentaal complex.
In 1860 verkrijgt de zoon Bernard Nanninga het bedrijf, doch zes jaar later overlijdt hij en wordt de weduwe eigenaar.
Zij verkoopt in 1886 de molen aan Kornelis Jacobs Reitzema.
In 1897 verkrijgt Reitzema vergunning voor het laten bouwen van een stoommachine bij de molen.

Op 16 april 1904 wordt de molen door blikseminslag getroffen en brandt geheel af. Een herbouw vindt niet plaats en op het terrein verrijzen andere bedrijven. De gespaard gebleven woningen worden in 1976 afgebroken en de molengracht wordt in 1977 gedempt. Op het grote 'kaalgeslagen' terrein verrijzen in de daarop volgende decennia enige grote winkelcomplexen. Slechts de naam 'Molenerf' is het enige wat nog herinnert aan de tijden van weleer.
De "Aurora"

De "Aurora", op de hoek van de Borgstraat en de Molenweg. Tegenwoordig heet de Molenweg Talmaweg.
In 1849 verkreeg Tjaard Egge Oosterhuis vergunning voor het laten bouwen van een nieuwe molen aan het begin van de Molenweg (thans Talmaweg).
Het werd een grote achtkant met houten onderbouw, de vlucht bedroeg 80 voet (23,37 m).
In 1912 werd de molen verkocht aan Tjaart Rijzenga, die de molen van zelfzwichting liet voorzien.
In 1926 verkocht hij de molen aan Klaas Hekema.
Omstreeks 1934 moesten reparaties aan de molen worden uitgevoerd, doch de kosten, die werden begroot op ƒ 2800,- à ƒ 3000,-,
werden te hoog bevonden en dus werd er overgestapt op machinale maalderij.
De kap werd verwijderd en in later jaren werd het bovenachtkant tot stellinghoogte afgebroken.
|
|
De foto toont de molen zonder kap en een reeds gedeeltelijk onttakelde stelling.
De foto is afkomstig uit het blad
Het Noorden in Woord en Beeld
dat tussen 1925 en 1938 één maal per week verscheen. |
In 1946 volgde verkoop aan Jelle Koops. Deze liet de molen geleidelijk afbreken en bekleedde het onderachtkant tot de stelling geheel met golfplaten.
In 1974 werd ook het onderstuk afgebroken.
Het naast de molen gebouwde molenaarshuis is nog steeds aanwezig.
Tevens zijn de beide gevelstenen met de de namen van de stichters en de molen bewaard gebleven.
De molen te 't Lage van de Weg
In 1859 verkreeg M. D. Mulder, afkomstig van Heveskes, vergunning voor het laten bouwen van een molen aan de zuidzijde van de weg in het buurtschap 't Lage van van de Weg (tegenwoordig Bovenhuizen 23). In de nieuwe molen werd naast maal- en pelwerk, tevens een grutterij ingericht. In 1868 werd S. Riepma eigenaar van de molen. Lang heeft hij niet met de molen gedraaid, want reeds in 1875 verscheen een advertentie in de Provinciale Groninger Courant waarin de molen te koop werd aangeboden. De molen werd vervolgens afgebroken en in 1876 komt hij al niet meer op de kadastrale kaarten voor.
In 2005 verrichtte ik onderzoek naar deze molen en schreef er vervolgens een artikel over, dat werd afgedrukt in het blad van de Historische Kring Noordelijk Hunsingo, nr. 32, maart 2006, pag. 3 t/m 12 en in 'De Nieuwe Zelfzwichter', jrg. 10, no. 1, maart 2006, pag. 3 t/m 7, met 3 illustraties.
"De Zwaluw"

"De Zwaluw" omstreeks 1910.
Na de aanleg in 1827 van de Noorderdijk, ontstond in de polder ten noorden van Uithuizen de buurtschap Valom.
Hier vestigde zich bakker H. Boddé, die in 1882 een verzoek indiende "om eene bakkerij en stoom pel en koornmolen te mogen oprichten".
Het verzoek werd niet ingewilligd, maar vier jaar later probeert hij het opnieuw.
Dit verzoek werd wel toegestaan, doch alleen voor "een wind-koornmolen".
De molen kreeg de naam "De Zwaluw".
In 1900 werd het bedrijf verkocht aan Derk van der Laan, die het in 1907 weer verkocht aan Klaas Sikkema.
Sikkema liet de achtkante bovenkruier met stelling voorzien van (op één roede, de binnenroede) het in Groningen veel voorkomende zelfzwichtingsysteem.
In 1942 verkocht Sikkema het bedrijf aan Jacob Start.
Op 7 mei 1949 vroeg Start een sloopvergunning aan, waarna de molen in fasen werd afgebroken en in 1950 geheel verdween.
De poldermolen "De Zeemeeuw"

"De Zeemeeuw" omstreeks 1930.
Door de bedijking van het kwelderland ten westen van de Eemspolder ontstond De Lauwerpolder, welke bijna 300 ha besloeg.
De inpoldering kwam gereed in 1892 en in hetzelfde jaar werd aan de zeedijk, Oude Dijk 26, een windvijzelmolen gebouwd,
5 km ten noorden van de kerk van Uithuizen.
De bouwers waren twee bekende molenmakers, t.w. Jacobus Noordewier van Kantens en Christiaan Bremer te Middelstum.
De molen, een achtkante bovenkruier, werd uitgerust met de door molenmaker Bremer aan het eind van de 19e eeuw
geïntroduceerde zelfzwichting en zelfkruiing.
Het laatste gebeurde met twee windrozen achter op de kap, waarmee de molen automatisch op de wind werd gekruid.
In februari 1934 ging 1 roede verloren, waarna er werd besloten om tot elektrische bemaling over te gaan.
De molen werd dan ook in 1935 onttakeld, waardoor alleen nog de stenen onderbouw en het met riet gedekte achtkant overbleef.
In 1985 werd het restant van de molen, op last van het waterschap Hunsingo, verwijderd.
In 2000 is het restant van de molen "De Zeemeeuw" naar Anna Paulowna gebracht.
Hier was op 30 april 1945, als gevolg van hevige Duitse beschietingen de Molen van Jan Dekker aan de Molenvaart verbrand.
In 2002 werd aan de Kneeskade 1C een nieuwe molen gebouwd.
Deze molen is op een houten onderbouw met aangebouwde schuren geplaatst en heeft, op het bovenwiel na, geen binnenwerk en
dus ook geen molenfunctie. De molen met de naam "Leonide" wordt als woning gebruikt.
In het buurdorp Uithuizermeeden werden ook enige molens gebouwd, waarvan de bekendste is
De "Simson"

De "Simson" omstreeks 1900.
Op enkele oude kaarten staan reeds in de 17e en 18e eeuw een molen getekend bij het dorp Uithuizermeeden.
Omstreeks 1819 werd een oude standerdmolen van H. B. Stuivinga wegens ouderdom gesloopt en vervangen door een achtkante bovenkruier.
De molen kreeg de naam "Simson" en werd ingericht als pelmolen.
In 1830 verkochten de erfgenamen van Stuivinga “een voor weinige jaren nieuw gebouwde welbeklante pelmolen” aan B. F. Wiersum.
Op 14 juni 1844 kreeg hij vergunning om de molen mede in te richten voor het malen van graan.
In 1865 werd J. W. Maarhuis eigenaar. Zijn erven verkochten in 1917 de molen aan D. Schuur.
Vier jaar later werd graanhandelaar J. Moorlach eigenaar van de molen voor ƒ 10.850,-.
De molenaar K. Veenstra bemaalde de molen tot 1937 voor het bedrijf Moorlach.
De molen kreeg een ijzeren as, en op één roede zelfzwichting, later werd dit uitgebreid tot beide roeden.
In 1937 werd de molen gesloopt en kwam er een moderne meelfabriek voor in de plaats, welke nog steeds bestaat.
"De Hoop"
In het buurtschap Hefswal 2.5 km ten noorden van de kerk van Uithuizermeeden, werd in 1881 een achtkante stellingmolen gebouwd. Eigenaar van deze koren- en pelmolen was J. H. van der Molen.
|
De korenmolen
|
In het dorp Roodeschool stond eveneens een molen.
"De Haas"
Aan de Hooilandseweg 50 werd een koren- en pelmolen gebouwd, waarvan de eigenaar was P. Rubertus.
|
De korenmolen
|
In 1932 bracht de fa. Bremer in licentie een Dekkerwiek met zelfzwichting aan, de andere roe was Oudhollands opgehekt.
Op 7 mei 1949 werd een sloopvergunning afgegeven, waarna de molen werd afgebroken.
In het gebouw achter de voormalige molen is nog een maalstoel aanwezig.
Ook in het buurtschap Oudeschip, ten noorden van Roodeschool, heeft een molen gestaan. Deze achtkante stelling molen werd in 1866 gebouwd en was een koren- en pelmolen.

De molen te Oudeschip omstreeks 1930 met het muldersechtpaar.
Op 18 oktober 1941 brak, tijdens het malen, de houten askop van de molen waardoor de roeden omlaag kwamen. De kosten voor herstel waren echter te hoog en in oktober 1943 werd de molen afgebroken. De laatste molenaar was J. Bakker.
In het buurtschap Oosteinde, aan de Radsweg 12, heeft eveneens een molen gestaan, die bekend is gebleven als
"de korenmolen van Weert".
De molen, een achtkante bovenkruier, is vermoedelijk gebouwd in de 19e eeuw.
In 1896 kocht D. de Weert de molen en in 1916 ging de molen over in handen van A. de Weert.
De molen is in WO II stilgezet en afgebroken.
De gebouwen vóór de molen werden ingericht als zalen en twee jaar lang werd deze ruimte (na de kerkscheiding) door de synodaal gereformeerde kerkgemeenschap als kerk gebruikt.
In 1949 kocht D. Ekamper het complex.
Op deze plek staat nu het hotel café restaurant Ekamper, waarin alleen het restaurant “De Molensteen” nog aan de tijden van weleer herinnert.
In het dorp Usquert hebben ooit twee molens gestaan, waarvan alleen de "Eva" nog resteert.
De "Apollo"

De molen "Apollo" omstreeks 1900.
In 1852 liet H. J. Boerma aan zuidzijde van de haven, aan het einde van het Usquerdermaar, een achtkante bovenkruier met stelling bouwen.
Deze koren- en pelmolen had op één roede zelfzwichting en een vlucht van 23 meter.
Latere eigenaren waren E. Boerma en M. Grashuis.
De molen werd op 18 januari 1904 verkocht. Hij werd afgebroken en in 1906 weer opgebouwd in Noord-Sleen als grondzeiler.
En daar staat hij nog als de korenmolen "Albertdina".
Ook in het buurtschap Wadwerd, ten westen van Usquert, heeft een molen gestaan.
Deze werd in 1728 gebouwd en op de kadastrale minuutplan van 1828 staat de molen nog duidelijk ingetekend.
Deze zeskante bovenkruier was een pelmolen.
In 1829 kocht L. Welt de molen, waarna hij hem liet afbreken en in Stroobos weer opbouwen.
In het dorp Warffum hebben ooit drie molens gestaan.
Van de molen Bijo resteert nog een stenen onderstuk. Zie voor een beschrijving van deze stellingmolen die in 1957 afbrandde, de betreffende pagina.
De "Cronjé"
Op de plek waar later de molen Cronjé verrees stond reeds in 1630 een standerdmolen.
De molen Cronjé (genoemd naar een Zuid-Afrikaanse generaal uit de Boerenoorlog) werd gebouwd bij de haven
en was daardoor per schip bereikbaar.
Oorspronkelijk was het een pelmolen, doch na 1855 werd hij tevens ingericht als roggemolen.
|
|
|
In de nacht van 21 op 22 augustus 1912 brandde de molen af en werd daarna geheel afgebroken. Alleen het oude molenaarshuis resteert nu nog. De naam leeft voort in de Cronjéstraat.
De "Eureka"
De derde molen te Warffum was de Eureka, een roggemolen, gebouwd in 1840 voor P. D. Boijkema en staande
even ten noordwesten van de Lasthoestil aan de Westervalge.
In 1876 kocht R. Offeringa de molen en legde het accent op de productie van gort.
In het voorjaar van 1927 werd het gevlucht en de kap van de molen verwijderd, waarna er op motorkracht werd overgestapt.
In 1963 verkocht Offeringa de molen en in 1966 volgde nogmaals een verkoop, waarna het molenrestant eind 1968 werd afgebroken.
De naam Eureka bleef voortbestaan, doordat de met name van de gortproductie bekende fabrikant E. Offeringa, afkomstig uit Warffum,
zijn in Wetsinge staande pelmolen, na de restauratie in 1952, van deze naam voorzag.
|
|
|
In november 2002 is bij graafwerkzaamheden aan de Westervalge te Warffum, op de locatie van de oude molen Eureka, een molensteen in de grond gevonden. Het is een 17der blauwe of ’Duitse’ steen (Ø 150 cm), met 168 kerven, waarvan 22 kerven van het kropgat tot aan de buitenzijde. De 17 cm dikke steen is voorzien van drie zwelgaten, die later met cement zijn dichtgesmeerd. Zie de foto. De steen zal ongetwijfeld van de roggemolen Euréka zijn geweest en is nu in de molen "De Liefde" te Uithuizen te zien.
In het dorp Kantens staat nog altijd de molen "Grote Geert".
Een paar honderd meter westelijker stond eveneens een korenmolen. Op de kadastrale minuutplan van 1828 zijn op deze plek de stiepen van een standerdmolen getekend. De sarrieshut die ervoor stond is nog steeds aanwezig, doch rigoureus verbouwd en daardoor onherkenbaar geworden.
De poldermolen van de Kooipolder
Aan het Koksmaar, ca. 1 km ten noordwesten van Kantens, werd in 1877 ter bemaling van de polder Kooi (267 ha) een molen gebouwd.
|
De molen had een vlucht van 20,5 meter, uitgevoerd met zelfzwichting.
Foto: W.O. Bakker
|
In het dorp Zandeweer staat de molen "Windlust".
Ooit stond een paar honderd meter zuidelijker aan de weg naar Eppenhuizen een
Pelmolen met olieslagerij
Ter vervanging van een voorganger liet H. M. ter Borg in 1818 een zeskante met riet gedekte stellingmolen bouwen,
met een stenen onderachtkant en een vlucht van 75 voet.
Deze molen werd ingericht als olie- en pelmolen, met twee pelstenen en een olieslagerij met twee oliekelders.
De zeskante molen bleef tot 1832 eigendom van Ter Borg.
In dat jaar volgde overdracht aan het echtpaar Kolverschoten en MacDonald.
Sinds 1843 was P. K. Westerhuis eigenaar en in 1862 nam R. H. Heemstra de molen over.
In 1893 was C. Ausema te Uithuizermeeden eigenaar, die de molen op 26 januari 1899 verkocht aan J. H. Nanninga en C. van Veen te Niebert.
De molen werd vervolgens afgebroken en te Niebert (gemeente Marum) als stellingkorenmolen herbouwd door molenbouwer U. Holman te Stroobos.
Hier is de molen nog steeds aanwezig.
De molen was volgens B. van der Veen Czn. in zijn laatste jaren met zelfzwichting uitgerust.
De sarrieshut, op de foto rechts van de molen, waarin in de noordgevel de steen met het wapen van de provincie Groningen is gemetseld, bleef behouden en staat aan de Molenhorn nr. 27, de weg naar Eppenhuizen.
In het buurtschap Eppenhuizen ten zuiden van Zandeweer stond eveneens een molen.
De "Hoop op Behoud"
Deze pel- en korenmolen werd in 1858 door molenmaker Heinrich Bremer van Middelstum in opdracht van R. D. Mulder gebouwd.
Het was een achtkante bovenkruier met stelling, met op 1 roede met zelfzwichting en een vlucht van 70 voet (20,45 m).
Op een geteerd houten onderstuk stond een middenstuk van geasfalteerd hout en een eveneens geasfalteerde kap.
Mulder werd in 1877 opgevolgd door D. Stuivinga en later door H. Stuivinga.
In 1939 werd de molen verkocht aan A. Bos te Zandeweer. In 1953 viel door door een storm de zwichtstelling van de molen.
Op 15 juni 1955 werd een sloopvergunning afgegeven, waarna de molen door de molenmakers Wiertsema en Roemeling van Eexta is afgebroken.
Deze pagina is onderdeel van
de molenhomepage van B. D. Poppen.

- Copyright © 2000/2009