‘Sarries hutten’ or ‘Mill tax inspector’s houses’ -
English version
|
De sarrieshut bij de molen te Uithuizen is één van de ruim honderd die er in de loop der eeuwen bij de korenmolens in de
provincie Groningen zijn gebouwd. |
Het woord chercher is afgeleid van het oud-franse woord sarchier, hetgeen belasten betekent. Het huidige woord chercher betekent zoeken, opzoeken; (af-, op)halen; het woord chercheur betekent (onder)zoeker, vorser. In Groningen werd de naam verbasterd tot ‘sarries’ en de cherchershut tot ‘sarrieshut’.
Fraude en ontduiking van de belasting op het gemaal kwamen veel voor en daarom moesten de molenaars en hun knechten een eed afleggen,
waarbij zij beloofden niets te doen of nergens aan mee te werken, wat tot fraude zou kunnen leiden.
Op overtreding stond naast een hoge boete, tevens geseling aan de molenroede en verbanning.
Toen deze straffen niet voldoende bleken te zijn besloten de Staten van Stad en Lande en de Ommelander Staten in 1628 tot het
aanstellen van een “chercher” bij iedere molen en voor hen werden dan ook de cherchershutten bij de korenmolens gebouwd.
Behalve in de provincie Groningen werden deze chercherswoningen, vanaf 1638, ook in de provincie Friesland gebouwd. Daar werden ze ook wel
'kijkershuizen' genoemd. In de rest van het land komen ze niet voor.
In 1630, twee jaar na de officiële beslissing om cherchers aan te stellen en voor hen de chercherswoningen naast de korenmolens te bouwen, publiceerden de Staten van Groningen een bestek met de beschrijving van hoe de sarrieshutten moesten worden gebouwd.

De aanhef van het bestek uit 1630, bron: Groninger Archieven.
De inhoud van het op een iets kleiner dan A3 formaat afgedrukt plakkaat omvat een uitgebreide beschrijving van de maten en de te gebruiken materialen, zoals houtsoorten, stenen, spijkers, het hang- en sluitwerk en het ijzerwerk. De tekst van de aanhef luidt als volgt:
BESTECK
Volghens twelcke die E. M. Heeren Staten van Stadt Groeningen ende Omlanden door haer E. Gecommitteerden op den 14. Junij ancomende nae de Middach tot twee uyren binnen Groeningen op ’t Provincie-Huys ghedencken te besteden / Cherchers Huysen by alle de Meulens in Stadt ende Lande / by alsulcke Porcelen ende ghetal als d’ Annemers sal vlyen / ende die Heeren besteders goet sullen vinden.
De chercher moest voortdurend oplettend zijn en al de aan- en afvoer controleren. Veel werd er echter niet mee verdiend, want de vrouw van de sarries moest er bij
uit werken om het schamel inkomen aan te vullen.
De sarries waren allerminst geliefd, hetgeen nog terug te vinden is in de Groninger
uitdrukking "doe bist ja n sarries", hetgeen betekent "doe bist ja n smeerlap" (je bent een smeerlap).
Wanneer een boer zijn koren op de molen wilde laten malen, dan moest hij vooraf bij de pachter van de belasting op het gemaal, de vereiste belasting betalen, waarna hij een geleidebiljet kreeg, de zogenaamde cedulle. De sarries moest bij de molen controleren of alle aangevoerde zakken met graan inderdaad van zo'n cedulle waren voorzien.
De verschuldigde belasting was vrij hoog, wanneer echter het meel voor veevoer bestemd was, behoefde men geen belasting te betalen. Het meel werd dan wel voor menselijk gebruik ongeschikt gemaakt, door het te mengen met wikken en bonen. Ook moest de sarries er een lepel vol zand door roeren.

De sarrieshut op de Drenckelaers dwinger in de stad Groningen,
bron: Groninger Archieven.
De molenaar kreeg voor het malen geen geld, doch in plaats daarvan kreeg hij scheprecht, d.w.z. hij mocht een schep nemen van het gemalen graan. Veelal pakte die schep groter uit dan de boer wenselijk vond en dus ontstonden er nogal eens twisten daarover. Het geschepte meel kon de molenaar weer verkopen of zelf gebruiken.
Zowel de molenaar, de sarries als de bakker waren vaak doelwit van spotternij, zoals o.a. blijkt uit het volgende rijmpje:
"De bakker, de mulder en de sarrie, 't is aalmoal ain pakkelarrie"
(de bakker, de molenaar en de belastingambtenaar zijn allemaal één pot nat).
De sarries hadden een tractement van hondert en dertich Carolus Gulden jaerlijcx ofte een Rijcks-daler des Weeckes, daarnaast hadden
ze vrij wonen in de sarrieshut.
Aanvankelijk zorgde de provincie voor het onderhoud van de sarrieshutten, maar vanaf 1665 moesten de cherchers daar zelf voor zorgen.
De gevelstenen met het wapen van de provincie Groningen
Om voor de bevolking duidelijk te maken dat de sarries een door de provincie aangestelde ambtenaar was, die in een huis van de
provincie woonde, werden in de gevel van de sarrieshutten een Bentheimer zandsteen geplaatst, waarin het wapen van de provincie
Groningen was gebeiteld met daarboven een vergulde kroon en eronder het woord SAUVEGUARDE, dat bescherming, beveiliging betekent.
In het bestek uit 1630 is daarover dan ook een tekst opgenomen, dat luidt als volgt:
Voor in de Gevel sal een vier-cante Benthemer Steen gesettet worden daerin gehouwen sal wesen ’t Provincie Wapen met sijn behoorlijcke Coleuren afgeset met een vergulden Croon ende onderschrift SAUVE GUARDE.
|
Tekening: G. R. Jager Afgedrukt in de
Tekening van de gevelsteen met het wapen van de provincie Groningen.
Afmeting van de steen:
Het onderschrift “SELVEGERDE” is een verminking van “Sauveguarde” = bescherming, beveiliging.
|
Uit een inventarisatie die ik in 2003 verrichtte, blijkt dat van de gevelstenen nog dertien stuks aanwezig zijn, waarvan acht zijn ingemetseld in een gebouw, namelijk:
| 1. |
Delfzijl |
in het depot van de Stichting Museum en Zeeaquarium Delfzijl |
| 2. |
Groningen |
in een woonhuis, Westerhavenstraat 22 |
| 3. |
Leermens |
in de sarrieshut, Schatsborgerweg 4 |
| 4. |
Schouwerzijl |
in een woonhuis, Sarriesweg 7 |
| 5. |
Uithuizen |
in de sarrieshut, Mennonietenkerkstraat 13 |
| 6. |
Uithuizermeeden |
in de sarrieshut, Hoofdstraat 124 |
| 7. |
Usquert |
in de molen Eva, Raadhuisstraat 19, alleen het wapen is aanwezig, de tekst ontbreekt |
| 8. |
Visvliet |
in de sarrieshut, Molenweg 3, het betreft hier een opgeverfde replica |
| 9. |
Zandeweer |
in de sarrieshut, Molenhorn 27, de tekst ontbreekt |
| 10 t/m 12. |
- |
in het depot van het Groninger Museum |

De opgeverfde steen in de sarrieshut te Leermens.
De steen in de sarrieshut te Zuidhorn kreeg na de afbraak van de hut een plek in de trouwzaal van het raadhuis. Nadat er een geheel nieuw gemeentehuis was verrezen, kwam het voormalige raadhuis in handen van een horecabedrijf en anno 2003 is er een grand café restaurant in gevestigd. De steen is niet meer aanwezig en is in particuliere handen gekomen.
Na 1942 werden de chercherswoningen van Finsterwolde, Houwerzijl, Molenrij, Niekerk en Schildwolde afgebroken. Indien er ook gevelstenen in deze hutten waren aangebracht, is het onbekend waar ze zijn gebleven.
In Friesland zijn drie "kijkershuizen" bewaard gebleven, namelijk te Beetsterzwaag, te Dokkum - bij de molen Zeldenrust en te Ferwerd. Het "opsigterhuis" te Beetsterzwaag is echter volledig herbouwd en van die te Dokkum is het zondermeer twijfelachtig of die zich nog in de oorspronkelijke staat bevindt en van het huisje te Ferwerd, dat aan het voormalige molenaarshuis is gebouwd, wordt gezegd dat dit waarschijnlijk het "opsigterhuis" is.
De nog aanwezige sarrieshutten in de provincie Groningen
Na de afschaffing van “de belasting op het gemaal”, in 1855, verdwenen steeds meer sarrieshutten en nu resteren er in de provincie Groningen nog slechts zes stuks die hun oorspronkelijke vorm hebben behouden, namelijk die in Harendermolen, Oostwold, Uithuizen, Uithuizermeeden, Zandeweer en Leermens bij ’t Zandt. Een aantal van deze sarrieshutten is inmiddels tot rijksmonument verklaard.
In een aantal plaatsen in de provincie Groningen is nog een huis te vinden met enige herinneringen aan de tijd van de cherchers en de belasting op het gemaal.

Het huisje rechts naast de molen is de sarrieshut te Visvliet,
de molen is vóór 1920 gesloopt - foto: Groninger molenarchief.
Het huis op de plaats van de voormalige sarrieshut te Visvliet, gem. Zuidhorn ligt aan de Molenweg nr. 3, ten zuiden van de Heirweg, die zich aan de oostkant van het dorp bevindt. Het huidige huis is gebouwd in 1824 ter vervanging van een oudere voorganger. In de oostgevel bevinden zich muurankers in de vorm van 1824. Het bewoonde huis is moderner dan de oudere sarrieshutten, is wit geschilderd en van moderne ramen voorzien. In de oostgevel is een replica van de steen van Schouwerzijl met het wapen van de provincie Groningen met daaronder het woord SAUVVGVARDE gemetseld, alles geschilderd in de vermoedelijk oorspronkelijke kleuren. Op de noordgevel is een houten bord met het woord ”Sarrieshut” bevestigd. In 1824 was er echter al geen sarries meer in deze woning woonachtig.

De sarrieshut te Niehove - opname 2003.
Te Niehove, gem. Zuidhorn, vertoont het huis gelegen aan het Molenpad overeenkomsten met de sarrieshut te Oostwold. Zo zijn in de voorgevel op zolderhoogte twee kleine raampjes ingemetseld. Deze voorgevel heeft nu een wolfsdak, maar had oorspronkelijk een topgevel. Het zolderluik, zoals dat ook voorkomt in de sarrieshut te Haren en Zandeweer, is niet meer aanwezig. Door de kleurafwijking in de steensoort is de plaats waar het heeft gezeten echter nog wel te zien. Boven de deur in de zijgevel is een steentje geplaatst met de afbeelding van een molen. Deze steen is afkomstig van de molen die bij de haven heeft gestaan. Het huis is aan de rechterzijde (op de foto niet zichtbaar) uitgebreid met een nieuwe, modern vormgegeven aanbouw.

De sarrieshut te Klein Wetsinge.
Te Klein Wetsinge, gem. Winsum staat aan de Molenstreek ten oosten van de molen Eureka een boerderijtje. Het is niet ondenkbaar dat het witgeverfde voorhuis (het molenaarshuis) ooit dienst heeft gedaan als onderkomen voor de chercher. De foto is afkomstig uit het boek "Groninger molens", dat in 1958 is verschenen.
In Winsum staat tegenover de molen De Ster, aan de Molenstraat nr. 7, een huis dat waarschijnlijk op de plek van de vroegere sarrieshut staat. Het huidige huis is gebouwd in 1851, gelijktijdig met de molen. In 1856 is het huis verkocht als “behuizing met schuur”. Later is het verbouwd en van een nieuwe voorgevel voorzien (op het ZW en met duidelijke breuklijnen met de zijmuren), waardoor er weinig meer is terug te herkennen van de oorspronkelijke situatie. Zeker is dat dit huis in 1851 geen sarrieshut was. Een eventuele aanpraak op de naam sarrieshut is dan ook niet geloofwaardig.
Dit geldt evenzeer voor het voormalige molenaarshuis, gebouwd omstreeks 1835, bij de molen Ceres te Spijk. En ook het molenaarshuis, volgens een koopcontract gebouwd in 1845, voor de molen Zeldenrust te Westerwijtwerd. Ook deze twee huizen zijn geen sarrieshutten.

De sarrieshut te Zandeweer - opname 2003.
De voormalige cherchershut te Zandeweer, gem. Eemsmond, ligt aan de Molenhorn nummer 27, aan de noordzijde van de weg. De foto toont de westgevel.
De steen met het wapen van de provincie, doch zonder onderschrift, is in de noordgevel ingemetseld, naast het luik naar de zolder.
Het is onbekend wanneer deze chercherswoning is gebouwd.
Dat het huis van latere datum is dan de sarrieshutten die vanaf 1630 werden gebouwd is o.a. te zien aan de grotere omvang van het huis.
De westgevel is daar een goed voorbeeld van, evenals de grote zolder met het daarvoor bestemde luik in de noordgevel.
Het huis was aan het begin van de jaren '50 van de vorige eeuw tot ‘onbewoonbaar verklaarde woning’ bestempeld, maar werd toch weer
opgeknapt en bewoond.
Door de verschillende verbouwingen die er hebben plaatsgevonden, is er inwendig niets meer over uit vervlogen tijden, met uitzondering
van de binnenzijde van de westgevel. Deze heeft men namelijk opgetrokken uit de originele gele Friese steen, waarmee ook de
eerste sarrieshutten, volgens het bestek van 1630, moesten worden gebouwd.
Het huis is echter niet opgenomen in de monumentenlijst.
De buitenkant is in vrij originele staat, met uitzondering van de oostzijde, waar reeds lang geleden een uitbouw werd gemaakt.
Aan de noordzijde is, in het verlengde van de oostwand, een schuur gebouwd.

De sarrieshut te Uithuizermeeden - opname 2003.
De voormalige sarrieshut te Uithuizermeeden, gem. Eemsmond, ligt aan de Hoofdstraat nr. 124 en is via een particuliere oprit te bereiken. De hut staat achter de woningen aan de Hoofdstraat, waardoor het van de weg af gezien, niet opvalt. De foto toont de oostzijde. De steen met het wapen van de provincie is in de zuidgevel ingemetseld. Geen van de ramen in de sarrieshut zijn voorzien van luiken. Het gebouwtje is uitwendig in de originele staat gerestaureerd, inwendig is er veel veranderd. Aan de westzijde is een aanbouw verrezen.

De herinneringssteen in de sarrieshut te Uithuizermeeden.
De boven weergegeven steen bevindt zich in de binnenmuur van het halletje.
In de woonkamer bevonden zich, net als in de sarrieshut te Leermens, enige bedsteden, waarvan de houten wanden beschilderd waren.
In 2003 zijn deze bedsteden uitgebroken. Er bevond zich geen kelder onder.
De balken, zoldering en deuren van het huis zijn geverfd in de kleur ossenbloed rood, een diep wijnrode kleur.
De vloeren zijn belegd met geelbruine en groene plavuizen.
In de hal bevindt zich een in de zoldering aangebracht luik naar de zolder; een losse ladder bevindt zich eveneens in de hal.

De sarrieshut te Kantens omstreeks 1942. Op de achtergrond de molen Grote Geert.
Het huis op de plaats van de voormalige sarrieshut te Kantens, gem. Eemsmond, ligt aan de Kerkhofsweg nr. 23, iets ten noordwesten van de Ned. Herv. Kerk.
Het huis is nu op het zuiden van een erker voorzien. In de oostgevel bevonden zich gesmede ankers, waaruit het jaartal 1651 viel op te maken.
Deze gevel is nu opgenomen in een grootschalige aanbouw.
De oorspronkelijke vorm is in het restant nog wel terug te herkennen, met name door de twee ramen in de noordmuur en de twee schoorstenen.
Ook is nog te zien dat het huis ooit twee puntgevels heeft gehad.
De foto is afkomstig uit de Groningsche volksalmanak voor het jaar 1942, waarin op de pagina’s 126 t/m 134 een artikel werd afgedrukt
van de hand van G. R. Jager, getiteld “Over sarries, sarrieshutten en belasting op het gemaal”.

De sarrieshut te Leermens - opname 2003.
De sarrieshut te Leermens, gemeente Loppersum, aan de Schatsborgerweg nr. 4, op de grens van ’t Zandt, is als enige ook inwendig origineel bewaard gebleven.
In de oostgevel is in de punt de steen met het provinciewapen gemetseld.
De deur in de zuidgevel is de enige toegangsmogelijkheid tot de woning.
In de kamer is tussen de beide ramen in de oostgevel een schoorsteenmantel gemaakt.
Boven de kelder bevinden zich 2 bedsteden, die in de kamer achter een houten wand zijn getimmerd; elke bedstee heeft twee
openslaande deuren, er tussen is een kast.
In de keuken is in de hoek van de westmuur en de tussenmuur een aanrecht gemetseld.
In de muur met de kamer bevindt zich een lage deur naar de kelder.
Er staat in het halletje een losse ladder, waarmee de zolder kan worden bereikt.
Op het dak boven de keuken bevindt zich een schoorsteen.
De vuurplaats is niet meer in de keuken aanwezig.
De vloeren in het gehele huis zijn belegd met geelbruine en groene plavuizen.
|
Dankzij het feit dat in de sarrieshut een theeschenkerij is gevestigd, is het mogelijk de prachtig gerestaureerde hut
onder het genot van een afternoon tea - met scones - ook inwendig te bekijken.
Een afspraak maken is daartoe voldoende.
|

De sarrieshut te Leermens in vroeger dagen.

De sarrieshut te Oostwold - opname winter 2004.
De voormalige sarrieshut te Oostwold, gemeente Scheemda, staat aan de Pelmolenlaan 1, in de streek de Goldhoorn. De foto toont de zuid- en de oostgevel.
Het huis is in 1949 met overheidssteun gerestaureerd en ziet er nog steeds gaaf en goed onderhouden uit.
Uitwendig bevindt hij zich in de originele staat, van binnen is er veel veranderd. Er is geen gevelsteen aanwezig.
Naast de sarrieshut staat een klein gedeelte van het muurwerk van de op 29 juni 1966 verbrande koren- en pelmolen
van S. Schaub, v/h Kranenborg.

De sarrieshut te Oostwold naast de molen.
De foto is afkomstig uit het boek "Groninger molens", dat in 1958 is verschenen. In die tijd woonde molenaar S. Schaub in de sarrieshut.

De sarrieshut van Harendermolen - opname 2003.
De cherchershut van Harendermolen ligt aan de Hoge Herenweg, achter het restaurant “Le Grillon” te Glimmen. De opname toont de oost- en noordgevel.
De cherchershut is een dubbele woning, in de ene helft woonde de chercher en in de andere de molenaar.
De schoorstenen van het huis zijn in de beide puntgevels gesitueerd.
Een derde schoorsteen bevindt zich in de aanbouw aan de ZW-zijde.
De ramen op het oosten, noorden en westen van het oorspronkelijke huis zijn voorzien van bruin geschilderde luiken;
ze zijn alleen voor de onderramen aangebracht.
Ook de ramen in de beide topgevels zijn voorzien van luiken.
De ramen in het nieuwere gedeelte hebben geen luiken.
Het huis valt onder de monumentenwet, is bewoond en is in de originele staat gerestaureerd; de vloeren zijn voorzien van plavuizen,
zoals die ook voorkomen in de chercherswoningen te Uithuizermeeden en te Leermens.
Bij deze hut stond tot 1823 de standerdmolen van Harendermolen.
De sarrieshut te Uithuizen, gem. Eemsmond, is gelegen aan de Mennonietenkerkstraat 13 en staat vóór de molen De Liefde. Zeer waarschijnlijk is de eerste sarrieshut omstreeks 1630 gebouwd en heeft hij altijd op deze plaats gestaan.

De sarrieshut te Uithuizen, zomer 2003.
De foto toont de zuidgevel met links het schuine gedeelte. Achter de hut staat de koren- en pelmolen De Liefde.
In de resolutieboeken van de Gedeputeerde Staten van Stad en Lande is terug te vinden wanneer de eerste chercher bij de molen
te Uithuizen werd aangesteld: het was Roeloff Janssen en hij werd op 5 augustus 1630 beëdigd.
In 1668 is een Oltmans chercher en aangezien hij in dat jaar ziek werd richtte zijn vrouw een verzoek aan de Gedeputeerde Staten
het beroep van haar man als “cherchersche” te mogen voortzetten.
Het antwoord van de Ged. Staten is in de resolutie van 31 juli 1668 vermeld:
Op de requeste van Magdelena Oltmans hebben de Heeren Gedeputeerden deselve geaccordeert, om bij aflijvicheit van haer echeman als Cercher bij de meulen tot Uithuisen te mogen continueeren.
Het jaar erop komt Oltmans te overlijden en wordt er een nieuwe chercher benoemd, zo blijkt uit de resolutie van 17 januari 1670:
De Heeren Gedeputeerde hebben in plaetse van den overledenen tot een Cercher by de molen tot Uthuisen gekozen Jannes Korfmaker, mits presterende den behoorlicken eedt.
Of Jannes ook meteen zijn intrek in de sarrieshut kon nemen is twijfelachtig, aangezien op 19 juli 1670 is te lezen:
Op 't geproponeerde ter vergaderinge so goetgevonden ende geresolveert opentlick te doen besteden de weder opbouwinge van de vervallene Cerchers hut, by de molen tot Uithuisen.

De benoeming van een bijcherchersche te Uithuizen,
bron: Groninger Archieven.
De foto toont een pagina uit de resolutieboeken van de Gedeputeerde Staten van Groningen, waarop het volgende beschreven staat:
Martis den 17 Junii 1732
Is in actis geteikend dat Catharina Jans als Bij Cherchersche bij de Molen tot Uithuisen den Eed daar toe staande heeft afgelegt.
Vermeldingen van benoemingen, bijvoorbeeld na het overlijden van een voorganger en van een extra hulp (bijchercher) zijn voortdurend in de bronnen terug te vinden en evenzeer wanneer een chercher werd verplaatst naar een andere standplaats. Dergelijke verplaatsingen werden frequent opgelegd en was een middel om fraude, ook door de cherchers begaan, te voorkomen.
Ooit stond er achter de sarrieshut te Uithuizen, op de molenberg, een standerdmolen, die gebouwd werd in 1621, ‘ter vervanging van de oude molen’.
Op de kadastrale minuutplans van Uithuizen, welke zijn gemaakt in 1828, is de chercherswoning, evenals de molen en het molenaarshuis duidelijk weergegeven. Op het 1e blad, sectie E, staat op het perceel nr. 40, dit is ten oosten van de molen, een gebouw getekend; de omvang is groter dan die van het huidige perceel. Te zien is echter dat er achter de sarrieshut een grote aanbouw is gesitueerd.
|
Een deel van de minuutplan van Uithuizen.
bron: www.watwaswaar.nl |
Ook in de koopakte van 1877, bij de verkoop van de molen door de weduwe van Harm Derks Mulder aan D. P. Dijksterhuis, wordt de chercherswoning genoemd en wel als volgt: “Eene rogge en weitmolen en de daarbij staande zoogenaamde Chercherswoning.”
In een hedendaagse beschrijving van de inmiddels tot monument verklaarde sarrieshut staat de volgende omschrijving:
Pandje onder schilddak met hoekschoorstenen. Zesruitsvensters. Van ouds een zg. Sarrieshut, woning van de toezichthouder op
de belastingen op het gemaal.
De kadastrale nummering is nu Sectie: E, nummer: 2068.
In 1866 werd de standerdmolen afgebroken en er voor in de plaats kwam de huidige achtkante koren- en pelmolen De Liefde. De molenberg is toen één meter afgegraven. Het hoogteverschil met de ernaast gelegen Schoolstraat bedraagt echter nog twee meter. De sarrieshut is als het ware opgenomen in deze ‘berg’.

De sarrieshut te Uithuizen in 1942.
De laatste beroepsmolenaar op de molen De Liefde, was de heer J. Smid, die in 1946 de molen van de weduwe van P. Dijksterhuis had gekocht.
De weduwe bleef in het molenhuis ten westen van de molen wonen.
Smid trok in de sarrieshut en woonde in dit kleine huisje, waarin nog bedsteden aanwezig waren, met vrouw en vijf kinderen.
Ze werden de laatste bewoners van de chercherswoning.

De sarrieshut te Uithuizen omstreeks 1950.
In 1986 verkocht molenaar Smid de sarrieshut, samen met de molen, aan de toenmalige gemeente Hefshuizen, tegenwoordig gemeente Eemsmond.
In 1992/1994 liet de gemeente de molen restaureren en daarbij werd ook de sarrieshut meegenomen. Zo werd het gebouwtje van een nieuwe fundering voorzien en werden de muren, m.u.v. de zuid- en oostgevel, geheel opnieuw opgemetseld. Naast het gebruik van de oude stenen is daarbij ook nieuw materiaal gebruikt. De houten aanbouwsels op het noorden werden toen verwijderd. De restauratie is dusdanig ingrijpend gebeurd, dat er met name inwendig niets meer is terug te herkennen aan de tijden van weleer, maar de buitenzijde is nog enigszins in overeenstemming met het bestek uit 1630 en houdt de herinnering aan het verleden levendig.
De gevelsteen
In tegenstelling tot enige andere sarrieshutten die er nog in de provincie staan, was er tot begin 2003 in de gevel van de sarrieshut
te Uithuizen geen steen met het wapen van de provincie Groningen ingemetseld.
Een mogelijke reden daarvan kan zijn dat deze sarrieshut geen topgevel heeft.
Tijdens mijn onderzoek naar de geschiedenis van de molen De Liefde ontdekte ik dat in 1992/1994, toen men bezig was met de restauratie
van de sarrieshut en de molen, door de heer T. de Jong, mede oprichter van de Stichting Groninger Molenvrienden, een originele steen
aan de gemeente Eemsmond werd aangeboden. Om onduidelijke redenen is men toen niet op dit aanbod ingegaan.
Ik ontdekte vervolgens dat de heer de Jong de steen nog steeds in zijn bezit had en ook bereid was deze af te staan, mits de steen
ingemetseld zou worden.
In overleg met de gemeente werd besloten deze unieke kans alsnog aan te grijpen en op maandag 17 maart 2003 was het zover
dat in de muur op het zuiden, tussen de beide ramen de steen werd ingemetseld.
Zie het persbericht van de gemeente Eemsmond
Originele gevelsteen ingemetseld in sarrieshut Uithuizen.
|
De steen is zichtbaar oud en versleten.
De kleuren die er in vroeger jaren ongetwijfeld op hebben gezeten zijn alle verdwenen.
De steen is waarschijnlijk afkomstig uit een afgebroken sarrieshut in het Oldambt.
|
De situatie te Uithuizen is zondermeer uniek te noemen. Niet alleen vormt de sarrieshut nog één geheel met de molen, maar ook het oude molenaarshuis met schuur zijn nog aanwezig, samen vormend een compleet eeuwenoud molenerf.
De sarrieshut staat, evenals de molen, onder bescherming van Monumentenzorg en doet nu dienst als VVV kantoor.

De sarrieshut te Uithuizen als VVV-kantoor - opname 2001.
De deur aan de straatzijde was de officiële ingang, doch wordt nu niet meer gebruikt. In plaats daarvan wordt het VVV-kantoor nu via een deur in de noordgevel betreden. Zeer waarschijnlijk had deze sarrieshut, net als die in Leermens, in vroeger eeuwen slechts één ingang. Het hoogteverschil aan de voor- en achterzijde van de hut, vanwege de opname in de 'molenberg', is op deze foto goed te zien.
|
|
Zie voor meer informatie over het boek, Voor een lezing over dit onderwerp kunt u een afspraak met mij maken. Gebruik daarvoor de Reacties pagina.
|
|
In 2006 bezocht ik met enige deskundigen de overgebleven sarrieshutten in de provincie Groningen. Hieronder was Marcel Verkerk, historisch bouwkundige en hem gelukte het om het bestek uit 1630 over te zetten in een tekening. Daarover publiceerde hij in het 11e Jaarboek voor archeologie, bouwhistorie en restauratie in de gemeente Groningen 'Hervonden Stad' 2006, het artikel Met andere ogen bekeken, afgedrukt met enige tekeningen op pagina 93 t/m 106. |
Deze pagina is onderdeel van
de molenhomepage van B. D. Poppen.

- Copyright © 2004/2008