De geschiedenis van De Liefde
Reeds in de 16e eeuw is er sprake van een molen te Uithuizen, gelegen op de "Mollenwijrde Uthusen".
In 1621 werd de oude molen vervangen door een nieuwe standerdmolen.
Uit verschillende koopacten blijkt dat de molen in de 18e en 19e eeuw meerdere keren van eigenaar is verwisseld.
In een koopcontract van 1859 is melding van: "Eene wind koornmolen en de daarbij staande zoogenaamde
chercherswoning, en eene Behuizinge en schuur, met de vaste beklemming, totaal f 7.000,-."
Nieuwe eigenaar werd H. Mulder, die de molen in 1866 liet afbreken en vervangen door een nieuwe bovenkruier met stelling.
De toenmalige burgemeester adviseerde de molenaar om de "molenwierde" een meter af te graven, wat ook gebeurde.
Op de bovenste foto is de molen gefotografeerd omstreeks 1900. Op de achtergrond is de molen Aurora te zien.
De foto is genomen in de huidige Schoolstraat, vroeger Achterweg.
De onderste foto dateert van omstreeks 1906 en is eveneens genomen in de huidige Schoolstraat, doch nu van de andere kant.
Rechts achter de molen is het molenaarshuis met schuur te zien en het grote gebouw links is de Mennonietenkerk (Doopsgezind).
In 1877 koopt D. Dijksterhuis de molen en werkt ermee tot zijn dood in 1925. In 1930 wordt achter de molen een motorhok gebouwd waarin een Brons dieselmotor wordt geplaatst voor de aandrijving van het onderin de molen geplaatste maalkoppel. De molen krijgt een in 1902 door J. M. de Muinck Keizer te Martenshoek gegoten gietijzeren as - nr. 100 - en het gevlucht wordt vernieuwd en voorzien van zelfzwichting met een brede voorzoom. Dit laatste is noodzakelijk omdat de molen ook is uitgerust met twee pelstenen. In 1932 neemt zoon Pieter Dijksterhuis de molen over.
|
Een ansichtkaart van de molen uit 1931.
Het nieuwe gevlucht is goed te herkennen.
Het motorhok is aan de westzijde tegen de molenromp gebouwd.
Het achtkant is bekleed met dakleer.
Links is het front van het molenaarshuis zichtbaar. |
Pieter Dijksterhuis komt in 1944 te overlijden, zijn weduwe verkoopt in 1946 de molen aan Jan Smid. Hij wordt de laatste beroepsmolenaar op de molen De Liefde.
Naamswijziging
In 1961/1963 werd de molen hersteld, waarna hij op 14 oktober 1963 officieel weer in gebruik werd genomen.
Op de nieuw aangebrachte baard werd de naam van de molen vermeld en die naam was tot veler verrassing en van sommigen zelfs tot grote
verontwaardiging niet De Liefde maar 'Jonge Jan'.
De toenmalige burgemeester Brinkman vroeg daarop aan de molenaar waarom de molen niet de oude naam gekregen had.
Het antwoord van molenaar Smid zou zijn geweest: "Börgmeester, d'r komt 'n nije noam op: want oet de Laifde is de jonge Jan geboren!"
En daarmee hernoemde molenaar Smid de molen naar zijn in 1962 geboren kleinkind Jan Smid.
In een interview met oud molenaar Jan Smid in de Ommelander Courant op 26-2-1987, kort na de verkoop van de molen aan de toenmalige gemeente Hefshuizen, zegt Jan Smid:
"Toen wij hier kwamen stond de naam 'De Liefde' niet op de molen. We hebben hem toen maar omgedoopt in 'De Jonge Jan', naar onze kleinzoon. Die naam staat er nog steeds op. Dat zal wel niet zo blijven, want die naam had alleen voor ons maar zin."
In 1987 stelde Alje Bolt (*) het college van B. en W. van de toenmalige gemeente Hefshuizen schriftelijk voor
de molen zijn oorspronkelijke naam De Liefde terug te geven.
B. en W. reageerden daarop van oordeel te zijn dat de restauratie van de molen een goede
aanleiding was om te overwegen de molen zijn oorspronkelijke naam terug te geven...
Tot daden kwam het echter niet.
Na nieuwe verzoeken van o.a. de oud molenaarsknecht J. Y. Kremer en de huidige vrijw. molenaar, werd de
zaak opnieuw in behandeling genomen en op 3 juli 2002 kreeg de molen zijn oorspronkelijke naam
De Liefde weer terug.
Zie de foto met de nieuwe, oorspronkelijke naam op de baard.
De ligging van de molen
De molen staat op de hoek van de Schoolstraat / Mennonietenkerkstraat, of anders gezegd op de hoek van de Molenwierdstraat / Mennonietenkerkstraat.
Kadastraal is de molen bekend: gemeente Uithuizen, sectie E nr. 2068.
Het totale molenerf beslaat 935 m².
Op bovenstaande tekening, gemaakt t.b.v. de restauratie, is de molen, de op- en afrit, de sarrieshut en het molenaarshuis te zien. Tegenover de molen, eveneens op de hoek van de Schoolstraat / Mennonietenkerkstraat staat de Doopsgezinde kerk (Mennonietenkerk), die in 1868, twee jaar na de bouw van de molen, is gebouwd. In 2004 is dit kerkje prachtig gerestaureerd.
Eigenaren
In 1596 bezitten de Elama's van de Elamaheerd een "Vierde part van de Mollenwijrde Uthusen".
In 1626 wordt melding gemaakt van "De Mollenwijrde de drije vier parts eelama toebehorende".
In de 17e en 18e eeuw volgen diverse eigenaren.
In 1825 wordt Machiel Cornelis Mulder genoemd als eigenaar.
1866: H. Mulder van Heveskes
1871: wed. H. Mulder
1877: D. Dijksterhuis
1925: wed. D. Dijksterhuis
1932: P. Dijksterhuis († 1944)
1944: wed. P. Dijksterhuis
1946: J. Smid († 1997)
1986: gemeente Hefshuizen
sedert 1990, na de gemeentelijke herindeling: gemeente Eemsmond
|
De laatste
Foto: |
Roeden
Oorspronkelijk had de molen een houten as en twee houten zeilroeden. Op twee foto's, genomen omstreeks 1900 en 1906
(zie hierboven), is te zien dat het gevlucht oud-Hollands is uitgevoerd, ook zijn de (opgerolde) zeilen goed te zien.
Op een foto uit 1920 (aldus de vermelding, maar waarschijnlijk later) is het gevlucht met zelfzwichting uitgevoerd.
|
|
Een opname uit 1928 (???)
|
Binnenroede: ijzer met zelfzwichting en windborden, september 1947 verwijderd. Op een
foto uit 1948 staat de molen afgedrukt zonder buitenroede en lange schoren. In 1950 is deze
roede vervangen door een roede (Pot) van de Nijverheidspolder met zelfzwichting en stroomlijnneus.
In mei 1973 door nieuwe roede, fabrikaat Th. Bremer en Zonen, molenbouw, Adorp Gron. No. 202,
met zelfzwichting, stroomlijnneus en neusremklep. De lengte is 21,10 m.
Tijdens de restauratie van 1992-1994 is deze roede voorzien van nieuwe zelfzwichting,
stroomlijnneus en neusremklep.
Buitenroede: ijzeren Potroede met zelfzwichting en windborden, aangebracht 1935 na de stormschade op 19 juni 1935 (zie hier onder). Deze roede is in 1962 door de fa. Th. Bremer en Zonen, molenbouw, Adorp Gron. opgelapt en voorzien van zelfzwichting, stroomlijnneus en neusremklep. Tijdens de restauratie van 1992-1994 is deze roede vervangen door een nieuwe, No. 260, en wederom voorzien van zelfzwichting, stroomlijnneus en neusremklep. De lengte is 21,00 m.
De storm van 19 juni 1935
Onderstaand knipsel uit de Ommelander Courant van 19 juni 1935 vermeldt over de storm waaraan de molen De Liefde bijna ten onder ging.
De ramp die de molenaar P. Dijksterhuis trof, vond plaats op de verjaardag van zijn vrouw.
In de aantekeningen van vrijw. molenaar P. van Dijken vond ik de volgende aanvullende notitie.
Stormramp 19 juni 1935
Grote schade, hersteld door molenmaker Th. Bremer.
Molen door uitschietende wind met geweld achteruit gedraaid en met grote moeite tot stilstand
gebracht. Op de wind gekruid door o.a. smid Kuiper en schilder Kobus Kuis. Dijksterhuis
smeerde onderwijl de as om heet lopen te voorkomen (J. Juk).
Dijksterhuis was aan het teren, teerpot van de stelling gewaaid en de huizen aan de
overzijde van de straat onder de teer (J. Smid).
Een gedetailleerd overzicht van de werkzaamheden aan de molen in de periode 1946 tot heden, is te lezen op de
pagina logboek.
Een overzicht met foto's van de
verdwenen molens
in de gemeente Eemsmond, is te lezen op de betreffende pagina.
(*) Alje Bolt is de auteur van het 368 pagina's tellende boek "Geschiedenis van Uithuizen van de middeleeuwen tot en met 31 december 1978", dat in 1982 door Bakker's drukkerij te Uithuizen is uitgegeven. In dit boek wordt op een drietal pagina's kort verslag gedaan van de molens in de gemeente Uithuizen.
Deze pagina is onderdeel van
de molenhomepage van B. D. Poppen.

- Copyright © 2000/2008