korenmolen Bökkers Mölle te Olst
|
|
Begrensd door aan de ene zijde de Rijksstraatweg (N337 Deventer - Zwolle) en aan de andere
kant de IJssel ligt deze mooi gerestaureerde achtkante
korenmolen, die met zijn hoge stelling opvallend het beeld van het dorp Olst bepaalt.
In de bijgebouwen aan de voorzijde van de molen is een restaurant gevestigd. |
Van het bestaan van een molen in Olst wordt voor het eerst in 1429 gewag gemaakt en het is
bekend dat in 1683 op de plaats waar nu de Bökkers Mölle staat een pelmolen stond,
en in 1739 is er sprake van een olie- en pelmolen.
Zowel in 1866 als in 1891 brandde de molen af. In 1894 werd de molen hersteld, zij het in
beperkte omvang, de olieslagerij werd namelijk opgeheven, vanaf dat jaar werd er alleen nog
maar koren gemalen.
In 1934 kreeg de molen één nieuwe roede, een karwei dat op de film werd
vastgelegd. Deze beelden werden later verwerkt in een video over molens,
getiteld "Stoere Werkers".
In 1959 volgde weer een modernisering; toen kreeg de molen een Engels kruiwerk
en in de jaren 1967 tot 1969 onderging de molen een grote restauratie en werd de buitenbekleding
van de molenromp (hout met dakleer) vervangen door riet. Ook kreeg de molen in dat jaar
fokwieken.
Sinds 1990 stond alles weer stil, werd er niet meer gemalen en de molen raakte ernstig in
verval. In 1993 werd de stichting Bökkers Mölle opgericht, die de molen kocht en
een actie ontketende om gelden bijeen te brengen voor de restauratie. Dankzij de steun van
overheid en particulieren gelukte het de Bökkers Mölle weer in zijn oude luister
te herstellen. In 1996 was de restauratie achter de rug en werd de vernieuwde
molen op 7 september met enig feestelijk vertoon officieel heropend.
Bij het binnenkomen van de molen is op de begane grond een kunstmaalsteen met zachte uitslag
te zien. Hij heeft een 'pandenscherpsel' met veertien panden, elk met één
hoofdkerf en drie nevenkerven.
Ook ligt er een stuk van een oude molenroede, gemaakt bij de firma Pot uit Kinderdijk
(nummer 1638) en een gebarsten vliegtuigbom, die de Duitsers in 1945 onderin de molen plaatsten
met de bedoeling de korenmolen op te blazen hetgeen echter mislukte, de bom scheurde wel maar
explodeerde niet.
Op de maalzolder staat een oude elektromotor van 25 pk met handwielschakelaar, beide
gerestaureerd in 1996.
Op de stellingzolder, tevens de steenzolder, bevinden zich twee koppels zestienders
blauwe maalstenen (diameter 140 cm), waarvan de noordelijk gelegen loper 43 cm dik is.
Het zuidelijke koppel is
flink gesleten, de loper en de ligger zijn nog maar 25 centimeter dik.
De versnelling bij deze molen is zodanig dat de loper bij elke omwenteling van het
wiekenkruis 5,93 keer rondgaat. Het bovenwiel heeft 68 kammen, de bonkelaar 32 en het
spoorwiel 120. De beide rondsels hebben 43 staven. Dat betekent een overbrengingsverhouding
van 1 : (68:32x120:43) = 5,93.
Ook is er nog een elektrische maalmachine die werd gebruikt voor het breken van rogge
voor zwart roggebrood. De machine heeft twee kleine verticale kunstmaalsteentjes met een
diameter van 43 centimeter.
De rondsels aan het boveneinde van de steenspillen kunnen met een hefboom in en uit het
werk worden getrokken. De molen is voorzien van een sleepluiwerk met klink.
Vanaf de stelling, die zich 9,96 meter boven de grond bevindt, heeft men een schitterend uitzicht over de IJssel, ook zijn de molens van Welsum en (door de bomen, bij helder weer) Oene, Veessen en Wijhe te zien. In het zuiden is de onttakelde romp van de molen van Boks te zien die al in 1936 werd beroofd van zijn wieken.
De nieuwe gelaste stalen roeden met een lengte van 22,50 meter, werden in 1996 aangebracht en voorzien van het fokwieksysteem Fauël, de borden hebben een stroomlijnvorm en een spleetwerking, waardoor ze de wind achter het zeil leiden. Dit systeem geeft extra trekkracht. Om een wat meer gelijkmatige snelheid te krijgen, zijn de fokken voorzien van automatische remkleppen (regulateursysteem) die werken op een centrifugaalgewicht.
De kap ligt op gietijzeren kruirollen met rails eronder en erboven. Dit systeem heet Engels
kruiwerk. De onderrail ligt op de vaste onderring, op de bovenrail ligt de overring, die aan
de kap vastzit. Dat er vroeger een neutenkruiwerk aanwezig was is nog te zien aan de inkepingen
op regelmatige afstanden in de onderring.
De ongeveer 5000 kilo zware en 5,96 meter lange molenas is in 1895 door de IJzergieterij
De Prins van Oranje in Delft gegoten en draagt het nummer 1442. Om het bovenwiel zit een
ijzeren band die dient als remvoering voor de vang.
De Vlaamse vang is voorzien van een vanghaak of klink.
In de kapconstructie valt op dat er naast de tempelbalk (steunder), twee extra balken
zijn aangebracht. (Ten onrechte noemt men dit ook wel burgemeester en wethouders).
Bij deze molen is de lange spruit tevens ijzerbalk, dat wil zeggen dat het staakijzer van
de koningsspil erin is gelagerd. (Bij veel molens ligt de lange spruit vóór het
wiel en vervangt hij de steunderbalk. Er ligt dan een aparte ijzerbalk tussen de voeghouten.)
Onder in de molen is een winkeltje waar vele soorten meel en andere waren worden verkocht.
De molen is elke woensdag en zaterdag te bezichtigen van 10.00 - 17.00 uur.
Voor de tekst op deze pagina is gebruik gemaakt van de "Handleiding voor gidsen van de Bökkers Mölle".
De askop en de eenvoudige baard van de Bökkers Mölle.
Het gereedkomen van de restauratie van de Bökkers Mölle was voor de 'Historische Vereniging 't Olster Erfgoed' een mooie aanleiding een 48 pagina's tellend geïllustreerd boekje uit te geven "De Bökkers Mölle en andere molens in de gemeente Olst" (themanummer september 1996) met een historische beschrijving van het Olster molenbezit.
De molen heeft een eigen website
Vermelding op de Nederlandse molendatabase: Bökkers Mölle
Deze pagina is onderdeel van
de molenhomepage van B. D. Poppen.

- Copyright © 1999/2008