Interviews met Candy.


Hieronder treft u een aantal vermeldingen van verschenen interviews en artikelen over Candy Dulfer aan (en van sommige interviews de tekst):
Stadsblad Utrecht vrijdag 7 september 1990, vrijdag 27 september 1991 en vrijdag 2 april 1993
UIT Leeuwarden (uitgave: stadsschouwburg De Harmonie) 21 december 1990 t/m 17 januari 1991
Amersfoortse Courant/Veluws Dagblad maandag 15 juli 1991
Nieuwe Revue 19 sept.- 26 sept. 1991
Goudse Courant donderdag 2 juli 1992
Goudse Courant zaterdag 20 februari 1993
Interview OOR nr.1 09-01-1993
ELSEVIER Nr. 5 6 februari 1993
BACKSTAGE muziekmagazine Nr. 120 maart'93
NRC HANDELSBLAD 22 maart 1993
NRC HANDELSBLAD 30 maart 1993
Margriet Nr. 37 8 sept/14 sept 1995
JAZZ NU Nr. 199 november 1995
Ga naar interview 23-10-1995
OOR Nr. 23 18 november 1995
Eindhovens Dagblad 23 mei 1996
AVANTgarde Nr.5 mei 1997
Artikel in OOR Nr.9 3 mei 1997 "Girl Power 5 wereldmeiden"
Veronica gids Nr. 18 3 t/m 9 mei 1997
TROSkompas Nr. 19 10-16 mei 1997
Infotainment Ear&Eye nummer 5 mei/juni 1997
Flair Nr.31 22 juli 1997


Artikel in de Goudse Courant van donderdag 2 juli 1992
Candy Dulfer wil het podium weer op
DOOR MARJOLIJN DE COCQ
"We hadden al lang klaar kunnen zijn met onze nieuwe cd", verzucht saxofoniste Candy Dulfer (22). "Maar je kent dat wel: aan het werk en dan toch niets doen".
In Studio Zeezicht bij Spaarnwoude is de harde arbeid nu echter toch begonnen, want in september moet de geluidsdrager verschijnen. Het is inmiddels ruim twee jaar geleden dat Candy's debuut-cd 'Saxuality' uitkwam. Met de verkoop van bijna anderhalf miljoen exemplaren werd de plaat een nationaal en internationaal succes.
'Saxuality' leverde Candy een nominatie op voor de prestigieuze Grammy Award. Niet alleen kreeg ze hiermee de erkenning die ze als muzikante zoekt, het was ook een bevestiging dat ze de juiste keuze heeft gemaakt door niet met mega-ster Prince op tournee te gaan. "Ik ben altijd erg eigenwijs geweest", lacht Candy. "Ik wil altijd graag zelf de baas zijn en voor mij was mijn eigen groep een veel grotere uitdaging".
Met Funky Stuff, trok Candy in 1990 en 1991 volle zalen in Nederland en diverse Europese landen. Eind '91 volgde een Amerikaanse tour, waarbij Prince zich nog even liet zien. "Hij kwam kijken in Los Angeles. Ik geloof dat hij het wel goed vond. Maar ik was er eigenlijk helemaal niet zo blij mee dat hij er was. Het is natuurlijk een droom, spelen voor Prince. Maar je kunt het maar beter niet weten omdat je dan gelijk, slecht speelt". De zevenkoppige groep, met naast de combinatie bas-drum-gitaar een sterk vertegenwoordigde zangsectie, maakte met een flitsende podiumact twee jaar achtereen grote indruk op het North Sea Jazz Festival. Ook dit jaar zal 'La Dulfer' weer te zien zijn in de immense Statenhal. Hoe haar groep er die avond uitziet is nog een verrassing.
Rauzen
In de studio wordt deze dagen gezwoegd om het succes van 'Saxuality' te evenaren. Candy wordt bijgestaan door haar gitarist, schrijver, producer en muzikale rechterhand Ulco Bed. "Het is voor ons nu best moeilijk",. vindt ze. "We staan onder grote druk. Met je tweede album moet je je nog meer bewijzen; je moet je succes herhalen en liefst ook nog verbeteren. Daar komt bij dat we met 'Saxuality' zelf niet zo heel erg tevreden waren. We stellen onszelf nu dus nog hogere eisen".
'Saxuality' klinkt volgens Candy te klein, te 'soft'. "We waren veel te pietluttig over kleine dingetjes en dat hoor je op de plaat terug. Het is moeilijk om in de studio het enthousiasme in de nummers te leggen dat er op het podium automatisch is, maar nu weten we dat we gewoon moeten rauzen". De nieuwe cd (titel nog onbekend) moet steviger worden dan 'Saxuality': "Een beetje meer rhythm n'blues en wat minder 'spacy' dan 'Saxuality', waarop we veel synthesizers hebben gebruikt. We gaan meer terug naar de basis. De saxofoonpartijen moeten nu ook wat beter uit de verf komen dan op 'Saxuality'. Ik ben wat spelen betreft de afgelopen twee jaar vooruit gegaan, ben niet meer zo onzeker".
Geen Prince
Prince zal niet aantreden op de nieuwe cd. "Als je een nummer van hem doet, drukt dat een ongelooflijk stempel op je plaat. Het is dan zo duidelijk van Prince, zo met zijn persoon verbonden". Wel wordt de plaat opgeluisterd door saxofonist Maceo Parker (ex-James Brown) en zijn blazerssectie The Horny Horns, bestaande uit tenorist Pee Wee Ellis en trombonist Fred Wesley. "We hebben eerlijk overgestoken. We hadden Maceo gevraagd of hij op mijn cd wilde meespelen, in ruil daarvoor moet ik mee doen op zijn live plaat". ,
Door de studiowerkzaamheden heeft Candy een aantal aanbiedingen moeten afslaan, onder meer van ex-Beatle Ringo Starr die Candy vroeg voor een super de luxe allstar-tournee.
Ze staat echter te springen om zelf weer op het podium te staan. "Eerst het North Sea Jazz, dan in augustus een jazzfestival in Nagasaki in Japan en dan beginnen we in oktober waarschijnlijk met een nieuwe tournee. Lekker weer op het podium spelen... daar heb ik echt erg veel zin in".


Terug naar begin van deze (interview)pagina.


Interview (23-10-1995) in

'Ik wil eigenlijk de moeilijkste sommetjes maken'
Door HESTER CARVALHO
Ik eet graag van twee walletjes, vertelt saxofoniste Candy Dulfer (26). Ze is opgegroeid met jazz en wil nu in haar eigen muziek de improviastie van die muzieksoort combineren met de opwinding van pop. Maar op de vraag of haar saxofoon in de grotendeels instrumentale composities dan soms de rol heeft van 'stem', reageert Dulfer geïrriteerd: "Nee want mijn stem klinkt zó," piept ze, "en rnijn saxofoon klinkt zó, en ze zingt een laag vibrerende toon.
De charme van popmuziek is voor Dulfer dus niet de zang. "Ik begrijp die aandacht niet die zangers en zangeressen altijd krijgen, ik vind instrumenten veel interessanter. Bovendien geeft mijn stem veel minder goed weer wie ik ben dan mijn saxofoon. Uit mijn saxspel kun je mijn karakter lezen, terwijl mijn stem veel te meisjesachtig is. Ik denk dat ik onbewust gewend ben mijn stem meisjesachtiger te laten klinken dan ik me voel, als compensatie voor al de volwassen dingen die ik van jongsafaan heb gedaan."
Vandaag verschijnt Dulfers derde cd, Big Girl. De titel is een verwijzing naar de cd Big Boy, van haar vader Hans Dulfer, en bovendien een getuigenis van haar volwassenheid - al schuilt in het woord 'girl' nog een tweeslachtigheid, "een meisje zal ik ook altijd wel blijven."
Op Big Girl heeft Candy Dulfer net als op haar eerste twee cd's de opbouw gekozen van een live-concert. Zo staat er een ballad op, een paar uptempo songs, een funky nummer en wat in midtempo. Ook muzikaal ligt Big Girl in het verlengde van zijn voorganger Sax-A-Go-Go (1993), ook hier wisselt het ensemble-spel tussen de verschillende blazers en de rest van de band soepel af met Dulfers solistische partijen. Op de achtergrond lijkt ondertussen nog een ander muziekstuk aan de gang te zijn; lispelig gescratch en repeterende samples suggereren daar een anarchistische tegenhanger voor de gepolijst klinkende voorgrond.
Solo's, gespeeld door haarzelf of door haar bandleden zijn voor Candy Dulfer van groot belang. De muzikanten worden geselecteerd op improvisatie-talent, en ook de composities voor haar cd's kiest Dulfer op de aanknopingspunten voor solo's. 'Een inspirerend notenschema en een juiste sfeer' heeft ze nodig om bij ieder optreden weer een nieuwe variatie te kunnen bedenken.
"En aan de andere kant moet ik bedenken of het ook nog een leuk liedje is," zegt Dulfer. "Is het ook voor de mensen interessant? Want dat is de spanning: tussen wat ik lekker kan spelen en waar het publiek iets aan zal beleven. Ik ben natuurlijk instrumentalist en net als een wiskundige wil ik eigenlijk de moeilijkste sommetjes maken. Maar de mensen in de zaal willen zien hoe jij iets oplost wat zij misschien óóit nog weleens hadden kunnen oplossen, en dat jij dat dan als eerste doet. Ze willen niet iets onoplosbaars horen, daar worden ze gek van."
De dag na ons gesprek zal Candy Dulfer naar Curaçao vliegen om te improviseren tijdens een optreden van Maceo Parker, de saxofonist die beroemd werd bij James Brown. Maceo Parker heeft nog altijd succes met zijn funk-achtige spel. "Van zulke muzikanten heb ik veel geleerd. Vooral zwarte muzikanten zoals Maceo Parker, sommige jazzmensen, Tina Turner; ze hebben een funky geluid en bespelen ook het publiek. Zo'n Maceo Parker is een echte showman, hij kan zijn muziek brengen alsof het het nieuwste van het nieuwste is, en al is hij al een oudere man, hij staat wel steeds voor een zaal vol met knappe jonge meisjes te spelen."
"De kracht van popmuziek is dat het opwindend is. Dat je van het een naar het ander gesleept wordt. Maar voor een saxofonist vind ik jazz het hoogst haalbare, als het gaat om techniek, snelheid, improvisatie. Dus de combinatie van de opwinding die popmuziek geeft, met de binnenste verzadiging van een goed jazzconcert, dat is mijn droom, of eigenlijk is dat wat ik al jaren doe."
Voor haar cd heeft Dulfer een saxofoon-duet (Wake Me When It's Over) opgenomen met fusionsaxofonist David Sanborn. Tijdens de opnamen in New York stond Sanborn te knetteren met zijn saxofoon. "Het leek wel een kermistoeter. Hij is dan wel mijn idool, maar toen ik naast hem stond te spelen dacht ik 'Jesus man, wat speel je hard'. Maar toen ik het later terug hoorde, bleek dat hij precies goed in het geluidsbeeld stond. Het is moeilijk om een saxofoon zoals ik die speel helemaal te integreren in een pop-omlijsting. Een saxofoon is een akoestisch instrument en de klank vervormt dan door de microfoon waar je mee moet werken. Sanborn anticipeerde daar op. Door zo hard te spelen kreeg hij op de opnamen uiteindelijk die harde schelle toon die zijn handelsmerk is. Terwijl bij mij een toon nog wel eens weg wil sterven, zo van BLUBABLUPablup."
Behalve met David Sanborn heeft Dulfer ook met haar vader samengespeeld in het titelnummer, Big Girl. Wanneer is ze tevreden met dit soort geïmproviseerde samenwerkingen? "Ik ben tevreden als ik merk dat we elkaar kunnen aftroeven. Maceo Parker, David Sanborn en ik zijn allemaal alt-saxofonisten en die spelen normaal gesproken al niet samen, dus moet je er wel wat van maken. Kijk, zo'n David Sanborn beschouw ik dan wel als mijn meerdere, maar als hij een lick heeft gespeeld wil ik daarna wel net even iets leukers doen.
"Je moet snel reageren. Als zij doedalidiedup hebben gespeeld, dat ik dan doedalidiedup doe - een half nootje hoger. Je spreekt van tevoren niet af wat je gaat doen, het is een kwestie van er in springen. Als ik zie dat iemand stil valt dan pik ik mijn solo. Nee, soleren is geen harmonieuze aangelegenheid. Het is meer solo-tennis."

Big Girl van Candy Dulfer verschijnt vandaag bij BMG. Optredens van Candy Dulfer en band zijn te zien: 27/10 Luxor, Arnhem; 2/11 De Swing, Nijmegen; 3/11 Jazzmecca, Maastricht; 4/11 Zaal Schaaf, Leeuwarden; 5/11 Oosterpoort, Groningen; 9/11 Paard, Den Haag; 10/11 Nighttown, Rotterdam; 11/11 Tivoli, Utrecht; 12/11 Patronaat, Haarlem; 17/11 Paradiso, Amsterdam; 18/11 De Vrijthof, Enschede; 19/11 Atlantis, Alkmaar.


Terug naar begin van deze (interview)pagina.


Terug naar Web-pagina over Candy Dulfer